Verhaal #270 • Afgesproken thema: Het weer

Wachtkamergesprek

Ik schenk haar een kort knikje. Ik neem zelfs de moeite om mijn mondhoeken wat omhoog te krullen, om haar te laten zien dat ik het vriendelijk bedoel. Hier mag het van mij bij blijven. Maar daar denkt zij anders over.

Ze was me al opgevallen toen ze de wachtkamer binnenliep. Kort en gezet (ofwel; compact) met een loopje alsof ze hierheen was gefietst zonder zadel. Maar daar mogen geen grappen over worden gemaakt, want misschien is dat loopje wel de reden dat ze bij de huisarts komt. Ze heeft twee tassen bij zich; een neplederen Gucci waarvan ik een diepdonkerbruin vermoeden heb dat deze van de zwarte markt komt (gezien de rest van haar outfit) en een knalgele shopper van de Jumbo. Ze kijkt zoekend de kamer rond en mijn oogcontact geeft onbedoeld het signaal af dat ze wel naast mij kan komen zitten.

‘Zo.’ Ze zet haar tassen op de grond en haalt een schuimrubberen zitring tevoorschijn. Hoewel ze zich er zelf weinig voor lijkt te generen, doe ik net of ik het niet zie. Ik concentreer me op de horoscoop in de glossy van vier maanden terug. Ze plaatst het kussen op de stoel en ploft voorzichtig neer.

Ik had het prima gevonden in een doodse, ongemakkelijke stilte de rest van mijn wachttijd door te brengen. Mij te concentreren op het leesvoer dat de tafel biedt. Doen alsof het me werkelijk interesseert hoeveel champagneglazen Bastiaan van Schaik heeft toegekend aan de kanariegele jurk van Britt Dekker. Blijkbaar zitten de vrouw en ik niet op dezelfde lijn. Ze draait zich mijn richting op en opent haar mond.

‘Hm? Ja, zitten doet wat pijn. Komt omdat het weefsel rond de kringspier wat minder elastisch is, hoor je? Niets om je druk over te maken verder, het hoort er gewoon bij. Is slijtage, dat krijg je als je wat ouder wordt. Valt prima mee te leven hoor, gewoon een kwestie van alles dat uitpuilt weer terugduwen na de ontlasting.’

Oh god. Oh lieve, niet-bestaande god.

‘Jeetje. Heftig’, is mijn korte, doch krachtige antwoord. Ik zak onderuit op mijn stoel. Het was een goed antwoord geweest. Neutraal, nodigt niet uit tot doorpraten en ik heb netjes met twee woorden gesproken. Maar nee. Boodschap komt niet over. Ze voert nog ruim een kwartier een monoloog over haar aambeien en hun invloed op haar gemoedstoestand en kledingkeuze.

‘Het wordt pas echt vervelend als de anus niet meer goed kan sluiten. Niet in de laatste plaats omdat je dan steeds een remspoor in je onderbroek tegenkomt. Ik krijg het wel schoon hoor, ik gooi gewoon al mijn ondergoed in een apart wasje op negentig graden, maar je voelt je gewoon niet fris, snap je?’

Ik blijf strak naar buiten kijken en hoop vurig dat het onweer losbarst. ‘Wow!’, zou ik dan kunnen uitroepen, ‘Hoort u dat? Dát hadden ze niet voorspeld!’ En dan zou het gespreksonderwerp het oude, vertrouwde weer zijn. Maar het gebeurt niet. Helaas.

Door: Vincent van Laar



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard