Bier

Schakel

De smaak van bier.
Hij probeerde het terug te halen, de beleving van die eerste slokjes.

Hij moest terug, relatief ver, naar een vroege jeugd die onbekommerd leek, naar een tijd dat bier nog een bittere smaak had. In gedachten zat hij weer op de achterbank, in een auto die de grindweg afdaalde naar de boerderij van zijn oma. De geur van Fresh Up op fris geschoren wangen beloofde twee ferme handen aan het stuur dat nog niet door bekrachtiging ondersteund werd.
Hij dacht dat als het goed is, iedere vroege jeugd onbekommerd is en liefdevol en warm. Dat je daar later pas vraagtekens bij gaat plaatsen. Maar misschien vergiste hij zich, had hij gewoon geluk gehad, of misschien plaatsten anderen nooit vraagtekens. Dat kon ook.
Als de auto eenmaal snerpend tot stilstand was gekomen, de handrem aangetrokken, de stoel naar voor geklapt, lonkte het feest. Feesten, dat konden ze op oma’s boerderij. In zijn herinnering was er een aaneengeregen slinger van feesten met een vast patroon.
Eerst met oma, de acht ooms, acht tantes, neven en nichten aan tafel; kalfsvlees, aardappels en groenten. Biologisch was nog geen begrip, maar een vanzelfsprekendheid.
Daarna het uitbuiken. De eerste sigaren en sigaretten die werden opgestoken, de vrouwen die op de bank en in de fauteuils in de voorkamer plaatsnamen voor het bespreken van vrouwenzaken. De mannen die zich in de woonkeuken herschikten aan de tafel, die nu bevrijd was van zijn kleed. Terwijl de kaartrondes elkaar opvolgden werd de rook alsmaar dikker, duurde het nakaarten alsmaar langer. Witte overhemden met opgerolde mouwen, losse stropdassen, colberts over de stoel, de winnende handen die steeds harder op de tafel klapten.
En voor een tienjarige zoals hij, werd af en toe een glas omlaag gereikt, als in een stil verbond, voor één klein slokje van het leven dat wachtte. Hij herinnerde zich dat zijn vader nooit keek, net dan niet, niet kijken wilde. Geen goedkeuring, geen afkeuring, maar stille traditie, zekerheid. Dat was het leven; een slinger van feesten met een zoete smaak.
‘Schakel’, zo heette het, dat kon hij zich nog herinneren. Op de kroonkurk stonden drie in elkaar grijpende schakels van een ketting. Hij had het laatst proberen te vinden op Google, tevergeefs.

Nu werd de boerderij omsingeld door een woonwijk, met een Vinex signatuur. Het was enkel nog een gebouw, zonder feesten, waar ’s avonds een flatscreen de kamer verlichtte. Vanuit de snackbar zag hij de kille flitsen. Hij nam een laatste slok uit een blik waarvan het opschrift beloofde dat de inhoud ambachtelijk gebrouwen was.
Het smaakte zoet, maar de bittere smaak van weemoed bleef.

Door: Han Knols

Standaard
Bier

Over hekwerk, varkens en bierviltjes

Mijn hand rustte op het viltje, het glas door mijn vingers omklemd. De schuimkraag was al een tijdje verdwenen en de zon en mijn zweet hadden het bier tot boven kamertemperatuur gebracht.

Dit was niet meer gebeurd sinds die dag in 1996 bij kinderboerderij ’t Galgenmaaltje, waar de jubileumviering zo gruwelijk uit de hand was gelopen omdat iemand het varken losliet terwijl ik net mijn speech over het belang van goed hekwerk voor kinderboerderijen afstak, maar daarbij, in enthousiasme, mijn biertje van het spreekgestoelte afstootte, waardoor het varken schrok en op de verzamelde meute kinderen inrende. Sindsdien heb ik geen bier meer aangeraakt. Ik kwam niet meer in mijn stamcafé, vermeed bedrijfsborrels en liep altijd met een grote boog om het alcoholpad in de supermarkt heen. Ik besteedde drie weken aan het optekenen van alle kinderboerderijen in Nederland en programmeerde mijn TomTom zo dat ik er altijd minstens tien kilometer omheen reed. Niet gemakkelijk, als vertegenwoordiger in hekwerk, maar het was me redelijk gelukt.
Vanochtend stond ik op met hernieuwde moed. Er waren jaren overheen gegaan en ik had het gevoel dat ik eindelijk toe was aan een goed glas alcohol. Deze septemberzaterdag voelde aan als een dag die eigenlijk bij augustus had willen horen. Veel zon, een paar wolkjes, weinig wind, 23 graden. Ieder rechtgeaarde Goudenaar gaat dan op een terrasje zitten. En zo stapte ik dan ook de deur uit, vol goede moed en zelfs zonder mijn kinderboerderijkaart te controleren. Zo langzamerhand wist ik prima dat de dichtstbijzijnde kinderboerderij ten zuiden van het centrum lag. Daar had ik die kaart niet voor nodig.
Met elke stap die ik richting het centrum zette, werd ik nerveuzer. Het is toch ook niet niks, je eerste biertje in 17 jaar. Maar ik besloot door te zetten. Dit ging mijn dag worden. Jammer dat meer mensen dat dachten. De terrasjes zaten vol. Ik slofte zoekend langs de terrasjes, terwijl m’n handpalmen bleven zweten, maar vond niets. Ten einde raad sloeg ik een steegje in, in de hoop daar een onontdekt terrasje te vinden. En inderdaad, aan het einde van de steeg, net om de hoek, stonden nog een paar lege stoeltjes. In de schaduw, maar ik als ik het zo zag, zou de zon binnen een half uurtje richting het terrasje zijn gedraaid. Jammer van het lelijke hekje, om het terras heen, maar wat zou dat. Dit was mijn dag.
En daar zijn we nu. Alles ging goed. Ik bestelde, licht stotterend, een biertje bij een hele aardige mevrouw met een lekker kort, zwart kapsel. Ze vroeg of ik het niet ook zo’n heerlijke dag vond, terwijl ze een bierviltje op m’n tafeltje legde. En dat deed ze weer toen ze het biertje even later bracht. Ik knikte beide keren. Ze vertrok en ik pakte mijn biertje vast. Ik nam een slok, zuchtte, en zag het varken, rustig scharrelend achter een half vergaan hekje.

Standaard
Bier

Vragenwaas

Het water van een douche loopt, terwijl een man wakker wordt van het angstaanjagende geluid van het gaan van zijn telefoon.

Met een enorme hap naar lucht beweegt hij zijn hoofd heen en weer om het gillende apparaat te lokaliseren. Hij ruikt zichzelf.
Zonder zijn ogen open te doen graait hij in blinde paniek onder zijn kussen en drukt op alle knoppen om het schelle geluid te doen stoppen. Hij kan het niet aan. Nog niet.
In korte tijd schieten de vragen die bij dit soort ochtenden horen zijn gedachten binnen. Waar ben ik? en Is dit wel mijn huis? zijn redelijk standaard, maar specifieker zijn Waarom heb ik een tijgerpak aan? en Is dat echt een ananas?

Gezien de aard van gisteravond valt het zeer te begrijpen dat hij besluit verder te willen slapen. Maar een aantal opgekomen vragen zijn dusdanig niet te ordenen dat hij wel wakker dient te blijven. Hij hoort bovendien een aanhoudend vreemd geluid. Een soort gehuil, lijkt het. Met zijn ogen op een onvermijdelijke kier scant hij de kamer, afgaand op waar de jankerige klanken vandaan komen. Voor het korte tijdsbestek waarin je iemands slaapkamer kan rondkijken, ziet hij nog best een hoop. Zijn blik begint binnen de contouren van het bed. Een fles champagne. Een schroevendraaier. Drijfnatte handdoek.

Nog voor hij in de badkamer is geweest, denkt hij aan Bradley Cooper en hoe goed hij was in Silver Linings Playbook. Hij staat op en trekt zijn spijkerbroek aan zonder de knopen dicht te doen. De zure geur probeert hij vakkundig te negeren, terwijl hij fronst naar de bloedvlekken en de broekzakken binnenstebuiten plukt. Er vallen wat muntjes, een polaroid en iets van papier op de grond. Hij buigt voorover om het te pakken en vindt een bonnetje van ruim 400 pond van restaurant Hawksmoor Seven Dials in Londen. Wat?! en Ik was toch in de Pijp? gaan door zijn hoofd en dan voelt hij weer die paniek van het moment dat zijn telefoon ging. Hij pakt het apparaat snel onder het kussen vandaan. 49 gemiste oproepen. Ook staat er een sms met de tekst U Comin? in beeld. ORANGE UK, leest hij boven in het scherm.

Nu pas hoort hij het stromende water van een douche. Oké, er staat dus gewoon iemand te douchen en verwacht mij daarbij, denkt hij. Maar wie? Hij knijpt zijn ogen zo hard mogelijk dicht in de hoop dat hem iets over gisteren te binnen schiet. Hij ziet bier. Veel bier. En niet alleen bier. Gisteravond flitst door zijn brein. Hij hoort de douche niet meer, hij hoort het stromen van een tap. Het klinken van glazen. Het breken van glazen. Geschreeuw. Gevecht. Een taxirit. Paspoort. Turbulentie. Zoals bij een in een film gebruikte reeks van gedachten worden de steeds sneller over zijn netvlies schietende indrukken wanneer de climax nadert hem teveel en opent hij zijn ogen. Geen enkel geluid van vloeiend vocht is meer te horen. Het enige dat hij nu nog in zijn hoofd hoort, is Wie staat daar in een handdoek gewikkeld te zijn? en Heb ik haar echt mogen aanraken? en Waarom de fuck staat er een mand vol pasgeboren mopshondjes in de vensterbank?

Standaard
Bier

Als een speer

‘Voor iemand die nooit bier drinkt, drink je vandaag anders behoorlijk veel.’

Ze kijkt me lachend aan en ik voel me betrapt. Ik heb veel dingen gevoeld deze avond en dit is een nieuwe voor in het rijtje dat een paar uur geleden op de camping begon met “zenuwachtig” en in Club Tropicano via “verlegen” al gauw werd aangevuld met “overmoed”. Om op z’n Linda Magazines te zeggen: ik zat deze avond in een emotionele rollercoaster.
Maar prima. Achtbanen zijn leuk.

Tanja is haar naam. Ze blèrde het een paar minuten geleden op de dansvloer in mijn oor, over een of andere Franse dancehit die, voor zover ik het goed kon horen, alleen bestond uit een belachelijk hard stampende dreun.
‘Sander,’ brulde ik terug en ik pakte mijn biertje over in mijn linkerhand en reikte de vrije naar haar.
Gelukkig, ze schudde ‘m. Houston, we have lift-off.
Voor de grap vroeg ik of ze hier vaker kwam maar dat antwoord wist ik al want ze zag er met haar blonde manen net zo Nederlands uit als ons nationale voetbalelftal in hun oranje thuistenue een wedstrijd spelend op de afsluitdijk.
Afijn, zij vond ‘m wel leuk.
Ik ging als een speer vanavond.
Tanja kwam uit Haarlem. Ik uit Amsterdam: ‘Handig, dat is lekker dichtbij, kwartiertje met de trein. Vier in het uur. Al weet je het natuurlijk nooit met de NS.’

We gingen de dansvloer af en vonden een tafeltje in de buurt van de bar. Daar begon ik met mijn verkooppraatje. Deze jongen leeft gezond, is vaak in de buitenlucht, sport af-en-toe, leest moeilijke boeken, kijkt geen televisie, luistert enkel muziek die niet in de hitlijsten staat en drinkt vrijwel geen bier.
In die laatste trapte Tanja uit Haarlem dus niet.
De eerste tegenslag voor mijn speer deze avond.
Een grote leugen was het overigens niet. Ik drink alleen buitenshuis bier.

‘Ja,” zeg ik, “op vakantie drink ik wel wat meer. Dan mag het. C’est la vie enzo.’
Tanja lacht. ‘Je hoeft je niet te verontschuldigen, hoor. Je mag van mij doen wat je wilt.’
Nu lach ik. Met een ferme slok maak ik mijn biertje soldaat. De alcohol doet meteen zijn werk en vliegt naar mijn speer. Dan zeg ik: ‘Nou, in dat geval wil ik je graag zoenen.’
‘Zo,’ zegt ze ‘jij durft vandaag, Sander. Veel bier drinken én meisjes vragen om te zoenen’.
‘Ik heb mijn momenten,’ zeg ik en langzaam kom ik dichter naar haar toe. Ik stink naar vies Frans bier, zweet en vervlogen resten van Axe Africa, maar het maakt niks uit. Sander jongen, dit wordt een kodak-momentje.
‘Weet je,’ zegt Tanja, voorzichtig achteruit lopend, ‘het is jammer dat ik ook op vakantie geen alcohol drink.’
Ze legt even haar hand om mijn vochtige arm en draait zich dan om.
Ik sluit mijn ogen en vervloek even alle verkeerde dingen die ik heb gezegd. Ondertussen gooit de DJ nog zo’n kutplaat op zijn wheels of steel en voel ik de alcohol langzaam stromen uit mijn speer.
Een stekende pijn meldt zich in mijn hoofd.
Wanneer ik mijn ogen weer open heb, is Tanja uit Haarlem weer opgelost in de kudde blonde vriendinnen aan de bar.
Wat overblijft is de dreun. Die vreselijke dreun.

Standaard