Verrassing

Kinderachtig

“Goedemorgen jongens en meisjes van groep zes. Vandaag gaan we het kringgesprek een beetje anders beginnen, vandaag mag juf Paula als eerste.

Ja, Sem, ik weet dat jij eigenlijk zou mogen beginnen, maar je kan nu eenmaal niet altijd je zin krijgen. Als iedereen maar zijn zin zou krijgen, zou juf Paula nu niet hier met jullie zitten, maar lekker in..?

…Parijs, ja, heel goed, Anna! Juf Paula zou met haar vriend naar Parijs gaan om te vieren dat juf Paula één jaar een relatie heeft. Of nou ja, verleden tijd van heeft, jongens?

Had, inderdaad! Want juf Paula had een relatie, verleden tijd, omdat meneer besloot dat het een goed idee was om een affai..?

Affaire, helemaal goed, Margo! Een affaire te beginnen met zijn secre…?

Secretaresse, goed zo, Lisa. Een affaire met zijn secretaresse dus. Meneer was als kers op de taart ook nog eens vergeten dat juf Paula langs zou komen, dus toen juf Paula zijn woonkamer binnen stapte, zat dat loe…?

Loeder, goed zo, Mila. Zat dat loeder inderdaad als verrassing op de bank.

Wat zeg je, Julia? Klinkt juf Paula verbitterd? Vind jij dat ook, Fenna? Nou ja zeg, juf Paula is helemaal niet verbitterd! En dat terwijl juf Paula daar alle reden toe heeft hoor, daar niet van. Juf Paula heeft alles gegeven aan hem, tijd, liefde, aandacht, noem maar op. Juf Paula stond altijd voor hem klaar, zelfs als hij dacht dat hij daar geen zin in had, maar ja, juf Paula wist dan wel dat hij eigenlijk gewoon een spelletje speelde. Ja, goed, juf Paula heeft wel een paar keer voor een dichte deur gestaan, terwijl hij overduidelijk gewoon op de bank zat, maar ja, dat soort dingen doen volwassenen nou eenmaal. Ach, daar weten jullie natuurlijk helemaal niks van, jullie zitten in groep zes.

Wat is er, Sem? Wil jij nu vertellen? Maar juf Paula is nog niet klaar, want juf Paula heeft als klap op de vuurpijl er ook nog iets aan overgehouden! Een SOA en waar staat dat voor? Seksueel overdraa…?

Seksueel overdraagbare aandoening, helemaal goed, Stef! Dus nu zit juf Paula niet alleen zonder relatie zo vlak voor de feestdagen, maar ook nog eens met een vervelende stituatie daar beneden. Ja, ha-ha, heel grappig, wat zijn jullie toch verschrikkelijk kinderachtig af en toe.

Wat zeg je, Tess? Maar jullie zijn ook kinderen? He jongens, jullie snappen er ook helemaal niks van. Snapten jullie me maar, dat zou pas een verrassing zijn.”

Door: Sophie van Vrijberghe de Coningh

Standaard
Verrassing

Honderd verschillende routes

Of ik haar mee wil nemen naar de plekken waar ik vroeger als kind speelde. Dat wil ik wel en daarom lopen we nu door de straten van het dorp waar ik acht jaar geleden halsoverkop ben vertrokken.

We zijn op bezoek bij mijn ouders. Drie keer zijn ze verhuisd, maar altijd binnen hetzelfde dorp. De laatste keer was ik al vertrokken dus mijn ouderlijk huis is niet meer het huis waar we een paar uur geleden samen binnen kwamen wandelen als verrassing.
‘Ha ma, dit is Eva,’ had ik gezegd en mijn moeder had verbaasd gekeken. Ik ben geen goede zoon, kom bijna nooit op bezoek, en hier stond ik dan ineens voor haar deur, iemand met eierstokken aan haar voorstellend. We liepen naar binnen en kwamen in de gang mijn vader tegen. ‘Ha zoon, leuk dat je er bent,’ had hij gezegd. ‘Ben je al beroemd? Is dat je meisje?’
Ze heeft haar hand in de mijne gevlochten en we lopen langs een pand waar vroeger een videotheek zat, maar nu een dierenwinkel is. Er is veel veranderd, maar veel ook niet. Waar ik in Amsterdam nooit kijk of ik een voorbijkomende fietser herken, kijk ik hier iedereen aan. Is dat niet dinges van dinges? Hebben we niet bij elkaar in de klas gezeten? Wat fiets jij hier nou?
Ik herken niemand en niemand herkent mij.
In de woonkamer praatte Eva met mijn moeder en ik met mijn vader. We hadden het over beroemde mensen die in de provincie waren opgegroeid, maar ik gaf niet meer dan plichtmatig antwoord op zijn vragen. Ik probeerde mee te luisteren met het gesprek wat mijn moeder voerde met Eva. Er werden boektitels uitgewisseld en dat stemde me tevreden.
‘Ellen ten Damme,’ zei ik tegen mijn vader, meteen beseffend dat hij vast geen flauw idee heeft wie dat moge zijn. ‘Zij is ook in dit dorp opgegroeid. In de Oudgenoegstraat woonde ze.’
Voor mijn oude basisschool staan we stil. De gevel is niet meer rood, het basketbalnet is weg en om het grote kunstwerk waar we vroeger altijd in hingen, staat nu een hek. Maar toch is het mijn basisschool.
‘Was het een leuke school?’ vraagt Eva en ik knik.
‘Heel leuk.’
We lopen verder. Rechtdoor, tweede straat links, weer rechts, door een steeg, langs de Rooms-Katholieke kerk, voorbij het witte huis van de man die we De Professor noemden en dan over de grote weg, richting de voetbalvelden.
‘Wat is er?’ vraagt ze als ik zachtjes begin te lachen. We staan midden het op fietspad, maar dat is op zondag niet erg.
Ik kijk haar aan en zeg dan: ‘Het is opmerkelijk: ben hier in jaren al niet meer geweest, maar besefte me net dat ik wel honderd verschillende routes kan bedenken om vanaf hier terug naar het huis van mijn ouders te lopen.’
Een glimlach op haar gezicht.
‘Grappig, zo ken ik je helemaal niet,’ zegt ze.
‘Nee?’
‘Hoelang woon je nu al in Amsterdam en hoe vaak zijn we nu al verdwaald in de binnenstad? Je bent een lopende geografische ramp.’
Ik lach en pak nu ook haar andere hand. Dan geef ik haar een zoen. Net voordat we verder willen lopen, worden we ingehaald door een fietser. Het is Mark. Ik zat een seizoen lang bij zijn broertje in het voetbalteam. Hans was spits en ik rechtsbuiten. We werden ongeslagen kampioen en op het feest in de kantine dronken we cola en aten we patat.
Vorig jaar, op een Champions League-woensdagavond, belde mijn moeder om te vertellen dat Hans was omgekomen bij een auto-ongeluk. Op het kruispunt voor de snackbar. Het is nu een rotonde.

Standaard
Verrassing

Liefdesgeluidjes

Ze schrikt. Van een hard geluid op de televisie deze keer. Dat valt nog mee.

Soms schrikt ze ook van een voorbij dwarrelend blaadje of een sok die ligt waar hij niet hoort te liggen. Ze schrikt tegenwoordig zo vaak dat hij er niet meer van schrikt. In het begin kon hij haar kreet – eentje die hij nog het meest vindt lijken op het heel snel inademen van een partij lucht – nauwelijks verdragen en sprong hij met twee liter adrenaline in zijn aderen naast haar, speurend naar de groep gemuteerde krokodilzombies die haar belaagden. Tegenwoordig kijkt hij niet eens meer op van zijn boek.

Waarom zou hij?

Er is nooit iets. Zo kookte een keer de rijst over. Ze stond te zwaaien met haar armen en riep ‘oh oh oh oh’, waarna ze de deksel optilde, het water wat tot rust liet komen en het gas wat lager draaide. Hij heeft ondertussen geaccepteerd dat dit de manier is waarop zij dingen doet. En dan wordt het ook eigenlijk wel grappig. Dus nu ze schrikt van de televisie, lacht hij.

Hij lacht. Omdat zij schrikt van de televisie, beseft ze direct. Het stoort haar, dat hij niet kan accepteren dat zij soms gewoon schrikt. Daar kan zij toch ook niks aan doen? Dat gelach van hem dan, alsof dat zo normaal is! Hij lacht om alles. In het begin kon ze enorm schrikken van zijn lachuitbarsting – die zij vooral vindt lijken op een hinnikende zebra – en vroeg ze zich steeds af welke briljante grap ze nu weer gemist had, maar tegenwoordig maakt ze zich er niet meer druk om.

Waarom zou ze?

Er is nooit iets. Zo vertelde hij een keer een mop, over een non en een vrachtwagenchauffeur op een camping in de Franse Dordogne. Daar moest zij ook wel om lachen, want ze had echt niet verwacht dat de non zoiets ooit zou zeggen. Maar dat was maar één keer. Ze begrijpt hem eigenlijk nooit. Zijn rare gevoel voor humor gaat haar te boven. Of te onder, afhankelijk van je perspectief. Nu ze dat geaccepteerd heeft maakt zijn gehinnik om haar tekortkomingen het niet minder vervelend.

Hij lacht en zij schrikt van hem. Of lacht hij omdat zij schrikt? Ze kijken elkaar aan en weten dat geen van beide het antwoord heeft. Ze zijn nu zo op elkaar ingespeeld dat de reacties elkaar vliegensvlug opvolgen. Te snel om nog onderscheid te maken wat waar een reactie op is.

Ze zeggen er allebei niks over, bang om elkaar pijn te doen. Zo begint de stilte.

Standaard
Verrassing

Miljoenenjacht

‘Verrassing!’ riep de vrouw terwijl ze terug de kamer inliep. Maar hij wist allang wie het was. Ze hadden zitten kijken.

Vroeger had Gaston het altijd gedaan. Daarna had Winston het stokje over genomen, maar sinds die te horen had gekregen dat hij ongeneeslijk kut was, gaf Ferry Doedens acte de présence.
‘Hallootjes! Jullie weten vast wel waarom ik hier ben, hè?’ klonk het in de gang.
Dat klopte.
Ferry was gekomen om hen geld te geven. Hoeveel ze kregen, wisten ze ook al.
Maar liefst 125.000 euro zou er met zwarte stift op de cheque gezet worden. Ze hadden de televisie uitgezet, toen kandidaat Arnold op de knop had gedrukt na het bod van de notaris. ‘Wil je koffie, Ferry?’ vroeg de vrouw, terwijl haar man stond te springen.
‘We hebben ook limonade.’
Ferry hoefde niks.

Een klein half uur eerder waren ze nog enthousiaste kijkers geweest. De man zat op het puntje van zijn stoel naar de nog gesloten gouden koffers te staren, terwijl zijn vrouw de laatste hand aan het eten legde.
De man had hard zitten lachen om de antwoorden die kandidate Sylvia had gegeven in de quizronde.
‘Roger McGuinn de leadzanger van The Byrds. Ha. Wat een fantasie heeft zij!’
Zijn vrouw was zwaaiend met een knoflookpers de kamer ingelopen om mee te maken waarom haar man zo zat te lachen. Net toen ze weer in de keuken stond, had Arnold het laatste antwoord gegeven waarmee hij in de finale terecht kwam. Gehakt was inderdaad de vleessoort die in bolognesesauzen zat, dacht de man.

Waarom ze meespeelden. Ferry Doedens durfde te vragen waarom ze meespeelden.
‘Nou, Ferry, dat zal ik je uitleggen. Ten eerste spelen wij mee, omdat ik niet wil dat Theo van verderop uit de straat hier straks in een gloednieuwe glimmer van een BMW rondrijdt en ik nog altijd met die verroeste Opel Corsa bij de Aldi aankom. Snap je? Ik wil niet dat Adri van de Beatrixlaan straks rondjes staat te geven bij de Vlijt en ik de enige ben die niks heeft.’
‘Bij de vleet is het, toch? Of ben ik nu dom? Hahahaha.’ Ferry had het verkeerd verstaan.
‘Ferry, jongen. Hou eens even je muil dicht. De Vlijt is de kroeg hier in het dorp.’
‘Oh, sorry hoor, meneer de chagrijn! Hahaha.’
‘En we spelen ook mee, omdat ik gewoon een grote zak met geld wil winnen. Die goede doelen kunnen me gestolen worden. Al die Hiawatta’s en Filipino’s die overspoeld worden doen me niks. Als ik mijn hoofd maar boven water kan houden. Maar goed, laten we maar opschieten.’ Hij wreef in zijn handen.
‘Oh-kééé, meneertje brombeertje. Prima. Dan gaan we nu over tot de verplichtingen.’
Ferry trok een lege cheque uit de enveloppe.
‘U heeft..’ Ferry pakte een stift uit zijn zak.
‘.. en u weet het eigenlijk al, of niet?’ Ze knikten veelvuldig.
‘een bedrag van…’ Ferry begon te schrijven.
‘.. 12,80 gewonnen! Het is niet veel, maar toch gefeliciteerd!’

De man gooide er een ziekte uit. Zijn vrouw viel achterover op de bank. Ferry legde alles uit.

‘Mag ik jou nog wat vragen, natte druif?’
‘Eh, ja?’ Ferry was duidelijk not amused door deze benaming.
‘Waarom lieten jullie die gozer dan doorspelen? Hij drukte toch op die rode knop of niet?’

Standaard