Verhaal #250 • Afgesproken thema: Grijs

Indisch bloed

Ik moet toegeven: je was een betrokken buur.

Soms sloofde je je uit, als er iets geregeld moest worden. Dan bouwde je een partytent op (maar vergat deze weer op te ruimen, en dat is toch het ergste werk). Maar meestal sloofde je je helemaal niet uit en profiteerde je van de goedheid van de mensen om je heen. De vorige keer dat je iets van me wilde, stond je voor mijn deur met een vraag of ik soms mijn parkeerplaats in de garage wilde afstaan voor een familielid van je. Dat vond ik nogal brutaal van je. Ik bedoel, ik moet óók mijn auto ergens parkeren. Ik heb dan geen auto, maar bij mij kan bezoek ook onverwacht op de stoep staan. Ik geloof niet dat je dat begreep. Je hakkelde wat, had het over ‘van je buren moet je het hebben’ en verdween foeterend naar de galerij.
Als er in de buurt een pasar malam werd georganiseerd, was je er als eerste bij om een bevriende cateraar te contracteren. Zodra de handtekeningen waren gezet en het menu was aangevraagd, at je naar hartenlust. Maar er zijn mensen met een kunstgebit, die eten geen saté. En de aluminium warmhoudterrines moest ik zelf terug brengen naar Toko Roos.
We gingen met een busreis naar Keulen. De verkoop van kersenpitkussens en reumadekens in dat hotel had jij helemaal genegeerd. Ik en Diny kochten maar zo’n set omdat we dachten dat het wel zou helpen tegen de stekende pijn in mijn onderbenen, maar het was artrose en daar doet zo’n kussen of deken niets tegen. Ik was wel 200 euro armer. Je had me kunnen waarschuwen.
Op een van je verjaardagen had je een feestje, maar je had ons niet uitgenodigd. Ik hoorde de krontjong de hele nacht door het complex galmen, terwijl ik altijd dacht dat Indo’s van die ingetogen mensen zijn. Het leek wel of je een heel staatscircus had uitgenodigd.
Ik heb jou wel uitgenodigd voor mijn verjaardag, weet je nog? Toen kreeg ik nog een waardeloze houten kris en een wajangpop cadeau. Mijn vrouw heeft het nog een tijdje aan de muur gehangen, maar toen ze overleed heb ik het naar de kringloopwinkel gebracht. Pindakunst, noemde de lommerd het. En terecht.
Er is nog maar weinig waar je mij kwaad mee kunt maken, maar jij hebt het gepresteerd. Sta je hier voor mijn deur te zeuren over je vrouw en haar suiker, ik snapte het eerst niet. Suiker, suiker, de beste smoes om me af te troggelen, dacht ik nog. Maar je had het over haar diabetes. Of je mijn telefoon mocht lenen. Want jullie hadden geen vaste lijn meer. Te duur.
Ik heb zelf een verleden te Bandoeng, dus weet wat het is om in Indië te leven. Maar voor mij ben je het bewijs dat je ondankbaar bent, ondanks dat wij heel veel voor jouw soort mensen hebben betekend. Vind ik toch jammer.
Toen de ambulance voorreed, zag ik je toegesnelde familie huilen. Ja, toen kwamen ze wel. Het hele jaar zie je ze niet. Ik dook achter de vitrage. Lul.

Door: Thomas van Aalten



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard