Lingo

Wetenschap

Echt, je kunt vanaf ons best lopen, maar omdat m’n moeder moe is en Jamie lui of andersom, moeten we met de fiets. Onderweg naar het Nemo zie ik drie rode bussen achter elkaar, allemaal slaan ze af naar rechts (of voor hen links natuurlijk) de tunnel in. Iedereen weet dat drie rode auto’s achter elkaar geluk brengen, dus eigenlijk had ik niet zo chagrijnig hoeven zijn. Maar dat gebeurt de laatste tijd gewoon. Daar kan ik ook niet zo veel aan doen.
Dat hele wetenschapsmuseum is natuurlijk flauwekul en er is eigenlijk maar één leuk ding, dat is een show met elektriciteit, en als je wordt uitgekozen kun je de bliksem aanraken en gaat je haar rechtovereind staan en zo. Als de presentator naar ons vak van het publiek toekomt om iemand uit te kiezen, kruis ik mijn vingers en wens dat ik het word. Maar natuurlijk wordt het Jamie want het wordt altijd Jamie, behalve als het om iets slechts gaat, dan kijkt iedereen mij ineens aan. Hij is pas negen en jij bent al dertien, zeggen ze dan. Na de show vraag ik aan die presentator met z’n suffe bril en vlinderdas waarom hij Jamie koos en niet mij en hij vertelt met dat het is zoals met Lingo. Dat met die ballen, dat ze moeten grabbelen.
Ik snap er niet veel van, maar de volgende dag als meneer Van Groen de nagekeken proefwerken wiskunde uitdeelt fluister ik zachtjes ‘groene bal, groene bal, groene bal’ en echt, ik zweer het, dan staat er ineens een grote rode negen boven dat van mij. Dat is nog nooit gebeurt.
Eén keer kun je negeren, maar als ik het in de pauze en bij Engels nog een keer probeer en we morgen de eerste drie uur vrij én geen huiswerk blijken te hebben, kan ik er niet meer omheen. Ik heb een groot geheim van het leven ontdekt. In de dagen daarop gebruik ik mijn spreuk voorzichtig, iedereen weet dat je bij dit soort dingen niet te gretig moet zijn, dan gaat het mis.
Diezelfde week gaan we met school ook naar Nemo, nóg een keer, je zou bijna denken dat ik het verzin. Ik snap niet dat iedereen er zo enthousiast over is terwijl het slappe trucjes zijn. In plaats van echt over wetenschap te leren ben je de hele dag met plastic bootjes in de weer of krijg je foto’s van enorme harige spinnen en achtbanen voorgeschoteld. Ik bedoel, het populairste onderdeel van het hele museum is zeepsop. Dat zegt wat mij betreft al genoeg.
Als we naar de elektriciteitsshow gaan fluister ik weer ‘groene bal, groene bal, groene bal’ en al weet ik zeker dat het weer lukt, ook deze keer word ik niet gekozen. Na de show trek ik de presentator aan zijn geruite jasje en vraag waarom de spreuk niet werkte. Hij kijkt me met grote ogen aan als ik het uitleg.
“Dat bedoelde ik helemaal niet,” zegt ‘ie. “Ik bedoelde dat het gewoon toeval is, net als met die ballen bij Lingo. Dan is het ook toeval wat ze pakken.”
Ja, daar trap ik natuurlijk niet in. Als ik wegloop fluister ik ‘rode bal, rode bal, rode bal’ en vlak voordat de deur achter me dichtslaat zie ik hem struikelen over de traptreden naar het podium.
Kijk maar uit, wereld. Ik weet nu hoe het werkt. En ik kom eraan.

Standaard
Lingo

Dingen gebeuren

Een paar seizoenen Lingo heb ik moeten missen. Het was in de jaren 2001 tot en met 2005, Nance was de presentatrice en Marja was bij me weg. Op een maandagavond, net na het eten, stond ze ineens in de woonkamer met een weekendtas. “Ik ga naar mijn moeder,” zei ze en voor lange tijd was dat het laatste wat ze tegen mij had gezegd en was het wat ik op verjaardagen en over de telefoon herhaalde tegen vrienden en familie.

In een boek van Ronald Giphart las ik eens dat verdriet voornamelijk in details zit. Die zin ben ik pas gaan begrijpen toen Marja er niet meer was. Ik kon nog zo mijn best doen om me groot te houden gedurende een dag, iets kleins kon me ineens terugwerpen in groot verdriet. Een liedje op de radio dat ze leuk vond of juist waardeloos, de zon in het park waar we allebei zo graag in lopen, een nieuw boek van een schrijver waar ze alles blind van las, de geur van aardbeienthee…

Ik had Marja niet om uitleg gevraagd. Dat ze me verliet, was exemplarisch voor de trucs die het leven altijd al met mij uithaalde. Ik kon nog zoveel plannen bedenken, maar uiteindelijk gebeurde er altijd wel iets dat ik nooit had zien aankomen en alles weer anders maakte. Was het iets negatiefs dan noemde ik het een ramp, was het iets positief dan noemde ik het een wonder.

Marja was een wonder.
Haar vertrek een ramp.

In de eerste paar dagen van haar afwezigheid vluchtte ik in drank en Lingo. Maar waar het televisiespel mij vroeger een goed begin van de avond bezorgde, kwam ik er al gauw achter dat Marja’s vertrek dit definitief had veranderd. Nance kon nog zo vrolijk de kandidaten vragen wat voor werk ze deden en hoe ze elkaar hadden leren kennen, met elke aflevering werd ik er depressiever van. Het was alsof ik Marja in elke vrouwelijke kandidaat zag en mijzelf in elke mannelijke. Wij stonden daar, avond na avond, achter een desk het beste woordspel ooit te spelen. Als een team, een belachelijk goed geolied team. Binnen drie beurten hadden we woorden als ‘flink’, ‘jofel’ en ‘later’ geraden. We deden ons van te voren afgesproken vreugdedansje en enthousiast graaiden we naar de groene ballen. Kijk ze eens gelukkig zijn, die ellendige kandidaten.

Ik kon het niet meer aanzien.
Lingo was een ramp geworden.

Als je er achter komt dat je verdriet niet alleen in details zit, maar ook in grote, belangrijke dingen, val je in een zwart gat. Het was lastig voor me om de gedachte te onderdrukken dat ik nu alles kwijt was waar ik vroeger zo hartstochtelijk voor leefde.
Ik ging steeds vaker naar de kroeg, hier om de hoek. Meestal al meteen na mijn werk. Daar zat ik dan aan de bar met een pilsje of vijf per uur. Soms kwam er iemand naast me zitten, vaker niet.

Na een jaar of vier was dat ook over. Crisis, de kroegbaas kreeg de boel niet meer rond. Van de een op andere dag was-ie dicht. Ik had natuurlijk een nieuwe plek kunnen zoeken voor mijn naderend drankprobleem, maar dat klonk als te veel gedoe voor een man die alles verloren had in het leven. Ik zette het drinken daarom voort in eigen huis en in volkomen stilte.

Op een woensdagavond, net na de magnetronmaaltijd, stond ze in de woonkamer met een weekendtas. “Ik ben terug,” zei ze en zocht een plekje naast me op de bank. Ik zette de televisie aan en samen raadden we het woord ‘lente’ na drie beurten.

Standaard
Lingo

Frederiks Fiasco

Frederik is nooit een angstvallig persoon geweest. Wij noemen hem altijd Wrede Rik. In huis is hij altijd prominent aanwezig, een haantje de voorste. En ja, hij werkt op het advocatenkantoor van zijn vader, maar volgens mij weet niemand wat hij daar precies doet. Lucky bastard.’

‘Ja, zwart, zonder suiker. Lekker. Goed, het is dus zo dat Frederik binnenkort mee zou doen aan Lingo. Na lang aandringen had zijn moeder het eindelijk voor elkaar dat ze hen als team mocht opgeven. De opnames staan eigenlijk over ruim een week gepland. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat Frederik ineens in een soort constante zweem van paranoia leefde. Ik vond het vreemd. Ik kon niet geloven dat het alleen door Lingo kwam.’

‘En toen? Toen kwam hij erachter dat ze bij Lingo de kandidaten altijd grondig checken. Of je geen gekkie bent, zeg maar. Of je weleens in aanraking bent gekomen met justitie. Of je weleens kinderporno kijkt. Of je weleens op inschrijvingsformulieren van jihadstrijders googlet. Waar je tankt, of in- en uitcheckt met je ov-chipkaart. Of je de waterschapsbelasting op tijd betaalt. Waar je op school hebt gezeten. Al je bankgegevens. Waar je gepind hebt.
Creditcards. Al dat soort gezeik wat jullie tegenwoordig nodig hebben om boeven te vangen, omdat jullie incapabele arbeiders zijn.´

´Sorry, sorry. Ik zal op mijn woorden passen. Maar goed, op zich was er dus nog niks aan de hand voor hem. Er was niks waar hij op gepakt kon worden. Ja, er was een foto op Instagram waar hij op stond met dat pak aan, maar daar kon je moeilijk mee bewijzen dat hij het gedaan heeft. […] Hij had een tijgerpak aan, net als ongeveer vierhonderd andere gasten die avond.’
‘Maar goed, dat maakte Wrede Rik dus meer een Afraide Rik. En mij een slimmerik. Ja, ik vind mezelf leuk. Frederik heeft me, toen ik hem confronteerde, alles verteld. Eerst maakte hij zichzelf een paar keer uit voor Ontzettende Kleffe Tosti en Ongelooflijke Berelul. En hij zei de hele tijd dat het niet de bedoeling was geweest. Hij had het niet van tevoren uitgedacht, of zo. En toch leek het de perfecte verkrachting, hoe cru dat misschien ook klinkt.’

‘Uitleggen? Goed. Na een verkleedfeestje op de toko was hij ontzettend dronken, vies en overstuur geraakt. Normaal heeft hij niet zo’n kwade dronk, maar zo’n ontzettend waakvarken had over zijn goede schoenen heen gevomeerd. Dat zag ik trouwens nog gebeuren. Dus was hij boos. En dus moest er een weerloos hertje als prooi fungeren. Zo gaat dat. Maar normaliter nooit op deze manier, natuurlijk. Laat dat vooropstaan.’

‘Hij is geregeld zo ontzettend kogellam dat hij niks meer van een avond weet. En die avond was geen uitzondering, hoor, wat het een wonder maakt dat hij alles nog zo goed voor de geest kon halen. Hij vertelde me alles, tot in detail. De naam van het steegje dat hij haar induwde. Elke keer dat hij zijn ogen dicht deed, zag hij alles voor zich, zei hij. Het straatnaambordje van de Trompettersteeg. Hij vertelde hoe hij haar een klap gaf, waardoor ze haar bewustzijn verloor. Hij beschreef de spetters bloed op zijn tijgerpak. Haar open mond, maar gesloten ogen. Hoe hij haar Duitse lederhosenjurkje omhoog trok en kapot scheurde. Dat hij nog een condoom om wist te knopen..’

‘De reden dat ik naar u toe ben gekomen? Het is een klootzak. Altijd die opmerkingen. Over mijn vader, over waar ik vandaan kom. Ik reageerde nooit. In huis noemen ze mij stille Willy. En ik dacht: als ik naar jullie ga, krijg ik eindelijk gerechtigheid. Om te beginnen: in zijn plaats, met zijn moeder, naar Lingo.’

Standaard
Lingo

Lingo-Lingo

Goedenavond dames en heren, en van harte welkom bij weer een aflevering van Lingo-Lingo!’

‘Lingo-Lingo is de leukste Lingo-variant waarbij alleen moeilijke, rare en vreemde woorden uit jouw branche mogen worden gebruikt. Simpel gezegd: weet je schoonmoeder wat je bedoelt? Dan is dat woord niet toegestaan bij Lingo-Lingo. Mijn naam is Lucile-Lucile en ik heb er enorm veel zin in vanavond!’

‘Vandaag in team 1: twee collega’s uit de reclamewereld, namelijk Herbert van As en Janine ter Mos! Herbert is Client Services Manager en Janine is Executive Account Director. Ze werken graag samen om de ROI en KPI’s van Key Accounts te verhogen. Applaus!’

‘En in team 2: twee supervriendinnen die bij de gemeente Harderwijk werken. Rika Dopt en Martine Overvliet, van harte welkom. Rika is manager burgerzaken en Martine burgermedewerker en ze lunchen graag samen. Applaus!’

‘Herbert, vertel even wat over jezelf.’
‘Ik ben Herbert van As, ik ben Client Services Manager en mijn metier is ROI-verhoging.’
‘Hartstikke mooi Herbert! Je mag beginnen. Drie letters, verplichte afkorting.’
‘ROI: R-O-I.’
‘De R staat op de verkeerde plaats. Janine?’
‘CTR: C-T-R.’
‘Jaaa, helemaal goed! Jullie mogen twee ballen pakken.’

‘We gaan nu eerst naar het tien-letterwoord. Handen op de knoppen, goed kijken…’
‘Cashbeleid!’
‘Goed gezien Rika! JP?’
‘Ja, Lucile-Lucile, cashbeleid is een echt klassiekertje, en betekent eigenlijk niets meer dan ‘ik heb nu geen geld, dus je krijgt geen geld van me’. Door cashbeleid klinkt het alsof jij er zelf niks aan kan doen, terwijl we allemaal weten dat het zeker jouw schuld is. Ideaal dus, op de werkvloer.’
‘Kijk aan! Rika, ben jij van het cashbeleid?’
‘Haha, nou van tijd tot tijd wil het wel eens voorkomen dat ik die gebruik ja, maar altijd met burgerparticipatie als doel. Dat is onze missie.’
‘Hartstikke mooi. Dan gaan we nu door naar de zeven-letterwoorden. Martine, jij mag beginnen.’
‘Winwin: W-i-n-w-i-n.’
‘Geen enkele letter staat ertussen, helaas. Rika?’
‘Papadag: P-a-p-a-d-a-g.’
‘De p staat op de verkeerde plaats, de a ook – oh, de zoemer! Herbert, jij weet het?’
‘Sparren: S-p-a-r-r-e-n.’
‘Helemaal goed! Goed gezien hoor! Jullie mogen twee ballen pakken.’

‘Nou, daar staan jullie dan. In de finale. Nerveus Janine?’
‘Ik denk dat ik de juiste competenties heb voor deze bila, dus zorgen maken doe ik me nog geenszins.’
‘En stel dat jullie zo winnen: wat gaan jullie met het geld doen Herbert?’
‘Ach, zolang de ROI maar naar wens is vinden we eigenlijk alles wel goed.’
‘Hartstikke mooi. Veel plezier dan, en succes!’

Standaard
Lingo

Eerste liefde. E.E.R.S.T.E. L.I.E.F.D.E.

Lingo en een bord bami met saté op schoot. Een perfect begin van de avond. Maar niet vanavond.

Op het moment dat mijn magnetron piept, piept ook mijn telefoon. Een privé bericht via Facebook van Purdey. Ik ben verbaasd. De eerste woorden verrassen me: ‘Leuk om jouw verhalen te lezen.’ Ik voel me vereerd. Maar haar bericht gaat verder. ‘Ik wil je ook laten weten dat Aico is verongelukt met zijn motor.’

De klap in mijn gezicht is met vlakke hand en laat een dieprode afdruk achter.

Aico. Ach Aico. Mijn eerste vriendje. De lange jongen, met puistjes en strenge ouders. Hij woonde in de zogenoemde ‘nieuwe wijk’. Die strenge ouders ja, dat was een dingetje. Onderweg naar mijn huis, kwamen we langs zijn huis, dus we fietsten altijd samen. Het laatste kusje werd altijd gegeven op de hoek. Want oh wee, als zijn moeder zou zien dat hij een vriendinnetje had. Dat was uit den boze.

Toen we drie maanden verkering hadden, mocht ik een keer huiswerk komen maken bij hem aan de keukentafel. Zijn moeder zette thee voor ons. Ze wist niet dat we verkering hadden, maar dat deerde niet. Wij dronken thee, oefenden op wiskunde en hielden onder tafel elkaars hand vast.

We waren jong. We waren veertien. Jemig, wat dachten we de wijsheid in pacht te hebben.
Aico leek ouder. Dat kwam door zijn lengte. Ik was stapelverliefd. Vooral in de zomer. We gingen zwemmen met klasgenoten. In bikini en zwembroek. De hormonen speelden op. Natuurlijk; we waren pubers. De middag dat hij me aan de Maas zoende en zachtjes mijn borsten streelde vergeet ik nooit. Hij was de eerste. Verder gingen we niet; we waren veertien en alles wat Meneer van Grinsven vertelde bij biologie was lacherig en vies. Maar toch… Aico streelde en ik voelde me zijn kleine godin.

Later werd ik gemeen. Het was uit. Ik weet niet meer waarom het uit ging, maar ik vertelde stoer aan mijn vriendinnen dat Aico het vriendje was dat ik niet durfde te zoenen omdat ik bang was dat zijn puisten zouden openbarsten. Ik was veertien. Dan zeg je zulke dingen. Officieel had ik liefdesverdriet. Maar dat was niet stoer genoeg.

Aico. In die tijd hadden we onze eerste computerlessen. Nu Google ik in no time zijn naam en zie ik dat hij pas getrouwd was en bij de politie werkte. Tijdens een motorrit werd hij aangereden door een auto.

Zijn strenge moeder is haar lange, puisterige zoon kwijt. Zijn kersverse bruid is haar man kwijt. Het kind in haar buik is zijn of haar vader kwijt. Ik was mijn eerste liefde al vijftien jaar kwijt, maar vanavond verlies ik hem een beetje extra.
Mijn jeugdliefde is niet meer. Laatst nog zag ik hem carnaval vieren. Ik vroeg me nog af of die paar puistjes écht waren, of dat hij misschien als puber verkleed was. Ik gniffelde er om.

‘Motor’, schalt uit de televisie. ‘M-O-T-O-R’, spelt de blonde kandidate correct. Lucille is enthousiast. ‘Jaaaaaa! Motor is het goede woord! Jullie mogen ballen pakken.’
Ik pak de afstandsbediening en schakel de tv uit.

Standaard