Ikea

Gevonden

We waren hier wel eens eerder geweest. In het begin, uit mijn hoofd een jaar of zes geleden. Ik had geen rijbewijs en een hoofd vol dromen waarmee ik Nederland en later de wereld zou veroveren.

In een keuken die nu onze keuken had kunnen zijn, vertelde ik Evelien over het boek dat ik binnenkort ging schrijven. Het hele plot zat al in mijn hoofd. Het was eigenlijk allen nog maar een kwestie van op de knop drukken. Evelien knikte en ik vertelde meer. Over de personages, over de locaties en over de grappige observaties. Evelien had aandachtig geluisterd en zij wist het zeker: dat boek gaat er komen.

Samen liepen we verder. Door diverse huiskamers die onze huiskamer van nu hadden kunnen zijn. We zaten op banken alsof we die ene film op de niet aangesloten televisie niet wilden missen. We lagen op bedden alsof we moe waren van een lange dag met de kinderen. Aan de keukentafel lazen we elkaar stukjes voor uit de ochtendkrant van twee jaar geleden alsof het brekend wereldnieuws was.

Ik keek naar Evelien hoe ze keukenkastjes op waarde probeerde te schatten door ze een paar keer open en dicht te doen en daar een serieus gezicht bij te trekken. Ik genoot ervan hoe ze een nepboek uit de kast haalde en dan zei dat de film toch beter was. Vanaf mijn plekje op een afzichtelijke rode bank met onhandige kussens waar je nooit op in slaap kan vallen, zelfs niet na de meest vermoeiendste werkdag sinds de invoering van de fulltime baan, bewonderde ik haar vrolijke gezwier langs het aanrecht van weer een keuken.

Op een van de vele eettafels legde Evelien haar twijfels neer en ik probeerde ze weg te vegen met alles wat ik had. Wat doen we hier? Wat is de betekenis van dit alles? Een antwoord had ik niet, maar daar, aan die eikenhouten eettafel die nooit onze eettafel is geworden, zag ik wel meer dan ik ooit had durven dromen. Je ziet niet alleen een film van je leven voorbij komen als je denkt dood te gaan.

Afijn, daar dacht ik dus allemaal aan toen Evelien vanochtend een Bjorn boekenkast in het winkelwagentje probeerde te leggen.

Standaard
Ikea

Dagboek

Woensdag 17 april
Het is nu twaalf dagen geleden sinds het begin van de expeditie. Ik voel me redelijk.

Ik heb nog genoeg water en kan me voeden met een kleine voorraad gehaktballetjes, die ik drie dagen geleden gevonden heb. Ook is het vinden van een slaapplek geen probleem, er zijn genoeg zachte materialen te vinden. Ondanks die luxe blijft het verlies van Roy aan me knagen. Ik blijf denken dat ik met ‘m mee had moeten gaan. We zijn nu al vijf dagen gescheiden en ik maak me zorgen. Leeft hij nog? Heeft hij de beschaving al gevonden? En als dat zo is, komt hij me dan nog wel zoeken? Ik hoop dat het goed met hem gaat.
Nu ga ik slapen, want morgenvroeg ga ik naar nieuw terrein. Ik zal een stukje moeten klimmen, maar volgens mij kom ik daardoor op plekken waar geen mens ooit is geweest. Ik vind het maar wat spannend!

Welterusten.

Vrijdag 19 april
Ik zal eerlijk zijn. Ik ben hopeloos verdwaald. Het terrein is bijzonder verraderlijk en bezaaid met paadjes die nergens naartoe leiden. Ik kan zelfs de plek waar ik omhoog ben geklommen niet meer vinden. Maar mensen, wát een plek heb ik ontdekt! Het blijft maar doorgaan. Oneindige gangen met oneindig veel tussengangetjes er doorheen verspreid. Ik wou dat meer mensen dit konden zien. Maar ik ben bang dat ik mijn ontdekking nooit zal kunnen delen met anderen. Het water raakt op en ik heb nog maar één gehaktballetje over. Ik moet erop vertrouwen dat Roy me zal vinden. Roy moet al aan het zoeken zijn. Ik weet het. Ik hoop het.
Voor morgen ben ik van plan om de hele dag een grote gang te volgen. Tot nu toe heb ik geprobeerd om een richting te houden via de kleine gangetjes, maar dat heeft niks opgeleverd. En hoewel ik niet weet waar de grote gang heen loopt, kan ik niet anders. Wens me sterkte.

Zaterdag 20 april
10 uur! Zo lang heb ik gelopen! En ik ben geen meter opgeschoten. De grote gang loopt in een cirkel. Ik had niks door, idioot die ik ben. Volgens mij ben ik wel zes keer langs m’n startpunt gelopen. Niks lijkt op elkaar, en toch lijkt alles op elkaar. De omgeving is volkomen bizar. En nu is m’n water op. Het gehaktballetje ga ik zo opeten. Ik weet niet wat ik moet doen. Roy, waar ben je?

Maandag 22 april
De afgelopen twee dagen heb ik non-stop rondgelopen, op zoek naar een uitgang of voedsel. Niets. Geen gehaktbal te zien. Op het eerste niveau kon je nog zat gehaktballetjes vinden, maar hier is het dor en dood. Ik zou een moord doen voor een gehaktballetje. Ze doen me denken aan Scandinavië, ik weet niet waarom. Zo proeven ze gewoon. Denk ik. Het enige dat ik heb is m’n eigen urine. Ik drink het omdat ik niet anders kan. Morgen is m’n laatste kans. Ik moet iets vinden. Anders ga ik dood.

Dinsdag 23 april
Het is over. Klaar. M’n energie is op, ik kan nauwelijks meer staan. Dit was de laatste Ultimate Survival.

Aan de mensen die mij vinden:

Ik had niet gedacht dat jullie het zouden redden. Ik heb het niet gered. De Ikea was teveel voor me. Zeg tegen Roy dat ik van ‘m houdt.

Bear Grylls

Standaard