Vacature

De schildpad op reis

Helemaal alleen op een volkomen eenzaam eiland, in het midden van de Stille Oceaan.

Koraal dat de golven breekt, schaduw van palmbomen en het strandzand nog witter dan Histor Roomwit. En Andries. Andries’ enige taak was het tellen van levende wezens. In z’n taakomschrijving stond dat hij het eiland voor zichzelf had, inclusief het luxueuze appartement in het midden ervan, en dat hij dagelijks een ronde over het eiland moest doen om te kijken welke diersoorten hij tegenkwam. Het had hem een droombaan geleken. Net als de 98.371 andere sollicitanten. Maar hij, Andries Vertwiert, was het geworden. Hij was in een schildpadpak de West-Indische regendans gaan doen en had dat gefilmd. En met de drie miljoen views daarvan ging eigenlijk verder alles vanzelf.

En nu zit hij hier. Met zijn blote benen over elkaar op de grootste tafel van de zeer royale ontbijtzaal van het appartement. Dat lijkt riant, menig onderschrift bij een Instagrammetje van dit tafereel zou “Living the Good Life” bevatten, ware het niet dat het er ruikt naar een schimmelinfectie in de liezen van een rioolrat. Platen met bedorven vleeswaren en bakken vol beschimmelde broodjes vormen het voorprogramma van de hoofdact van verderf: meer dan tien schalen met verrotte vissalades ontsieren het in principe prachtige complex. Een onbewoond eiland is alleen leuk als het niet pas net een onbewoond eiland is. Ze hebben Andries van tevoren wel verteld dat er ooit mensen hebben geleefd, maar hij is vooral verblind geweest door de arcadische beelden van palmbomen en diens kokosnoten waar rechtstreeks rietjes in werden gejast die in zijn hoofd vorm gekregen hebben na het horen van de locatie van zijn nieuwe dienstverband. Kennelijk is het personeel van dit riante stukje welvaart er vrij kort geleden nog geweest. Desondanks ruikt hij, wellicht door de zeer indringende lucht, nog steeds geen onraad. Ook waarom er geen enkel ander levend wezen rondom het verrotte voedsel te bekennen is, zet hem geen enkel moment aan het denken. Hij besluit om een bad te nemen.

In bad krijg je meestal de beste ideeën. Dat had hij ooit eens gelezen, maar waar precies? Die informatie had Andries er niet bij opgeslagen. Een mens kan maar zoveel onthouden en nu hij op dit eiland zit, heeft hij belangrijkere dingen om te onthouden. Hij moet overleven. Overleven alsof hij een karakter is uit die ineens totaal ongeloofwaardige serie Lost.
Maar ook in bad komt onze hoofdrolspeler geen steek verder. Misschien heeft hij zichzelf overschat en is hij helemaal geen onderzoeker. Gaat hij hier niks vinden wat de wetenschappelijke wereld op haar grondvesten zal laten schudden. Hij weet helemaal niks van dieren, laat staan van dieren die met uitsterven bedreigd worden. Barbecueën vindt hij al zo’n gedoe.
Het is eigenlijk ook allemaal te mooi om waar te zijn, beseft Andries al liggend onder een laag zeepbellen. Een jongensboek noemde Matthijs van Nieuwmerk het in De wereld draait door en hij had geknikt ook al leest hij nooit boeken. Tijdschriften vindt hij al zo’n gedoe.
En nu ligt hij hier, in een bad in een verlaten stad op een onbewoond eiland in de Stille Oceaan met nog ruim vier maanden vol leugens voor de boeg. “Classic Andries Vertwiert,” mompelt hij tegen niemand in het bijzonder, want het eiland was nog altijd onbewoond.
Met de geruststellende gedachte dat de werkervaring in ieder geval mooi zal staan op zijn CV, droogt Andries zijn harige rug af. Via de spiegel geeft hij een knipoog naar het schildpadpak dat in de wasmand ligt. Misschien moet hij bij thuiskomst Diederik Stapel eens een belletje geven.

Door: Harm-Jan van Asselt

Standaard
Vacature

Toedeledokie

Adriaan las de sollicitatiebrief nog eens kritisch over, maar hij had het eigenlijk al na een eerste snelle scan gezien.

Een prima eerste alinea, verrassend middenstuk, sterke motivatie en een overtuigende handtekening: dit ging voor Gerard gewoon een kwestie van binnen koppen worden.
‘Waarom solliciteer je eigenlijk?’ vroeg Adriaan en hij gaf de brief terug aan Gerard, nu nog zijn collega bij Administratiekantoor Datema, gevestigd aan Hoofdweg 53 in Workum. Het was rustig op straat, zelfs voor een dinsdagochtend.
‘Ik moet hier weg, Adriaan. Anders komt het niet goed.’
‘Met wat?’
‘Gewoon. Met mij.’
‘Ben je niet gelukkig?’
Zelf schrok Adriaan ook van die vraag. Het was eruit voordat hij het door had. Sinds de zomer van 1999, toen Gerard als junior dataverwerker naast hem kwam zitten, waren ze goede collega’s van elkaar. Ze lachten meteen om dezelfde flauwe grappen, konden beide ineens spontaan de Stiften-scene uit Jiskefets Debiteuren Crediteuren naspelen, maar vrienden waren ze nooit geworden. Na half zes ’s avonds tot de volgende ochtend half 9 spraken ze elkaar niet. Geen sms’jes, geen whatsappjes en zeker geen gepraat over gevoelens. En het werkte.
‘Om je heel eerlijk te zeggen,’ begon Gerard, ‘ben ik al jaren niet gelukkig, nee.’
‘Gjuh,’ zei Adriaan en hij haalde zijn schouders op zoals Edgar dat ook altijd deed in Debiteuren Crediteuren, maar Gerard kon er niet om lachen.
‘Ik meen het. Misschien ben ik wel depressief.’
‘Wauw,’ antwoordde Adriaan. ‘Depressief. Heftig. Loop je ’s avonds de hele tijd te huilen?’
‘Het is best zwaar soms.’
‘Oké. Leuk voor die vrouw van je.’
De collega’s keken elkaar aan, maar zeiden nu niks meer. Wat viel er ook nog te zeggen? Gevoelens waren hardop geuit. Het was een rare dag op administratiekantoor Datema, gevestigd aan Hoofdweg 53 in Workum. Er reed geen auto voorbij.
Het geluid van een trillende telefoon verbrak de stilte.
‘Een e-mailtje,’ zei Adriaan en hij ging met zijn vingers over het schermpje. ‘Zo’n ellendige nieuwsbrief. Ze blijven die rotzooi maar sturen. Misschien moet ik een nee-nee sticker op mijn mailbox plakken.’ Ongelezen legde hij de telefoon weer neer.
‘Maar je vindt het dus een goede brief?’ vroeg Gerard.
Adriaan knikte. ‘Niks meer aan doen. Leuk ook met die lichtelijk erotische anekdote over je oma in de hongerwinter. Pakkend, moet ik je nageven.’
‘Ja? Daar twijfelde ik heel erg over, maar Marieke zei dat ik het gewoon moest doen.’
‘En gelijk heeft ze. Je moet opvallen. Dit soort bedrijven krijgen natuurlijk stapels met sollicitatiebrieven binnen. “Is dit het kantoor met die populaire vacature? Hier weer drie postzakken met brieven.”’
‘Denk je?’
‘Dat weet ik wel zeker. Iedereen solliciteert maar naar een nieuwe baan tegenwoordig. Soms denk ik dat mensen niet meer gewoon gelukkig kunnen zijn met wat ze hebben. Altijd dat gezoek naar beter zonder echt te weten wat dat beter dan is. Nee, dan mijn vader. Mijn vader was 43 jaar bij dezelfde werkgever stratenmaker.’
’43 jaar,’ herhaalde Gerard.
‘Ja, en dat zouden er meer geweest zijn als hij niet vanwege een hernia eerder had moeten stoppen. Maar hij klaagde nooit. En weet je waarom?’
‘Nou?’
‘Omdat hij wist wat hij had: een vast inkomen, een aardige vrouw en een bijzonder knappe en intelligente zoon in mijn persoontje. En dat was voor hem al het geluk dat hij nodig had.’
‘Vind je mij een aansteller, Adriaan? Probeer je dat soms te zeggen?’
‘Jongen, als jij weg wilt, moet je vooral weggaan. Een nieuwe collega is gauw genoeg gevonden. Toedeledokie!’

Standaard
Vacature

Zombies

Jos veegt de korrels slaap uit zijn ogen en bekijkt ze op zijn vinger.

Ze zijn onderontwikkeld, hij wil dat ze langer de tijd hadden gehad. Met tegenzin die in de spiegel extra zichtbaar lijkt, zet hij het scheerapparaat tegen zijn kin. Het zal toch wel niks worden.

Onder de douche volgen de doemgedachten elkaar in zo’n hoog tempo op, dat hij met zijn rug tegen de muur achter hem moet leunen. Langzaam zakt hij met zijn billen langs de tegels naar de badrand. Zijn hoofd valt met open mond naar achter. Z’n nekwervel maakt een knakkend geluid, dat hem kort een gevoel van opluchting geeft. Hij voelt aan zijn hoofd, op de plek waarvan hij meermaals ten onrechte heeft gedacht dat er een tumor achter schuilt.

Zijn pak, dat hij gisteravond heeft moeten afstoffen, hangt al klaar aan de hanger. Het is grijs en hij heeft er een geblokt overhemd bij uitgezocht. Een stropdas hoeft hij niet te kiezen. Hij heeft er maar één, een schuin gestreepte van oranje en blauw. Gekregen van zijn zwager, de man van zijn zus.

Tijdens het ontbijt twijfelt hij over een extra kopje koffie. Hij wil straks scherp zijn, maar niet het risico lopen dat hij daar gelijk naar het toilet moet of te erg uit zijn mond ruikt. Hij smeert eerst maar een boterham met jam. Hij snijdt hem in acht kleine stukjes en brengt ze met een vork één voor één naar zijn mond. Hij kijkt omhoog en mompelt zijn sterke punten. Hij kent ze, denkt hij. Hij vloekt – de mouw van zijn colbert hangt in de jam. Dan maakt hij een boterham met pindakaas, ook in acht stukjes. Dan belegt hij er nog twee met worst. Er is niks vervelender dan een knorrende maag tijdens een sollicitatiegesprek. Jos drinkt drie koppen koffie.

In de spiegel op de gang bekijkt Jos zichzelf. Het colbert steekt onder zijn lichtgroene winterjack uit. Hij draait zijn linkerwang naar de spiegel. Dan zijn rechter. Het zal wel. Hij bekijkt zijn gezichtsuitdrukking als hij nog een keer zijn motivatie oefent.

Jos controleert drie keer of hij de deur goed achter zich dicht heeft gedaan. Hij loopt naar de bushalte. Met zijn tong voelt Jos wat broodkruimels in zijn kiezen en hij vraagt zich af of hij hierdoor voedingsstoffen tekort komt en of dit de oorzaak van zijn aanhoudende vermoeidheid kan zijn.
Bij de bushalte kijkt hij om zich heen en telt de mensen. Acht mannen, zes vrouwen. Waarschijnlijk staan zij er allemaal vaker. Hij hoopt dat hij het zal kunnen. Elke dag, om dezelfde tijd, dezelfde bus nemen. Hij voelt aan een ader in zijn voorhoofd.

Jos ziet dat de rugzak van de man voor hem openstaat. Hij twijfelt om er iets van te zeggen. Het is hier ook zo stil, denkt hij. Zouden meer mensen elkaar hier observeren?
Toch besluit hij iets te zeggen.
‘Pardon, meneer. Uw tas staat open. Het kan zijn dat dit de bedoeling is, maar ik denk..‘ Voordat hij zijn zin af kan maken, heeft de man zich schichtig omgedraaid en zijn tas dicht geritst. Jos haalt zijn schouders op. De bus komt eraan.

In de hal van het grote kantoorgebouw haalt Jos nog eens diep adem. Bij de balie vertelt een vriendelijke vrouw hem dat hij even plaats mag nemen. Er zitten meer mannen in de wachtruimte. Een van hen zit met zijn been te trillen. Een ander pakt koffie uit een automaat en kijkt eens rond. Jos verwacht een vraag als ‘iemand anders nog wat?’ en probeert te bedenken wat hij dan zal antwoorden, maar het blijft gelukkig stil. Dan wordt Jos geroepen, hij mag naar binnen.

Maandagochtend ziet Jos dat de man van de open rugzak hem ziet. Jos begroet hem met de zojuist voor de spiegel vervaardigde glimlach. De man wendt vlug zijn blik af en draait zich schichtig om.

Standaard
Vacature

Gezocht: Schrijver (m/v)

LET OP: DEZE VACATURE IS VERGEVEN.

Schrijversgenootschap De (voorheen) Lege Bladzijde plaatst elke week verhalen rondom een bepaald thema. Met drie schrijvers en een gastschrijver zijn helaas slechts vier van de vijf weekdagen gevuld.

Het Genootschap is daarom op zoek naar een vierde, vaste schrijver.

We zoeken iemand die:

  • vaak en veel schrijft;
  • graag verhalen verzint;
  • spelfouten haat;
  • deadlines accepteert, onthoudt en haalt.

We bieden:

  • een breed en geïnteresseerd publiek, van vrienden tot uitgevers en van fanatieke lezers tot auteurs;
  • een website waar je verhalen geplaatst worden;
  • de kans om jaarlijks 26.000 woorden te schrijven;

Zie jij het zitten om elke week een verhaal van 500 woorden te schrijven? Durf je te stellen dat je geen deadline gaat missen? En kan je gewoon verrekte goed schrijven?

Stuur je motivatie en je beste verhaal naar info@schrijversgenootschap.nl. En als je dan toch zo lekker bezig bent, like ons dan ook even op Facebook.

Kom maar op!

Standaard
Vacature

Ook zij hebben vacatures

‘We zoeken een visionair, een leider, iemand die met beide benen op de grond staat maar precies weet waar hij heen wil lopen. Een mensenmens, maar ook iemand die goed knopen kan leggen. Iemand die recht door zee is, en zwart-wit kan denken wanneer dat nodig is, maar op andere moment weer heel genuanceerd meediscussieert.’

Joeri las de vacaturetekst nog eens door. Wat hem betreft kon dit er prima mee door. Hij was er zelfs wel trots op. Hij twijfelde nog of hij de zin ‘Omarmt tradities, maar schuwt de verandering niet’ zou toevoegen. Per slot van rekening had je zo iemand wel nodig, die niet onnodig tegen de heilige huisjes aan zou komen schoppen. Hij zou z’n kruis moeten gaan dragen, maar datzelfde kruis net zo makkelijk in de brand moeten kunnen steken. Zelfs als daar tegenstand op zou komen.

Met wat kleine wijzigingen had Joeri de tekst aan Bas laten lezen. Die stond nu hoofdknikkend uit het raam te staren.
“Ja. Ja…” begon hij. “Ik voel ‘m wel, Joeri. Volgens mij heb je de essentie van onze organisatie prima samengevat. Maar vergeet je niet dat eigen materiaal noodzakelijk is?”
“Oh ja, dat zal ik even toevoegen. Iets als ‘Eigen materiaal – denk aan het juiste textiel – is vereist’?”
“Lijkt me op zich prima. Ik twijfel een beetje aan die zin met ‘geen negen tot vijf-mentaliteit’. Dat lijkt me zo logisch in ons vakgebied dat het er wat mij betreft niet bij hoeft. Laat ‘m nog even aan Jan-Peter lezen. Die heeft altijd een goed oog voor dit soort dingetjes. JP, kom er even bij, wil je?”
Jan-Peter keek verstoord op van z’n werk. “Wat is er? Ik moet nog een hoop voorbereiden voor vanavond. De fakkels zijn nog niet klaar en de route moet worden omgelegd door die werkzaamheden aan de Stationsstraat. Ik kan het nu eigenlijk even er niet bij hebben.”
“Het duurt maar heel eventjes. Het gaat om die vacaturetekst.”
Verzuchtend kwam Jan-Peter overeind en fronsend las hij de voorsteltekst van Joeri.
“Poeh, wel een hoop slagen om de arm hoor. Kan het niet wat directer? Bijvoorbeeld ‘veel werk in de avonduren, goed zicht vereist’?”
Joeri zuchtte. “Dat is toch niet directer? Zet er dan gewoon op dat-ie racist moet zijn.”
“Krijg je ‘m nooit geplaatst”, reageerde Bas.
“Nee, maar op deze manier krijgen we nul kandidaten” viel Jan-Peter hem bij.
“Natuurlijk wel. We moeten er gewoon op vertrouwen dat mensen dit net zo’n mooi avontuur vinden als wij. We doen het gewoon zoals-ie nu is. Klaar. Zijn we er maar vanaf. Joeri, zet jij ‘m online?”

Vijf minuten later stond de advertentie op Monsterboard: ‘Vestigingsmanager M/V (32 uur)’. Reacties konden naar ‘info@kkk.nl’.

Standaard