Verhaal #201 • Afgesproken thema: Facebook

Herman

Natuurlijk had hij het ook gedaan, maar voor het laatst toen hij klein was. Nou ja, een puber.

Hij mocht de elektrische typemachine, die met die razende bol, van zijn vader niet gebruiken en de gewone hamerslag van zijn moeder bleef steeds vastzitten. De F en de R en de H en de Z zaten elkaar steeds in de weg; het verbaasde hem hoe vaak die letters zich zijn brieven inschreven. Zo ingewikkeld was zijn boodschap immers niet: stuur deze brief binnen drie dagen door naar tien vrienden of… Daar had hij even over na moeten denken. Of ik kom je halen? Of je wordt heel ongelukkig? Of er zal iets vreselijks gebeuren? Hij had besloten dat de beste aanmoediging bestond uit een zo concreet mogelijk doemscenario. Hij fietste voor elke brief langs de aanstaande ontvangers en noteerde nauwgezet wat hij voor waardevols in of om hun huizen zag. Arnold had een grijze cavia, Ricardo net een nieuw skateboard en Frans, de vader van Reinier, was enorm trots op zijn TransAm. Een verwijzing naar deze kostbaarheden zou wonderen doen, wist hij. Zijn eisen waren bescheiden genoeg: voor één gulden konden ze alles afkopen. Sterker nog, eigenlijk hielp hij ze, want als ze de brief inderdaad naar tien anderen zouden sturen, dan konden ze zelf ook losgeld eisen. Hij zette dat in een voetnoot erbij, voor het geval iemand zo bang zou zijn door de gedachte aan het verlies van Poekie, Powell of Pontiac dat hij niet meer kon lezen. Je moest toch een beetje rekening houden met de gevoelens van anderen, nietwaar?
Hij snapte er dan ook niets van dat zijn vader, wiens rekeningnummer onder de brief hij wel drie keer had gecontroleerd, zo boos op hem was geworden. Dreigbrief? Kettingbrief met winstgarantie!

Zijn hart was opgesprongen toen hij twintig jaar later de eerste digitale kettingbrieven tegenkwam. Eerst als e-mail met viruswaarschuwing of Nigeriaanse smeekbede, later ook als semi-spiritueel advies of als uitnodiging. De lol begon pas echt weer met Facebook, waarbij ook plaatjes werden gebruikt. Het voordeel van Facebook was vooral dat je precies kon zien hoeveel mensen het bericht al hadden ‘geliked’ en doorgestuurd. Hij was meteen weer aan het verzinnen, typen en doorsturen geslagen, heerlijk. Zonder rekeningnummer, want tegenwoordig was alles open source. Hij wist niet precies wat dat inhield, maar het klonk iets te openbaar om risico te nemen. Straks moest hij weer een half jaar lang autowassen.

Surfend langs Duitse Gesichtbuchprofile stuitte hij op een avond op Herman. Herman paste in een schaaltje en kon eindeloos gereproduceerd worden, zolang hij maar op gezette tijden werd gevoerd. Welke briljante geest verzonnen had om een bakje gistend deeg een naam te geven, dat wist hij niet, maar hij sloot dit culinaire equivalent van de kettingbrief onmiddellijk in zijn armen. Een bakje was zo gevonden, het extra ingrediënt eveneens en de korte lijst met slachtoffers had hij al jaren in zijn computer staan, met keurig bijgewerkte adressen van scholen en huizen, villa’s soms. Na een kort ritje stond hij voor de juiste school, hij was precies op tijd. De zoemer klonk en daar kwam Fransje al naar buiten gerend.
“Hier,” had hij gezegd, terwijl hij het schaaltje met deeg aan het jongetje gaf, “dit is voor je vader. Kan hij overheerlijke amandelcake van maken, alles zit er al in. Maar hij moet wel iets van het deeg overhouden en dat aan oom Arnold geven, kun je dat onthouden?” Fransje knikte en liep snel naar huis, het bakje met het vriendschapsdeeg koesterend tegen zijn borst. Dat zou lekker smaken vanavond.

Door: Vincent Weggemans



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard