Te land, ter zee en in de lucht

Pompen of verzuipen

Ik heb geen belang bij een advocaat, mevrouw, ik ben vorig jaar al gescheiden. Ja mevrouw, dat traject is helemaal afgehandeld. Dat weet ik heel zeker ja, u hoeft ook niet terug te bellen. Hoe komt u trouwens aan mijn nummer? Uit de database van Divorce Dating? Nou ja, vreemd. U ook een prettige dag verder.’

‘Het spijt me Denny, waar waren we gebleven? Ik had even een wissel. O ja, ik was bezig met het verhaal over die fazant in de Praagse discotheek, toch?’
‘Nou, eigenlijk was ik net aan het vertellen over die ene keer dat ik deelnam aan de marathon van Rotterdam zonder dat ik het doorhad, maar ga verder.’
‘Nee, maar nu ben ik echt benieuwd hoe je dat voor elkaar hebt gekregen, ik heb nog een kwartiertje tot mijn date er is, dus vertel.’

‘Nou vooruit. Ik was die dag dus al bijna te laat voor de wedstrijd, maar ik toen ik aankwam bij de start kon nog net op tijd aansluiten bij de 10 kilometerlopers. Tenminste, dat dacht ik. Mentaal was ik er helemaal klaar voor om een persoonlijk record te lopen op de afstand waar ik het hele jaar voor had getraind. Eindelijk mocht ik starten, het stond zwart van de mensen en ik zag alleen maar Kenianen en Ethiopiërs naast me op de Coolsingel. Pas op dat moment besefte ik dat ik verkeerd stond. De uitgang van het startvak was toen al afgesloten, dus besloot ik om maar gewoon mee te lopen en te doen alsof er niets aan de hand was. De eerste tien kilometer ging prima, beter dan in de training zelfs, maar na ongeveer 30 kilometer kwam de man met de hamer in zicht. Helse pijnen begonnen op te spelen, maar het feit dat mijn vrienden en familie bij het eindpunt stonden te wachten hielp me erdoor. Mijn uiteindelijke tijd was 4:57:55, niet eens zo slecht, achteraf gezien.’

‘Waanzinnig. Ik zie trouwens dat ze er nog steeds niet is. Fashionably late zullen we maar zeggen. Nu we het toch over snelle tijden hebben, ik heb me dus een keer ingeschreven voor Te land, ter zee en in de lucht. Alhoewel ingeschreven… Mijn zwager Johan had bedacht dat het een goede grap zou zijn voor mijn vrijgezellenfeest om samen in zo’n bootje het water in te duiken, en aan het eind een bel te luiden. Maar goed, we kwamen er pas de avond ervoor achter dat je tegenwoordig zelf je vaartuig moet bouwen, dat had meneer Vlemmix er even niet bij verteld. Dan krijg je wat lijm, plakband en een paar vellen karton in de ochtend en daar moesten we ons mee redden. En ondanks onze vier linkerhanden hadden we toch even de snelste tijd. Toegegeven, we waren de tweede deelnemer van de middag en degene voor ons zonk als een baksteen bij de start, maar toch! En binnen de achttien minuten nog wel. Als ik één ding moet noemen waarop ik écht trots ben dan is het die middag. Van haar ben ik na drie maanden gescheiden.’

Standaard
Te land, ter zee en in de lucht

De snelste tijd

In het donker kijk ik naar seizoen zes, aflevering acht. Ik weet hoe het afloopt (de man met allemaal frituurpannen op z’n fiets pakt de snelste tijd), maar toch heb ik ook dit jaar de videoband er weer ingestopt.
Boven slaapt ze.
Het spektakel vond plaats in Zwolle. Ik woonde er nog maar net, de snelste route naar de Hogeschool had ik nog niet gevonden. Het was nog niet mijn stad. Samen met huisgenoot Erik ging ik die middag naar de kade. Het idee was om in de komende tijd mijn gezicht bij zoveel mogelijk stadsfeesten te laten zien en zo nieuwe mensen te leren kennen. Ik hunkerde naar een vriendengroep. Een groepje gelijkgezinden waarover ik in het weekend trots zou kunnen vertellen tegen mijn moeder terwijl ze de vuile kleren van de weekendtas overhevelde naar de wasmachine. Verhalen die zouden eindigen met zinnen als “dat is dus echt typisch Arie, die kerel is zo gek als een deur, maar wat hebben we ontzettend gelachen”.
Beelden van het publiek op het televisiescherm. Ik zet de videorecorder op pauze en buig naar het scherm. Het beeld is korrelig, mijn verleden is niet in HD. De grote kerktoren op de achtergrond is het duidelijkst te herkennen en met een beetje kennis van zaken kun je zien dat het Zwolle is. Toch weet ik precies waar ik moet kijken. Rechtsonder op het scherm. Ze zit daar op de kade. Een wazig poppetje met blond haar. Benen bungelen over de rand. Ze wijst naar iets in het water.
Erik had een brommer, een oude Puch. ‘Pas op voor de uitlaat, die wordt gauw heet,’ zei hij toen ik achterop stapte. Via vrienden van mijn ouders was ik bij hem in het studentenhuis gekomen. Het was een beste een aardige gast, maar vrienden zijn we nooit geworden. Toch dronken we regelmatig een biertje in de gemeenschappelijke keuken of in de altijd oerwoud zijnde tuin. Omdat hij er was, ik er was en we nog alle tijd van de wereld hadden. Acht jaar deed hij over zijn studie.
Ze staat ineens naast me. Haar blote voeten op het parket. ‘Het begint volgens mij onderhand een traditie te worden,’ zegt ze. ‘Elk jaar zit je de nacht voor onze trouwdag deze oude videoband te bekijken in het donker. Wat is dat toch?’
Ik sta op en loop naar haar toe. Geef een zoen en zeg: ‘Ik ben een rare. Krijgt je vader alsnog gelijk.’
‘Kom, gaan ook slapen,’ zegt ze en rustig wandelt ze naar de gangdeur.
Net voordat ik de televisie uitdruk kijk ik nog eens naar het groezelige beeld van Zwolle in de jaren negentig. Het meisje zit nog altijd rechtsonder. Iets achter haar staan twee onzekere jongens, de een zeventien, de ander een paar jaar ouder. Volgens Erik had ik haar moeten aanspreken, maar ik had het lef niet. Op avonden als deze vraag ik mij af wat er van haar is terechtgekomen.

Standaard
Te land, ter zee en in de lucht

De rand van de hoed

Iedere vrijdagochtend neemt Ruurd een halfje wit mee naar de gracht, meestal tijgerbrood. Sinds 2009 komt Ruurd hier in zijn eentje en vandaag is een bijzondere vrijdag.
Hij kijkt naar de eenden en vraagt zich af of zij zich er bewust van zijn dat ze grootouders hebben, of zijn. Hij stelt zich voor dat hij nu de kuikentjes van weleer ziet zwemmen; dat hij de achterste eendjes uit de rij heeft zien opgroeien tot grote oversteekleiders. Hij pakt een zak uit zijn tas. Met geduld en ogenschijnlijk routineus versnippert hij de inhoud tot hapklare brokken. Langzaam gooit hij de stukken in het water, steeds naar een andere eend. Maar ze lijken niet toe te happen.
‘Wat is er dan? Zijn jullie ziek?’ zegt hij zachtjes. Hij maakt de stukjes nog kleiner, misschien lag het daaraan. Maar weer negeren de eenden zijn aangeboden restjes. Wat teleurgesteld neemt Ruurd plaats op het bankje. Terwijl hij de afgelopen vijf jaar op een rijtje zet, verfrommelt hij alles in de zak en strooit de inhoud uit in het water, als was het diens laatste wens om in de gracht te rusten te worden gegooid. Een meerkoet hapt wat, maar rent vervolgens hard over het water weg. Geen enkele eend maakt aanstalten om de geboden etenswaren op te eten. Een gezinnetje eenden loopt de kant op, op zoek naar het droge. Ruurd gnuift. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Hij smijt de hele zak in het water, waardoor er de andere eenden opstuiven en wegvliegen. Terwijl hij kijkt hoe ze met moeite de lucht in komen, ziet hij uit zijn ooghoek een man zitten, aan de overkant van de gracht. Het lijkt alsof hij grijnst, maar het is te ver weg om het goed te zien. De man heeft een donkerbruin pak aan en een hoed op zijn hoofd. Hij vouwt rustig een plastic zak op en doet deze in een prullenbak. Hij staat op en neemt heel even de rand van zijn hoed tussen zijn duim en wijsvinger, bij wijze van groet. Met zijn handen in de zakken van zijn pantalon loopt hij weg. Ruurd heeft ook altijd in het bezit van een pak willen zijn. Dat komt eigenlijk door Horst Tappert, de acteur die de Duitse hoofdinspecteur Derrick speelt. Zijn vrouw heeft altijd gezegd dat hij daar zo op leek, door zijn haar en die bril. Helaas is het er nooit van gekomen om het plaatje compleet te maken. En dan schrikt Ruurd op. Misschien is deze man ook wel inspecteur, denkt hij. Het zal toch niet? Nee, dat is onmogelijk. Niemand heeft gezien wat hij heeft gedaan. Op deze plek, aan deze gracht. Niemand weet wat hij deze eendjes voert.

Standaard
Te land, ter zee en in de lucht

Bellen voor liefde

De eerste keer dat Harry meedeed was bij Fiets ‘m ’r In. Het was druk op de kade van de haven in Harlingen en Marietje was er ook.

Ze zat met haar vriendinnen op de wal, met hun voeten bungelend naar beneden. Terwijl hij werd geïnterviewd over zijn voertuig, een fiets waar verschillende frituurpannen op gemonteerd waren, en zijn slogan, ik ga vet hard, keek Harry schalks naar de kade en hij zag Marietje terugkijken. Hij hoorde zichzelf tegen de camera van de grootste familie van Nederland zeggen dat hij ‘dik de snelste tijd ging neerzetten’ en dat ‘dit voor een meisje’ was.

Tien seconden later kwam Harry naar adem happend boven. Hij zocht naar Marietje maar vond het hoofd van de duiker die hem vastpakte en naar een boot hielp. Pas op de kade zag hij haar. Ze lachte om een grapje van een vriendin en zag hem niet. Weer tien seconden later klonk de bel. Onder de bel stond Thomas triomfantelijk met z’n armen in de lucht en hij blies een kusje naar Marietje. Ze ving ‘m en giechelde.

Het jaar daarop stond Snel Naar De Bel op het programma in Leeuwarden. Marietje had inmiddels verkering met Thomas, waarop Harry concludeerde dat hij haar met een topprestatie moest overtuigen van zijn kunnen. En dan kwam Snel Naar De Bel goed uit, want daar ging je hoe dan ook het water in. Falen was onmogelijk. En dat deed Harry ook niet. In recordtijd vloog hij naar beneden en ramde het touw zo hard tegen de bel aan dat hij barstte. In de namiddag werd hij tot kampioen gekroond. Juichend stond hij op het podium, en hij blies kusjes naar de camera. Duizenden meisjes werden die avond verliefd op Harry, maar Marietje niet.

Marietje keek niet naar de uitzending, want ze lag te rotzooien met Thomas op een klein eilandje bij Sneek. Het resultaat was een bevruchte eicel en een spoedig uitgesproken trouwwens.

Harry deed de daaropvolgende negen jaar zo vaak mogelijk mee, het onderdeel maakte niet uit, en werd de meest succesvolle deelnemer ooit in de geschiedenis van Ter Land, Ter Zee en In De Lucht. En in elke uitzending deed hij z’n kushandjes naar de camera. Hij ontving honderden liefdesbrieven, werd op straat herkend en moest dagelijks met meisjes op de foto.

Exact tien jaar na dato kwam Fiets ‘m ‘r In weer naar Harlingen. En Harry was er weer bij. Op het podium maakte hij wat grapjes met de presentator waar hij regelmatig mee in een bar was beland en stapte op zijn fiets, de Marietje II. Toen zag hij haar staan. Marietje had een jochie van een jaar of acht aan haar hand. Hij glimlachte en even dacht hij dat hij haar ook zag lachen. Al het geluid stierf weg, de afstand tussen hen verdween en Harry hoorde haar woorden terwijl hij haar lippen zag bewegen. Hij heet Harry. Ze staarden nog even naar elkaar, totdat Harry zijn blik lostrok en naar het jochie keek. Hij zag zichzelf. Hij knikte, slikte, stapte op z’n fiets, luisterde naar het startschot, schoot van de baan af en brak z’n nek.

Standaard
Te land, ter zee en in de lucht

Pontius Pilatus

In het jaar dat zij geboren werd, presenteerde hij Te Land, ter zee en in de lucht voor het eerst.

Zo rond haar achtste mocht ze soms wat langer opblijven om het programma te kijken.
Ze genoot van de lanceringen met het Tobbedansen, waarbij de schans niet rechtstreeks het water in liep, maar aan het eind een beetje omhoog ging.
Maar bovenal genoot ze van zijn stem. Een beetje nasaal overstemde die zo prachtig de achtergrondmuziek van het programma. Zijn enthousiaste manier van versla gdoen klonk haar als muziek in de oren.

Het programma kon haar gestolen worden en de deelnemers vond ze dom. Ze was alleen maar gefixeerd op hem. Zijn donkere ogen en volle wenkbrauwen. Zijn weelderige bos haar.
Als ze aan haar vader vroeg waar ze hem van zou kunnen kennen, dan gnuifde hij: ‘Van de televisie lieve kind.’
Maar daar nam ze geen genoegen mee en ze zette door met de vraag of ze hem op straat tegen kon zijn gekomen. ‘Nee schat’, antwoordde haar vader. ‘Hij woont in Amsterdam of Hilversum. Wij in Heukelom. Je kunt hem niet kennen.’ Ze begon dan haast te stampvoeten van frustratie.

Ontroostbaar was ze, toen hij in 1996 stopte als presentator van het programma. Sindsdien keek ze niet meer. Wat kon haar ‘Pret in Bed’, ‘Pompen of Verzuipen’ en ‘Fiets ‘m er in’ schelen.
Rob Fruithof, de nieuwe presentator, vond ze ook stom.

Toen ze begon te puberen, hing ze ’s avonds met haar vrienden rond op straat. Haar ouders werden eens gebeld dat de jeugd een lantaarnpaal aan het slopen was, en dat hun dochter daarbij was. Ze werd opgehaald en moest voor straf direct naar bed. Daar had ze – in het geheim – een superkleine zwart-wit televisie. Stiekem zette ze hem aan, met het volume heel laag.
Ze gaf niets om sport, voetbal interesseerde haar niet, maar zijn stem klonk zo vertrouwd dat ze er zorgeloos mee in slaap viel.
Op Witte Donderdag 2014 viel voor haar het spreekwoordelijke kwartje. Hij speelde Pontius Pilatus in The Passion in Groningen en zong ‘Zwart Wit’ van Frank Boeijen. De herkenning was een klap in haar gezicht. De hakkelende manier van zingen bezorgde haar prikkend zweet over heel haar lichaam. Google leerde haar dat dit liedje in haar geboortejaar in de hitlijsten had gestaan.
Op de fiets naar haar moeder raakte ze ietwat in paniek. Daar aangekomen keek ze naar de grijze vrouw in de leunstoel.

‘Mam?’
‘Ja lieve kind.’
‘Wie is mijn vader?’
De adem van haar moeder stokte. Ze probeerde het, maar ze kon haar schok niet verbergen.
‘Piet natuurlijk! Hoe kun je aan je overleden vader twijfelen’, riep zij uit met een kreun in haar stem.

Ze geloofde haar moeder niet.
‘Mam, is Jack van Gelder mijn vader?’, vroeg ze op de man af.
Haar moeder sloeg haar ogen neer en knikte één keer kort.

Standaard