Bob Ross

Kitschenaar

Uit zijn broekzak haalt monsieur Roche een haak tevoorschijn. Het is een dikke vishaak, gemaakt om marlijn en heilbot mee te vangen. Hij houdt de haak in zijn hand, kijkt ernaar, vouwt zijn broze, bijna doorzichtige hand om de haak en wrijft met zijn duim zachtjes over het bledje.

Monsieur Roche en de galeriehouder zitten al een poos zwijgzaam tegenover elkaar. De galeriehouder kijkt naar Roche, Roche kijkt naar buiten. Dromerig en melancholisch, zijn ogen zo dof als een beslagen badkamerspiegel. De betonnen gebouwen waar hij op uitkijkt zijn grauw, veel grauwer nog dan in de winter – zwarte zomermist is de oorzaak.

Voorzichtig: ‘Die haak die u daar heeft, is die van Pierre Fauré geweest?’

Na een korte stilte beaamt hij dat, zonder op te kijken, zacht en hees: ‘Ouais.’
Het is weer even stil.

Dan komt Emmanuelle binnen met de koffie. ‘Papa is een beetje moe’, zegt ze, terwijl ze met een okergele koffiekan de porseleinen koffiekopjes vult. ‘Helemaal op, versleten.’ De galeriehouder knikt begrijpend. ‘Ik zal mijn bezoek kort houden. Ik wil het alleen even over zijn vriend Pierre Fauré hebben.’

De blik van Roche blijft onveranderd – het bezoek lijkt hem weinig te interesseren – en hij blijft zwijgen.

Emmanuelle pakt een handgeschreven papiertje uit de lade van de tafel en schuift deze naar de galeriehouder toe. ‘Hier. Dit is de laatste brief die papa van Pierre heeft gehad. Leest u ‘m maar voor – misschien leeft hij er van op.’
De galeriehouder legt de brief voor zich neer en begint enigszins beschroomd het kladje te lezen.

‘Lieve Lou,

Mijn beste vriend. Mijn broeder. Mijn zielsverwant.
Ik kan het niet meer. Ik kan me er niet meer toe zetten om die lelijke, verroeste meccanodriehoek te schilderen. Als ik op zee ben wil ik schilderen wat ik zie, niet wat de mensen (die verdomde toeristen!) willen zien. Ik ben een kunstenaar, geen kitschenaar, godverdomme. Tot snel, P.’

‘Twee maanden later was-ie dood’, zegt Emmanuelle er meteen achteraan, en schuift het briefje weer naar haar toe. ‘Hij schoot zichzelf door zijn hoofd. Op zijn boot, zo’n oude zalmschouw. Na vier dagen werd hij gevonden door een visser – zijn hoofd was al half aangevreten door de vogels.’

De mondhoeken van de oude Roche hangen verder naar beneden. Hij wendt zijn blik naar de haak in zijn hand. ‘Die haak is het enige wat hij nog van Pierre heeft’, legt Emmanuelle uit. ‘Het was zijn gelukshaak. Zijn talisman. Hij had ‘m altijd bij zich, ook toen hij stierf.’ Ze roert door de koffie. ‘Met dat ding heeft-ie dus zijn oog uit zijn kop getrokken’, voegt ze er nog aan toe. De galeriehouder kijkt haar enigszins geschokt aan. ‘Opdat hij maar arbeidsongeschikt verklaard zou worden, hè. En dat gebeurde ook. Vanaf toen hoefde hij niet meer naar de fabriek en kon hij elke dag naar zee om te schilderen, dat wat hij het liefst deed.’

De oude man, nog steeds onbeweeglijk, fluistert zacht dat hij naar bed wil. De galeriehouder drinkt zijn nog hete koffie in enkele slokken op en staat op van zijn stoel. ‘Dan ga ik er maar weer eens vandoor’, zegt hij, en kucht. ‘Ik wil u alleen even zeggen dat de zeeportretten van uw vriend mateloos populair zijn. Maar ik hoorde dat u jarenlang bevriend met hem bent geweest, en ook werken voor hem hebt verkocht, dus ik wilde u dat even mededelen. Vandaar mijn bezoek.’

Voor het eerst kijkt de oude Roche op. Pierre Fauré, de man die bij leven geen zeeportret had verkocht, blijkt ineens populair te zijn. Pierre Fauré, de man die in het laatste halfjaar van zijn leven de Eiffeltoren, de Pont des Arts en wat al niet schilderde – op zee nota bene, om maar een beetje geld te vangen – blijkt gelijk te hebben gehad toen hij zei dat hij een miskend talent was. Pierre Fauré, de vriend voor wie hij in dat halfjaar elke zondagmiddag op de Champs-Élysées diens aquarellen verkocht, was zijn tijd, en dus ook zijn dood, vooruit. Roche brengt de haak naar mijn mond en kust het. ‘Pierre Fauré: artiste’ piept hij.

Door: Nick Muller

Standaard
Bob Ross

In die tijd

Met haar achter op de fiets rijdt hij moeizaam door Amsterdam. Dat ligt niet zozeer aan haar, maar meer aan zijn topografische onkunde en fijn gevoel voor verdwaling.
‘Weet je zeker dat we goed gaan?’ vraagt ze en om tijd te winnen roept hij eerst ‘wat zeg je?’ en nadat ze de vraag herhaald heeft, antwoordt hij iets bemoedigends.
Maar echt zeker weten doet hij niet.
Is dit niet de straat waarin dat karaoke café staat? The End of zoiets. Het bier was er duur en de liedjes goedkoop.
‘Auw,’ roept ze. ‘Graag iets minder hard over die drempels, pannenkoek. ‘
Hij verontschuldigt zich en slaat rechts af. Dit lijkt inderdaad op de straat die hij vanochtend in Google Streetview heeft bekeken. Langs de McDonalds en dan voor het café met die rood-witte luifel linksaf.
‘We zijn er bijna,’ roept hij naar achteren.
Een taxi scheurt vlak langs hun.
‘Gelukkig!’ roept ze terug. ‘Mijn kont houdt het niet meer.’
Haar arm steviger om hem heen.
‘Nog een minuutje of drie!’ roept hij met een zekerheid over de tijd die nergens op gebaseerd is.
In elk winkelraam ziet hij zichzelf met haar door de stad fietsen. Het is een mooi plaatje, waar hij eerst niet naar durfde te kijken, zo moeilijk vond hij het te geloven dat het echt gebeurde. Hij met dit meisje op zijn fiets door zijn stad.

Onhandig frummelt hij het hangslot door zijn voorwiel en om een hek. Die tip van een stadse fietsenmaker met vieze smeerhanden had hij altijd onthouden: zet je fiets in Amsterdam altijd vast aan iets. Anders tillen ze hem binnen no time zo in een busje en zie je hem nooit meer terug.
Wie ‘ze’ zijn had hij maar niet gevraagd.

Samen lopen ze door het park. Hij heeft vrij genomen deze dag en zo te zien werkt er vandaag, op het horeca personeel na, niemand in Amsterdam.
‘Is dit park nou speciaal gemaakt voor Vondel?’ vraagt ze.
‘Nee joh. De naam was eerst Het Nieuwe Park, ergens rond 1867. Een paar jaar later kwam er een standbeeld van Joost van den Vondel in te staan en toen ging iedereen het Vondelpark noemen.’
‘Aha, ‘ zegt ze. ‘Dat vind ik nou zo leuk aan je. ‘
‘Wat?’
‘Dat je zoveel weet. Je bent een soort levende Wikipedia. Of is dit nou het leeftijdsverschil?’
Hij lacht, zoals hij de hele dag al lacht. ‘Ik doe maar wat, joh. Er zijn genoeg dingen te noemen die ik ook niet snap of weet, hoor.‘
‘Zoals?’
‘Heb je even?’
Ze kijkt op haar pols waar geen horloge om heen zit en zegt: ‘Tijd zat.’
‘Oké, komen ze,’ begint hij. ‘Hoe kunnen sommige mensen in hun eentje zo fietsen dat je er niet langs kunt? Waarom is het Amsterdam en niet Amsteldam? En waarom vind ik het zo jammer dat Bob Ross niet meer op televisie is?’
‘Wie?’
‘Ai. Dat is wel een leeftijdsdingetje, ben ik bang.’
‘Maakt niet uit. Ik check de Wikipedia-pagina wel een keertje,’ zegt ze en hij lacht zoals hij de hele dag al lacht.

Standaard
Bob Ross

Ter nagedachtenis aan Oom Bob

Geachte aanwezigen,

Gek genoeg is het eerste dat me te binnen schiet als ik aan Oom Bob denk, dat mijn ouders een middagje gingen Bob Rossen en ik vreesde voor zijn leven. Ik was zeven of negen, zoiets, en ik wilde niet dat ze hem in elkaar zouden timmeren. Nu weet ik natuurlijk dat het om recreatief schilderen ging, maar ik ben toen helemaal naar het huis van oom Bob gefietst om te voorkomen dat ze hem in elkaar zouden slaan. Toen mijn ouders daar niet bleken te zijn, was ik in de war en vooral beschaamd. Ik herken dat gevoel nog precies. Het is hetzelfde gevoel dat ik kreeg toen ik op een verjaardagspartijtje mijn vader dacht te omhelzen, maar ik het been van een andere vader vond. Intense schaamte.’

‘Nergens voor nodig natuurlijk, want een aantal levensfases later vond ik dat juist mijn ouders zich voor het Bob Rossen zouden moeten schamen. Nog een fase later besefte ik dat niemand zich ergens voor hoefde te schamen.
Het Bob Ross-verhaal zelf kent ook zijn eigen levensfases. Het is een vaste gast op verjaardagen in mijn familie, maar men is steeds minder blij met hem. Eerst was het een aangename verrassing als hij zomaar langskwam. Later begon men eraan te wennen dat hij er was, soms was hij er zelfs veel te vroeg. Op een gegeven moment nodigde hij zichzelf uit, terwijl niemand daar op zat te wachten. Zeker niet toen beide Bobs er niet meer waren.’

‘Mijn ouders hadden niks door. Bulderend gelach veranderde met de jaren langzaam in een smalend, vol medelijden glimlachen. Het verhaal werd een redmiddel voor vooral mijn moeder als ze niks meer te vertellen had. Als ze klaar was met opscheppen over mijn zus en mij al op haar typerende, kleinerende manier tevergeefs had proberen te motiveren door te zeggen dat mijn boek er nu echt aan zat te komen. Inclusief steeds hetzelfde halve grapje, met een stemmetje van de reclame: ‘Geld lenen kost geld.’ Ik zit standaard met een hand op mijn voorhoofd op de verjaardagen waar ik nog kom.’

‘Maar vooral herinner ik me de verjaardag van Ans. Ik stond samen met Bob op het balkon te roken. En ineens zei hij dat hij er klaar mee was. Met het ontzettende niks. Met de algehele saaiheid die regeerde over zijn leven. Hij begon verwijten te maken. Dat niemand naar elkaar omkeek. Dat ze hem veroordeelden om wat hij deed. Hij vertelde dat hij al jarenlang met zichzelf worstelde, maar dat het de laatste tijd meer olieworstelen was. Hij kreeg geen grip op zichzelf. Ik vond dat een grappige metafoor, moest erom lachen. En dat vond hij wel weer mooi, geloof ik. Hij vertelde over dat hij helemaal klaar was met het werk dat hij deed. Ik vroeg hem of hij het er zo af en toe over wilde hebben en toen begonnen onze wekelijkse afspraken. Na de eerste keer wist ik het al: hier zat een boek in. Elke week vertelde hij me over zijn leven en hij vertelde alles. Zijn beroep, de band met zijn vrouw, zijn ziekte. Ik kreeg een beknopte uitleg over erectiestoornissen en hoe ze daar in zijn vakgebied mee omgingen. Maar ook dat hij een mannetje had gehad dat zijn eikel waste, bijvoorbeeld. Enfin, ik ga niet alles verklappen. We zijn nu hier, bij de lancering van mijn langverwachte debuut: Oom Bob en de Prostaat van Ontbinding. Deze is voor jou, oom Bob. Proost.’

Standaard
Bob Ross

Grngjdjkkgf

Presentator: ‘Jaaaa, goedemorgen dames en heren. Welkom bij een nieuwe aflevering van Goedemorgen XL! Vandaag hebben we in de uitzending: De bijzondere tweeling Bob en Ross Verhoeven! Goedemorgen Bob en Ross.’

Bob: ‘Goedemorgen.’
Ross: ‘Gmnorgje.’
Bob: ‘Ross heeft wat moeite met praten.’
Presentator: ‘Ah, een spraakgebrek dus.’
Ross: ‘Nesh, droi nesmol.’
Bob: ‘Hij zegt dat je normaal moet doen.’
Presentator: ‘Dat maak ik zelf wel uit.’
Ross: ‘Hmpf.’

Presentator: ‘Goed, jullie zijn dus tweelingbroers. Eeneiig?’
Bob: ‘Ja.’
Ross: ‘Drn zagn zn.’
Presentator: ‘Wat zegt ie?’
Bob: ‘Dat zeggen ze.’
Presentator: ‘Wie zeggen dat?’
Bob: ‘Deskundigen.’
Presentator: ‘Oké, maar jullie denken van niet?’
Ross: ‘Zn prsnea nzsnun.’
Presentator: ‘Wat zegt ie?’
Ross: ‘Hfssmaa! K zns bu.’
Presentator: ‘Pardon?’
Bob: ‘Hij zegt: Hallo! Ik zit erbij! Daarmee bedoelt hij dat je ook gewoon aan hem zelf kunt vragen wat hij zegt.’
Presentator: ‘Maar ik versta hem niet. Goed, vertel eens. Hoe komt het dat Ross een spraakgebrek heeft?’

Bob: ‘Hij is als jonge jongen uit een boom gevallen en kan sindsdien niet goed meer praten. Hij is tijdens die val ook een oor verloren, omdat hij daarmee achter een tak bleef hangen.’
Presentator: ‘Dat is wel sneu. En verder. Jullie zijn bijzonder, omdat jullie een overeenkomst hebben met een wereldberoemde kunstschilder.’
Ross: ‘Ds nlot.’
Bob: ‘Dat klopt. Wij heten Bob en Ross én hebben het zelfde beroep als de schilder Bob Ross.’
Presentator: ‘Dat is grappig! Ja, lieve luisteraars, toeval bestaat dus écht. En wat schilderen jullie zoal?’

Bob: ‘Huizen.’
Presentator: ‘Ah. Huizen. En schilderen jullie die dan na of gewoon vanuit de losse pols?’
Bob: ‘Nou, we schilderen vooral de kozijnen. ‘
Presentator: ‘De kozijnen?’
Bob: ‘Ja, wij zijn geen kunstschilders. Dat wilden we wel worden. Ross is rechtshandig en ik linkshandig. Vroeger schilderden we samen hele doeken vol. Hij begon rechts en ik links en zo werkten we naar elkaar toe. Maar sinds het ongeluk kan Ross alleen nog rechte lijnen tekenen.’
Presentator: ‘Oh, maar rechte lijnen zijn ook mooi, toch?’

Ross: ‘Sj, mn Palk Morsjaan besnot la.’
Presentator: ‘Wat zegt ie?’
Bob: ‘Hij zegt dat Piet Mondriaan al bestond. En dat is natuurlijk ook zo. Als je alleen rechte lijnen kunt maken, ben je al snel een imitator van Mondriaan en dat wilden we niet. Dus gingen we gewoon kozijnen schilderen.’
Presentator: ‘Mijn redactie had gelijk. Jullie zijn inderdaad bijzonder! Samen de naam van Bob Ross, jullie kunnen schilderen als Piet Mondriaan en Ross heeft het uiterlijk van Vincent van Gogh. Ja lieve luisteraars, dit was het weer voor vandaag. Volgende week in de uitzending: de gebroeders Albert en Hein Smit!’

Standaard
Bob Ross

Het Legendarische Loket

Het Eindhovens Dagblad was de eerste die Maria ‘de Bob Ross van Eindhoven’ noemde. Zelf geloofde ze dat ze die titel te danken had aan haar snelheid van werken, maar de rest van Eindhoven wist dat haar excentrieke kapsel de oorzaak was. Feitelijk was de uitspraak zelfs volkomen misplaatst, want Maria was ongeveer zo sympathiek als Bob schrijver was.

Na gepest te zijn op de middelbare school besloot Maria dat ze de rollen eens zou omdraaien. Na omzwervingen via het bedrijfsleven, goede doelen en een eigen onderneming in Delfzijl vond ze haar plek in Eindhoven. Ze werd Medewerker Burgerzaken op het gemeentehuis en al gauw berucht. Burgers die toevallig op haar loket afstapten, zagen hun geplande schutting doormidden gezaagd, die leuke uitbouw vernietigd en eventuele trouwplannen nietig verklaard. Het duurde een half jaar voordat de ruimte voor haar loket leek op de gedemilitariseerde zone tussen de twee Korea’s.

De prima cao van overheidsmedewerkers maakte het onmogelijk om Maria te ontslaan. De regels waren duidelijk en zij volgde ze tot op de letter. Haar managers zochten naar een oplossing en besloten haar administratieve klussen te geven om de dagen te vullen. En zo bleef ze zitten, 23 jaar lang. Haar loket werd eens in de paar maanden bezocht door een nieuwe inwoner van Eindhoven, die meestal maar drie minuten nodig had om gedesillusioneerd naar huis te keren. En zo werd ze beroemd, na het stuk in het Eindhovens Dagblad. Ze werd Eindhovenaar van het Jaar en er kwamen toeristen met rugzakken en zonnebrillen naar het legendarische loket kijken. In de Lonely Planet voor Eindhoven werd ze opgenomen als een must-see.

Schoonmaakbedrijf De HelderCycloon besloot haar loket te gaan sponsoren. Met de slogan ‘Uw straatje ook zo schoon? Kies De HelderCycloon’ wist het lokale bedrijf in drie jaar tijd uit te breiden tot de rest van Nederland en zelfs over de landsgrenzen. Maria had een deel van de omzet bedongen als vergoeding voor de sponsoring en werd zo stinkend rijk. Ze deed haar oude Golf weg en kocht de nieuwste Range Rover, waarmee ze voortaan op twee plaatsen parkeerde. Daardoor ontstond een arbeidsconflict met een motorrijdende collega, die weliswaar nog prima naast de auto van Maria kon parkeren, maar het principieel onjuist vond dat een auto meer ruimte zou krijgen dan een motor. En omdat Maria weigerde in te binden en dat een onwerkbare situatie veroorzaakte, kon de Manager Burgerzaken niet anders dan haar ontslaan.

Binnen vierentwintig uur stond een woedende menigte op het Stadhuisplein. Zo’n zesduizend mannen en vrouwen joelden leuzen als ‘Die manager zingt zijn laatste aria, wij willen Maria!’ en ‘Wee jullie gebeente, Marie hoort bij de gemeente!’

Burgemeester Rob van Gijzel, die normaal gesproken alleen zulke menigtes voor zich zag bij de sporadische kampioenschappen van PSV, liet een onderzoek uitvoeren door een gerenommeerd onderzoeksbureau. Toen dat na twee maanden werd gepresenteerd aan het college van burgemeesters en wethouders, bleek dat de stad Eindhoven sinds het vertrek van Maria drie miljoen euro minder had verdiend aan toerisme. Meer argumenten had Van Gijzel niet nodig: Maria werd de nieuwe Manager Burgerzaken.

De maandag na dat besluit zat ze weer op haar vaste plekje. En voor haar loket stond een rij die naar buiten liep en zo ver uitstrekte dat er kraampjes met hot dogs langs de rij kwamen te staan en na een paar uur uitverkocht waren. Eén voor één kwamen de burgers de vrouw bedanken die hen jarenlang geschoffeerd had. En Maria glunderde.

Standaard