Aardrijkskunde

Tomtoms, topografie en dunnerbroodjes

Ik weet niet hoe het met u zit, maar met mijn aardrijkskundige kennis was het vroeger droevig gesteld. Rijtjes stampen heeft nooit tot mijn favoriete bezigheden gehoord, en topografie was daarop geen uitzondering.

En, zoals mijn moeder toen in al haar wijsheid zei, als je de trein pakt kom je toch wel waar je wezen moet. En daar had -en heeft- ze steeds meer gelijk in. Topografie? Nergens voor nodig…

In de trein vertrouwen we op de machinist (en de vastliggende rails), in het vliegtuig is de piloot onze held en in de auto varen we blindelings op wat de tomtom ons voorkauwt. Een aankomst in Timboektoe in plaats van Zuid-Frankrijk zou sommigen waarschijnlijk alleen de verzuchting ontlokken dat de vlucht erg lang duurde, er toch wel wat veranderd is in de loop der jaren en dat de multiculti samenleving ook daar wortel heeft geschoten. Maar als de all-inclusive goed is, hé, wat maakt het dan uit?

Na een paar weken in den vreemde wordt de roodgeblaarde huid nog eens met after-sun ingesmeerd en worden de koffers gepakt. Huiswaarts! Al vliegend worden in een paar uur tijd honderden, zo niet duizenden kilometers terug overbrugd, alsof het gaat om een ritje van Groningen naar Maastricht.

En dan? Dan volgen de v-a-k-a-n-t-i-e-g-e-s-p-r-e-k-k-e-n…

“He, hoi, ja, we zijn weer thuis. Gisteravond, ja. Heerlijk. Lekker zonnetje. Wel warm, ja. Mij een beetje te… Bloedheet gewoon. Nee joh, je kon niks doen zonder dat het zweet in straaltjes van je af liep. Wat? Nou ja, gewoon, in de schaduw blijven. Weet je, je zal het niet geloven, maar ik heb daar gewoon verlangd naar een beetje regen. Ja, echt zo’n Hollandse regenbui. Ik was die zon echt zat op een gegeven moment, kan je het je voorstellen? Ha, ha, ja, ik heb wel m’n hele E-reader uitgelezen. Ja, inderdaad, normaal gesproken heb ik daar ook geen tijd voor. Waar? Nou, Turkije, had ik je dat niet verteld? Waar in Turkije? Uh, ja, goeie vraag. God, hoe heette het daar nu ook alweer? Nou, ik kan er even niet op komen. Lastig ook, die taal, he? Allemaal o’tjes, i’tjes en y’tjes naast elkaar, je zou er je tong over breken. Maar, wel een mooi hotel. En aardige mensen. Het eten? Ha, ha, ja ook aubergines, getver. Maar gelukkig ook dunnerbroodjes en Turkse pizza’s. Nee joh, gewoon dezelfde als die je hier bij Hasan kunt halen. Nee, Hasan, je weet wel, die van die snackbar hier in de buurt. Italia? Nee, joh, da’s Italiaans. Hasan heeft toch geen pizzeria? Maar het klinkt wel ongeveer zo. Nou ja, maakt niet uit, toch?

Ja. Ja, vind ik ook. Eigen bed enzo. Slaapt toch het allerlekkerst, maar dat is mijn persoonlijk mening van mij. O, nee hoor, die bedden waren prima, daar niet van, maar ja. ’t Is toch niet eigen, hè? Wat? Mmm…

Hee, maar weet je waar we waren, daar in Turkije? In Antalia. Ja, schiet me ineens te binnen nu we het over Hasan hebben… Zo heet die snackbar van hem toch ook? Wat een toeval, hè?

Ja, ik ook. Moet nog boodschappen doen. Gatver, het regent. Kutweer…”

Door: Helen Jager

Standaard
Aardrijkskunde

Echte mannen

In de documentaireserie “Moet dat nu?” praten mannen openhartig over de rol van de liefde in hun leven. In deze negende aflevering zijn we op bezoek bij de zesendertigjarige Michael Schuursma. Samen met zijn Helena geniet hij van zijn pensioen in het pittoreske Ilpendam, onder de rook van Amsterdam.

“We hebben net verbouwd, ja. Een nieuwe keuken. Het duurde uiteindelijk zeven maanden, we gingen uit van vier. Altijd hetzelfde gesodemieter met die bouwvakkers. Kijk, dit kookeiland is dus nieuw. Helena wou er graag eentje. En waarom ook niet. Ik ben niet de beroerdste. Nooit geweest ook. Toen-ie net af was, zei ik tegen Helena “We hebben nu ons eigen Curaçao, wie had dat gedacht?” Haha, beetje humor, moet kunnen. Vind ik belangrijk in het leven. Net als de wetenschap. En ze snapte ‘m natuurlijk niet, hè. Moest ik verdorie uitleggen dat ik ‘kook’ als in koken van een potje en ‘coke’ als in drugs expres door elkaar haalde.
Waar ik Helena heb ontmoet? Poeh, dat is al weer een paar jaar geleden. Het was in de kroeg. Geen idee meer hoe die heette. Ik onthoud dat allemaal niet, joh. Ze kwam naast me zitten en we hadden het een tijd over Aardrijkskunde. Dat weet ik nog wel, want ik heb het dus echt nooit over Aardrijkskunde. Hoe we er op kwamen, weet ik ook niet meer. Afijn, we hadden het in die kroeg dus over Aardrijkskunde. Ik maakte een grapje, maar geen idee meer hoe die ging. Waarschijnlijk iets over de Mount Everest en haar eigen bergen, als je begrijpt wat ik bedoel. Misschien niet de beste grap, maar ja, we hadden het natuurlijk wel over Aardrijkskunde. Helena kon er trouwens wel om lachen. Op zich had ze geen mooie lach, maar ik zag potentie, zullen we maar zeggen.
Hebben we kinderen? Nee, geen kinderen. Nog niet. We moeten eerst verbouwen. We hebben net een nieuwe serre, opgetrokken uit glas. Paar boompjes erbij: prachtig. Je kunt er ’s ochtends heerlijk in de zon zitten met een krantje. Of met een iPad, dat maakt tegenwoordig niks meer uit. Toen die dingen net in de winkel lagen, dacht ik dat het overbodige speeltjes waren voor rijkeluiskindjes. Maar nu kan ik niet meer zonder. Heb er zelfs twee: de normale en zo’n kleintje, de mini. Het is een enorme vrijheid om op elk moment je e-mail te kunnen checken. Als je er bij nadenkt, maakt het je heel klein. Zo van, als we dit al kunnen, wat stel ik dan nou eigenlijk voor? Vind het belangrijk dat we dat niet vergeten en daarom staat het onder elke e-mail die ik verstuur: wees dankbaar voor de wetenschap; ze is er ook voor jou. Een kleine moeite en als ik er ook maar één iemand mee aan het nadenken zet, is het een geslaagde actie geweest. Ik zou het zelf niet doen, maar op dat punt zou je me een soort van moderne verzetsstrijder kunnen noemen. Een soort Anne Frank 2.0, haha.
Maar laten we even gaan zitten in de serre. Op dit tijdstip van de dag is het er heerlijk zitten, met het zonlicht en zo.
Of ik geloof dat Helena en ik voorbestemd voor elkaar zijn? Nee, dat denk ik niet. Het was puur toeval dat ik net in die ene kroeg zat waar ook Helena was. Joh, moet je weten, ik kwam daar nooit. Maar toevallig vierde een oude vriend van me, die ik al een paar jaar niet had gezien, daar zijn verjaardag. Er zijn mensen die dat het lot noemen. Maar daar geloof ik dus niet in. Het was puur toeval, niks meer dan dat. Het leven is geen Staatsloterij of weet ik wat voor gelukspelletje. En ik heb al eens de loterij gewonnen, moet je nagaan.
Liefde op het eerste gezicht? Hou op, zeg. Ik kon Helena eerst niet uitstaan. Altijd dat gekwebbel over weet ik veel wat. Maar goed, soms heb je het niet in de hand. En voordat je het weet ben je zes jaar met elkaar verder. Zo gaan die dingen gewoon. Doe je niks aan. Moet je ook niet willen.
Wat ik van de toekomst verwacht? Poeh, geen idee, joh. Ik laat het eigenlijk allemaal maar gewoon gebeuren. Ik leef bij de dag. Kan ik iedereen aanraden, het maakt je rustig. Mensen werken te veel, ze willen te veel. Ik bekijk het per dag. Gisteren bijvoorbeeld, kwam Helena thuis met zo’n foldertje van die dokter Schumacher. We hebben er samen hier in de serre door heen gebladerd en weer iets moois uitgezocht voor d’r. Dat is ons nieuwe projectje, zullen we maar zeggen. Kunnen we weer op iets verheugen. Je moet er zelf iets van maken. hè. Misschien wordt het nu wel liefde op het eerste gezicht, haha. Die mag je er inhouden.”

Blijf kijken, want na de reclame is er de eerste aflevering van “Schrijvers in de sneeuw”. Kan Peter Buwalda net zo gedetailleerd een karakter als Siem Sigerius vormgeven met sneeuw, een paar knopen en een winterpeen als met driehonderd bijvoeglijke naamwoorden in Microsoft Word? Je gaat het straks zien op RTL 7, de zender voor echte mannen.

Standaard
Aardrijkskunde

Seizoen

De verandering van de seizoenen is een bijzonder langzaam proces. Sommige mensen zeggen dat ook van eb en vloed, maar echt; dat is heel iets anders.

Tussen de tijd dat de IJssel hoog staat en zo vlak is als een spiegel en het moment dat het water zakt en de blubberige rotsen aan de rand van de vaargeul tevoorschijn komen zit slechts een paar uur. Een dagje misschien. Soms wordt er geklaagd over een te lange dag. Een dag is niks. 24 uur. Waarvan, als je geluk hebt, je ook nog een uur of acht slaapt. En als je slaapt, dan voel je niks. Rust. 16 uur dus. Een dagje. Een dagje verdriet. Een dagje angst. Een dagje pijn. Een dagje wanhoop. Zo’n dagje zal voelen als een te lange dag, maar in werkelijkheid is het niks. 16 uur. Niet te vergelijken met de verandering van de seizoenen in ieder geval. Als je verdriet hebt in de winter, en in de lente nog steeds; dan ben je langer verdrietig dan 16 uur. Als de ijskoude regen op je hoofd hetzelfde voelt als de zon op je gezicht die tientallen verborgen sproeten tevoorschijn tovert; dan ben je langer verdrietig dan 16 uur. Het duurt even, voordat de zon de kracht heeft sproeten te maken. Maar als je goed oplet zie je precies wanneer het zover is. Het enige dat je moet doen is lang genoeg naar buiten kijken. Langer dan 16 uur. Als het gras om de dag gemaaid moet worden en er ontbeten kan worden in de zon, dan is het tijd.
Lente.
En als de lente niet helpt, dan moet je wachten. Langer dan 16 uur. En misschien brengt de zomer dan verlichting. Als de planten niet zonder hun dagelijkse gieter water kunnen en je zelfs na het douchen nog naar zonnebrand ruikt.

Standaard
Aardrijkskunde

Antwoorden

“Het wordt tijd dat je gaat praten, knul.”
De woorden worden zachtjes in m’n oor gefluisterd, langzaam, alsof elk woord van levensbelang is. De stem is van een man, kalm en warm. Alsof hij dit al honderden keren heeft gedaan.

map“Ik weet niks! Ik heb toch al gezegd dat ik niks weet! Luister nou naar me!”
Mijn stem is hoog, paniekerig, angstig. Sinds ik van m’n fiets gesleurd werd en een blinddoek voor kreeg, het zal een dag geleden zijn, kan ik alleen nog maar praten op die manier. Angstzweet in m’n stembanden, denk ik.
“Dan zit er niks anders op.”
“Nee, niet nog eens! Alsjeblieft! Nee!”
De stem reageert niet. Ik ruk aan de banden die mij op de plank geklemd houden. De Russische polka gaat weer op z’n hardst. Even gebeurt er niks, op de belachelijke hoempa pa-geluiden na. Dan hoor ik het, vlak bij m’n oren. Het gezoem van een schuurapparaat. Ik voel m’n hart stoppen en weer op gang komen.
“Ik weet niks!”
Ik schreeuw nu uit alle macht.
“Ik zei toch al dat ik niks weet! Help! Help! Nee!”
Het gezoem verwijdert zich en de stem komt ervoor in de plaats.
“Te laat, knul.”
Dan begint de pijn. M’n linkerbeen staat in brand. Alsof je een sliding maakt op slecht kunstgras maar blijft doorglijden. Ik voel warme spetters op m’n gezicht. Ik gil en gil en gil totdat de pijn opeens minder wordt. De stem klinkt weer in m’n oor.
“Zullen we het nog één keer proberen?”
Ik huil. Ik denk aan vroeger, aan de heerlijke dagen in de heuvels van Limburg, in het bos achter bij opa en oma, in de duinen van Den Helder. Aan de geur van de Loosdrechtse Plassen, de haven van Rotterdam, het rattenbos in oost-Groningen.
“Goed, als je niet gaat antwoorden, ga ik wel gewoon m’n gang.”
Het zoemen begint weer.
“Nee! Nee! Goed! Ja! Ik zal het zeggen! Stop! Stop!”
Het zoemen stopt.
“Oké knul, tijd voor antwoorden. Je weet wat er gebeurt als je nu niet antwoordt.”
“Ja.”
Ik hoor wat geschuif op de achtergrond. Dan opeens een indringende geur en een vochtige damp onder m’n neus.
“Voor de laatste keer: wat voor grond is dit?”
“V… v… veengrond.”
“Veengrond?”
“Goed, goed! Hoogveen, oké!”
“Kijk kijk kijk. En waar vinden we deze grond?”
“Zeeland.”
“Helaas knul. Helaas.”
“Sorry, Noord-Nederland! Noord-Nederland!”
“Te laat.”

Standaard