Marktplaats

Tegen elk aannemelijk bod

Herinneringen vind ik vaak nare dingen. En dan vooral de herinneringen die je je niet wilt herinneren. Je kunt ze wegstoppen, maar dat helpt niet.

Soms lijkt een herinnering vergeten, maar dan, zonder er iets voor te hoeven doen, komt hij zomaar weer om de hoek kijken. Door een liedje, een geur of misschien wel door dat ene toetje dat hij altijd maakte. Crème brulee. Daar had hij zo’n mooie brander voor.
Een paar maanden terug liet ik bijna een tatoeage zetten. Een piepklein hartje moest het worden. Zwart, en alleen de randjes. Een hartje, want de liefde overwint alles. Daar was ik toen nog heilig van overtuigd. Of eigenlijk moet ik zeggen: daar ben ik elke keer heilig van overtuigd. Het hartje kwam er niet en ook het idee van de alles overwinnende liefde verdween. De herinneringen bleven, want zo gaat dat altijd.
Vroeger maakte ik ze al: doosjes vol herinneringen. Voor elk jaar een nieuwe. Het schriftje met mijn eerste abc in het doosje van 1996, in die van 2005 mijn eerste valentijnskaart. Andere herinneringendoosjes bevatten zelf gedroogde vlinders, zand uit het Spanje van mijn opa en een hele hoop bonnetjes. Van het diner op mijn tiende verjaardag bijvoorbeeld of van de lunch toen oma begraven werd. Kinderdingen.
Doosjes met herinneringen, als je er eenmaal mee begint kan je er nooit meer mee stoppen. Want de herinneringen van nu zijn net zo waardevol als die van vroeger. Was er vroeger een doosje voor elk jaar, nu is er een doosje voor elke man. Vooral op het moment dat het idee van de alles overwinnende liefde weer vervaagt, zijn deze herinneringendoosjes extra waardevol.
Elk doosje zie ik als een hulpstuk. Een hulpstuk om de desbetreffende man zo snel mogelijk te vergeten en de herinneringen weg te proppen in een stukje van mijn hoofd waar ze slechts zelden tevoorschijn komen. 
De meest recente is die van Pepijn. Voor iets dat maar zes maanden duurde, en officieel niet ‘iets’ genoemd mocht worden, is deze herinneringendoos goed gevuld. Misschien komt het door het boek met 250 crème brulee recepten. Door de condoomverpakking van onze eerste seksuele avontuur of het geluks-vijf-centje dat hij voor me opraapte in de supermarkt kan het in ieder geval niet komen. Zijn alle herinneringen verzameld, dan maak ik een foto van het herinneringendoosje en tape ik hem dicht. Extra stevig, klaar voor verzending.
De herinneringendoosjes van vroeger bewaar ik. Dat zijn namelijk het soort herinneringen die altijd even om de hoek mogen komen kijken.
Met de mannen uit mijn leven is het een ander verhaal. Hun herinneringendoosjes stop ik weg. Op marktplaats. Zo ook die van Pepijn. Een doosje vol herinneringen, tegen elk aannemelijk bod.

Standaard
Marktplaats

Field research

De ruimte waar mevrouw Ordelmans in was beland was niet groot. Sommigen zouden het klein noemen, maar voor mevrouw Ordelmans was dat onzin. Ben jij gek!

Ze had in haar jonge jaren een kamertje van zes vierkante meter gehad. Dan was dit niet klein, dan was dit ruim. Dat de jeugd van tegenwoordig niet meer genoegen nam met minder dan twintig vierkante meter voor een kamer is niet haar probleem. Het is net goed dat dat leenstelsel er komt. Tuig. Leren ze weer wat zuinig is.
‘Dag, mevrouw Ordelmans, nogmaals bedankt dat u hier kan zijn. Mijn naam is Peter.’
‘En uw achternaam?’
‘Peter Verdruits.’
‘Dag meneer Verdruits.’
‘Mevrouw Ordelmans, u heeft het afgelopen half uur gebruik kunnen maken van onze vernieuwde website. Mag ik u vragen wat u ervan vond?’
‘Oh het was vreselijk! Ik kon niks meer vinden! Dat is ook het probleem, jullie veranderen veel te veel tegenwoordig. Het moet altijd maar anders. Modern is echt niet altijd beter hoor. Waarom laten jullie niet eens dingen zoals het was? Met het journaal ook. Dat is weer helemaal spannend gemaakt, maar ik vind het zo zielig voor die mensen. Die arme weerman, die staat maar op dat schermpje te klikken en dat lukt allemaal maar niet. Wat is er mis met een apparaatje in de hand? Was dat zo storend? In mijn tijd keken we trouwens gewoon nog naar buiten om te kijken wat voor weer het was, maar goed. Dat is wat anders.’
‘U vond het niks?’
‘Nee, dat kan je wel zeggen ja. Het was net alsof alles helemaal veranderd is! De kopjes waren allemaal weg! Hoe moet ik dan vinden wat ik zoek? Misschien maakt het jullie wel helemaal niet uit of wij het kunnen vinden of niet. Maar ja, dan kom ik ook niet meer iets kopen bij jullie. Moet ik m’n breipatronen maar ergens anders zien te vinden.
Vroeger ging dat veel makkelijker. Als je eentje gedaan had gaf je ‘m aan de buurvrouw en dan kreeg jij weer een andere van de buurvrouw. Heel gezellig was dat ook, want dan zaten we lekker een avondje samen te breien. Wie kent z’n buurvrouw tegenwoordig nou nog? Het is allemaal maar druk, druk, druk! Niemand heeft meer tijd om rustig te zitten met een kopje koffie. Nee, dat moet dan allemaal onderweg.’
‘Was er iets dat u wel goed vond?’
‘Nee hoor, dit was echt niet goed. Ik zei al, ik kon echt niks meer vinden. Dat was heel jammer. Want ik zoek graag dingetjes en datjes. Voor m’n schoondochter had ik laatst een leuk shirtje gevonden. Was nog zo goed als nieuw. Ik had ‘m gekocht en opgestuurd en blij dat ze was! Ze belde me er nog over, dat het zo’n leuk shirtje was. Wel jammer dat-ie gestolen was later, het was zo’n leuk shirtje! Marieke was er zo blij mee geweest. Zonde.’
Een kwartiertje later zat mevrouw Ordelmans weer alleen, nu in een soort kantine. Ze had nog een kopje thee gekregen. Rooibos. Niet zo lekker als ze die zelf altijd kocht bij de kruidenier, maar niet slecht.

Standaard
Marktplaats

Anke54

‘Koffie?’
Als Anke54 ooit een mooie vrouw was, is daar nu niet veel meer van te zien. Haar haren hangen langs haar hoofd als de takken van een treurwilg en haar kleding hangt te ruim om haar lichaam.

Ik bedank en vraag om water. Uit ervaring weet ik dat dit soort vrouwen aan slappe koffie doet. Ooit trof ik er zelfs eentje die filters hergebruikte. Water is veilig, dat is overal hetzelfde.
De geiser slaat aan als ze de kraan piepend opendraait om een glas om te spoelen. Ik ontvlucht het verontrustend antiek klinkende apparaat –er valt toch niet te praten met dat lawaai op de achtergrond. In de woonkamer hangen zware, gele gordijnen. Onder de vaalbruine bank en de leunstoel met bladermotief ligt een pluizig behaard kleed. Er staat een dressoir langs de muur, vol met beeldjes, doosjes en andere prullaria.
‘Daar heb je ‘m.’ Anke54 is achter me in de deuropening komen staan.
‘Waar?’ In de overvolle, warm gekleurde kamer is de reden van mijn komst me nog niet opgevallen.
Ze glimlacht. ‘Hier.’
Met opgetrokken schouders trekt ze de groene paardendeken weg die over de piano gedrapeerd lag, en legt hem aan de kant. Ik weet meteen dat het niks is, daar hoef ik de foto niet eens voor uit mijn binnenzak te halen. De vergeelde toetsen, de resten van stickers die op de middelste octaaf zaten. Alsof een kind hier ooit pianoles heeft gehad. En het hout is niet goed. Ik klop op de behuizing.
‘Dit is geen eiken.’
‘Sorry?’ Anke54 kijkt me aan met fletsblauwe ogen en ik weet ineens zeker dat ze zich bewust is van de fout –leugen- in haar advertentie.
‘Godverdomme.’
Ze schrikt. ‘Pardon?’
‘Je hebt me helemaal naar Slotervaart laten komen terwijl je wíst dat ik op zoek was naar een eikenhouten piano.’
‘Ik dacht…’
‘Jezus Christus.’
Dit is tijdverspilling. Ik sla de deur hard achter me dicht als ik haar flatje verlaat. Ze komt me niet achterna. Pas op de galerij besef ik dat ik het waterglas nog in mijn hand heb. Ik laat het op de leuning balanceren en kijk naar beneden. Grijze stoeptegels, verregende bomen, auto’s met vlekken vogelpoep. Als het glas stukvalt op de stenen onder me begint een scooteralarm te loeien.
De piano op de foto in mijn binnenzak is van ongelakt eikenhout. De toetsen zijn versleten, maar nog wit, niet geel. Echt ivoor. De lage D is kapot; hoe goed je hem ook stemt, er zal altijd een valse toon uitkomen.
‘En?’ Haar stem klinkt hoopvol, zelfs door het blikkerige speakertje van mijn telefoon kan ik horen dat ook zij dacht dat het deze keer raak zou zijn.
‘Het was ‘m niet. Ik zag het meteen.’
‘Kutzooi.’
We zwijgen allebei, een stilte die geen stilte is door het ruisen van de slechte verbinding. Beneden gaat voor de tweede keer het scooteralarm af.
‘Het komt wel goed. De volgende keer hebben we hem. Echt.’

Standaard
Marktplaats

Ook wat waard

Het was dinsdagochtend kwart over tien en Freek zat aan de keukentafel. Geke had koffie voor hem ingeschonken en een iets te groot stuk ontbijtkoek afgesneden. Daarna was ze naar boven gegaan. Zo ging het de laatste zes jaar elke dag en zo was het wat Freek betreft goed.

Maar deze ochtend was anders. Weliswaar was de koffie er, en de ontbijtkoek ook, maar in plaats van daarna zwijgend elkaars weg te gaan, had Geke hem vanochtend streng toegesproken voordat ze de trap opging.
Freek wist dat Geke gelijk had. Geke had immers altijd gelijk. Ze konden inderdáád de kamer op de begane grond goed gebruiken en een beetje extra geld was inderdáád niet verkeerd in deze tijd van crisis. Maar toch, afscheid nemen van twintig jaar lief en leed, dat is niet niks.
Met een ferme slok koffie spoelde Freek een vastzittend stukje ontbijtkoek los en vervolgens slikte hij het allemaal in een keer door. Hij zette het kopje neer en stond op.
‘Geke!’ riep hij bij de trap aangekomen, ‘Geke, kom eens naar beneden, wil je?’
Het duurde even voordat Geke beneden was. Het was haar heup, die werkte al jaren niet meer goed mee. Uitgeput ging ze zitten in haar luxe stoel.
‘En?’ vroeg Geke na een korte adempauze, ‘wat is je beslissing geworden, Freek?’
Even was het stil. Toen schraapte Freek z’n keel en draaide hij zich naar z’n vrouw.
‘Je hebt gelijk,’ begon hij voorzichtig. ‘Misschien is het toch verstandig om een deel te verkopen.’ Hij slikte even, het koste hem toch meer moeite dan verwacht. Hij herpakte zich en vervolgde stellig: ‘Maar wel voor een goede prijs, want het is toch wel even gauw twintig jaar modeltreingeschiedenis wat hier staat.’
‘Oh Freek, dat is geweldig!’ riep Geke. ‘Ik ga meteen een advertentie maken.’ Ze stond op en slofte naar de computer in de hoek van de hobbykamer.
‘Freek!’ riep Geke vanachter de computer, ‘kun je me zo even aanwijzen waar je een paar foto’s van die treintjes hebt opgeslagen? Plaatjes helpen enorm bij het verkopen. Weet je nog hoe snel dat ging met de balletspullen van Marja? En haar rolstoel? Die spullen waren zo weg.’
Twee dagen later was er een koop gesloten met Ronald P. uit Zaandam. Zijn bod van ruim 4.000 euro voor de hele verzameling had Geke geaccepteerd zonder te overleggen met Freek. Dat had ze de vorige keren wel gedaan, maar dat leverde alleen maar ruzie op. Ronald begreep dat hij een topdeal had gesloten en daarom kwam hij de treinen dezelfde avond nog ophalen.
Tijdens het laatste item van het 8 uur Journaal ging de deurbel.
‘Daar zal je hem hebben,’ zei Geke en met een pijnlijk gezicht stond ze op uit haar stoel.
‘Hè Freek, doe gauw even je trui goed. Je zit er verdorie bij als een zwerver.’
Ronald wou niet binnenkomen voor een kopje koffie. Hij had z’n Volkswagen Passat met de kont naar de voordeur toe geparkeerd en hij was al begonnen met het optillen van de eerste verhuisdoos.
‘Doe je er wel voorzichtig mee,’ vroeg Freek, maar Ronald antwoordde niet.
‘Wat je daar aan het inladen bent is toch wel even gauw twintig jaar modeltreingeschiedenis!’ schreeuwde Freek harder dan hij eigenlijk bedoeld had.
‘Volgens mij is dat geen woord!’ riep Ronald terug terwijl hij de achterbank neerklapte.
‘Iemand een stukje kwarktaart?’, vroeg Geke vanuit de deuropening.
‘Zo,’ zei Ronald na een kwartiertje inladen, ‘volgens mij heb ik nu wel alles.’ Hij had alle dozen zelf moeten tillen, Freek had zich met een smoesje over migraine al gauw uit de voeten gemaakt.
Geke kwam naar hem toelopen. ‘Hier,’ zei ze, ‘ik heb de kwark voor je ingepakt. Lekker voor thuis.’
Ronald nam de taart in ontvangst en zocht even naar een goed plekje in z’n auto. Uiteindelijk schoof hij het pakketje maar onder de passagiersstoel.
Hij bedankte Geke en reed toen de oprit toeterend af.
In de lege achterkamer trof Geke haar man weer aan. Ze liep naar hem toe en gaf hem een zoen.
‘Schat, het is echt het beste,’ zei ze zacht.
‘Ik weet het,’ antwoordde Freek, ‘maar het is moeilijk. Het voelt alsof er een deel van me is overleden.’
Geke pakte de hand van Freek.
‘Natuurlijk is het moeilijk, ik begrijp dat heel goed,’ zei ze. ‘Maar bekijk het ook eens van de positieve kant. Strakjes hoeven we niet meer elke keer die ellendige trap op om even bij Marja te zitten. Dat is ook wat waard, toch?’

Standaard