Verhaal #255 • Afgesproken thema: Cliniclowns

Neus

Ik heb veel bijbaantjes gehad.

Vaak in de horeca of detailhandel. Eindeloos sociaal zijn was mijn specialiteit. Zo nu en dan viel ik ook weleens in, voor vrienden. Bardienst draaien, middagje boeken verkopen of promotiewerk. Maar nooit had ik gedacht dat ik met een rode neus en mijn haar vol confetti datgene zou doen waar ik absoluut niets van moest hebben.

‘Die neus kan je best hebben, weet je dat?’ fluisterde hij zachtjes in mijn oor. Met zijn hand schoof hij mijn haar uit mijn nek en gaf me zo’n typische nek-zoen. Beetje nattig, maar wel met een bite. Ik keek nog eens naar mijzelf in de spiegel. Schreeuwerig, zo zag ik eruit. Alle kleuren van de regenboog hadden zich verzameld in mijn outfit en mijn haar stond recht omhoog.

Ik hoefde niet veel te doen. Ik was eigenlijk een Cliniclown van niets. Ik kon geen ballondieren maken, mijn grapjes begrepen ze niet en acrobatische kunstjes waren al helemaal niet aan mij besteed.

Ik ben hier al eens eerder geweest. Toen hield ik een heliumballon in de vorm van een koe vast, met een veel te lang lint zodat bij iedere hoek de koe bleef haken. Op weg naar haar kamer liep ik zomaar tegen hem op. Zijn witte en rode schmink maakten hem nog enger dan dat zijn gezicht al was. De koe steeg op tegen het plafond. Hij zei geen woord, maar knielde op zijn knieën en trok een tulp uit zijn mouw. ‘Voor wie is die mooie ballon?’ Zijn vraag denderde door de gang. ‘Voor mijn moeder.’ Eigenlijk vond ik dat het hem geen zak aan ging. ‘…maar ik ben al te laat!’ sneerde ik hem toe. Half struikelend over de sleep van zijn geruite jas wees ik de tulp af en trok de koe weer in het gareel.

Die godvergeten kutclown kon ik wel schieten en nu moest ik er zelf één spelen. Was ik wel helemaal lekker? Waarom kan ik niet gewoon een verhaaltje voorlezen?

‘Mag ik je neus eens op?’ ik zat op de rand van een klein bed waarvan de stangen versierd waren met sterren. Ik staarde misschien te lang naar ze, of zij voelde mijn angst – dat kan ook-. Natuurlijk mocht dat. Ik was allang blij dat ik dat rode zwetende bolletje met een goed excuus af mocht doen en klikte ‘m op haar neus. ‘Eigenlijk ben ik bang voor clowns, maar jij bent helemaal niet zo eng’ zei ze wanneer ze scheel-kijkend naar het puntje van haar neus keek om zo het rode gevaarte te beoordelen. Ik was het met haar eens, nu ik er zelf één speelde viel het allemaal wel mee.



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard