Verhaal #159 • Afgesproken thema: Zomerfestival

De Reisgids

Acht jaar geleden ging ik met mijn broer naar Rome. Hij zat toen nog in zijn zwijgende periode. Bij veel jongens komen de woorden pas na hun twintigste, zo ook bij hem.

Hij kwam niet voor elf uur uit bed. En dus liepen we elke middag over smeltend asfalt en keien zo heet als een steengrill van tempel naar kerk naar forum. Zo rond een uur of drie zeiden we tegen elkaar dat we niet begrepen dat het zo rustig was in de stad, in het hoogseizoen. Bij elk fonteintje gooiden we onze kop in het water, en dan liepen we verder.
Ik moet een paar keer per dag een gesprek voeren, al is het maar met mijzelf. Dus bij gebrek aan geluid las ik de reisgids hardop voor. Bij elk monument zocht ik de bladzijde op en dan las ik de betreffende alinea. Ik verwachtte niet dat hij zou luisteren. Laat staan dat we het erover zouden hebben. Af en toe hoorde ik: ‘Aardig gek’ als ik iets had voorgelezen over seksende pausen, de hoeveelheid marmer, etcetera. In Rome is eigenlijk alles ‘aardig gek’.

Ik had me voorbereid op het bezoek aan de Sixtijnse kapel. Ik had erover gelezen. Ik had op Discovery channel gekeken naar een acteur verkleed als Michelangelo die zich bij kaarslicht een hernia schilderde. Je kon me overhoren. We hadden twee uur in de rij gestaan. Ik was stil. Ik keek naar boven. Daar was het dan. KUNST. Kijken. Zwijgen. Zo langzaam mogelijk lopen.

En ineens hoor ik mijn broer. Ik wist wel dat hij met me meegegaan was die dag, af en toe keek ik om en dan bleek hij achter me te lopen. Maar hij had nog geen geluid gemaakt.
Mijn broer kijkt naar boven en hij schiet in de lach. En zijn gegrinnik en gehik verraad dat hij een slappe lach heeft die voorlopig niet zal stoppen. ‘God zit op een wolk!’ Proest hij. ‘En hij heeft een baard! Hij heeft gewoon een fucking baard!’

‘SILENCE!’ schreeuwt de met mitrailleurs behangen militair bij de ingang. Broer loopt zo rood aan dat de tranen uit zijn ogen schieten. ‘Hij heeft een fucking baard,’ hinnikt hij. ‘Ze zijn gek.’
Ik kijk naar de grond. Ik weet dat als ik hem nu aankijk ik ook begin. Broer houdt zijn beide handen voor zijn mond, zo strak dat hij bijna lijkt te stikken. Af en toe moet er toch zuurstof bij en ontstaat er een hoog piepend en met snot vermengde kreet. Ik houd mijn adem in.

Alle militairen aan weerszijden van de kapel kijken nu op. Handen op hun wapens. Het maakt het alleen maar erger. Mensen zouden kunnen denken dat het van ontroering is, die tranen. Meerdere mensen huilen, zo las ik in de reisgids.
Broer hikt verder. Het geluid schalt door de zaal. ‘SILENCE’ schreeuwt de militair nog een keer. ‘Ik kan niet meer stoppen,’ sist hij met overslaande stem. ‘Dalijk gaan ze schieten.’ Nu lachen we allebei hardop. Dan ademen we in, alsof we een heel stuk onder water moeten zwemmen. We lopen snel richting de uitgang. Halen drommen toeristen in. Pas op het Sint Pietersplein halen we adem, plenzen water in ons gezicht, kopen het duurste blikje cola uit de geschiedenis van de mensheid.

Niet veel later bekeert mijn broer zich tot moslim. Dat was hij al een tijd van plan. Maar Rome gaf het laatste zetje, dat weet ik zeker.

Vorige week hadden we het er toevallig over. Hij is een prater geworden inmiddels. Hij zei: ‘Weet je wat ook zo fijn was? Dat jij die reisgids voorlas.’ Ik moest lachen, ik dacht dat hij me in de zeik nam.
‘Ik had in mijn ene oor een oordopje,’ zei hij, ‘maar met mijn andere oor luisterde ik. Echt. Ik weet alles nog. Ik vroeg later zelfs aan een vriendinnetje: ben jij iemand die op vakantie de reisgids voorleest.’

Door: Cathelijn Schilder



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard