Kantoor

Regenboog

De wereld was nog nooit zo geweest als nu. Bedacht Job. Dat is een zin die je altijd kunt blijven herhalen, de hele dag door.

Nu is nu alweer niet meer nu. Hij had wel eens de opvatting gehoord of gelezen dat alles gelijktijdig plaatsvindt, dat het ‘nu’ alles omvat. Daar zat wel wat in. Want waren niet juist de herinneringen aan zijn kindertijd veel scherper dan zijn herinneringen aan wat er de afgelopen jaren allemaal was gebeurd. Ja, juist wanneer hij zich een gebeurtenis uit zijn kindertijd herinnerde was het alsof die gebeurtenis nog steeds plaatsvond. Het nu omvat alles, alles is nu. De loop der dingen is geen lijn, of een cirkel, maar een bal. Het heelal. Hij hoorde zijn moeder, die een boek voorlas terwijl hij naar het plafond keek in een net opgemaakt bed, schone pyjama. Zag de ogen van de vrouw die hem vals beschuldigde dat hij snoep gestolen had. Voelde zijn ontwrichtte elleboog, nadat een auto hem ondersteboven had gereden. Gek dat een elleboog tegelijkertijd ontwricht kan zijn en op zijn plek kan zitten. En ook grappig dat het was a… ‘Ha Job, vijftien euro, hier die kreeg je nog van me.’ Hij schrok op en zag Friso voor zich. ‘Oké.’ Vijftien euro? Maar waarom dan? Hij wilde het vragen, maar was te laat, want Friso was alweer weggelopen. Hij durfde hem niet na te roepen, voelde de andere collega’s kijken. Aarzelend en kijkend naar zijn pen op het bureau pakte hij zijn portemonnee. Een goed moment om naar huis te gaan. Hij keek om zich heen, zag mensen waar hij zichzelf ‘tot morgen’ tegen hoorde zeggen en deed de deur van kantoor achter zich dicht.

Op de fiets voelde hij de vijftien euro in zijn kontzak branden.

Een lot alstublieft.’
‘Een lot, wat bedoelt u? een staatslot?’
‘Oké.’
‘heeft u nog voorkeur voor een eindcijfer?’
‘Een eindcijfer?’ Dat woord kende hij nog van de middelbare school, zo’n twintig jaar geleden. ‘wat bedoelt u? eh ja, ik denk het wel.’
‘Of u voorkeur heeft voor een getal waarop uw lot eindigt.’
‘Oké, een 10.’
‘Dat is dan vijftien euro.’

Hij won de jackpot en nam ontslag. Verhuisde van appartement naar een rijtjeshuis. Legde een verzameling aan van alle pcgames die ooit gemaakt werden. Hij ging weer op voetbal.
De zon scheen en het regende tegelijkertijd. Lekker weer, slidings maken.

Door: Daan Groeneveld

Standaard
Kantoor

Ervaring

Net voordat ik een dossier open sla, kijk ik altijd even naar de foto van Angela die rechts naast mijn beeldscherm staat. Al jarenlang lacht ze naar me. Het mooiste meisje in het mooiste lijstje.

Tegenover me zit Govert, een jongen van negentien met een lastig kapsel en het leven nog voor zich. Van de zes maanden stage heeft hij er nog twee te gaan. Hij vertelt tijdens de lunch vaak over de rondreis die hij in de grote vakantie gaat maken. In een tweedehands Volvo Oost-Europa doorkruisen met zijn vrienden. Om de zoveel uur wisselen van bestuurder. Vies buitenlands bier drinken in elke mooie stad. In het Nederlands praten over mooie meisjes die gewoon naast hun staan. Trots met een Nederlands Elftal t-shirt op de foto gaan bij een vervallen voetbalstadion.

Voor zijn stageverslag vroeg Govert mij laatst hoelang ik nu bij Administratiekantoor Van Zanten werk. Vreemd genoeg had ik dat antwoord niet paraat. De jaren schuiven al gauw naadloos in elkaar over tot een grote herinnering. Het werd een rekensom aan de hand van gebeurtenissen. Ik woonde nog niet samen met Angela, dus het was voor 1986. Het EK voetbal in Frankrijk heb ik gezien met collega’s van Café de Braakpot, dus het was na 1984. Ja, want de ochtend na de finale tussen Frankrijk en Spanje reden Angela en ik in die oude Fiat Ritmo van me naar Madrid waar een oude schoolvriendin van Angela een expositie had met vreemde schilderijen met grote vlekken waar je de worsteling van de mensheid door de eeuwen heen in kon zien als je het wou zien. Wonder boven wonder hadden we Spanje gehaald zonder ook maar een keer met pech langs de weg te staan. Toen we weer terug waren in Hilvarenbeek had ik meteen maar een nieuwe auto gekocht, een tweedehands Peugeot’tje. Daarmee ben ik ook voor het eerst naar Administratiekantoor van Zanten gereden. Ik weet het nog als de dag van gisteren: Ik had een sollicitatiegesprek met Dinie, die sinds 2003 hier niet meer werkt, ze zat op financiën, en ik had van mijn vader een colbertje geleend. We hadden toen nog niet zo’n mooi groot parkeerterrein als nu en ik kom maar met moeite een plekje vinden, strak geparkeerd tussen twee lange stationwagons. Ik was vreselijk nerveus die dag, want eigenlijk vroegen ze iemand met een aanverwante opleiding. Volgens mij was het ook een van de warmste zomers die we ooit in Nederland hebben gehad. Op Hilversum 3 werd omgeroepen dat je moest blijven drinken dus dat deed je dan maar.

“Laten we dus zeggen, sinds 1985,” zei Govert en ik had hem dat laten opschrijven om daarna meteen te vertellen dat het in deze branche vooral draait om ervaring. Een diploma is zeker handig, maar uiteindelijk is het een soort van uithoudingsslag. Als je lang genoeg blijft zitten, kom je vanzelf hogerop. “Kijk maar naar mij,” had ik wijselijk gezegd, “geen HBO diploma, maar inmiddels wel senior belastingaanslag behandelaar.” Govert had het opgeschreven. Mijn gewichtige woorden vastgelegd in zijn dit jaar bijna helemaal volgeschreven grijze collegeblok. Het leek heel wat.
Rechts van me lachte Angela.

Standaard
Kantoor

Wat jij denkt

Ik werk op een kantoor waar alles altijd hetzelfde is. En jij denkt nu: ‘ja, dat zal best, maar zo is elk kantoor. Lekker cliché weer.’

Ik snap dat je dat denkt.
Heb je Groundhog Day weleens gezien?
Iedere ochtend, als ik binnenkom, zit de receptioniste net een beetje in haar neus te pulken. Niet genoeg om heel vies te zijn, of zo, maar wel genoeg dat ze schrikt van m’n binnenkomst en een beetje bloost. De tulpen die op haar toonbank staan zijn eigenlijk net over hun hoogtepunt heen en staan treurend om zich heen te kijken. Elke dag. Net als dat Skyradio elke dag dezelfde muziek draait.
Als ik door de gang over het uitgesleten tapijt naar m’n kamer loop, kom ik Robbert, de HR-chef, tegen. Hij heeft een mok vast en zegt elke dag hetzelfde: “Ha, Ellard, ’t is weer een heerlijk bakkie hoor. Snel bij zijn!”

Dat dus. Alles is altijd hetzelfde. En nu denk jij vast: ‘oké, vervelend, maar dan doe je er toch wat aan?’
Ik snap dat je dat denkt.
Heb je Rain Man weleens gezien?
Iedere ochtend, als ik binnenkom, veeg ik eerst mijn linker- en dan mijn rechtervoet. Ik zeg altijd wat over de tulpen, dat ze “erbij staan zoals ik me voel”. En dan lacht de receptioniste. Dat kan ze mooi, met haar linker mondhoek wat hoger dan de rechter.
Ik moet ook bekennen dat ik wacht met het inlopen van mijn kamer totdat ik Robbert van de andere kant zie komen. Ik wil gewoon graag horen dat de koffie lekker is, zodat ik daarna snel naar de machine kan lopen om m’n eigen bakje te zetten. Ik doe altijd een koffie met melk, zonder suiker, in het op twee na onderste papieren bekertje. En als ik dan naar m’n kamer loop zeg ik tegen mezelf dat het maar goed was dat ik er snel bij was.

En nu denk jij natuurlijk: ‘och, een autist, wat zielig. Die heeft vast een of ander administratief, slap baantje. En hij kan natuurlijk heel goed tellen, want dat was ook zo in Rain Man.’
Ik snap dat je dat denkt.
Heb je Forrest Gump weleens gezien?
Iedere ochtend, als ik binnenkom, begroet de receptioniste mij met “Goedemorgen, meneer de directeur”. Daarna maak ik mijn grapje.
Robbert is net als ik, autistisch. Hij staat aan de andere kant van de gang te wachten tot ik de gang in loop. Het is een spel dat we spelen, waarmee we elkaar uitdagen om over onze grenzen te stappen. Ik win meestal, dus wint Robbert meestal.

En nou heb ik je zover dat je denkt: ‘tjonge, wat een raar verhaal’.
Ik snap dat je dat denkt.
Heb je Alice in Wonderland weleens gezien?

Standaard