Verhaal #151 • Afgesproken thema: Hebzucht

Gevangen

Terwijl ik daar zo voor de deur van mijn huis aan het roken ben, verval ik in gepeins. ‘Bezit’. Ik heb het nooit begrepen. Het lijkt erop dat hoe meer je ervan hebt, hoe minder je vooruit komt.

Het lijkt zo logisch: de ‘basis’ is je huis en de broodnodige inrichting. Daarna komt de verdere invulling, waarmee je je huis en jezelf karakter geeft. Voor elke leuke of belangrijke herinnering bewaar je een symbolisch voorwerp, een souvenir, om weg te kunnen zetten. Om de herinnering los te kunnen laten. Om te kunnen vergeten. Om toch af en toe weer naar te kunnen kijken.

En dan zit je daar, met een huis waar je niet meer van weg durft. Geen lange reizen meer, weg immigratieplannen. Jij bent niet meer jij, maar ook je bezit. Er afstand van doen is een te grote opgave geworden, een te grote puzzel van verschillende gefragmentariseerde emoties waar je je doorheen zou moeten werken. Je zou ook niet meer weten wie je bent zonder je spullen; ze vormen een barricade tegen de grote boze buitenwereld waar niemand jou helemaal kent. Je spullen kennen je. Alles bij elkaar kennen ze jou voor honderd procent, vormen ze een tijdlijn waar je in gedachten over naar voren en achteren zou willen schuiven. Niet dat je dat doet: de chronologie is al lang niet meer zichtbaar in al die spullen.

Je beseft dat je niet zozeer fysiek gevangen bent – in dat geval zou immers alles gewoon weg gegooid kunnen worden en zou je zo weg kunnen lopen – het is eigenlijk meer mentaal; je bent gevangen in symboliek: ieder voorwerp zijn eigen symbool. Die grappige koffiemok als symbool voor je eerste lange relatie, een vergeeld artikeltje aan de muur dat je ooit schreef voor de schoolkrant – je was er zo trots op, een antiek klein kastje als aandenken aan je oma – het was slechts één ding dat je nodig had uit dat gigantische huis, toen ze overleden was en alle familieleden er als aasgieren begonnen rond te waren. Maar het zijn vaak de kleine dingen die het meeste voldoening geven als ze eenmaal een plekje hebben gekregen.

Voldoening is een valkuil. Het staat voor een tevreden gevoel op het moment zelf, niet later, niet langer, niet duurzaam. Voldoening is iets waar je je uitstel mee weg lacht. Het is de stofdoek die je te voorschijn haalt wanneer je niet moet schoonmaken, maar naar haar toe moet om haar terug te winnen. Het is de schone kamer die je blinkend aan staart en jou als enige niet beschuldigt van het feit dat je maar weg blijft lopen, nooit de beste optie kiest, altijd de dichtstbijzijnde. Het is dat souvenir dat je bewaart als herinnering aan een leven waar je eigenlijk uit weg wil.

Gelukkig zie ik het nu een stuk helderder. Dit moet een keerpunt zijn. Morgen gaan er voorwerpen verdwijnen en pak ik de eerste trein die ik op het station zie staan. Morgen is de eerste pennenstreek op een schone lei. Een laatste hijs neem ik van mijn peuk; een bijzondere peuk wordt dit: al deze cruciale gedachten kwamen in mij op terwijl ik hem aan het roken was. Ik maak hem uit door een dikke zwarte streep te trekken op de muur naast mijn voordeur, wat ervan over is stop ik in mijn zak. Tevreden worstel ik mij langs allerlei objecten mijn huis binnen, achter mij een muur met een hele rij zwarte strepen. Natuurlijk, ik weet dat ze er staan. De voldoening zit hem in het feit dat dit de dertigste streep is. Een mooi rond getal; misschien moet ik hier later nog een aandenken voor bedenken.

Door: Timo Vosse



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard