Verhaal #245 • Afgesproken thema: Razernij

Kassa

In de rij staan, je beurt afwachten, zo eenvoudig was het.

Je moest niet voordringen, niet je ellebogen gebruiken. Als je netjes en beleefd aansloot, dan schoof je vanzelf langzaam op naar de eerste plaats. Het was zijn leidraad, zijn richtlijn. Hij moest bekennen dat het op het werk niet echt opschoot. De reorganisatie had toch een paar stappen terug betekend. Privé was het de laatste tijd ook beduidend minder.
Ach, geduld hebben. Hij knikte vriendelijk naar de vrouw van middelbare leeftijd die hem met haar afgeladen winkelwagentje nét de pas afsneed.
‘Nee, gaat u rustig voor. Ik heb alle tijd.’
De vrouw keek naar de literfles rode huiswijn in zijn rechter-, en de diepvriespizza in zijn linkerhand en haalde snuivend haar schouders op.
‘Het is hier niet meer wat het geweest is.’
Hij zag hoe de caissière een glimlach van het huismerk toonde en de waren aannam die de vrouw één voor één uit het wagentje nam en aanreikte.
‘De hoeveelste is het vandaag?’
‘De zeventiende, mevrouw.’
De vrouw pakte haar handtas van het haakje, opende deze, en rommelde er enige tijd in. Rustig haalde ze een etui eruit, en daaruit een leesbril die ze zorgvuldig poetste voor ze hem opzette.
‘Ach, dan ga ik deze even omruilen. Houdbaar tot en met de achttiende.’
Met het pak halfvolle melk in haar hand draaide de vrouw zich om.
‘Ja, wilt u even schuiven? Dan gaat het wat sneller.’
Het gezicht met de neerhangende mondhoeken en omhooggetrokken wenkbrauwen schoof langs zonder werkelijk acht op hem te slaan.
Een muzaknummer later hoorde hij een diepe zucht die gevolgd werd door een por in zijn rug.
Hij beet even op zijn lippen, knikte zijn hoofd een aantal keer licht op en neer en zette een stap opzij.
Zijn lippen verstrakten terwijl zijn ogen zich versmalden en het leek alsof de omgevingsgeluiden naar ergens ver weg verhuisden. De kartonnen pizzaverpakking maakte een protesterend geluid.
Het hartritme, hoog bonkend in zijn borstkas, leek het verstrijken van de tijd nog verder te vertragen.
‘Dat is dan 243 euro en 18 cent, mevrouw.’
Weer zag hij haar naar de handtas reiken. Nu haalde ze er een portemonnee uit, waar ze één voor één, vier briefjes van vijftig, vier van tien, drie munten van een euro en een muntje van vijf cent neertelde op de kleine verhoging.
‘Oh ja, de bonuskaart. Maar daar heb jij ook niet naar gevraagd,’ hoorde hij haar zeggen.
Het meisje achter de kassa weerkaatste de vileine glimlach met een kort, maar ingestudeerd dienstbaar knikje, en haalde de aangereikte bonuskaart over de scanner.
‘En zegeltjes, die wil ik ook. Dat was je ook vergeten, hé?’
‘Dan wordt het 236 euro en 15 cent. ‘
‘Mevrouw?’
‘Sorry. Mevrouw.’
Het meisje keek niet meer op, maar rolde met korte bewegingen de lange zegeltjesslinger over haar linkerhand.
‘Maar ik heb ook nog een lege flessen bon. Alsjeblieft! Die was jij ook vergeten.’
Hij hoorde de schreeuw; grommend, diep, laag, dierlijk, alsof die werd voortgebracht door iets of iemand, onzichtbaar door de bloedrode waas die hem nu leidde. De waas die hem en zijn rechterarm overnam, waarin hij nu bevredigende herkenning vond.
Keer op keer, slag na slag.



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard