Tuinieren

Het Bloemenboek

Het erf van Mama Lotte was het grootste erf dat kleine Lisa kende. Het erf van haar moeder was zo groot als zes stappen van voren naar achteren en acht stappen van links naar rechts. Het erf van tante Sa was 10 stappen van voren naar achteren en acht stappen van links naar rechts. Maar het erf van hun moeders moeder was veel te groot voor Lisa om de stappen te tellen. In plaats daarvan telde ze de tijd dat ze van de ene uiteinde naar de andere kon rennen. Palmentuin kon Lisa rennen van de ene ingang naar de andere in zestien tellen, en die van Mama Lotte twee keer zoveel.
Elke zondag wanneer haar moeder en tante hun grootmoeder bezochten gaven ze Lisa vrij om te rennen over het erf. Door de week zat Lisa in een buurt waar elke week een overval gepleegd werd of een kleine meisje door auto’s overreden werd. Dus zat ze maar in huis met haar grote bladeren en bloemen boek die rook naar vers getrokken thee. Want elke zondag mocht Lisa vrij rondrennen. En vaak glipte ze een bloemetje of blad in haar zak om te laten drogen in haar boek. Ze zette een paar stevige woordenboeken erop liggen, en een paar weken later snoof ze de bittere zoete geur uit de pagina’s.

Maar op een dag vond Lisa een vreemd soort blad in een hoekje van het erf. Het was een sterachtige blad met zigzag randen die heel eenzaam tussen de fajalobi’s en angalampoes groeide. Lisa negeerde de struik met de vurige liefdesbloemen en de opgezette fleurige rood en gele bloemen die als een trap uit elkaar groeide en toch niet in haar schrift zou passen, en ging voor het vreemde kruid. Het rook raar maar niet onprettig, besloot ze voor ze de blad in haar broekzak frommelde.

Een paar weken later tijdens het schoonmaken vond de moeder van Lisa haar bloemenschrift. Ze keek eventjes rond als ze iemand zag, en legde toen haar neus tussen de pagina’s en snoof diep. Een diepe bittere maar zoete geur kwam eruit. Met iets extra’s, maar moeder kon het niet precies plaatsen. Ze nam nog een grote snuif en legde het schrift weer onder de woordenboeken.
Niet lang kwam tante op bezoek. Ze had de woordenboeken die ze aan moeder geleend had nodig. Tante Sa zag haar zus dansen op haar erf en elke zevende stap naar achteren en negende stap naar links of rechts botsen tegen het hekwerk. Voordat ze moeder erover kon vragen zag ze echter haar woordenboeken op een dikke bundeltje schriften. Tante keek eventjes rond als ze iemand zag, en legde haar neus tussen de pagina’s…

Kleine Lisa kon nog een hele tijd rennen van de ene kant van oma’s erf tot de andere. Oma zelf bleef nog steeds op de klok kijken tot een van haar dochters haar klein dochters zou ophalen. Toen de zon al dreigde onder te gaan besloot oma haar zelf maar naar huis te brengen, maar niet voor ze een eenzame sterachtige blad tussen een struikje plukte.

Door Zerachiel van Mark

Standaard
Tuinieren

Nieuw leven

Ze keek hem lachend aan, maar hij zweeg. Rustig wandelde hij door de lege voorkamer. De makelaar had niet gelogen, de zon had hier in de middag inderdaad vrij spel. En het was zeker geen verkeerde wijk. In de auto hiernaartoe hadden ze dat al opgemerkt. Brede trottoirs, voldoende supermarkten in de buurt en speelveldjes met wipkippen en glijbanen. Wat heeft een mens nog meer nodig?
Een tuin.
Als hij ergens van hield, dan was het wel de mogelijkheid om op elk gekozen moment van de dag de achterdeur open te doen en de tuin in te stiefelen. In de zomer lekker in de zon met een kopje koffie de krant lezen, ’s avonds voor het slapen gaan nog even de longen volzuigen met verse lucht of in de winter lekker actief in de weer met de sneeuwschep. Deze tuindrang, zoals hij al veel vaker tegen Evelien had gezegd, was het enige wat hij had overgehouden aan zijn jeugdjaren in de provincie.
‘Martijn, ik vroeg je wat. Ik meen het. Is dat niks?’
Hij klopte op een muur om iets te testen, maar hij had geen idee wat. Toch voelde het als iets wat je moest doen in een huis dat eventueel de basis ging worden van een heel nieuw leven.
‘Ik ga niet in een volkstuintje zitten, Evelien,’ antwoordde hij. ‘Ik ben misschien wel achtendertig, maar nog niet met pensioen.’
Ze zuchtte en ging op de brede vensterbank zitten. De zon gaf haar blonde haren een gouden randje.
‘Ik snap het niet,’ zei ze. ‘Alsof jij ineens groene vingers hebt. Jij struikelt nog over te lang gras. Om nog maar te zwijgen over die lading hooikoortspillen die je elk jaar naar binnen werkt.’
‘Daar gaat het toch niet om,” zei hij harder dan hij eigenlijk bedoeld had. De lege kamer werkte als een klankkast van een akoestische gitaar. ‘Ik wil gewoon naar buiten kunnen wanneer ik wil,’ zei hij iets zachter.
‘Maar dat kan toch ook? Op een halve minuut lopen zit een park.’
‘Dat is anders.’
‘Hoezo? Dat is toch ook buiten?’
‘Dat is niet van ons.’
‘Nee, gelukkig niet. Als we dat ook nog zouden moeten schoonhouden.’
Hij lachte en ging naast haar zitten. De vensterbank was dus ook van goede kwaliteit.
‘En wat als de kleine er is?’
‘Dan gaan we iedere dag met hem-‘
‘-of haar.’
‘Met hem of haar naar het park. Echt Martijn, dit appartement is geweldig. Dat voel jij toch ook?’
Hij stond op en liep richting het achterraam. Het uitzicht op de stad gaf hem een machtig gevoel. Hij, de knurft van het provinciedorpje, stond hier toch maar even de succesvolle Amsterdammer uit te hangen.
Hij draaide zich om en wandelde richting de keuken. Daar inspecteerde hij wat keukendingen, deed een paar kastjes open en weer dicht en constateerde dat om een kookeiland heenlopen hem vreemd genoeg een soort gevoel van voldoening en rust gaf.
Langzaam liep hij weer de voorkamer in. Ze was inmiddels opgestaan en keek door het raam naar buiten. Op de muur van zag hij haar schaduw. Een perfect profiel met een wonderschone dikke buik.
Even stonden ze daar in stilte en luisterden naar de stad. Een trambel, een optrekkende auto, het vrolijke gekwetter van het schoolplein.
Het was goed zo.
‘Weet je, Evelien? Misschien is het balkon wel genoeg buiten voor me.’

Standaard
Tuinieren

Regina’s Outlet

Eigenlijk is hij medewerker van de plantsoendienst in Amsterdam Noord, maar Regina noemt hem Nikos de tuinman. Ze heeft hem ontdekt op het veldje achter de flat. Aan de rand daarvan doet Nikos de bomen en de perken met rozenbottelstruiken. Volgens Regina komt Nikos uit Griekenland en heeft hij een onorthodoxe opvatting van tuinieren. Met korte, krachtige halen trekt hij lange stukken dode klimop van een boom.
Hij gaat zacht uitgedrukt rigoureus te werk en hetzelfde kan gezegd worden van zijn levenskeuzes, vindt ze. Op zeer jonge leeftijd ontvluchtte hij zijn geboorteland, om zo de dienstplicht te ontlopen. Na een lange reis per boot en vier vrachtwagens was Amsterdam zijn eindbestemming. ‘De stad waarvan hij droomde, waar hij een romantisch dichtersbestaan zou leiden, met veel wijn en mooie vrouwen. Dat heeft anders uitgepakt,’ denkt Regina hardop.

Regina heeft haar eigen hondenuitlaatservice: Regina’s Outlet. Erg handig, want dan komt ze lekker vaak bij Nikos in de buurt. Dan haalt ze de honden op en neemt ze mee naar het veldje.
Hem aanspreken heeft ze nog niet gedurfd. Ze is verre van het type dat zomaar op iemand afstapt. Regina komt uit een familie van uitgesproken mensen. Haar zus, bijvoorbeeld, Chantal. ‘De reden dat Vincent van Gogh zijn oor afsneed,’ heeft hun vader ooit over haar gezegd.
Over haar ouders gesproken: Bij hen in de gang hangt een tegeltje met de tekst ‘spreken is zilver, zwijgen is fout.’ Dat geldt niet voor Regina. Ze is het type meisje dat op de lagere school via doorgegeven briefjes haar liefde probeerde te bereiken, maar altijd anoniem. Het meisje dat op de middelbare school haar hart in haar keel voelde bonzen, terwijl haar vriendinnen verhalen vertelde over stiekem zoenen in het fietsenhok. Zij verzon dan altijd haar eigen zoenverhaal, terwijl ze dacht aan alle avonden waarop ze met haar knuffels had geoefend. Later lag ze dan huilend in haar bed.
Op haar zestiende zoende ze voor het eerst. Het moment dat ze zich zo vaak en zo anders had voorgesteld, vond plaats op ponykamp. Ze hadden stiekem gedronken. Thomas, een jongen waar ze helemaal niet verliefd op was, lag half slapend op een bankje. Toen had ze haar beugel uitgedaan en haar tong in zijn mond gestoken. Ze had geen idee of hij het de volgende dag nog wist, er was nooit meer over gesproken.

Regina wordt zo ontzettend blij van Nikos. Elke week als ze thuiskomt nadat ze de honden weer bij hun baasje heeft afgeleverd, past ze liedjes aan, zodat ze over hem en haar gaan. Zingend danst ze dan door de kamer.
‘Nikos, I’ve had… the time of my life! Oh I’ve never felt this way before.’
Een ander is: ‘Wij zijn Nikos en Regina, samen op de Cita.’
Ze weet dat het weinig hout snijdt, maar ze vind het gewoon leuk. En elke vrijdagmiddag, als ze weer een nieuwe tekst heeft gemaakt, verlangt ze naar het hebben van genoeg lef om iets tegen hem te zeggen. Naar een klein beetje van de voor de rest van haar familie zo vanzelfsprekende zelfverzekerdheid.

Iedere vrijdag dat ze Nikos ziet, wordt in haar notitieblok genoteerd. Zorgvuldig beschrijft ze alles wat er gebeurd was. Zijn bezigheden, zijn handelingen. Hoe hij eruit zag, welke honden ze heeft uitgelaten en het liedje dat ze heeft aangepast.
Ze heeft nu al een flink aantal Nikos en Regina-liedjes. Ze fantaseert over hun bruiloft, waar een band dan het hele repertoire zou spelen. Dan zullen ze dansen en op het moment suprême zal hij haar dan optillen, net als in de film.

Op een zekere vrijdagmiddag in april belt Chantal aan. Ze komt helpen met de honden, zoals ze hebben afgesproken. De zussen besluiten eerst een kopje thee te drinken, alvorens ze de teckels van mevrouw Hendrickx gaan halen. Terwijl Regina in de keuken de waterkoker aanzet, ziet Chantal het notitieboekje liggen. Nikos & Regina staat erop. Ze bladert en leest.

Vrijdag 28-3-2014, Nikos is er. Spijkerbroek, donkerblauwe trui en groene bodywarmer. Gras gemaaid. ‘Nikos, the night belongs to lovers. Nikos, the night belongs to us.’

‘Wie is Nikos?’ roept Chantal de keuken in, terwijl ze met haar stoel naar achter wipt.
Ze kijkt naar buiten. Een stevige man aan de rand van het veldje is bezig de rozenbottels te knippen. Chantal doet het raam open, en roept: ‘Hee, Nikos! Ben jij Nikos? Nikos, lekker ding!’
De man schudt zijn hoofd.
‘Hoe laat komt Nikos?’
‘Ik werk hier al jaren, maar ik ken geen Nikos. Sorry.’

Later die dag ligt Regina huilend in haar bed.

Standaard
Tuinieren

De hazelaar

Samen kochten ze een huis met een tuin. Een tuin waar de kinderen konden spelen, de katten konden jagen op de vele vogeltjes en zij gezellig in de zon konden zitten. In een hoek stond een prachtige hazelaar, met grote groene bladeren en honderden nog net zo groene noten. Samen keken ze naar de bloeiende rododendrons. En dan drukte ze zich tegen hem aan en kuste z’n wang.

Op een dag ging hij met pensioen. Hij had genoeg getimmerd. Het was tijd om uit te rusten, te genieten van de kleinkinderen en zijn vrouw lief te hebben. En die tuin, die moest ook nodig worden opgeknapt. De inmiddels uitgebluste hazelaar kon met wat handig snoeiwerk wel weer wakker geschud kon worden. Dat ging hij doen, dat was z’n plan. Nu eerst die vrouw maar eens liefhebben.

Ze werd ziek. Het waren haar longen. Het vele roken had ze geen goed gedaan, en daar moesten ze nu allebei voor boeten. Een dokter zei dat ze geluk hadden dat het geen kanker was, en dat ze nog een heel aantal jaren voor zich hadden, maar dat ze het wat rustiger aan moest doen. En waarom ook niet. Hij was nog topfit en kon best een stapje extra zetten. Die hazelaar kwam later wel.

Ze hield vol. De pillen waren niet aan te slepen en de doktors stonden elk kwartaal wel in haar te poeren, maar ze hield vol. Hij bracht haar een beschuitje met suiker en een kopje thee op bed en deed nu niet alleen de afwas, maar kookte er ook bij. En soms keek hij naar buiten, naar de hazelaarnoot die de zon kwijt was. Ze drukte zich tegen hem aan en kuste z’n wang.

Toen hij voor de vierde keer in twee weken een kop thee liet vallen besloot zij dat het tijd was voor de dokter. Hij mopperde wat, maar ging toch. Een spierziekte bleek, het progressieve verloop kregen ze er gratis bij. Hij zou steeds minder kunnen, misschien vroeger, misschien later. Onzin, vond hij, zo’n vaart zou dat niet lopen.

Steunend op z’n rollator keek hij naar buiten. Buiten zaagden twee van hun kinderen de hazelaar om. Hij was op en nu een gevaar voor het schuurtje ernaast. Het was beter zo. Z’n oudste keek op en zag hem in het raam staan. Hij knikte. Goed werk, jongen. Zij drukte zich tegen hem aan en kuste z’n wang.

Het was druk in de kerk. Alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waren er. Vrienden, kennissen en oude collega’s kwamen haar stilletjes condoleren. Ze zat, met haar hand op een kist van hazelaar.

Standaard
Tuinieren

Eindstation

Ze wilde niet kijken, maar het lukte haar niet haar ogen er van af te houden. Ze schaamde zich een beetje en voelde zich bezwaard. Het was alsof ze via live stream in iemands slaapkamer keek. De man tegenover haar in de trein zag niets. Hij sliep. Een fles water lag als een baby in de kom van zijn arm.

Het duurde al een tijdje nu, die seinstoring. Kaat had gewoon door zitten lezen, maar toen ze merkte dat ze toch al een aantal minuten stilstonden, had ze opgekeken van haar boek. Ze zuchtte. Haar dag was lang geweest. Vandaag had ze eindelijk haar allerlaatste sessie bij de psychiater gehad. Ze hoefde van hem niet meer terug te komen. De traumatische ervaring op haar vijftiende lag achter haar.
Nu wilde ze genieten van een gloeiendhete douche, een vrije vrijdagavond en een onbezorgd weekend. Compleet met warme broodjes, koffie en jus d’orange als ontbijt.

Ze had de omgeving in zich opgenomen en zag dat ze al bijna bij het eindstation waren. Ze herkende de volkstuintjes die langs dit deel van het spoor lagen. Er zou nog één klein station tussen liggen en dan zou de trein op centraal arriveren.
Toen ze de beweging schuin achter het tuinhuisje zag, had ze eerst niet zo in de gaten wat het was.
Tot ze besefte dat daar een stelletje lag te vrijen, in één van de tuintjes.
Ze kleurde een beetje rood toen ze zich voorstelde dat de jongen aan het meisje had gevraagd of ze mee ging ‘tuinieren’ en dat hij er een dikke, vette, veelbetekenende knipoog aan had toegevoegd. Het meisje zou vast hebben gegiecheld, bij hem achter op de fiets zijn gesprongen en zich vreselijk ondeugend hebben gevoeld.
Kaat probeerde haar aandacht weer op haar boek te richten. ‘Een mooie jonge vrouw’ van Tommy Wieringa. Het Boekenweek geschenk. Ze was niet de enige die met het boek in de trein zat, hoewel de gratis reizen actie al lang was afgelopen. Mooi geschreven was het wel, maar het verhaal kon haar niet zo boeien. Vooral nu niet, nu ze wist dat iets verderop een stelletje seks had. Dat zij dachten dat niemand hen kon zien en dat Kaat het juist wél kon zien vanuit de bovenste verdieping van de dubbeldekstrein. Dat wond zelfs Kaat op. Ze was dus niet helemaal frigide geworden.
Haar ogen dwaalden weer naar het paartje.

Net op dat moment stond de jongen op. De broek trok hij vanaf zijn enkels omhoog en ze kon aan zijn beweging van achteren zien dat hij hem dichtknoopte. Hij keek om zich heen en liep weg. Het meisje bleef liggen. Dat verbaasde Kaat. ‘Waarom blijft…’ Ze verstarde toen ze het bloed zag. Veel bloed, donkerrood. Haar blik werd naar de slordige, kartelige snee in de hals van het meisje getrokken.

De trein zette zich weer in beweging. En de psychiater zou de komende tijd alsnog bakken vol geld verdienen.

Standaard