Verhaal #132 • Afgesproken thema: Karaoke

Frank Rijkaard was fan van The Smiths

Café Vrijbuiter is mijn favoriet. De muziek daar is goed. Belangrijk. Zit er geregeld, in het weekend. Of op een woensdagavond of op een vrijdagmiddag. Dan zeg ik tegen Hennie, de barman: “Kom ook eens bij mij langs. Het hoeft toch niet altijd van één kant te komen?”

Vandaag is zo’n vrijdagmiddag. Ik zit aan de bar, dicht bij de jukebox. Hennie is een verzamelaar. Veel vinyl singletjes.
Mijn munt is voor D5: What Difference Does It Make van The Smiths.
Hennie zegt: “Weer dat zielige gejammer?”
Maar toevallig is het wel zijn jukebox en zijn plaatje.
Veel toeristen binnen, krijg je met het Leidseplein om de hoek. Rechtsachter zingt een groepje lachend mee met de Morrissey uit de kast in de hoek: “It makes none. But now you have gone and you must be looking very old tonight.”
Britten natuurlijk. Nederlanders hebben vrij weinig met The Smiths. Het wordt al snel afgeschilderd als depressieve muziek. Zelfkwelling.
Maar ze snappen het gewoon niet.
Hennie komt bij me staan. Over zijn schouder een theedoek.
“Altijd die ellendige The Smiths,” zegt hij. “Levensmoe, Wim?”
De humor van Hennie: de tweede reden waarom ik hier blijf terugkomen.
“Dat je die oude meuk hebt bewaard,” zeg ik. “Wie luistert er tegenwoordig nog naar The Smiths?”
Hennie lacht. Een bakje tijgernootjes komt op de bar.
“Zonde is het,” zegt hij. “We zijn een raar volk.”
Ik knik, en zeg dan: “Frank Rijkaard was fan van The Smiths. Nou ja, hij luisterde het in ieder geval. Eens gelezen.”
“Dat is tenminste iets,” zegt Hennie. “Dat je kan lezen.”
Mijn broekzak trilt. Op het telefoondisplay de foto van een beschonken Mark. Ik neem op. Een hoop gezeur, over vrouwen, kinderen en vrouwen en kinderen. Af-en-toe zeg ik: “Oké.”
Hennie fluistert: “Nog eentje doen?”
“Alleen als je hebt,” fluister ik terug met mijn hand over het spreekgedeelte.
Zeurend verhaal kort: Mark komt vanavond niet.
Ik leg mijn telefoon op de bar, display naar beneden. Daarnaast een nieuw biertje. Twee vingers schuim. Zoals het hoort. Uit het boekje. De derde belangrijke reden.
“Vanavond gaan we karaoke doen,” zeg ik. “Met de jongens van het vijfde.”
“Ik wist niet dat jij kon voetballen,” zegt Hennie.
“Je weet wel meer niet,” zeg ik.
Hennie vult de tijgernootjes bij en zegt dan: “Ja, bijvoorbeeld dat meneer The Smiths purist wel gewoon ’s avonds loopt mee te blèren met platte troep als Eye Of The Tiger.”
“Ha!” zeg ik en graai in het bakje. “Dat is anders, Hennie. Karaoke heeft niks met muziek te maken. Gewoon lachen.”
“Jaja,” zegt hij. “Nu je het zegt: je begint inderdaad ook steeds meer op Gordon te lijken, met je dikke kop.”
Ik lach en neem een slok van mijn bier. Dan zeg ik: “Maar Mark kan weer eens niet. Altijd hetzelfde gezeik tegenwoordig.”
Een Brit aan de bar, Hennie moet eight pints tappen. Toch vraagt hij: “Mark, dat is toch die ene met die pet?”
“Pet?” vraag ik. Het schaaltje is alweer leeg. Bier en tijgernootjes, het beste duo sinds Morrissey & Marr.
“Ja,” zegt Hennie, twee getapte pilsjes voor hem. “Zo’n vleespet.” Zijn rechterwijsvinger naar zijn hoofd.
“Een vleespet?” vraag ik. “Hij draagt nooit een pet. Wat lul je, man?”
Ik schuif het lege schaaltje dichter naar Hennie toe.
“Ongelooflijk, wat ben jij toch een domme aap,” roept Hennie. “Een vleespet! Helemaal van vlees, op zijn kop.”
Ik haal mijn schouders op en zeg dan: “Ik volg je niet meer, Hennie. Maar dat maakt niet uit. Jij wordt ook een dagje ouder.”
Met een klap zet Hennie een nieuw getapt biertje op de bar. “Niet te geloven,” roept hij. “Ik bedoel natuurlijk dat-ie kaal is. Een pet van vlees. Geen haar, alleen vlees.”
Het schaaltje staat nu leeg te zijn naast de drie getapte biertjes. Zes vingers schuim en wat opgewonden spuug van Hennie.
“Dat weet ik toch,” zeg ik rustig. “Maar je kijkt zo schattig als je je slechte grappen ook nog moet uitleggen.”
“Flikker toch een eind op,” lacht Hennie. “En ook nog een beetje al mijn nootjes lopen opvreten. Nep-Gordon die je bent.”
Op de bar trilt mijn telefoon. Na een seconde of vijf draai ik ‘m toch om. Altijd bereikbaar moeten we zijn. Een beschonken Richard op het display.
Ik neem op en zeg onregelmatig: “Ik snap het.”
“Ik hoor het al,” zegt Hennie, een leeg glas hangend onder de tap. “Dat wordt vanavond The Smiths zingen. In je uppie, thuis. Gezellig.”
Ik hang op en zeg dan: “Dat was Frank Rijkaard. Hij vindt ook dat je als de sodemieter de tijgernootjes moet bijvullen.”



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard