Cliché

Omgaan met tegenslagen op de werkvloer

Met het schaamrood op de kaken snel ik het dorpshuis in Badhoevedorp binnen. Na weken van smeken per e-mail en later per telefoon, mag ik dan eindelijk een bijeenkomst bijwonen en dan zul je net zien: kom ik te laat.

Voorzichtig zoek ik een plekje achter in de zaal. De bijeenkomst is al begonnen. Voor de groep staat een gezellige vrouw. Pittig kapsel, kekke bril. Dat moet Suzanne zijn, haar heb ik in de mailbox zitten en aan de telefoon gehad.

“We hebben een nieuwe deelnemer in onze groep,” zegt Suzanne.
Ik schrik. Dit was niet de afspraak. Ik zou enkel observeren voor mijn artikel.
“Sta even op en stel je even voor, Gerard,” zegt Suzanne en ik ben opgelucht. Mijn naam is niet Gerard.
Een gezette man staat op en gaat voor de groep staan. Hij steekt zijn hand op en zegt dan: “Mijn naam is Gerard en ik ben hier op streng advies van mijn werkcoach. Mijn hobby’s zijn reizen, lezen en vooral genieten van het leven.”
Als één person antwoordt de groep hem: “Gerard, wees welkom. Hier zijn wel allemaal hetzelfde en is niemand dom.”
Dan mag Gerard weer gaan zitten. Suzanne klapt haar laptop open en start een Powerpoint-presentatie op: “Waarom werkt het niet voor mij? Omgaan met tegenslagen op de werkvloer & andere tips door Suzanne Haakhamer.”
Voordat ze begint, herinnert ze mij middels venijnig oogcontact aan haar belangrijkste eis: van het inhoudelijke gedeelte wat nu gaat volgen mag ik niks publiceren. Schending van de privacy. Ik had maar ingestemd, met het idee dat ik het stiekem toch zou doen en dan na gedane zonde mijn excuses aan te bieden. Werkt altijd.
Het probleem lost zich echter zelf op: de presentatie en niet te missen rollenspellen zijn dusdanig oninteressant dat ik ze voor mijn stuk niet eens nodig heb. Verder sluit ik niet uit dat ik in slaap ben gevallen.

Met een wijze les stuurt Suzanne haar publiek naar huis. Die verzint ze zelf en is elke week anders, vertelde ze al aan de telefoon.
Deze week is het: “Soms ben je werkloos, maar je bent nooit mensloos. Een goed gesprek met een goede vriend is een sollicitatie naar een langdurige vriendschap.”
Of ik een uitgever wist, want ze denkt erover na om ze te bundelen.

Bij de koffietafel blijven de meeste deelnemers nog even hangen. Er is niet veel te doen in Badhoevedorp.
“Gerard, ik wil je nog even één op één spreken in mijn kantoortje, zou dat nu even kunnen?” hoor ik Suzanne vragen.
Hij knikt.
Ik kijk Suzanne hoopvol aan over mijn slappe bak koffie en gelukkig begrijpt ze me. Ik mag mee, maar uiteraard onder dezelfde voorwaarde: niks opschrijven.

“Ga zitten,” zegt Suzanne tegen Gerard en ze neemt zelf plaats achter het bureau. Ik sta naast de deur en druk in mijn broekzak de recorder op mijn telefoon in. Ik trek de kraag van mijn jas iets op, een krampachtige poging om te verdwijnen in de achtergrond.
“Weet je waarom je hier bent?” vraagt Suzanne.
“Dat moest van Irma, mijn werkcoach,” antwoordt Gerard.
“Maar waarom moest dat van Irma?”
“Geen idee. Het ligt niet aan mij dat ik weer werkloos ben. Het is een combinatie van de crisis en mijn leeftijd. Twee factoren waar ik geen grip op heb.”
“Het spijt me, Gerard, maar ik heb je dossier vanmiddag in mijn lunchpauze gelezen en ik ben geschrokken,” zegt Suzanne. “Ik weet niet hoe ik dit tactisch kan zeggen, dus ik zeg het maar zoals het is: het ligt wel degelijk aan jou.”
“Onzin. Je reinste lariekoek.”
“Ik heb hier wat voorbeelden van je recente werk. Zal ik anders wat voorlezen? Wil je dat?”
“Je doet maar. Het zal mij worst wezen.”
“Goed, als het zo moet, dan moet het maar zo. Dit is een stuk dat je hebt geschreven voor een website. Ik citeer: Dit nieuwe album van de Ierse rockband U2 blinkt uit in liedjes die je weten te raken. Mooie melodieën en heldere songstructuren geven de luisteraar een fijn sfeergevoel. Natuurlijk is dit nieuwe album niet te vergelijken met hun vorige, maar het mag er zeker zijn. Voor de liefhebber een niet te missen aanwinst.
“Ik begrijp niet waarom je dit aanhaalt. Dit is gewoon vakwerk. Uit het boekje.”
“Goed, dan pak ik iets anders uit het dossier. Ik heb hier een transcript van je werk wat je drie jaar geleden aan heel televisiekijkend Nederland hebt afgeleverd.”
“Televisie heb ik inderdaad ook nog gedaan. Ik ben een allrounder. Dat is zowel mijn sterke als zwakke punt.”
“Prima. Ik citeer: Sneijder. Balletje breed. Ja, rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Het is moeilijk je hoofd koel te houden in de heksenketel van Istanbul, maar dit Oranje laat zich niet in z’n hempie zetten. Bal naar Vlaar, steeds meer een rots in de branding waar onze leeuwen op kunnen bouwen. Ziekenhuisbal naar Robben, levensgevaarlijk voor de man van glas, maar oeh, gelukkig hij heeft ‘m onder controle. Hij zoekt een gaatje in defensie van de altijd stugge Turken. Maar zij weten ook: geef hem geen gaatje, want dan snijdt hij als een warm mes door de boter door hun defensie. Zelfs in deze heksenketel.
“Turkije – Nederland, 0-2. Topwedstrijd. Een van mijn mooiste momenten als commentator. Ik snap niet waar dit allemaal over gaat.”
“Moet ik nog door gaan, Gerard? Je praat in clichés! Alleen maar clichés! De ene na de andere! Je lult veel, maar zegt he-le-maal niks! Moet je meer voorbeelden hebben? Moet ik je recente tweets voorlezen? Heb je zelf wel door wat voor vreselijke hashtags je gebruikt?”
“Ik ga hier niet in mee. Dit is belachelijk. Een cliché is een cliché omdat het waar is. Mensen voelen zich daar lekker bij. En wat is er eigenlijk mis met de waarheid te vertellen? Nou? Moet ik dan maar gaan liegen? Verhaaltjes bedenken?”
“Nee, natuurlijk niet. Maar op deze manier gaat ten koste van je werk, Gerard. Je moet creatiever worden. Meer kwaliteit leveren. De arbeidsmarkt is krap, je moet je onderscheiden. En dat lukt zo niet op deze manier. Dat begrijp jij toch ook wel?”
“Ik heb gewerkt bij bedrijven als NU.nl en SBS6, naar ieders tevredenheid. Ik ben er gewoon uitgetrapt vanwege mijn leeftijd. Zoals dat gaat in dit wereldje. Je kunt mij alleen helpen door me jonger te maken. Niet met zo’n flutpowerpointje.”
“Echt, Gerard, ik heb het beste met je voor. Irma ook. Geloof ons, we willen je helpen, maar je moet wel begrijpen waar het misgaat.”
“Er gaat niks mis. Ik ben alleen te oud. En dat is einde oefening in deze maatschappij.”
“Luister nou toch even, Gerard. Alsjeblieft. Hoe moet ik dit zeggen… Misschien kan jij me helpen?”
Ineens ben ik niet meer onzichtbaar. De kekke bril staart mij hoopvol aan. Hier zit ik niet op te wachten. Dan zeg ik: “Je moet mij niks vragen. Ik heb hier geen verstand van. Ik ben hier gewoon een… een…”
“Fly on the wall,” vult Gerard aan.
“Precies,” zeg ik, “een fly on the wall.”
“Ik ga maar weer eens,” zegt Gerard en hij staat op. “Champions League op tv. Ajax tegen Real Madrid. Op papier een gemakkelijke wedstrijd voor Real, maar wedstrijden win je nog altijd op het veld, nooit op papier.”

Uit privacyoverwegingen is de naam van Arie veranderd in Gerard. Suzanne heet wel Suzanne, ondanks mijn vele pogingen om een spannendere naam te verzinnen. Helaas bestaat Badhoevedorp ook.

Standaard
Cliché

Onbesproken

We lachten keihard. Ze had het gewoon gezegd. Ik lachte er nog een stukje bij, harder nog dan daarnet en ze lachte mee.

Grappig was het allerminst, maar het kon gewoon niet anders. Het was ook echt zo. Het lag écht aan haar. We wisten het allebei.
Het lachen deed meer pijn dan het huilen, dat wat later kwam. Het voelde ergens fijn, omdat het huilen onbesproken hoop was. Dat er nog iets zat, ergens. Wij zaten aan haar kleine eettafel en dat was haar lievelingsding van hout. Dat had ze op een avond dat we het spel Wat Is Je Lievelingsding speelden besloten, hoewel ze had moeten toegeven dat het ook kwam door de gekleurde lampjes die erboven hingen. Ik weet die avond nog te goed. Zo was haar Lievelingsding Van Mij de messenset die ik haar cadeau had gedaan. Ze lachte erbij en ik wist ook wel dat ze een grapje maakte. Maar ze zei niet iets anders. Ze zei dat. Mijn god, wat lag het aan haar.
Na het lachen en huilen liep ik weg, haar trappen af. Buiten glimlachte ik een korte bries door mijn neus naar buiten, waarna ik mijn buikspieren aanspande als tijdens een schreeuw. Ik wilde geen geluid, haar raam zat toch dicht.

We zitten samen in haar huiskamer. Het is nu twee maanden en zes dagen geleden en ik heb besloten dat met haar dineren een goed idee is. Zij heeft mij uitgenodigd. Als het goed is heeft ze lasagne gemaakt. Ze vraagt wat ik wil drinken en ik reageer met heb je wijn. Ze zegt dat ik dat toch nooit drink en ik denk van alles, maar zeg niks behalve ja, dat vind ik lekker. Er is een hoop onbesproken gebleven, merk ik.

Standaard
Cliché

Zo’n dag op kantoor

“Lekker weertje, niet?”

Harm, door zijn collega’s ook wel Harm ‘clichéman’ De Grote genoemd, kwam de afdeling import binnen. Hij verdiende bij Harry Papier en Zonen geen vetpot, zo zei hij dan zelf, maar hij kon er een “aardige boterham van smeren”. Zonder z’n collega’s had Harm allang een andere baan gevonden, hield hij zichzelf en zijn prachtpartners-in-crime voor. Ook nu lachten ze hem toe.
“Nou, dat kun je wel zeggen!”
“Zonde dat we binnen zitten, hè?”
“Mijn koninkrijk voor een vrije dag! Haha!”
“Vanmiddag buiten lunchen?”
“Hopen dat je geen hagelslag op je brood hebt. Dat smelt zo!”
“Nee hoor,” stelde Harm zijn collega’s gerust, “Lekkere aardbeienjam. Was in de bonus, en je kent m’n vrouw. Hahaha!”
De afdeling lachte mee.
Ook Arie, de nestor van de groep, kon er wel om lachen. Ook zijn vrouw had wat met die bonusaanbiedingen van de Albert Heijn.
“Nog wat leuks gedaan van ’t weekend?” vroeg Marieke, de enige vrouw op de afdeling.
“Jaaa, lekker met de kids op stap geweest. Dierenpark Amersfoort.”
“Oh, met die giraffe?”
“Haha, ik zie dat iemand mijn Facebook weer veel te goed in de gaten heeft gehouden?”
Weer lachte de afdeling met Harm mee. Marieke hinnikte enigszins beschaamd. Het was natuurlijk waar. Marieke had alle vierenveertig foto’s die Harm die dag had gemaakt op Facebook bekeken. De meest gelikete foto was er één van een kauwende giraffe, waar Harm bij had gezet ‘Deze leek sprekend op ’t vrouwke’. Ook zij had hem geliket en er een grappige opmerking bijgeschreven: ‘Die lijkt anders meer op jou! ;-)’
Harm had haar opmerking geliket en eronder weer ‘Nou, dank je de koekoek’ geschreven.
“Koffie, iemand?”
Henk kwam gevat uit de hoek: “Alleen als je hebt, hoor.”
“Ik kan wel even zetten” wees Harm naar de volautomatische espressomachine.
De afdeling bulderde.
“Wie wil?”
Vingers gingen de lucht in.
“Zoals gebruikelijk” zei Bert.
“In een kopje?”
De afdeling dreunde.
Toen Harm eenmaal met een bak koffie aan zijn bureau zat, zei hij het volgende: “Nou, eens kijken of er vandaag nog voldoende internet voor mij over is. Of heb jij alles al opgemaakt met dat gefacebook van je, Marieke?”
Het gebouw schudde op zijn grondvesten.
“Gelukkig heb ik m’n kijk- en luistergeld wel betaald!”
Er ontstonden scheurtjes in de strakgewitte bepleistering.

Standaard