Wraak

Suddervlees

“Before you embark on a journey of revenge, dig two graves.” – Confucius.

Het is zondag en dan maakt hij altijd suddervlees. Zij zit in haar onderbroek op de overdekte veranda.

Louis komt aan met een muis in zijn bek en legt die voor haar neer. Het regent, wat hier zeldzaam is voor deze tijd van het jaar. Al vroeg in de ochtend begint hij met de voorbereidingen. Meestal gaat zij dan even de zee in, of maakt ze een wandeling langs het slingerende weggetje, totdat ze bij de moestuin komt. Het is altijd vlees van de slager, het moet natuurlijk wel perfect. Eerst smeert hij de sukadelappen in met zout, peper en mosterd. Vervolgens braadt hij het vlees aan beide zijden bruin.

Ze kijkt even over haar schouder, naar hem. En dan weer vooruit. Ze weet allang waarom het altijd zo lang duurt als hij naar de slager gaat. Vroeger heeft ze nog weleens geopperd om mee te gaan, maar het hoefde nooit. ‘Maar ik vraag ook niet om het vlees te helpen tillen,’ zei ze dan vergeefs. Dat stadium zijn ze voorbij. Hij haalt het aangebraden vlees uit de pan en schenkt een half flesje oud bruin erin. Alsof er niks is gebeurd.

Ze denkt aan toen Sem er nog was. Ze kijkt om en ziet hoe haar man drie laurierblaadjes, gesnipperde ui en wat kruidnagel in de pan gooit. Niks duidt er hier op dat ze een gezin hebben gehad. Ze schenkt zichzelf een glas in. Hij kan haar zien, maar kijkt er niet van op. Ze wrijft met twee handen een aantal maal hard langs haar wangen. Het is fijn om veel te zijn wat hij niet is, denkt ze.

Hij stapt met één grote pas achteruit van het fornuis vandaan. Dan draait hij zich om, doet het schort af en loopt naar de voordeur. Hij duwt de hordeur open, legt een hand op haar schouder. ‘Je bent de ontbijtkoek vergeten,’ zegt ze, terwijl ze opstaat om naar binnen te gaan. Normaal gebruikt hij een paar plakken verkruimelde ontbijtkoek als bindmiddel in de jus en om die van extra smaak te voorzien.
‘Die is op. Mijn moeder is vergeten een nieuw pak mee te sturen.’

Ze schenkt een nieuw glas in, loopt naar de bank en wikkelt zich in een deken. Ze moet niks zeggen, dat weet ze. Niet totdat hij zelf iets zegt. Ze overziet haar opties, terwijl haar gedachten naar gistermiddag afdwalen.

In een opwelling was ze naar het dorp gereden. Over het slingerweggetje, voorbij de moestuin. Hoewel ze wist dat wat ze ging doen buiten alle proporties was, was er maar één manier om erachter te komen dat hij niet bij de slager was. Echt genoten had ze niet; aantrekkelijk was Alain Bernard allerminst. Toch had in lange tijd niets zo goed gevoeld.
Het stoofpotje moet ongeveer twee uur sudderen. Maar hoe langer het op een zacht vuurtje staat, des te malser het vlees.

Standaard
Wraak

Pieter haatte dingen

Pieter haatte dingen. Dat was zijn ding en dat haatte hij. Hij haatte fluitende vogels, zonsopgangen, softijs en gebreide sjaals.

Sommigen zeiden over Pieter dat hij een grafhekel had aan dingen, maar zelf ontkende hij dat ten stelligste. Dat soort gezeik, zei hij dan, dat haat ik.

Pieter haatte ook zijn vermogen om best trots op zijn vermogen om dingen te haten. En als hij lang genoeg nadacht over die situatie kreeg hij hoofdpijn en als er één ding was dat hij haatte, dan was het dat wel.

Op een slechte dag (al waren alle dagen slechte dagen, wat Pieter betreft) bevond Pieter zich in een file. Het was de file tussen Dedemsvaart en Coevorden, die er eens in de vierentwintig jaar stond. De reden voor zijn aanwezigheid in deze file was simpel, maar tragisch: hij had een sollicitatiegesprek in Coevorden dat over vijf minuten begon.
De Renault Mégane, waar Pieter zich in bevond, had in al zijn wijsheid besloten dat de laatste drempel voordat Pieter de snelweg bereikte het punt moest zijn om de radio op een der hogere volumes vast te zetten op Q-music. Tot overmaat van ramp besloot de computerDJ die bij deze prachtzender de dienst uitmaakte, dat het nu tijd was voor ‘Rockstar’ van Nickelback. Met geen mogelijkheid kreeg Pieter, in zijn haast en haat, deze marteling uit z’n oren.

De vijf minuten voordat het gesprek ging beginnen volmakend, molesteerde hij het toch al niet zo propere interieur van zijn Renault, alvorens hij zijn hoofd op het stuur liet zakken en daarbij de claxon als een last post liet dreunen.

Nog weer vijf minuten later werd Pieter gebeld door het bedrijf waar hij naar op weg was. Dat het niet meer nodig was, dat zijn te laat komen wel goed uitkwam omdat ze de vacature bij nader inzien toch liever intern gingen invullen, dat het hen ook speet, dat ze hem nog veel succes wensten bij het vinden van een baan. Pieter haatte die clichés.

Toen de file een half uur later in een tweetal minuten oploste, zag Pieter zijn kans schoon. Hij trok hard op, terwijl Q-music nu onverstoorbaar We Are The World opzette. Pieter haatte liefdadigheid, wat hij de tweede versnelling liet merken. Op een kilometertje of honderddertig, Pieter haatte de honderdtwintig, gooide hij het stuur om naar rechts en liet de Renault omslaan en doorrollen. Pieter had ooit besloten de airbags uit z’n auto te laten verwijderen omdat hij die dingen nou eenmaal haatte, wat nu niet zo goed uitkwam.

Zo stierf Pieter. De reddingsdiensten vonden hem zo goed als geplet tussen het verwrongen metaal van een compleet gesloopte auto. De brandweermannen die hem eruit plukten droegen oordoppen om Gotye’s Somebody That I Used To Know maar niet te horen.

Standaard