Moeders

Komen en gaan

Vol afschuw keek ze naar het ding dat zijn absolute manlijkheid illustreerde. Het deed haar denken aan een afgekloven maïskolf. Inclusief resterende gele korrels en witte vellen, slechts met een nihil stukje huid bevestigd rondom de roze punt van zijn pik.

Maar Natalie liet zich niet kennen. Ze beet even op haar onderlip en keek de kalende man zo onschuldig mogelijk aan.
‘Vind je het lekker, schatje?’, vroeg ze op haar beste Nederlands.
Het kostte haar moeite om de walging in haar stem te verbergen. Hij beantwoorde met een flinke draai aan haar tepel. Ze kreunde meer van de pijn dan van genot, maar het leek hem te ontgaan. Natalie pakte het ding nog wat steviger vast en bewoog haar hand in een rustig tempo op en neer. Elke beweging tot net over zijn rotsachtige eikel.
‘Ook pijpen? Kost vijftig extra’, zei ze vastberaden.
De man duwde haar hoofd al naar beneden. Maar ze wurmde zich uit zijn greep.
‘Eerst betalen,’ riep ze hem toe.
Terwijl ze het biljet opborg, wierp ze een blik op de foto in haar handtas. Een meisje met bolle wangetjes en glanzend groene ogen bekeek haar vanaf het papier. Natalie raakte de afbeelding even aan, voordat ze zich weer omdraaide naar de man. Hij wenkte haar.
‘Kom eens even lekker bij ome Jan op schoot zitten’, blaatte hij met een dubbele tong, terwijl hij zijn armen naar haar uitstrekte.
Natalie wist niet precies wat hij bedoelde, maar liep in zijn richting. Ze sloot haar hand opnieuw om zijn halfstijve geslacht en bewoog wat heen en weer, tot ze zijn aderen in haar palm voelde kloppen. Ze bracht haar mond richting zijn grijs behaarde onderbuik. De weeïge lucht die haar neusgaten vulde, deed haar denken aan een vervuild urinoir. Natalie sloot haar lippen om zijn bedorven vleesboom en voelde de velletjes langs haar tong glijden.
Voorzichtig begon ze te zuigen. De gedachte dat er stukjes los konden laten en in haar keel zouden schieten deed haar kokken. De man reageerde met een harde kreun en leek het wel geil te vinden dat ze bijna over haar nek ging.
‘Klaarkomen? Vijftig extra,’ zei Natalie, zodat ze in ieder geval even pauze had om frisse lucht te happen.
De man keek haar verbaasd en ook een beetje beteuterd aan: ‘Ik heb geen geld meer’.
‘Geen geld, dan weg’, antwoordde ze opgelucht.
Hij opende zijn mond om iets te zeggen, maar leek zich te bedenken. Langzaam kleedde hij zich aan en struikelde onhandig over de drempel bij de deur.
Natalie schudde haar hoofd en mompelde binnensmonds, terwijl ze haar borsten weer in de te kleine bh perste. De klok gaf aan dat het pas twee uur was. Dat betekende dat ze nog zeker vier uur kon werken voordat de meeste dronken mannen hun bed opzochten. Voor de zoveelste keer deze avond keek Natalie in haar tas, naar de foto van haar mooie kleine meid. Vastberaden opende ze de gordijnen en nam opnieuw plaats op haar kruk voor het raam.

Danja Raven

Standaard
Moeders

Lappenpop

Ik denk niet echt. Ik lig gewoon wat. Het plafond is wit. De muren ook. Maar anders. Crèmig, of zo. Er staat een televisie voor m’n bed. Hij staat op Nederland 1. Er is geen afstandsbediening. Er is niks op, want het is zondag en zeven uur ’s ochtends. Ze laten klassieke muziek horen. En op het beeld is tekst. M’n keel doet zeer.

Hallo Thomas.’
‘Hoi.’
‘Hoe is het jongen?’
‘Mmm.’
M’n moeder doet de tv uit, geeft me wat water te drinken, doet m’n haar netjes en gaat naast me zitten op de stoel. Ze pakt m’n hand vast. Ik hou haar vast. Ze mag hier niet meer weg. Ik kijk naar het plafond. Het is wit.
‘Heb je wat geslapen?’
‘Mmja.’
Het blijft lang stil in de kamer. Op het gepiep na dan. Mama vertelt na een tijdje over het eten dat ze gisteren hebben gekregen van vrienden. Dat het lekker was. Dat ze er leuke grappen over maakten. Dat ze het recept gaat vragen, want ik moet het ook echt proeven. Ik glimlach. Ik geniet van haar verhalen. Ze vertelt ook over haar fietstocht hierheen. Dat het steeds sneller gaat. De heuvel kost steeds minder moeite.
Even later komt de zuster binnen. Ze vertelt vrolijk aan mijn moeder hoe het met mij gaat. Het gaat goed, schijnt. Ik heb keelpijn en als ik beweeg ook buikpijn.
‘Thomas, we gaan je even een tijdje laten zitten, ok?’
‘Zitten?’
‘Ja.’
‘Kan ik dat wel?’
‘We doen het niet lang hoor. Een kwartiertje. Dat is goed voor je.’
Ik durf niet. Maar m’n moeder vind dat ik het gewoon moet doen. Dat is goed voor me. Samen helpen ze me uit bed. Er zitten allemaal draden aan mijn borst en polsen. Ingewikkeld. Het blauwe ziekenhuisshirt blijft ook haken. Ik ben een grote lappenpop.
Ik val bijna weer achterover als ze me overeind hebben. Dan moet ik gaan staan. Ik ben een lappenpop met benen van lucifers. Ik waggel tussen twee moeders naar de stoel. Ik word neergezet. Ik kijk vol verwondering om mij heen. Ik zit. Tjonge. De vloer is blauw.
‘Ok, Thomas, je blijft hier een kwartier zitten. En het is belangrijk dat je je hoofd omhoog houdt.’
De zuster vertrekt. Mijn moeder heeft een andere stoel gevonden. Ze zit tegenover me en leest een tijdschrift. Ik kijk wat om me heen. Er staan veel apparaten. Ze piepen. De vloer is blauw.
‘Thomas, hoofd omhoog.’
Ik beweeg langzaam mijn hoofd weer omhoog. M’n moeder glimlacht naar me. Ze wijst achter me. Dat daar van die mooie bomen staan. Het is herfst, dus ze verkleuren. Ik probeer om te kijken, maar het lukt niet. Dat doet zeer. M’n moeder zegt dat ze het zo wel laat zien, als ik weer in bed ga. Ze glimlacht weer. Ik glimlach terug. Ze leest weer verder. De vloer is blauw.
‘Thomas, hoofd omhoog.’
Oh ja. Ik kijk weer op. Ik denk niet echt aan iets. Ik zit gewoon wat. De muren zijn crèmig. Er hangen kaarten. Ik vertel het aan mijn moeder, dat er veel kaarten zijn. Ze zegt dat er nog veel meer thuis zijn. Dat er al wel bijna 100 kaarten zijn. En van oma zijn er al 10. Die stuurt er elke dag eentje, vaak twee. Ik vraag wat voor dag het is. Het is maandag. Grappig, denk ik. Ik ging op dinsdag het ziekenhuis in. En nu is het maandag. Maandag. Dat zijn veel dagen.

Standaard
Moeders

Rode lippen en lange haren

Ik herinner me nog maar een paar dingen van haar. Ik was jong, klein en helemaal niet bezig met zoveel mogelijk te onthouden.

Details deden er op die leeftijd niet toe. Dat ze lief was, dat was het enige dat telde. Dat ze me achter mijn oren waste met de roze olifantenwashand. Dat ze zorgde dat er geen shampoo in mijn ogen kwam als ze mijn haren waste.

Dansen deden we veel thuis. Bij opa stond ik altijd op de puntjes van zijn grote schoenen als we samen dansten. Bij mama sloeg ik mijn benen om haar middel. Op de Rolling Stones kon ze enorm uit haar dak gaan. Ze had zo’n bepaald dansje. Op de bal van haar voet, en dan draaien. Dat ging het beste als het heel laat was, zelfs al na grotemensenbedtijd. Ze haalde me uit bed als het buiten donker was en ik al uren eerder mijn weg had gevonden naar dromenland. Buren hadden we niet dus de muziek kon zo hard als we wilden. We zwierden door de kamer, mijn benen strak om haar middel geknoopt en mijn ogen vechtend tegen de slaap. Vriendinnetjes van school waren daar altijd een beetje jaloers op. Zij dansten niet met hun moeder. En al helemaal niet ’s nachts, als ze eigenlijk al lang moesten slapen.

We hadden samen van die dingen. Rituelen. Hoe klein ik ook was, ’s ochtends stonden we altijd met z’n tweetjes voor de spiegel. Ze stiftte onze lippen knalrood, elke dag van de week. In mijn haar legde ze een strakke vlecht, behalve op vrijdag, dan mocht ik een hoge paardenstaart. De kapper vond mama maar niks. Mijn haren kwamen tot over mijn billen, net zoals bij haar.

Voordat ik naar school liep kreeg ik steevast een paar druppels Chanel no 5 achter mijn oren. ‘Zo lijk je al een hele dame’ zei mama dan altijd. We hadden het goed met z’n tweetjes. Ik mocht met mijn handen eten als ik daar zin in had, mocht me verkleden in mama’s glitterjurken en een vaste bedtijd was er niet.

Soms moest ze even weg. Dan bracht mama mij naar opa. De flacon met Chanel no 5 mocht ik altijd mee. Om op mijn hoofdkussen, knuffels en pyjama te spuiten. Dan rook alles naar haar en hoefde ik mama niet te erg te missen. Want mama missen, daar was ik goed in. Avond aan avond wiegde opa mij in slaap. Maandenlang. Na een tijdje kocht hij een nieuwe fles Chanel no 5 voor me. En later nog één. Dat is nu ons ritueel. Dansen doen we ook nog. Niet meer op zijn schoenen, daar ben ik te groot voor geworden. Ik dans zoals mijn moeder dat deed. Op de bal van mijn voet, en dan rondjes draaien. Met mijn haar over mijn billen, mijn lippen rood en Chanel no 5 achter mijn oren.

Standaard
Moeders

De film in haar ogen

De laatste keer dat ik mijn Suzanne zag, was ze er heilig van overtuigd dat ze de moeder van mijn kinderen zou worden. Ik kreeg er een ongekend en nooit eerder ervaren warm gevoel van en kon me op dat moment geen andere vrouw voorstellen met wie ik dat avontuur aan zou willen gaan.

Ik antwoordde alleen iets anders. Gestuurd door alcohol en mijn chronische gebrek aan de juiste dingen te kunnen zeggen en doen op het juiste moment, legde ik slechts drie letters op het Scrabblebord des levens: Goh.
Woedend was Suzanne van de bank gesprongen. Waarom alles toch altijd zo moelijk met mij moest zijn. En waarom het nooit eens normaal kon gaan. Dit was niet zoals zij het gewend was, uit eerdere relaties en uit films. Huilend was ze vertrokken, maar niet nadat ze haar glas rode wijn in mijn gezicht had gegooid. Precies zoals in de film.
Dat was ruim acht maanden geleden en sindsdien hebben Suzanne en ik elkaar niet meer gezien. Naar alle waarschijnlijkheid heeft ze al een ander met wie ze kinderen wil, geweldige vrouwen zoals zij blijven nooit lang alleen. En laten we eerlijk zijn, ze was ook veel te mooi voor mij. Die vreselijke onzekerheid, je kan er niks mee. Ja, er over schrijven, dus dat doe ik dan maar.
Een paar dagen geleden wist ik ineens zeker dat ik Suzanne moest zien. Het gemis werd te groot en ik kon mezelf niet meer langer wijs maken dat een van ons gelukkig werd van deze abrupte plotwending.
Over een periode van meerdere nachten had ik een definitieve dialoog samengesteld voor als we elkaar op een afgesproken moment recht in de ogen zouden kijken, hoogst waarschijnlijk nadat we in slowmotion naar elkaar toe waren gerend.
Ik zou haar hoofd in mijn handen nemen en voor eens en altijd glashelder zeggen waar het op staat. Dat ik van haar houd zoals ik nog nooit van iemand heb gehouden –Nee Suzanne, laat me eerst alsjeblieft even uitpraten–, dat ik me een leven zonder haar niet kan voorstellen en dat mijn –nee, onze!— toekomstige kinderen in hun vreselijk schattige kinderhandjes mogen knijpen met een fantastische moeder als zij. Daarna werd er gepassioneerd gezoend, tranen weggeveegd en gingen we meteen door naar Ikea.
Hoe graag ik haar ook wou zien, ik kon het uiteindelijk niet opbrengen om door te zetten. Ze is nu vast gelukkig met iemand die het wel allemaal snapt en wie ben ik om dat te verstoren?
Het gevolg is wel dat ik nu midden in de nacht mijn getormenteerde ziel weer enkel aan het papier toevertrouw. Ongetwijfeld dat deze levenslessen mijn debuutroman naar een hoger plan tillen, maar het droevige is dat in haar ogen de film toch altijd beter zal zijn.

Standaard
Moeders

Paasbrunch

Mama heeft de mooie borden uit de kast gehaald. De borden van oma waar ze altijd zo voorzichtig mee is, met een gouden randje en oudroze bloemen.

Ze heeft brioche gekocht bij de Albert Heijn en verschillende soorten afbakbroodjes in de oven gedaan. De gekookte eieren blijven warm in een theedoek die bij het tafelkleed kleurt.
‘Doen jij even open?’ vraagt ze als de bel gaat. Ze is zelf te druk bezig met het uitpersen van zes grapefruits.
Clara komt de drie trappen op gestampt en ik zie meteen dat het mis is. Ze hangt haar jas te ruw aan de kapstok, stoot bijna de bus waterafstotende spray van de schoenenkast.
‘Hoe is het?’
Ze trekt haar wenkbrauwen hoog op. ‘Goed hoor, prima.’
Het is bijna altijd mis met Clara. Even heb ik gedacht dat het beter zou gaan nu ze op kamers woont, en de eerste paar keer dat ze bij ons kwam eten leek het daar ook echt op. Maar het duurde niet lang of zij weer stond te gillen, mama zat te huilen en er op de grond een bord in scherven lag.
Mama roept iets vanuit de keuken, niet te verstaan door het geloei van de elektrische citruspers.
‘Ze heeft bedacht dat we eieren gaan verven.’
‘Wat?’
Ik maak een schilderbeweging. ‘Eieren. Verven.’
‘Niet serieus, toch?’
Ik haal mijn schouders op. Clara rolt met haar ogen en ploft neer aan tafel. Met spitse vingers trekt ze een snee brioche aan stukken boven een van oma’s borden.
‘Lieverd, even wachten tot ik klaar ben.’ Mama geeft haar een zoen. ‘Hartstikke gezellig dat je er bent, hoor!’
‘Wat heb je er veel werk van gemaakt.’
‘Ja, ik dacht: de eerste Paasbrunch sinds jij niet meer hier woont. Daar moeten we toch iets speciaals van maken.’
‘Ik ga geen eieren verven.’
‘Dat is toch leuk, net als vroeger. Eentje maar.’
‘Ik ben geen kind meer. Ik doe het niet.’
Op mijn veertiende verfden we voor het laatst eieren. Mama maakte er hele kunstwerken van, ik probeerde haar zonder succes te evenaren. Clara werkte de hele middag aan één ei en elke keer dat het mislukte werd ze chagrijniger. Uiteindelijk doopte ze het in de zwarte verf en verdween vloekend naar haar kamer. Het zwarte ei hangt nog elk jaar in de Paastakken.
‘Goed. Prima, hoor,’ zegt mama. Ze haalt de broodjes uit de oven en legt ze in een mandje. ‘Het leek me zo leuk, maar misschien hang ik te veel aan onze tradities van vroeger.’
Clara plukt verder aan de brioche, haar ogen op haar bord. ‘Dat doe je inderdaad.’
Ze is gefrustreerd om iets, haar studie, haar huisgenoten of misschien iets met een jongen, en ze komt hier om het af te reageren. Als een kat op jacht zit ze muisstil te wachten tot er iets langskomt dat ze kan pakken, terwijl alleen het puntje van haar staart beweegt.
‘Laten we het wel gezellig houden!’ De glimlach die op mama’s gezicht staat is uit haar stem verdwenen.
‘Doe ik iets verkeerd?’
‘Nee lieverd, je doet niks verkeerd. Het lijkt me alleen leuk om gewoon gezellig deze brunch te houden, zonder problemen.’
‘Wat bedoel je, problemen?’
‘Niks, lieverd.’
Maar Clara heeft beet. ‘Als je het niet leuk vindt dat ik kom, moet je me niet meer uitnodigen.’
‘Ik zeg niet dat ik het niet leuk vind. Heel leuk zelfs. Maar misschien kun je je best doen om een keer…’
‘Om een keer wat?’
‘Gewoon, ik…’
Ik heb medelijden met mama, hoe ze daar staat met het broodmandje in haar ene hand, de ovenwant nog in haar andere. Als Clara opstaat schrapen de poten van haar stoel hard over het laminaat.
Nog even en de bui barst los. Ik doe waar ik het best in ben, en breng oma’s borden naar de keuken.

Standaard