Facebook

Herman

Natuurlijk had hij het ook gedaan, maar voor het laatst toen hij klein was. Nou ja, een puber.

Hij mocht de elektrische typemachine, die met die razende bol, van zijn vader niet gebruiken en de gewone hamerslag van zijn moeder bleef steeds vastzitten. De F en de R en de H en de Z zaten elkaar steeds in de weg; het verbaasde hem hoe vaak die letters zich zijn brieven inschreven. Zo ingewikkeld was zijn boodschap immers niet: stuur deze brief binnen drie dagen door naar tien vrienden of… Daar had hij even over na moeten denken. Of ik kom je halen? Of je wordt heel ongelukkig? Of er zal iets vreselijks gebeuren? Hij had besloten dat de beste aanmoediging bestond uit een zo concreet mogelijk doemscenario. Hij fietste voor elke brief langs de aanstaande ontvangers en noteerde nauwgezet wat hij voor waardevols in of om hun huizen zag. Arnold had een grijze cavia, Ricardo net een nieuw skateboard en Frans, de vader van Reinier, was enorm trots op zijn TransAm. Een verwijzing naar deze kostbaarheden zou wonderen doen, wist hij. Zijn eisen waren bescheiden genoeg: voor één gulden konden ze alles afkopen. Sterker nog, eigenlijk hielp hij ze, want als ze de brief inderdaad naar tien anderen zouden sturen, dan konden ze zelf ook losgeld eisen. Hij zette dat in een voetnoot erbij, voor het geval iemand zo bang zou zijn door de gedachte aan het verlies van Poekie, Powell of Pontiac dat hij niet meer kon lezen. Je moest toch een beetje rekening houden met de gevoelens van anderen, nietwaar?
Hij snapte er dan ook niets van dat zijn vader, wiens rekeningnummer onder de brief hij wel drie keer had gecontroleerd, zo boos op hem was geworden. Dreigbrief? Kettingbrief met winstgarantie!

Zijn hart was opgesprongen toen hij twintig jaar later de eerste digitale kettingbrieven tegenkwam. Eerst als e-mail met viruswaarschuwing of Nigeriaanse smeekbede, later ook als semi-spiritueel advies of als uitnodiging. De lol begon pas echt weer met Facebook, waarbij ook plaatjes werden gebruikt. Het voordeel van Facebook was vooral dat je precies kon zien hoeveel mensen het bericht al hadden ‘geliked’ en doorgestuurd. Hij was meteen weer aan het verzinnen, typen en doorsturen geslagen, heerlijk. Zonder rekeningnummer, want tegenwoordig was alles open source. Hij wist niet precies wat dat inhield, maar het klonk iets te openbaar om risico te nemen. Straks moest hij weer een half jaar lang autowassen.

Surfend langs Duitse Gesichtbuchprofile stuitte hij op een avond op Herman. Herman paste in een schaaltje en kon eindeloos gereproduceerd worden, zolang hij maar op gezette tijden werd gevoerd. Welke briljante geest verzonnen had om een bakje gistend deeg een naam te geven, dat wist hij niet, maar hij sloot dit culinaire equivalent van de kettingbrief onmiddellijk in zijn armen. Een bakje was zo gevonden, het extra ingrediënt eveneens en de korte lijst met slachtoffers had hij al jaren in zijn computer staan, met keurig bijgewerkte adressen van scholen en huizen, villa’s soms. Na een kort ritje stond hij voor de juiste school, hij was precies op tijd. De zoemer klonk en daar kwam Fransje al naar buiten gerend.
“Hier,” had hij gezegd, terwijl hij het schaaltje met deeg aan het jongetje gaf, “dit is voor je vader. Kan hij overheerlijke amandelcake van maken, alles zit er al in. Maar hij moet wel iets van het deeg overhouden en dat aan oom Arnold geven, kun je dat onthouden?” Fransje knikte en liep snel naar huis, het bakje met het vriendschapsdeeg koesterend tegen zijn borst. Dat zou lekker smaken vanavond.

Door: Vincent Weggemans

Standaard
Facebook

Tussen Best Wel Leuk en Heel Erg Kut

Ik was laatst op vakantie, met mensen. Na een lange reis in een auto en het opzetten van een tent, besloten we op de plek aldaar naar een café te gaan.

Enorm gezellig was het allerminst, maar zo had mijn metgezelschap het waarschijnlijk wel op het internet aangeduid. Later zochten we een restaurant om de avondmaaltijd te gaan nuttigen. Ik stelde een interessant uitziende Libanees voor, maar dat hele We Moeten Naar Een Plek Met Wifi was wel echt een dingetje aan het worden. Ik voelde mij er niet helemaal bij. Maar eigenlijk was ík er wel, en zat de rest in een wereld van in kekke hoesjes gehulde, holografische apparaten.

Zo veel vaker dan eens hadden mijn vrienden geprobeerd mij ervan te overtuigen dat ik ook op Facebook moest gaan en ik geef eerlijk toe, vaak genoeg had ik op het punt gestaan om toe te treden tot het platform dat een bevolking huist waarvan je uitsluitend de leukigheden kan zien. Dat lijkt op het eerste oog wellicht een ideale situatie, maar je weet ook altijd dat een grote hoeveelheid misère ergens verborgen blijft. Buiten het feit dat ik de inhoud van dit soort halflege profielen van de mens afkeurde, vond ik de manier waarop men in gezelschap het echte leven negeerde dusdanig schrijnend, dat ik mij fel afzette tegen de creatie van haute couturier Mark Zuckerberg die maar niet uit de mode raakte. Totdat de rest van mijn gezelschap die bewuste vakantieavond, na iets teveel cocktails in een veel te hip ogend en vooral duur loungerestaurant, met een bar gemaakt van glaswand met felle, azuurblauwe lampen erachter, besloot om mij te inaugureren als nieuwste lid van de Facebook-familie. Ik liet het begaan. Mijn verweer was gebroken door de bedwelmende werking van het mijzelf aangedane venijn in de vorm van alcoholhoudend drankvocht.

Er werden leugens gemeld op mijn profiel, wat ik naar alle waarschijnlijkheid van tevoren niet als onvoorspelbaar bestempeld zou hebbben. Zo bleek ik ineens eigenaar van Galerij Kont, die bekend stond om haar specifieke aanbod van pornografische kunst. Een vertoning van scherts die ik an sich niet heel erg humoristisch vond, maar het feit dat mijn Facebook-karakter een satirische aankleding kreeg, kon ik daarentegen wel waarderen. Zo was mijn profielfoto een eerder die dag getrokken kiek van mij achter het stuur van de op dat moment stilstaande auto terwijl ik, met de schreeuwerige sjaal van de buiten een plas doende chauffeur Koen om, een kus naar de camera blaas. De keuze voor die foto kon ik ook waarderen. Verder werden er vanzelfsprekend de nodige status updates geplaatst. Alvorens het mij aan het glimgiechelen makende BINNENKORT EXPOSEREN DE TEPELS VAN DE KLEINDOCHTER VAN LARRY DAVID VOOR HET ALLEREERST IN EUROPA. KOM HET ZIEN, IN GALERIJ KONT kwam eerst het naar mijn mening vrij onzinnige en tevens zeer smakeloze BEN EINDELIJK OP FACEBOOK, NU IK OP VAKANTIE IN FRANKRIJK GEEN RUK TE DOEN HEB, BEHALVE DIEZELFDE RUK.

Zo bleef het niveau van mijn door anderen geformuleerde status updates de rest van de vakantieweek bungelen tussen Best Wel Leuk en Heel Erg Kut, maar ik vond het allemaal wel prima. Totdat men mij begon te taggen onder allerlei gekke foto’s en berichten. Zo stond mijn klikbare naam onder menig foto van de pagina Met Je Vis Op De Foto en werd ik genoemd bij een video van de pagina met de ontluisterende titel Van de kaart & Helemaal naar de klote, waarin een spetterpoepend nijlpaard haar uitwerpselen verspreidt met haar staart, wat dan ook op mijn profielpagina zichtbaar was.
Nou vond ik het misbruikige karakter van mijn profiel echter alleen niet meer leuk, omdat ik op de donderdag van de week weg het allerliefste meisje aller werelden tegen was gekomen. We hadden gedanst en ook op langzame muziek, maar ook gepraat en het vooral heel erg leuk gehad. Ze had een lievig en rond gezicht met kleine sproetjes die je echt moest zoeken, maar ik had ze gezien.
Ze heette Caroline en ik wist haar achternaam ook. Nu was het zo dat we tijdens de vakantie regelmatig niet weinig alcoholische slurpsels tot ons namen, was ik ten tijde van vlak na ons gesprek in de nabijheid van een dansvloer wel haar nummer alweer vergeten. Smartphoneloos als ik was, zocht ik hulp bij mijn vrienden. “Kunnen jullie haar asjeblieft opzoeken op Facebook? Ze is het allerliefste meisje aller werelden. ” Zo geschiedde en werd ik gesommeerd bij terugkeer in ons vaderland een Facebook-waardige telefoon aan te schaffen. Ik was totaal om. Toen bleek dat Caroline helemaal geen Facebook-gebruiker was, stortte alles helemaal in elkander. Dat was heel erg kut.

Standaard
Facebook

Niemand zou haar ontmaagden

“Staat je goed, Karin de Boer! ;)”
Dankjewel Gert-Jan Keizers”

Karin had haar reactie getypt en al op enter geklikt, maar twijfelde nu dan toch of ze wel spontaan genoeg was en of haar reactie wel paste bij de kleur van haar jurkje. Per slot van rekening had ze een leuk oranje-geel zomerjurkje gekocht en er een zogenaamd spontane foto van laten maken door haar broertje, en dan moet je reactie er wel naar zijn, als Gert-Jan iets zegt. Gert-Jan had mooie, blauwe ogen en het lichaam van Tarzan, voor zover dat kon voor een jongen uit de derde klas.
Had ze niet beter “Haha, thx!” kunnen schrijven? Had ze ‘m wel terug moeten taggen? Is dat niet te wanhopig? Ze is toch niet wanhopig? Denkt Gert-Jan dat nu van haar? Eigenlijk wilde ze het nu aanpassen. Maar ja, dan kwam er ‘bewerkt’ bij te staan. En dat zou Gert-Jan dan zien en dan dacht hij dat ze zich te druk maakt om wat ze tegen hem zegt en dat wilde ze eigenlijk helemaal niet.

Terwijl Karin nadacht volgden de berichtjes onder de hare elkaar op.
“Schatje luv <3” - Natasha Joolen, haar beste vriendin. “Mooi meisje <3<3<3” - Vanity de Boer, haar nichtje van twaalf. “Trots op jou! Kus” - Mama. Karin schaamde zich dood. Gert-Jan zat zich nu waarschijnlijk kapot te lachen omdat Karin zo’n stomme familie had en ook nog eens een debiele beste vriendin. Hij zou haar nooit zien staan. Geen enkele jongen trouwens. Ze zou voor altijd alleen blijven en hooguit een paar katten als levensgezellen krijgen. En die katten zouden dan doodgaan en haar alleen achterlaten. En dat allemaal omdat mama zich weer op haar Facebook moest bemoeien met zaken die haar niks aangingen. Ze snapte er ook echt helemaal niks van! Karin typte. “Thanks allemaaaal!! :D xx” Facebook had van die lelijke emoticons, waardoor je leuke lachgezichtje opeens een overdreven megasmile werd. Karin kon er niet om lachen. Ze wou gewoon iets leuks typen en nou had Facebook het weer verpest. Konden die gasten nou ook nooit iets goed doen? Het lukte ze ook nooit om haar newsfeed met leuke dingen te vullen, terwijl er genoeg leuke vrienden waren om dat te doen. Ze snapte daar helemaal niks van, dat Facebook bepaalde vrienden gewoon niet liet zien terwijl je dat wel wilde. Misschien hadden die vrienden wel aangegeven dat zij hun statussen niet mocht zien. Nou, mooie vrienden dan. Gert-Jan had dat ondertussen vast ook al gedaan. Het was definitief, Karin zou een oude vrijster worden, zonder vrienden, in een krakkemikkig huisje ergens in Drenthe. Niemand zou haar ooit opzoeken. Niemand zou haar missen. Niemand zou van haar houden. Niemand zou haar ontmaagden. Zelfs de katten zouden haar negeren, tenzij ze eten wilden. Dat was het lot van Karin de Boer, dacht Karin, en ze begon haar afscheidspost te typen.

Standaard
Facebook

Het Domme-Opmerkingen-Spel

Ze vertelde me net dat ze de foto per ongeluk had geliked en daarom meteen weer had unliked. En daar moest ik het maar mee doen. In eerste instantie was ik opgelucht dat het mysterie van het komen & gaan van het rode eentje bij deze was opgelost. Toch knaagt er nog iets.

Je vond het dus geen leuke foto?’ vraag ik.
Ze trekt een stuk dekbed naar haar toe en zegt dan: Het was best een mooie foto. Leuk filtertje ook wel.’
‘Maar niet mooi genoeg voor een like?’
‘Misschien wel, maar ik ga een beetje zuinig om met mijn likes.’
‘Aha. Mevrouw heeft een actief like-beleid.’
‘Zo zou je het kunnen noemen, ja. Maar zullen we er nu over op houden? Het is al erg genoeg dat Facebook onze levens zo beïnvloedt, laat staan dat we het er op deze best leuk begonnen zaterdagochtend ook nog over hebben.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Gewoon. Ik ben eigenlijk wel klaar met Facebook en al die oninteressante updates. Ik vind dat je niet alles met iedereen hoeft te delen. Komt bij dat sommige dingen ook alleen maar leuk zijn als je er bij bent geweest.’
‘Mja, daar heb je wel gelijk in, denk ik. Je kunt het niet zien, maar onder het dekbed steek ik mijn duim omhoog.’
‘Sukkel. Maar goed, genoeg over dat stomme Facebook. Waar luisteren we eigenlijk naar?’
‘Aah, subtiel. Verandering van onderwerp. Heel goed. Dit is het nieuwe album van Volcano Choir. Band van Bon Iver.’
‘Het zegt me niks, maar het klinkt erg mooi.’
‘Dacht ik. Had het ook meteen geliked op Facebook.’
‘Jij vindt dit leuk hè?’ vraagt ze.
‘Wat?’
‘Mij een beetje lopen stangen.’
‘Is dat een eufemisme?’
‘Je bent zelf een eufemisme.’
‘Goeie comeback, ’ zeg ik en pak opzichtig een groot stuk dekbed terug.
‘O, gaan we het zo spelen?’
‘Speel helemaal niks. Ga anders even koffie zetten.’
‘Wauw. Zei je dat hardop?’
‘Volgens mij wel. Dom?’
‘Yup. En je weet wat dat betekent, he?’
‘Één nul achter?’
‘Één nul achter in het Domme-Opmerkingen-spel, sukkeltje. Best-of-three. Verliezer zet koffie.’
Een liefdevol schopje tegen mijn been.
Een stuk dekbed wisselt weer van eigenaar.
‘Ik heb eigenlijk ook best wel zin in koffie,’ zegt ze. ‘Hoe laat zou het zijn?’
‘Geen idee. Uurtje of elf?’
‘Dat zou best eens kunnen, ja.’
‘Nee, wacht. Vroeger denk ik. Heb namelijk nog geen hoofdpijn.’
‘Hoe bedoel je?’ vraagt ze.
‘Omdat ik zoveel koffie op kantoor drink, krijg ik in het weekend altijd ’s ochtends knallende koppijn. Vermoed dat door het uitslapen mijn lichaam te lang zonder cafeïne zit.’
‘Dat is best ernstig. Je bent gewoon verslaafd.’
‘Zou je denken?’
‘Ja, je kunt niet meer zonder. Dat zegt je lichaam.’
‘Mijn lichaam zegt wel meer.’
‘Je moet luisteren naar je lichaam, David.’
‘Ik luister maar naar één lichaam en dat is die van jou.’
‘Wauw.’
‘Zei ik weer iets doms hardop, hè?’
‘Yep.’
‘Zonde.’
‘Twee-nul. Het bed uit, knurft.’

Standaard