Verhaal #148 • Afgesproken thema: Hoogmoed

Kampeertrots

“Lukt het, Jochem?”
Ik zucht diep en probeer een scheldpartij binnen te houden.
“Ja hoor liefje. Geen probleem,” antwoord ik met mijn beste glimlach.

Saskia, mijn vriendin, heeft het campingstoeltje al uit de auto gehaald en is begonnen aan een kruiswoordpuzzel. Ik kijk naar de ravage van tentstokken om mij heen en schop geïrriteerd tegen het tentdoek dat op het gras ligt. Jammer dat ik daardoor niet de verdwaalde grondharing van de voorgaande bewoners van dit stukje grond heb gezien. De vloekpartij is steeds moeilijker te onderdrukken, terwijl ik mezelf op de grond laat vallen om de schade aan mijn voet te bekijken.
“Weet je zeker dat het goed gaat, Jochem?”

Voordat ik kan antwoorden lopen er twee schaars geklede mannen langs. Beide uitgedost met een handdoek over de schouder en ontblote bovenlijf. Ik kan niet anders dan jaloezie voelen. Niet voor hun ontblote bovenlijven, maar omdat zij geen tent hoeven op te zetten met dertig graden Celsius.
“Bonjour,” begroeten ze in koor.
Ik knik vriendelijk terug, terwijl ik mijn verwonde teen masseer.

“Wat is het toch met kamperen? Iedereen heeft plots de neiging om over sociaal te gaan doen.”
“Was jij de tent niet aan het opzetten, Jochem?”
“Ik had even een kleine pauze, Sas.”
Ze kijkt even op van haar kruiswoordpuzzel en lacht me toe.
“Ik zou maar opschieten, want volgens mij nemen anders de Duitse achterburen onze plek in.”
Geschrokken kijk ik achterom en zie een camper met een Duits kenteken steeds dichterbij komen. Snel spring ik op, maar het is al te laat. Onze Germaanse achterbuurman heeft zijn camper al op de rem gezet en staat nu gezellig tegen onze plek aan.
Saskia lacht en vestigt haar aandacht weer op haar puzzel.
“Ja Jochem, wat is dat toch met dat over sociale gedoe op campings?”

Geïrriteerd gooi ik enkele tentstokken aan de kant en besluit om mijn vloekpartij maar de vrije loop te geven.
“Sorry Sas, maar ik heb het warm en ben ontzettend moe. Ja, laten we naar Frankrijk gaan? Wie had het idee om tien uur achter elkaar door te rijden naar deze stink hitte?”
Saskia legt het boekje neer op haar schoot en wijst met haar pen mijn richting op.
“Hmm oké, maar het was zeker niet mijn idee om dan met deze rot tent te gaan zeulen! We hadden die klote caravan van je vader kunnen lenen!”
Ik probeer mijn stem niet te verheffen, maar toch merk ik dat ik hierin gefaald ben en dat onze Duitse achterburen aan het genieten zijn van mijn tirade.
Saskia lacht: “Mag ik je herinneren dat je een week geleden zei dat je die tent binnen vijf minuten kon opzetten? En dat tien uur rijden geen probleem was voor deze jongen? En was jij niet degene die zei dat een caravan echt voor nep-kampeerders is?”

Ik zeg niets en raap langzaam de tentstokken bijeen. Zucht, waar ben ik aan begonnen?

Saskia pakt haar kruiswoordpuzzel weer op en gaat vrolijk verder.
“Jochem, Zes naar beneden. Trots. Begint met een H en eindigt met een D. Acht letters.”
Vermoeid kijk ik haar aan. “Hoogmoed, lieverd. Het is hoogmoed.”
“Gelukkig lieverd, dan zijn we het daar over eens. Vergeet je niet dat je hierna nog het luchtbed moet oppompen?”
Ik zucht en knik. Dit gaan twee erg lange weken worden.

Door: Erik van Asselt



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard