Shoppen

Bikini

Het was koud. Een gure wind sneed door mijn jas en de regen striemde in mijn gezicht. Het leek wel alsof de wind met me mee draaide, bij elke bocht die ik om fietste had ik hem weer pal in mijn gezicht. Gelukkig hoefde ik nog maar een klein stukje tot het winkelcentrum. Daar zou ik haar ontmoeten. En daar zou ik met haar een bikini gaan kopen. Want zij zou over twee weken vertrekken naar Miami Beach. En daar was geen striemende regen of kou. Daar was het 26 graden in de schaduw.

Ik had haar leren kennen op Twitter en we raakten in zeer geanimeerde DM-gesprekken over van alles en nog wat. Op haar profielfotootje wisselden de foto’s van een goeduitziende, jonge blondine en eerlijk is eerlijk: ik was een beetje verkikkerd op haar geworden. Ik: student journalistiek; zij model en studente verpleegkunde, allebei woonachtig in hetzelfde Utrecht, we moesten elkaar maar eens ontmoeten.

We hadden afgesproken bij La Place op Hoog Catharijne. Zij zou een grijs hoedje dragen, ik een rood petje. Ik zette mijn fiets in de stalling, mijn petje nog eens recht en liep de roltrap op. La Place was boven in de V&D, dus ik moest nog wat trappen op.

Bij het opstappen van de eerste roltrap in de V&D zag ik haar. Het grijze hoedje stond schuin op haar hoofd en ze glimlachte. Eén blik van haar en ik was verkocht. Ze was in werkelijkheid nog mooier dan op haar profielfoto. Mijn hart maakte een sprongetje en terwijl de roltrap me omhoog naar háár voerde, droomde ik weg. Dat zij me vroeg mee te gaan naar Miami. En dat we daar hand in hand liepen over het strand. We dansten, bezweet, verstrengeld in elkaar. Hoe we zwommen en ik naar haar keek, glimmend in de zon. Ik haar prachtige lichaam insmeerde met zonnebrandolie, haar rug, haar benen. En hoe we vreeën in de branding, bij een ondergaande zon. Dat ze haar armen naar me uit stak en ik haar knuffelde en zoende. Hoe ik de welving van haar volle borsten voelde tegen mijn borstkas en haar oppakte bij haar billen, optilde en rondzwierde.

Ik werd ruw uit mijn droom gerukt door haar klap in mijn gezicht. “Wat doe je smeerlap!” klonk het in plat Utrechts. “Ik kén je niet eens!” Ik wankelde verdwaasd achteruit. Ik proefde bloed en greep naar de leuning die ik miste. Ik verloor mijn evenwicht en viel achterover. Mijn gedachten gingen snel. Wat was er gebeurd? Ik zag haar als in slow motion haar handen voor haar gezicht slaan, duidelijk geschrokken van haar eigen reactie. Had ik haar echt opgetild? Haar op de grond gevallen hoedje bevestigde mijn vermoeden: mijn dagdroom had zich vermengd met de werkelijkheid.

Net voor ik met mijn achterhoofd de punt van een roltraptrede raakte, wilde ik nog een excuus roepen; daarna kon ik het niet meer. Ik hoorde het gekraak van mijn rug op de scherpe tredes en toen kon ik helemaal niets meer bewegen. Bloed gutste uit mijn van achter open gebarsten schedel en terwijl de roltrap mij weer terug omhoog voerde en mijn lichaam draaide aan het einde, keek ik haar wezenloos, niets-kunnend aan. Ze begon te braken en rende weg. Ik keek haar na tot het daar liggende grijze hoedje mij het zicht ontnam. Terwijl het einde van de roltrap langzaam trede voor trede onder me door schoof en het langzaam donker om me heen werd, zag ik haar weer door de branding rennen. Het was warm. Haar witte bikini kon haar deinende borsten maar nét…

Door: Sven Guelen

Standaard
Shoppen

Vlieguren

Ik stapte het café aan het Koningsplein binnen met een zelfverzekerdheid die nog nooit zo prominent bij mij aanwezig was geweest.

Het was vroeg in de middag, maar toch al druk. Voornamelijk met toeristen, echte Amsterdammers komen hier niet. Ik scande de gelegenheid naar een vrij tafeltje en vond er eentje achterin.
Martin was er nog niet, maar dat klopte. Hij had me al per sms op de hoogte gebracht van zijn vertraging op het spoor. Het had me niet verbaasd, ik kende hem langer dan vandaag. Een trein eerder nemen voor de zekerheid was ondenkbaar.
Ik ging zitten en bestelde een cappuccino. Bij afwezigheid van een gesprekspartner staarde ik uit het raam. Het viel me op dat ik volledig in overeenstemming was met de huidige situatie. Alleen zitten in een café was iets wat ik vroeger nooit had gekund. Het was te raar. Iedereen zou naar mij kijken. Waarom zit hij alleen? Wat is er met hem aan de hand?
‘He ouwe pik, zit je hier al lang?’
Martin pakte een stoel en ging tegenover me zitten.
‘Dat heb je nog snel gedaan,’ antwoordde ik.
Hij lachte. ‘Ja joh. Ik dacht dat er weer zo’n gekkie gesprongen was, maar het was gewoon even zo’n rood sein waar we voor moesten wachten. Paar minuutjes vertraging, verder prima de bima.’
Ik knikte. De serveerster kwam aanlopen, maar dat moet toeval geweest zijn.
‘Doe mij maar een ijsthee,’ zei Martin en hij legde zijn mobiel op tafel. Het ding trilde, maar Martin drukte de beller weg.
‘Dat kan wel wachten,’ zei hij.
Ik nam een slok van mijn koffie om zo maar niet het onderwerp van onze afspraak op tafel te moeten leggen. Martin had mij uitgenodigd, dus hij moest het spel maar beginnen.
‘Dankjewel, schat,’ zei Martin en hij nam meteen een slok van zijn net gebrachte ijsthee.
Afwachtend op wat zou komen, keek ik uit het raam. Amsterdam was zoals altijd volop in beweging en bestond die dag, kort door de bocht genomen, ook weer uit twee soorten mensen: zij die op vakantie zijn en zij die haast hebben. Zoals het meisje met de blonde haren en een lange blauwe jas. Ze liep haastig op zwarte hakschoentjes en sleepte een rolkoffertje achter haar aan. De vrees om te laat te komen was te lezen op haar gezicht. Een KLM stewardess, die haar vlucht naar Rome niet mocht missen. Haar collega’s zitten al in het toestel dat over een paar uur de warme Italiaanse grond zal kussen.
‘Kijk Adriaan, ik vind het dus geweldig dat we een aanbieding hebben gekregen.’
Het spel was begonnen.
‘Dat geeft ons een heel gunstige uitgangspositie,’ ging Martin verder. ‘De bal ligt niet bij ons.’
‘De bal,’ herhaalde ik. ‘Goh, ik wist niet eens dat er een bal was.’
‘Wij kunnen nu gewoon gaan shoppen bij andere platenmaatschappijen, Adriaan. Kijken wat zij bieden. En daarna pikken we gewoon de beste er uit. Appeltje eitje en we worden allemaal rijk.’
Ik zuchtte. Martin was een oude vriend die ik had leren kennen tijdens een studie bedrijfskunde in Groningen. Ik was na het tweede jaar gestopt om me volledig op de muziek te concentreren, hij had ‘m cum laude afgemaakt. We waren vrienden gebleven, zelfs toen ik een paar maanden geleden naar Amsterdam was verhuisd. Maar uiteraard zagen we elkaar steeds minder. Het verwateren waar vele vriendschappen aan kapot zijn gegaan, zoals roest een oude fiets weg vreet, was begonnen en volgens mij was ik de enige aan deze tafel die dat doorhad.
‘Ik wil helemaal niet gaan shoppen,’ antwoordde ik.
‘Hoezo wil je niet gaan shoppen?’ counterde hij fel. ‘Je bent gek, man. Dít is je kans!’
Ik nam een slok van mijn cappuccino en zette het lege kopje rustig op z’n schoteltje terug. Onderwijl bleven de vragende ogen van Martin op mij gericht. Hij werd ongeduldig, bewoog onrustig op zijn stoel. Maar ik bleef kalm. Die zogenaamde bal lag bij mij. Het draaide om mij. Mijn liedjes, mijn carrière, mijn leven.
‘Martin, ik denk dat jij niet meer mijn zaken moet behartigen. Ik wil het op mijn manier doen. Eerst nog een paar nieuwe liedjes schrijven en dan zie ik wel verder. Het is te vroeg.’
‘Hoezo te vroeg? Je bent gek man. Je hebt een aanbieding!’
Ik bleef rustig, iemand moest het doen.
‘Natuurlijk is het mooi om te weten dat er een platenmaatschappij is die mij interessant vindt,’ antwoordde ik. ‘Maar het is nu voor mij eigenlijk niet veel meer dan een bevestiging dat ik op de goede weg ben. Maar ik ben er nog lang niet.’
‘Nog wat drinken?’ vroeg de serveerster, maar ik schudde van nee. Ik moest eerst dit afmaken.
‘Ik heb ooit gelezen dat je ergens tienduizend uur in moet steken om er echt heel goed in te worden,’ ging ik verder. ‘Je kunt talent hebben, maar in die vlieguren wordt het gevormd en echt goed en waardevol. En zover ben ik dus nog niet. Maar nogmaals, ik zit op de goede weg.’
‘Je bent gek, man,’ zei Martin en hij stond op. ‘Je krijgt maar één kans en die laat je nu liggen. We zijn klaar hier, je zoekt het maar uit met je gitaartje en je moeilijke bril.’
Ik bestelde nog een cappuccino en voelde me goed. Ik had het roer weer in eigen handen. Achterover gezakt keek ik naar buiten. Ik moest denken aan het meisje in de blauwe jas. Zou ze haar vliegtuig hebben gehaald? Ik pakte mijn notitieblokje en noteerde met een voor mij onbekende vastberadenheid een paar zinnen voor een nieuwe liedje:
Let the sun be your guide
This journey is your life
Remember you are a friend of mine
Fly, blue girl fly.

Standaard
Shoppen

Kinderwagen

Ik zit op de fiets om een kinderwagen te gaan kopen.

Er is niets fijner dan de wind door je haar voelen na een bloedstollende remise in een intensief potje Wie Mag Wie Wat Verwijten? met je zwangere vrouw. Tenzij je onderweg bent naar een winkel die ’t Kinderpaleis heet, natuurlijk.
Ik had niet gedacht dat de aanstaande komst van ons kind me zo van mijn stuk zou brengen. Er komen zoveel meer dingen bij kijken dan ik dacht en het legt een immense druk op ons. Op mij, op wat ik voor haar voel. Op alles denk ik: wil ik dit? De angst is zo sterk, dat onzekerheid inmiddels een gemoedstoestand is waar ik hevig naar terugverlang. Meer nog dan naar nu een pakje sigaretten kopen en het zo snel mogelijk leegroken.

Ik hoop dat ik goed zal zijn voor mijn zoon, want dat wordt het. Een jongen. Zij wilde het weten, ik eigenlijk niet. Zij won, toen. Zoals zo vaak.
Een veelgehoorde opmerking over een strenge of bezorgde ouder is ‘Je bent zelf toch ook jong geweest?’ en ik ben juist bang om dat te vergeten, hoe het is om jong te zijn. Dat ik alles uit mijn jeugd dat in mijn geheugen staat gegrift, zowel fijn als vervelend, verwaarloos. Een wijs man zei ooit: je moet niet bang zijn voor de dingen waar je niks aan kan doen. Maar wiens schuld is het als mijn geheugen me in de steek laat?

Een voor een, maar steeds sneller komen de vragen in me op. Moet ik spugen van zijn eerste poepluier? Wil hij op voetbal? Moet ik hem net zo behandelen als ik ben behandeld? Zou hij het net als ik vervelend gaan vinden als papa met nog wat pindakaas aan het mes de chocopasta op zijn boterham smeert? En zal ik dat dan vergeten? Zal ik hem ooit willen slaan met een wandelstok? Zal hij me verachten?
Voor heel even doe ik alsof ik weer jong ben. Kop in de wind, niks aan de hand. Ik fiets met mijn ogen dicht. Ik stel me schokkerige slowmotionbeelden van mezelf als kind voor, begeleid door Lucky Man van Emerson, Lake and Palmer, als was ik ooit gefilmd met een 8mm camera. Ik sta op een strand, wijzend met mijn vinger. Ik ren door de tuin van mijn opa. Thuis aan tafel eten we feestpannenkoeken.
Een rinkelende fietsbel zet de beelden abrupt stil en ik pak mijn stuur weer vast, verontschuldig me en krijg als weerwoord de uitstekende vraag ‘Wat kan je wel?’ toegebeten.

Ik parkeer mijn fiets voor ’t Kinderpaleis en ik stap de rode loper op. Ik haal het briefje dat de vrouw die ik mijn vrouw noem, ondanks dat we niet getrouwd zijn geschreven heeft uit mijn zak. Dit staat er:

– Zorg dat de duwstang versteld kan worden (jij bent veel langer!)
– Ruime bak (Roos en Simone proppen nu bijv.)
– Boodschappen onder?
– Maxicosi opzet?
– Inklappen?
– Past in auto?

Het zijn geen onredelijke eisen. Het is fijn dat zij hierover na heeft gedacht en onderzoek heeft gedaan. Ik zou gewoon een mooie rode hebben gekozen. Maar ik ben er wel boos over. Zij gaat er zomaar vanuit dat ik het niet alleen kan, maar ze wil ook niet mee.
Inmiddels sta ik midden in de winkel en er stapt een veel te vriendelijke medewerker die zich voorstelt als Marcel naar me toe. Of hij kan helpen. Ik zeg dat ik hoop van wel en dat ik een briefje mee heb gekregen. Hij lacht en stelt de retorische vraag of het misschien om mijn eerste kind gaat. Ik kan niet reageren, want mijn ex-vriendin staat bij een rek vol rompertjes met “50% Mama, 50% Papa, 100% Ikke” erop.

‘Fleur? Jij hier?’
‘Dag, Thijs.’
‘Ben jij ook..’
‘Nee, nee. Ik ben hier met Ellen.’
‘Oh, oké. Oké. Ik dacht al.’
‘Wat dacht je?’
‘Niks.’
Even zwijgen we. Ze plukt aan een rompertje. We kijken elkaar soms aan.
‘Dus met haar wel?’
Ik lach op zo’n manier die verraadt dat ik overrompeld ben, wat me wel weer even de tijd voor een helder moment verschaft.
‘Ja. Ja, met haar wel.’
Ik lach weer, maar nu zelfverzekerd en ik loop naar Marcel en geef hem het lijstje met criteria. Ik zeg dat ik graag de allerbeste kinderwagen wil, maar het liefst een rode.

Standaard
Shoppen

Een jurk als een lampenkap

Het stond haar niet. Ze werd er dik van. Maar ja, dat zeg je niet, als man.

Want als je er iets van zegt ben je geen ondersteunende man, dan hou je niet van haar, dan denk je alleen maar aan jezelf. Vrouwen hebben liever dat je liegt. Dat ze er vervolgens bijlopen als geglazuurde appels op een stokje, dat geeft dan niet.

Totdat ze erachter komen, natuurlijk.
Want dan heb jij het weer gedaan. Een ondersteunende man die van haar zou houden en niet alleen maar aan zichzelf zou denken had er wat van gezegd en gezorgd dat ze er niet als zo’n idioot bij zouden lopen. Het is jouw schuld en je weet het.

Dat alles schoot in de seconde nadat Nadia ‘Leuk hè?’ had gezegd, door Hermans hoofd.

Het antwoord was duidelijk. Hij zou zeggen dat het inderdaad leuk is en daarbij z’n ogen wat groter maken dan normaal, zodat het leek alsof hij verbaasd was over haar schoonheid. Hij zou met z’n duim en wijsvinger de stof vastpakken en er bij knikken, keurend als een stalmeester. Ze zou glimlachen, hij zou haar de creditcard toestoppen, heimelijk, alsof ze het niet zelf kon betalen. Ze zou gniffelen en met een lichte tred, bijna huppelend, naar de kassa lopen. Wat was ze jong, wat werd ze aanbeden.

Maar er brak iets, bij Herman.

Als jongen had hij zichzelf beloofd altijd en overal eerlijk over te zijn. Dat was het juiste, had hij ooit besloten. En nu besefte hij pas hoe ver hij van de waarheid was afgedwaald. Hij zat in een wijvenzaak op een klotekruk naar een steeds lelijker wordende vrouw te kijken die zichzelf voorhield dat ze er met een of ander debiel jurkje er weer jaren jonger uitzag.

Nou hield hij van zijn vrouw en wilde hij haar de wijvenzaak en klotekruk met plezier vergeven. Hij had het haar zelfs al vergeven. Daarbij werd hij er zelf ook niet knapper op, nu de jaren begonnen te tellen. Nee, dat was het probleem niet. Het jurkje was het probleem.

En toen sprak Herman. Hij zei het duidelijk, hij zei het hard, hij zei het voor iedereen.

“Nee, het lijkt net een lampenkap.”

Nadia keek Herman met grote ogen aan en haalde haar duim en wijsvinger van de stof. Ze draaide zich om. Ze stapte de kleedkamer binnen. Ze trok het gordijn dicht. Ze kleedde zich om. Ze trok het gordijn open. Ze hing de jurk op aan het rek. Ze liep naar buiten. Ze fietste naar huis. Ze ging op de bank zitten. Ze ging boodschappen doen. Ze at. Ze keek tv. Ze sliep. Ze werd wakker. Ze draaide zich om naar Herman, legde haar hoofd op zijn borst en zei:

“Bedankt.”

Standaard
Shoppen

Scherven brengen geluk – soms

‘Ga je mee shoppen?’, tetterde Sanne vanmorgen enthousiast door de telefoon.

Ik had eigenlijk geen zin, maar ik moest wel. Binnenkort trouwt mijn vriendin en ik heb nog niets fatsoenlijks voor het feest. Een jurkje moest er komen.

Het wilde niet echt vlotten. Na vijf winkels had ik slechts mijn standaard outfit gescoord. Een broek en een T-shirt. De volgende optie was een hippe tent, vol jurkjes, rokjes, bloesjes en trendy accessoires. Normaal mijd ik zulke winkels, omdat ik me er nogal een boerentrien voel. Vandaag maakte ik voor de bruiloft een uitzondering.

We waren de drempel nog niet over of er stond al een verkoopster voor onze neus.
Mijn linkerhand begon te kriebelen. Een teken van ergernis. Ik haat het als ze zo snel op je afkomen. Ik mompelde dat we zélf wel even rond zouden kijken. Sanne keek me verbaasd aan, maar ik schudde mijn hoofd en we liepen door. De verkoopster ging door met het opvouwen van kleding en liet ons even met rust. Het jeuken van mijn hand werd minder.
Toen ze het laatste hemdje had opgevouwen, liep ze in mijn richting. ‘Ben je op zoek naar iets speciaals?’, vroeg ze. Ze zag er belachelijk goed uit, onuitstaanbaar knap en hypermodern. Haar lange benen waren in een zwarte leren broek gestoken. De bordeauxrode blouse golfde om haar slanke bovenlichaam. ‘Ja, maar ik kijk zélf’, bitste ik. No fucking way dat die superieure tuthola mij in een door haar gekozen jurk ging hijsen. ‘Als je hulp nodig hebt, dan roep je maar.’ Ze was overdreven vriendelijk. Voorbeeldig zelfs.

Ik paste een jurkje waar ik bij voorbaat al geen goed gevoel bij had. Dat gevoel klopte. Mijn vetrollen kwamen er goed in uit. Als ik dit met kerst zou dragen, zou het verschil tussen mij en de traditionele rollade minimaal zijn. Miss Perfect zag me dralen voor de spiegel. ‘Wat een énig jurkje’, kefte ze. ‘Met een mooi jasje erop, ga je helemaal de blits maken.’
Mijn hand begon weer te jeuken. Zei ze dit nou expres om mij voor schut te laten lopen?

Het perfecte jurkje vond Sanne in een ander rek. Donkergroen zijde, een prachtig model. Ze gaf het aan mij en ik paste het. Het resultaat stemde me tevreden.
‘Het flatteert niet’, hoorde ik de verkoopster zeggen. ‘Het maakt je dik.’
Mijn blik werd troebel. Er ontstond kortsluiting in mijn prefrontale cortex. Adrenaline schoot door mijn lijf. Het werd zwart voor mijn ogen, chaotische flarden van gedachten schoten door mijn hoofd en mijn lichaam reageerde erop. Mijn voet schoot uit en ik schopte de spiegel kapot. Nee, ik schopte niet. Ik mááide de spiegel in stukken.
Scherven brengen geluk. Maar niet vandaag. Niet voor volmaakte vrouwen met dansende blonde krullen.
De scherf die ik van de grond griste, sneed in mijn vinger. Bloed welde op en druppelde op de grond. De verkoopster vroeg geschrokken of het wel ging. ‘Ik heb me nog nooit zo fantastisch gevoeld, bitch’, beet ik haar toe terwijl ik me naar haar omdraaide. Haar blik veranderde van geschrokken in verbijsterd. Mijn arm schoot uit. De scherf boorde zich in haar rechterwang, net onder haar oog.
Het effect was grappig; door het spiegelbeeld was er dubbel zoveel bloed. Terwijl ik een snee naar haar bovenlip graveerde, stootte ik een hysterische giechel uit.
In de politiecel is het oorverdovend stil. Ik laat de gebeurtenissen van vandaag nog eens de revue passeren en bedenk enigszins opgelucht dat ik mijn nieuwe broek en shirt misschien in de rechtbank aan kan.

Standaard