Verhaal #295 • Afgesproken thema: Bob Ross

Kitschenaar

Uit zijn broekzak haalt monsieur Roche een haak tevoorschijn. Het is een dikke vishaak, gemaakt om marlijn en heilbot mee te vangen. Hij houdt de haak in zijn hand, kijkt ernaar, vouwt zijn broze, bijna doorzichtige hand om de haak en wrijft met zijn duim zachtjes over het bledje.

Monsieur Roche en de galeriehouder zitten al een poos zwijgzaam tegenover elkaar. De galeriehouder kijkt naar Roche, Roche kijkt naar buiten. Dromerig en melancholisch, zijn ogen zo dof als een beslagen badkamerspiegel. De betonnen gebouwen waar hij op uitkijkt zijn grauw, veel grauwer nog dan in de winter – zwarte zomermist is de oorzaak.

Voorzichtig: ‘Die haak die u daar heeft, is die van Pierre Fauré geweest?’

Na een korte stilte beaamt hij dat, zonder op te kijken, zacht en hees: ‘Ouais.’
Het is weer even stil.

Dan komt Emmanuelle binnen met de koffie. ‘Papa is een beetje moe’, zegt ze, terwijl ze met een okergele koffiekan de porseleinen koffiekopjes vult. ‘Helemaal op, versleten.’ De galeriehouder knikt begrijpend. ‘Ik zal mijn bezoek kort houden. Ik wil het alleen even over zijn vriend Pierre Fauré hebben.’

De blik van Roche blijft onveranderd – het bezoek lijkt hem weinig te interesseren – en hij blijft zwijgen.

Emmanuelle pakt een handgeschreven papiertje uit de lade van de tafel en schuift deze naar de galeriehouder toe. ‘Hier. Dit is de laatste brief die papa van Pierre heeft gehad. Leest u ‘m maar voor – misschien leeft hij er van op.’
De galeriehouder legt de brief voor zich neer en begint enigszins beschroomd het kladje te lezen.

‘Lieve Lou,

Mijn beste vriend. Mijn broeder. Mijn zielsverwant.
Ik kan het niet meer. Ik kan me er niet meer toe zetten om die lelijke, verroeste meccanodriehoek te schilderen. Als ik op zee ben wil ik schilderen wat ik zie, niet wat de mensen (die verdomde toeristen!) willen zien. Ik ben een kunstenaar, geen kitschenaar, godverdomme. Tot snel, P.’

‘Twee maanden later was-ie dood’, zegt Emmanuelle er meteen achteraan, en schuift het briefje weer naar haar toe. ‘Hij schoot zichzelf door zijn hoofd. Op zijn boot, zo’n oude zalmschouw. Na vier dagen werd hij gevonden door een visser – zijn hoofd was al half aangevreten door de vogels.’

De mondhoeken van de oude Roche hangen verder naar beneden. Hij wendt zijn blik naar de haak in zijn hand. ‘Die haak is het enige wat hij nog van Pierre heeft’, legt Emmanuelle uit. ‘Het was zijn gelukshaak. Zijn talisman. Hij had ‘m altijd bij zich, ook toen hij stierf.’ Ze roert door de koffie. ‘Met dat ding heeft-ie dus zijn oog uit zijn kop getrokken’, voegt ze er nog aan toe. De galeriehouder kijkt haar enigszins geschokt aan. ‘Opdat hij maar arbeidsongeschikt verklaard zou worden, hè. En dat gebeurde ook. Vanaf toen hoefde hij niet meer naar de fabriek en kon hij elke dag naar zee om te schilderen, dat wat hij het liefst deed.’

De oude man, nog steeds onbeweeglijk, fluistert zacht dat hij naar bed wil. De galeriehouder drinkt zijn nog hete koffie in enkele slokken op en staat op van zijn stoel. ‘Dan ga ik er maar weer eens vandoor’, zegt hij, en kucht. ‘Ik wil u alleen even zeggen dat de zeeportretten van uw vriend mateloos populair zijn. Maar ik hoorde dat u jarenlang bevriend met hem bent geweest, en ook werken voor hem hebt verkocht, dus ik wilde u dat even mededelen. Vandaar mijn bezoek.’

Voor het eerst kijkt de oude Roche op. Pierre Fauré, de man die bij leven geen zeeportret had verkocht, blijkt ineens populair te zijn. Pierre Fauré, de man die in het laatste halfjaar van zijn leven de Eiffeltoren, de Pont des Arts en wat al niet schilderde – op zee nota bene, om maar een beetje geld te vangen – blijkt gelijk te hebben gehad toen hij zei dat hij een miskend talent was. Pierre Fauré, de vriend voor wie hij in dat halfjaar elke zondagmiddag op de Champs-Élysées diens aquarellen verkocht, was zijn tijd, en dus ook zijn dood, vooruit. Roche brengt de haak naar mijn mond en kust het. ‘Pierre Fauré: artiste’ piept hij.

Door: Nick Muller



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard