Autopech

Klokslag twaalf uur

Nog maar een half uurtje en dit ellendige jaar is voorbij. Een verse start.

‘Nieuw jaar nieuwe kansen!’ Of heeft Gaston van de Postcode Loterij daar auteursrecht op?
Whatever, nog twintig kilometer tot Haarlem en mijn Ford Fiesta heeft wel zin in een feestje. God weet dat ik het verdiend heb. Ik zit ineengedoken achter het stuur met een zonnebril en muts tot over mijn oren. Waarom? Dit gemotoriseerde blikwerk is geleend van een vriend met een voorliefde voor neonlichten en theatrale Thunderdome stickers. En ik heb simpelweg een reputatie om aan te denken, homie.

Het is nu zes maanden geleden en ik moet aan haar denken terwijl ik stoplichten negeer. Waar zou ze nu zijn, en belangrijker, met wie? Waarschijnlijk hangt ze nu amandel diep in de keel van een of andere ‘beeldend kunstenaar’. Het enige wat hij alleen niet uit kan beelden is geld op zijn bankrekening. Ik zie hem al voor me. Zo’n veganistische motherfucker met het postuur van mijn vorig jaar overleden oma die zijn eigen biologische soepstengels en humus meeneemt naar feestjes. Een wandelende wanprestatie die op zijn 29e nog studeert omdat hij zich ‘niet kan conformeren aan de hedendaagse maatschappij’ maar nog wel de huur laat betalen door zijn ouders. Met zijn ‘Carpe Diem’ tatoeage en aubergine kleurige beanie.
“HET IS ZOMER DUDE, WAAROM DRAAG JE EEN WOLLEN MUTS?!”
Omdat niemand anders het draagt, daarom. Lekker rebels. Ja, een echte hedendaagse Braveheart. Hopelijk is zijn volgende project touw en een wankelend krukje.

Misschien is het wel beter zo. Onze relatie was een bubbelloze champagne. Het smaakte wel maar je voelde dat er wat miste. Het was niet meer bruisend. Het was Jip en Janneke champagne en iedereen verdient Moët. Fuck die ruzies en gevoelens, ik ben liever alleen als ik niet bij haar kan zijn.

Een schel geluid wekt me uit mijn dromerige gedachtegang.
Het is te vergelijken met een geluid dat ik voor het eerst hoorde toen ik zeven jaar oud was. De Olympische Spelen waren op tv en ik raakte geïnspireerd. Een maandje eerder was ik jarig geweest en had ik een hamster cadeau gekregen. Verguld van blijdschap noemde ik hem Bob. Waarom ik mijn hamster Bob had genoemd? Omdat Bob, simple and plain, de meest geniale naam voor een hamster is. Bob zou de meest atletische hamster ter wereld worden. Hij zou de wereld rondreizen, andere hamsters ontmoeten en natuurlijk een gouden plak pakken op de Hamalympics.

Met een hart vol jeugdige overmoed monteerde ik het motortje van mijn raceauto op het loopwiel van Bob. Zijn tijden waren niet best en rijp voor verbetering. Het resultaat was een dooie hamster, vies t-shirt, en een wervelwind aan helse geluiden dat zich het best laat omschrijven als een mix van een krolse kater en een grasmaaier. Of een cd van Ilse de Lange. Serieus, dat kind kan echt niet zingen. Alsof er een schaap geschoren wordt.

De deja-vu klanken kwamen ditmaal, samen met een aantal flinke rookpluimen, onder mijn motorkap vandaan. Het feestje op vier wielen verandert binnen luttele minuten in een stoomboot en ik besluit uit te wijken naar de vluchtstrook. De motorkap gloeit als een kookplaat en mijn vingers functioneren als braadworstjes. Nog tien minuten tot middernacht en ik vier mijn nieuwe start op een bevroren vluchtstrook langs de snelweg. God bestaat en hij mag me niet.

Terwijl ik verdrink in zelfmedelijden en mijn sokken als handschoenen gebruik stopt er een auto. Het heeft geen zin, het is al te laat. Met mijn geluk zit er een Oekraïense kogelstootster achter het stuur die mij klokslag twaalf uur verkracht en ineengevouwen achterlaat in de berm als een gebruikte zakdoek.

Ik besluit het erop te wagen en pak mijn rugtas van de achterbank. Met kalme pas wandel ik richting de stilstaande auto. Ik kijk omhoog. Boven mij fonkelen duizenden sterren aan een heldere hemel. Het is stil. Nog een paar minuten en het feest barst los. Met mijn rechtersok open ik het portiek.
‘Luister, tof dat ik mee mag rijden maar één natte tong in mijn oor en Nederland is een Amber Alert rijker.’

‘Weet je zeker dat er Amber Alerts bestaan voor jongens in hun mid-twenties? Heet het dan geen Albert Alert of geldt dat alleen als er burgermeesters vreemdgaan?’

Mijn mond valt open en de sokken vallen van mijn handen. Dan en daar maak ik mijn eerste goede voornemen van het jaar; ik ga vaker liften. Twee azuurblauwe ogen omringt door gouden lokken en een Prodent smile trekken mij de auto in. Zij is zo leuk dat ze wel Zweeds moet zijn. Ze lacht alsof ze mij al jaren kent en ik lach nostalgisch terug. Onze vonk verlicht de hemel met duizenden kleuren. Ik ben het korte lontje, zij het kruit, maar samen zijn wij klokslag twaalf uur vuurwerk.
Door: Yordi Tromp

Standaard
Autopech

Een loodzwaar spel

Freek moest het deze week zonder auto doen. En net nu hij een afspraak buiten Bussum had, kon je dat pech noemen.

Niks aan de hand, snoes,’ had hij tegen zijn vrouw Annet gezegd. ‘Dan pak ik toch lekker de trein? Miljoenen normale mensen gaan zo elke dag naar hun werk. Niks is voor deze jongen te min.’
‘O Freek, je bent zo normaal gebleven,’ had ze geantwoord en ze sloeg de spijker op z’n kop: ondanks alle fans en Twittervolgers was “Volkse” Freek van Stuntermanzen belachelijk normaal gebleven. Zijn manager, de in “het wereldje” relatief onbekende Gerrit “Majoor” Braasbalk, had hem daar weleens op aangesproken. In Nederland wordt je pas echt een grote ster als je jezelf boven de rest stelt, was zijn mening. Een maaiveld is er om je hoofd boven uit te steken.

In de trein raakte Freek in gesprek met de man tegenover hem in het vierzitje. Zoals dat gaat bij normale mensen in de trein.
‘Jij hebt een bekende kop,’ zei de man.
‘Dat klopt,’ antwoordde Freek en hij deed zijn zonnebril af. ‘Ik ben bekend.’
‘Van de televisie?’
‘En van de radio en van het internet. Ik ben een bekend mediapersoon, zeg maar.’
‘En u reist gewoon met de trein?’
‘Daar voelt dit persoontje zicht niet te min voor als u dat soms denkt.’
‘Nee nee, dat dacht ik helemaal niet,’ zei de man geschrokken. ‘Maar ik zal u niet verder storen. U hoort dit vast allemaal veel vaker.’
‘Inderdaad, maar ja, het hoort er nu eenmaal bij, zullen we maar zeggen.’ Freek deed zijn zonnebril weer op en vervolgde: ‘Beroemd zijn heeft z’n voordelen, maar elke dag herkend worden door wildvreemde mensen wens ik mijn ergste vijanden nog niet toe.’
Hij zuchtte even en ging toen verder: ‘Je speelt eigenlijk elke dag een spel. Mensen zoals u staan daar niet bij stil. Een loodzwaar toneelspel spelen wij Bekende Nederlanders. Dag in, dag uit. Het houdt nooit op. Alsof wij acteurs zijn die ook buiten het theater om ons stuk moeten opvoeren. Want je wilt de mensen niet teleurstellen, hé. Dat ze na een dag hard werken tegen hun modale vrouw in hun modale keuken van hun modale huis zeggen: “Weet je wie ik vandaag zag lopen? Freek van Stuntermanzen! Maar wat een eikel, hij deed net alsof ik niet bestond. Ik blijf voor altijd een groot fan van zijn tijdloze werk, maar dit vond ik zo jammer dat ik niks nieuws meer van hem koop.” Dat wil je niet hè, als bekende Nederlander. Want het begint met één teleurgestelde fan, maar dan gaat het rond, hè. Als een vuurtje. Sociale media, De Telegraaf, Shownieuws, dat blokje met grappige tv-fragmenten in De Wereld Draait Door… En dan is het hek van de dam, geloof me. Voordat je het weet, moet ik dan echt elke dag met de trein, haha.’
‘Dat zou niet mooi zijn,’ antwoordde de man. ‘Ik moet hier uit. Dag, meneer Van Spunterhanzen.’
‘Van Stuntermanzen!’ riep Freek hem na. ‘Apenstaartje Stunzie18 op Twitter. Twitter maar over me, dat je me gewoon zag in de trein. Geef ik je een retweetje. Win-win situatie!’

Het was druk op het productiekantoor. Niemand kwam Freek ophalen bij de ingang dus wandelde hij maar wat rond. Hij dacht dat een cameraman hem herkende, maar hij stond gewoon in de weg.
‘John!’ riep hij ineens bij een bekend gezicht. ‘Johnny, jongen! Hoe gaat het met je! Druk zeker, je whatsappt maar niet terug sinds ons laatste meeting. Snap ik wel, ben zelf net zo. Iedereen wil wat van je als je eenmaal met je kop op de tv bent geweest. Doe je niks aan, moet je ook niet willen. Niks arrogants aan.’
Freek stak zijn hand uit, maar John schudde hem niet. Even stonden de mannen in stilte tegenover elkaar in de gang van het productiekantoor.
‘Nou?’ vroeg Freek.
‘Kom op,’ antwoordde John, ‘heb je echt zo’n groot bord voor je kop? Hoe vaak moet ik je het nog vertellen? Ik zal het je nog één laatste keer goed duidelijk maken en dan rot je op. Komt-ie, read my lips: Er Is Voor Jou Geen Plaats In Utopia. Dáág Freek.’

Standaard
Autopech

De Schoorsteenveger

The Animals komen keihard uit de luidsprekers en toch hoort Max de deurbel.

Het is een onhandig moment, hij is net aan schoonmaken. Er zitten vlekken in zijn witte overhemd.
‘Wie is daar?’ roept hij terwijl hij keukenzout aan een emmer koud water toevoegt. Tussendoor zingt hij mee. It’s my life and I’ll do what I want.
‘De schoorsteenveger.’
‘Wat komt u doen?’ It’s my mind and I’ll think what I want.
‘De schoorsteen vegen.’
‘Waarom?’
‘Omdat uw vrouw een afspraak heeft gemaakt.’
Max noemt haar van achter het aanrecht een egoïstische hoer. Ze kan het niet horen.
‘Het komt niet goed uit. Komt u een andere keer maar terug.’
‘Ik zou het graag nu doen, meneer. Uw huis ligt al iets buiten ons rijgebied en ons busje heeft het daarstraks begeven. Ik ben het laatste stuk komen lopen.’
Max vraagt de schoorsteenveger of hij een momentje heeft. De schoorsteenveger zegt dat hij nergens heen gaat en lacht daarbij. Max doet de deur dicht en draait zich om. Hij overziet de ravage in zijn appartement. Roestkleurige spetters geven de steriele plastic bankhoezen bestaansrecht en ontsieren de witte muur tegenover de schoorsteenmantel.
‘Zo, schat. Ga jij maar even naar bed.’
Met zijn rubberen handschoenen nog aan zet hij de eettafel overeind en sleept zijn vrouw bij haar rechterarm naar de slaapkamer. Dan loopt Max naar de deur en haalt alleen de deurketting los, waardoor een kleine kier oogcontact mogelijk maakt. De felle zon dwingt Max tot het kijken met een dichtgeknepen oog. De schoorsteenveger laat zijn handen vol olie zien.
‘Heel snel dan,’ zegt Max en hij wenkt met zijn hoofd dat de man naar binnen mag.
‘Ik denk het niet,’ zegt de schoorsteenveger, ‘de wegenwacht was er nog niet eens.’

De schoorsteenveger weet niet wat hij moet doen bij het aanzien van de woonkamer. Hij hoopt dat Max een kunstenaar is. Hij besluit gewoon zijn werk uit te voeren.
‘Hou je van muziek?’ vraagt Max de schoorsteenveger.
‘Ja, hoor. Muziek. Prima.’
‘Wat vind je van The Animals? Ik hou vooral van The Animals.’
‘Ik ken ze niet.’
Max lijkt niet naar het antwoord te luisteren.
‘Toen het alleen nog maar The Alan Price Rhythm and Blues Combo was, had het met goede muziek natuurlijk weinig te maken.’
Hij begint de plastic hoezen van de twee banken af te halen. Ondertussen praat hij.
‘Ik bedoel, Hilton Valentine kon prima gitaar spelen, maar pas toen Eric Burdon erbij kwam, gebeurde er echt wat. Toen werden ze pas The Animals. Wat een stem had die man.’
Hij spreidt de ene hoes uit over de vloer, de ander maakt hij vast aan de gordijnrails. De banken schuift hij helemaal naar de muur.
‘Dit is een mooi nummer. Don’t bring me down. Toen was die domme Price gelukkig al weg. Oh, oh no! Don’t bring me dooooown! – De rust, dat kabbelende ritme waarop een vrij hartverscheurende boodschap wordt gebracht. Zoveel kalmte in een akelige situatie, dat kan ik goed waarderen.’
De schoorsteenveger zegt dat hij klaar is. Max vraagt of hij zijn best wel heeft gedaan. De schoorsteenveger vraagt of dat genoeg zal zijn. Op het moment dat Max een mes in zijn middenrif schuift, klinkt buiten een claxon.

Standaard
Autopech

Spookbeelden van meisjes op de motorkap

Fer zag zichzelf als de beleefdste, netste bestuurder van Nederland.

Geen bekeuring, wegruzietje of kapot achterlicht op z’n palmares. En dat sinds 1978, het jaar waarin hij een BMW 1502 kocht, z’n eerste auto. Hij was geslaagd voor z’n rijexamen zonder ook maar één fout te maken tijdens het oefenen. Z’n instructeur was regelmatig in slaap gedommeld.

In 2004 had hij ‘m ingeruild voor een Toyota Prius, want, zo zei hij tegen iedereen die horen wilde: “een nette rijder doet dat niet alleen van buiten”.

Die beslissing leidde helaas ook tot het eerste akkefietje in de rijloopbaan van Fer. Hij reed stapvoets door een woonwijk toen er een kleuter voor z’n bumper langs schoot. Fer stond direct vol in de remmen. Toch kon hij niet voorkomen dat het meisje begon te huilen van schrik. Dankzij een lolly en een teddybeer (die had Fer altijd bij zich, voor het geval dat) was de schrik al gauw voorbij.

Een nietszeggend incident, voor velen, maar een levensveranderend moment voor Fer. Fer reed drie maanden niet meer. Hij was kwaad op zichzelf, dat hij niet had bedacht dat zo’n Prius geen geluid maakte en dat hij honderden mensen zo had kunnen doodrijden.

De garagehouder wist raad.

Een ratel werd geïnstalleerd die aanging zodra de elektrische motor het werk alleen opknapte. Zo kon Fer de weg weer op. En langzaam verdwenen daarmee ook de spookbeelden van meisjes op de motorkap. Pas in januari 2014 ging het weer fout.

Fer reed met tien kilometer per uur langs een school. Speurend van links naar rechts (en in de spiegels) scande hij de omgeving. Het was veilig. Helaas voor Fer viel op dat moment de ratel weg. Als een luipaard op de savanne gleed de Toyota door de straat. Fer raakte in paniek, hij wilde niet verder maar kon ook niet stoppen, toch niet zo midden op de weg. Hij drukte het raampje naar beneden, stak z’n hoofd uit het raam en schreeuwde een langgerekte kreet terwijl hij naarstig naar een parkeerplaats zocht.

De kleuters op het speelplein zagen de oorverdovende Prius-persooncombinatie voorbijkomen. Er werd even niet meer gespeeld. Een juf pakte haar telefoon en drukte 1-1-2.

Fer vond dertig meter verderop eindelijk de parkeerplaats die hij zocht. Hij parkeerde perfect, zette de alarmlichten aan en de handrem erop, deed de motor uit en leunde voorover op het stuur. Een minuut lang was er niets anders te horen dan het zachte geklik van de alarmlichten. Toen stapte Fer uit z’n auto en werd prompt doodgereden door de fluisterstille Prius van Jeffrey, die aan het testen was bij welke snelheid de benzinemotor mee ging doen.

Standaard