Verhaal #193 • Afgesproken thema: Sollicatie

De dagen van Engelbert Specht

Ik zit op een witte tuinstoel, schuin tegenover mijn huis. Er ligt sneeuw. Het is dinsdag en nu vijf dagen geleden dat ik zesentwintig brieven de deur uit deed.

Iedere brief was anders. De één opgerold, met een gekleurd elastiekje erom, in een kokertje. Een ander heb ik in puzzelstukjes geknipt. Maar de allermooiste vind ik de gele brief, in een enveloppe die ik van theezakjes heb gevouwen. Je moet creatief zijn, tegenwoordig.

En nu staar ik naar mijn brievenbus. Althans, naar de verzameling metalen kastjes die voorkomt dat de post van alle mensen uit het pand door elkaar raakt of nat wordt. Ik adem een wolkje mist mijn zwarte handschoen in.

Ik heb een krant bij me, anders valt het misschien op wat ik doe. Dom, natuurlijk, want wie leest er tegenwoordig nog een krant, laat staan op een bankje? De mensen die nog brieven sturen, denk ik. Maar ik wil juist onherkenbaar zijn. Vooral voor de complexbeheerder, die meer dan eens mijn verzamelingen bekritiseerd heeft, maar vaker nog zeurt over de opgelopen huurachterstand.

In de krant lees ik dat Hyves er mee stopt. Zonde, ook van de tijd die ik afgelopen week had gestoken in het schrijven van een sollicitatiebrief voor een plekje op hun emoticon-afdeling. Je moest eens weten hoelang je er over doet om in Paint je pasfoto te veranderen in een emoticon die in een oogopslag zegt ‘stop met zoeken, ik ben jullie man’ zonder het te typen in een tekstballonnetje. Die tijd krijg je nooit meer terug, hoe hard je ook je best doet. Het leven is vergankelijk. Iedereen gaat dood.
Maar goed, eerst een nieuwe baan.

Ik leg de krant weg en pak de thermoskan. Wat een werelduitvinding blijft dat toch. Vier uur geleden heb ik koffie gezet en nu kan ik, op een oude tuinstoel, in de sneeuw voor mijn huis, nog gewoon een lekker warm bakkie nemen. Op dat soort briljante ideeën kan ik zo jaloers worden. Het lijkt zo simpel, maar kom er maar eens op. Eén zo’n idee en ik hoef nooit meer te solliciteren. Betaal ik de huur lachend. Sterker nog: dan koop ik gewoon het hele flatgebouw op en laat ik die eikel van een complexbeheerder de hele dag kloteklusjes voor me doen.
Maar ja, verzin maar eens iets.

Er komt een man met een posttas aanlopen. Ik herken hem niet. Dankzij de bezuinigingen bij PTT, TPG, TNT en tegenwoordig PostNL lopen er elke week andere bezorgers door mijn wijk. In het begin nam ik nog wel de moeite om ze te leren kennen, maar die constante investering doet je privéleven geen goed. Mijn goudvis Willy wil ook gevoerd worden.

Ik zet mijn koffie achter een stoelpoot in de sneeuw en verberg me achter mijn krant. Mijn aandacht wordt getrokken door een foto van een dikke mevrouw in een lange bontjas die ontredderd bij een ondergesneeuwde auto staat. ‘Niet voor iedereen sneeuwpret’, staat erbij. De sneeuw kraakt onder de stappen van de postbode. Hij draagt Nikes, kan ik onder mijn krant door zien. Even wacht ik nog, totdat de brievenbussen beginnen te klepperen. Stiekem gluur ik over mijn krant heen en maak nog net mee dat het klepje van mijn brievenbus dichtvalt. Gauw die krant weer omhoog. Rustig ademhalen. Rustig wachten. Het klepperen houdt op, de man loopt voor me langs en het kraken verwijdert zich. Ik houd de krant nog een paar minuten omhoog, voor de zekerheid. Dan sla ik de krant dicht, pak m’n thermoskan en sta zo nonchalant mogelijk op. Alsof het een gewone dinsdag betreft, stap ik naar binnen en ontmoet de complexbeheerder in de hal. Hij houdt een grote, bruine envelop vast.
“Geen post meer tot je de huur hebt betaald.”

Door: Harm-Jan van Asselt



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard