Verhaal #240 • Afgesproken thema: Ontslagen

28 kb/s

Janssen en van den Brink kregen nooit e-post, maar het controleren van de e-post was een dagelijkse en ook wel tijdrovende klus.

Ze deden het samen. Janssen zette de telefoon opzij, terwijl Van den Brink het modem aansloot; de telefoondraad die door Janssen uit het grijze toestel was getrokken, werd door Van den Brink met een deskundig air in het modem geprikt. Daarna werd het modem met het lichtnet verbonden en aangeschakeld; allemaal het werk van Van den Brink. Maar het bedienen van de computer, waarop de e-post binnenkwam, dat was traditiegetrouw Janssens werk. Ook in 2014 zou daar denkelijk geen verandering in komen. De computer draaide op MS Dos.
‘Een prima pc,’ placht Janssen op te merken als hij de mail client Eudora gestart had. Om er meestal aan toe te kunnen voegen: ‘Geen e-post vandaag. Des te beter.’
Maar zo ging het deze dag medio januari niet.
Janssen en Van de Brink, respectievelijk Commies A en Inspecteur bij de dienst Levende Have van de Douane, regio Zuid Holland, hadden er eertijds voor gekozen om niet mee te verhuizen toen de Dienst een nieuwe, protserige toren betrok bij de Maasvlakte. Liever bleven zij in het oude gebouw, waar de trappen in het midden al wat waren uitgehold, hun stemmen door de gangen galmden en de letters op de knopjes van de lift zo vaag waren geworden, dat je moest weten op welke je drukken moest.
Doordat ook schoonmakers en koffiedames naar het nieuwe gebouw waren verhuisd, waren er allengs meer taken op het bordje van de heren gekomen: gebouwbeheer, koffievoorziening, schoonmaak sanitair. Van elk van deze nieuwe verantwoordelijkheden werd weer nauwgezet verslag gedaan, niet in de overigens uitstekende personal computer van het merk Tandy, maar in grote leggers, met potlood en gum.
‘Met potlood en gum kon je toch nog altijd een stuk verder,’ zei Van den Brink meermaal daags.
Het zou niet aardig zijn, maar je zou kunnen denken dat het achterblijven in het oude kantoor niet echt een vrije en autonome keuze was van de heren, maar veeleer een gevolg van het merkwaardige feit dat zij buiten alle verhuisplannen gehouden waren. Dat zou verklaren waarom de twee ambtenaren het onderwerp hartstochtelijk vermeden; de uittocht van alle andere employees, nu zo’n dertig jaar geleden, bleef hardnekkig onbesproken. Zolang het loon kwam, zolang ze elkaar om collegiaal advies konden vragen en zolang de sleutel het nog deed, verrichtten ze hun taken zonder vragen.
Het was ongewoon warm voor januari. Soms deed de zon zijn best, je zag de stofdeeltjes dansen boven het ijzeren bureau van Van den Brink.
‘We hebben e-post!’ De stem van Janssen was hoger dan gebruikelijk.
Van den Brink maakte een aantekening. Hij noteerde datum en schreef er ‘e-post’ achter.
‘Betreft: collectief ontslag,’ las Janssen voor.
Snel stond Van den Brink op, liep naar de wandcontactdoos, en trok de stekker van de Tandy en die van het modem eruit.
‘Ik heb bericht ontvangen dat we overgaan op de post die door de postbode verzorgd zal worden. De e-post is onbetrouwbaar gebleken. De pc moet de deur uit.’
‘Is het zo?’ vroeg Janssen. ‘Ik vraag me af… Zou ik de pc dan mee naar huis mogen nemen? Natuurlijk stellen we een bruikleenovereenkomst op.’
‘Uitstekend, begin daar meteen maar aan,’ zei Van den Brink. ‘Dan kun je hem vanmiddag nog mee naar huis nemen.’
‘Het scheelt ons wel werk, zeg,’ zei Janssen. ‘Die e-post controleren was toch elke keer weer een hele heisa.’
Van den Brink antwoordde niet meer, verdiept als hij was in het narekenen van de rechte tellingen uit november 1973.

Door: Tijl Rood



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard