Verhaal #305 • Afgesproken thema: Poldermodel

Polderliefde

Twee paar nieuwsgierige ogen keken haar aan.
‘Naam?’
‘Ilonka Haverbrood’.
‘U mag zich uitkleden’, zei het eerste jurylid.
Ilona deed wat er gezegd werd.
‘Uitstekend’, zei het andere jurylid. ‘Als u Poldermodel wilt worden dan bewaakt u vijf jaar de vrede tussen Stad en Polder. Ik verzeker u: u wordt aan alle kanten in de gaten gehouden. Denkt u dat u dit kunt?’
Ze aarzelde, maar zei zelfverzekerd: ‘Dat lukt wel. Vijf minuten in m’n niksie voor jullie of vijf jaar met kleren aan door allebei De Landen, ik zie weinig verschil.’
‘Bent u al verhuisd?’
‘Nog niet’, zei ze. ‘U weet zelf dat Stadsmensen moeilijk toegang krijgen tot jullie nogal gesloten Polder. Met alle respect natuurlijk.’
‘U mag zich aankleden. Nog één ding. Wat weet u over de Liefde?’
Ilonka kleedde zich aan en dacht na.
‘Niets, mijn moeder gebruikte kunstmatige inseminatie. Wat ze ook bij jullie met koeien doen.’
Het jurylid knikte. ‘U lijkt ons het ideale Poldermodel. Maar leert u nog over De Liefde: zonder Liefde geen Eeuwige Vrede tenslotte. Kom over twee dagen terug. Goedemiddag!’

Ilonka stond buiten op de landerijen. Van De Liefde wist ze weinig. Ja, een gestolen kusje in het fietsenrek, maar dat was een weddenschap. Het voelde plotseling als een gemis. Ilona riep een taxi voor de terugreis.
‘Waarheen?’, vroeg de chauffeur.
‘De Stad graag, station West’, zei ze verdrietig.
De chauffeur keek haar aan.
‘Het komt allemaal wel goed mevrouw’, zei hij gemoedelijk.
Ze keek vragend door de achteruitkijkspiegel. ‘Echt waar’, zei hij.
Bij het uitstappen hield hij hoffelijk de deur voor haar open. ‘Een prettige dag nog.’

Op het station zag ze een ouder echtpaar op een bankje. ‘Heb je het koud?, vroeg hij.
‘Nee hoor, lieverd’, zei zij. Ze hield haar man stevig vast voor z’n lichaamswarmte.
Ilonka keek naar het bord met de vertrektijden. Uit haar ooghoek zag ze een meisje de armen van haar vader inrennen.
‘Mevrouw, mevrouw!’, hoorde ze achter zich.
Een blonde jongen keek haar aan. ‘U bent uw shawl vergeten!’
‘Zeg maar jij, hoor’, zei ze vriendelijk.
Hij bloosde.
‘Kan ik je misschien een kop koffie aanbieden?’
‘Ben je van de Stad of van de Polder?’
‘Maakt dat wat uit?’
‘Ik moet weten wat De Liefde is. Ik kom uit de Stad, ik ben er niet bekend mee.’
‘Hier.’
Hij gaf haar een kus. Kort, geen tong. ‘Zo doen wij dat hier.’
‘Sinds wanneer zijn jullie in de Polder zo lief? Net al die chauffeur, en dat meisje, die mensen op het bankje.’
‘Jij kwam hier zeker vanwege de Poldermodel-verkiezing?’
‘Klopt.’
Er was iets in zijn ogen dat haar aantrok. ‘Kom’, zei hij.
Hij leerde haar alles over De Liefde. Vertelde over rozen, harten in het zand, chocola. Nog een kus, tedere aanraking. Hij leerde haar letterlijk alles. Ilona kwam terug bij de jury en vertelde haar bevindingen.
‘Is dit genoeg voor Poldermodel?’
‘Helaas mevrouw. We hebben toch gekozen om voor iemand uit de Polder te kiezen als Poldermodel. Voorkeursbeleid.’
Buiten was de jongen verdwenen.

Door: Maarten van Krimpen



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard