Lust

Oude liefde roest niet

De inhoud van zijn brieven gaf haar nog steeds kippenvel. Op haar bloemenrok lag een stapel verkleurde enveloppen, bij elkaar gebonden met een lichtbruin touwtje.

Het pakketje rook naar tientallen verstreken jaren. Twee schoenendozen vol had ze ervan, ieder exemplaar geadresseerd aan mejuffrouw R. Janssen. Sommige brieven had ze zo vaak open- en weer dichtgedaan, dat het papier op de vouw begon te scheuren.

Vandaag koos ze een envelop die eruit zag als gerecycled toiletpapier. Van dat grijze. En net als iedere dag begon ze met het oplezen van de zinnen, ook al kende ze de volgorde van alle woorden uit haar hoofd.

“Als je eens wist hoe je me kwelt Riet. Hoe ik gek word van verlangen als ik aan je denk. Hoe ik iedere dag wenste dat ik bij je was, zodat je me opwindt met je zoete parfum,” las ze voor aan de kalende man in de zwarte fauteuil.

Met één oog keek hij haar aan, het andere was gericht op de televisie waar jonge mannen in strakke pakjes steeds hetzelfde rondje schaatste.

“Ben je nou weer bezig met die onzin. Zou je niet wat doen aan het eten? Het is al bijna vijf uur. Ik begin trek te krijgen,” onderbrak hij haar terwijl hij op de volumeknop drukte.

“…zodat je me in verrukking brengt, terwijl je achter je kaptafel zit en je rode, gekrulde haren borstelt alsof het je kostbaarste bezit is,” las ze stoïcijns verder.

“Rookworst met stamppot wortelen. Met dit takkeweer gaat er niets boven een flink bord warm eten,” zei hij iets harder, voordat zijn aandacht weer volledig bij de televisie was.

Ze liet wat lucht ontsnappen uit haar neus en stopte de brief terug. Haar gerimpelde handen trilde en het koste moeite om het stapeltje enveloppen weer bij elkaar te binden. Het pakketje borg ze op in de schoenendoos op tafel. Ze voelde het kraakbeen achter haar knieschijf bewegen, terwijl ze omhoog kwam uit haar stoel.

“We eten gebakken aardappels met snijbonen, een klontje boter en een gekookt ei. Zonder mayonaise. Je bent al dik genoeg, antwoordde ze.

“Hmm,” bromde hij, maar ging niet in discussie.

Voetje voor voetje bewoog ze zich naar de keuken. Hij bekeek haar heupen, die bij iedere stap heen en weer wiegde en volgde haar billen net zolang tot ze achter het muurtje verdween.

“Potverdorie, wat een lekker moppie,” mompelde hij terwijl hij het rode knopje van de afstandsbediening indrukte.

Hij verplaatste zijn gewicht naar voren en ging staan. Het duurde enkele seconden voordat hij zijn evenwicht vond, maar in een paar opmerkelijk kwieke passen stond hij bij haar.

“Ik heb het je al gezegd, we eten snijbonen. En nu weg. Ik duld geen pottenkijkers in m’n keuken”, snauwde ze hem toe.

Hij negeerde haar klaagzang en begroef zijn neus in haar zilvergrijze krullen. Hij werd nog steeds opgewonden van haar zoete parfum.

Door: Danja Raven

Standaard
Lust

Vies staartje

“Triest, er is weer een voetbalclub failliet,” zeg ik wijzend met de afstandsbediening naar de teletekstpagina. “Veendam, uit Groningen. Ik heb naast het stadion van ze gevoetbald. De Langeleegte. Tijd geleden, tegen VV Veendam 1894. Dat waren de amateurs, maar ze speelden ook in het geel-zwart.”

Er komt geen reactie van achter de laptop die staat te brommen op de keukentafel. Het jaarverslag van haar eenmanszaakje gaat voor op Sportclub Veendam en de herinneringen aan mijn marginale voetbalcarrière.

Ik was positief opgevallen bij hun scout, stond er in de brief die een dag na mijn twaalfde verjaardag werd bezorgd. Het was op een zaterdag en een paar uur eerder had ik drie keer gescoord in een thuiswedstrijd. Zoals elk seizoen gingen we weer kampioen worden.

“Maar ja, als er geen geld is, houdt het op,” verzucht ik de tv uitdrukkend. “Triest, maar begrijpelijk.”

Ze zegt niks.

Het is dinsdagavond en ik verveel me. Dat ligt niet specifiek aan de dag, maar aan mij: ik heb geen hobby’s meer. Wel een kapotte knie en een vrouw met een moeilijk lopende eenmanszaak. De Voetbal International heb ik al uit, mijn ouders bel ik alleen op zondagavond na de samenvattingen.

Een half jaar lang ging ik elke woensdagmiddag in een volgepropte Volkswagen Polo met nog vier uitverkorene voetballers naar Assen voor een training met de talentvolste spelers uit de provincie. De eerste paar keer was het nog spannend en leuk, maar daarna werd het serieuzer en moeilijker. In de eerste selectieronde viel ik al af. Tot mijn grote vreugde. In die paar maanden was ik veranderd van een dartelende vleugelspeler in een krampachtige twijfelaar. Het kostte me een jaar om de lol in het spelletje weer terug te krijgen.

Ik loop naar de keukentafel en gluur over haar schouder mee in het Word document. Ze is handig met tabellen, mij zegt het me allemaal vrij weinig.

“Ik zie het al,” zeg ik, “Veendam had jou moeten inhuren, hoe jij de cijfers van de ene kolom naar de andere schuift.”
Ik gnuif. Soms vind ik mezelf erg gevat, vooral als ik actuele nieuwsgebeurtenissen verweef met lokale toestanden. Niet iedereen kan en durft dat. Thuis ben ik er de beste in.

“Wat doe je?” vraagt ze echter geïrriteerd. “Laat me dit nu even afmaken, wil je? Ik kan dat gehijg en gegrap van jou in mijn nek er even niet bij hebben. Je weet dondersgoed dat ik zo’n vreselijke hekel heb aan dit cijferwerk. Die klotezaak ook.”

“Tja,” zeg ik, langzaam terug wandelend naar mijn luie stoel, “dat roep je altijd in deze periode van het jaar. En je weet wat ik dan zeg: de lasten wegen altijd zwaarder dan de lusten. Maar jij, jij denkt altijd alleen maar aan de lusten. En dan krijg je dit.”

“Ach, hou toch op!” roept ze hard. “Als het aan jou had gelegen, klopte ik nu nog elke dag verzekeringen in bij Buursma.”
“Misschien was je dan ook gelukkig,” zeg ik rustig en druk de televisie weer aan. Veendam is nog steeds failliet en het is nog altijd dinsdag.

Ze zucht nog wat, ik zap nog wat en langzaam daalt de stilte weer neer in de kamer.

Marinus, zijn naam weet ik nog precies, die was de beste. Veel beter, sterker, langer en zelfverzekerder dan ik ooit zou zijn. Volgens mij had-ie toen zelfs al lichte baardgroei. Nee, ik was maar een dagdromend jongetje op de afgetrapte voetballenschoenen van zijn oudere neef. Zwarte Diadora’s, met de handtekening van de Italiaanse voetballer Roberto Baggio op de zijkanten gestikt. Roberto Baggio, de enige speler die mijn moeder kende omdat ze de naam zo mooi zingend kon uitspreken. Róóbertóó Báággióó. Hij had een vies staartje en miste in 1994 de beslissende penalty in de lelijkste WK finale ooit, tegen de Brazilianen. Heel Italië viel daarna over hem heen.
En terecht, had-ie ‘m maar niet moeten nemen.

Standaard
Lust

Reclame

Kent een vrouw lust zoals een man dat kent? Mijn docent godsdienst zei van niet.

Hij zei dat de seksuele gevoelens van een vrouw moeten worden gewekt door een man, zoals in Sneeuwwitje en Assepoester. En dan schijnt het ook nog zo te zijn dat je een vrouw iedere keer opnieuw het hof moet maken, voordat je het bed in duikt.

Lang heb ik het geloofd. Lang dacht ik dat vrouwen hun seksualiteit alleen maar even ‘openden’ om jou tevreden te stellen. Dat het hun niet kon boeien. Dat Sandra mijn behoeftes tolereerde. En ik dacht dat dat normaal was. Tot gisteravond. Tot dat reclameblok. Tot dat ene filmpje. Sandra bewoog een beetje. Ze spreidde haar benen lichtjes en haar mond viel net genoeg open om een euro plat tussen haar lippen te leggen. Wauw, zei ik. Ze herhaalde me. Toen het filmpje klaar was draaide ze haar hoofd naar mij. Haar blik was anders. Grote pupillen, oogleden ver uit elkaar, levendig. “Sandra,” zei ik. “Dirk,” zei ze. En daarna stond ze op, pakte m’n hand en trok me mee de kamer uit, de trap op, de slaapkamer in en het bed op. Ze deed niet eens de gordijnen dicht. Ik mocht haar zien. Ze trok de kleren sneller van mijn lijf dan mijn jongeheer enthousiast kon worden. Twee uur later stond ze op om te gaan douchen. Ik was gesloopt, kapot, vernietigd.

Vanochtend was ze weer kil en stil. Ze was weer wie ze altijd was. Daarom zit ik nu, ze is naar de supermarkt, op de bank met de telefoon aan m’n oor. Ik sta al twintig minuten in de wacht, maar dat geeft niet. Ik heb m’n vraag kunnen stellen. Dat ze me écht moeten vertellen wanneer het filmpje weer op de tv komt. Dat het een kwestie van leven of dood is. Dat het me niet uitmaakt hoe lang het duurt. Dat ik er zelfs voor wil betalen.

Nog vijf minuten later komt Natasja, de telefoniste, weer aan de telefoon. Ze zegt dat het haar spijt, maar dat de commercial is geschrapt omdat er teveel klachten over waren ontvangen. Wat voor klachten dan, vraag ik slapjes. Dat het geen geschikte reclame was, zegt Natasja. Dat er teveel bloot in zat.
Even blijf het stil tussen ons.
Kan ik die film niet nog ergens anders zien, wil ik weten. Nee, is het antwoord. Ze hebben hem zelfs van Youtube moeten verwijderen.
Ik begin zachtjes te huilen. Ik laat de telefoon vallen en hoor Natasja nog vertwijfeld vragen of er misschien nog iets is dat ze voor me kan doen. Ik begraaf mijn hoofd in de bank en til hem pas weer op als ik de achterdeur hoor. Dag schat, roept Sandra. Ik zeg niks. Kijk eens wat ik heb gekocht, zegt ze, waarop ze een sixpack Jillz op tafel zet.

Standaard