Kater

Kater

‘I can’t get no satisfaction’, klinkt het uit de wekkerradio. Het is best een aardig liedje, zeker in contrast met hoe Bas zich voelt.

Een primitieve woning, een muffe lucht die de kamer heeft gevuld die ochtend en rode schoenen. Een vreemde wekkerradio in de vorm van een kabouter. Over twee uur moet hij werken. En een aardig liedje kan Bas gebruiken, want het zit hem niet mee. Intelligentie is één, doorzettingsvermogen is twee. Dat laatste heeft hij niet en daarom hield hij zijn studie economie na twee jaar voor gezien. Bas wilde reizen, maar had het geld niet om verre landen te bezoeken. Bij de studenten vond hij bovendien weinig aansluiting. Bas was anders. Van Brabant, waar hij opgroeide en studeerde, vertrok hij met zijn ziel onder zijn arm naar Rotterdam. Nu deelt hij een onderkomen met zijn collega.

Bas werkt onregelmatig. Soms een paar weken, soms een paar weken niet. Deze week wel. Aan de kater van Bas ging een avondje flink doorzakken vooraf. Samen met zijn collega. De meeste gelegenheden in Rotterdam kwamen ze niet binnen. Niet netjes genoeg gekleed. Bas heeft lak aan ongeschreven regels, zeker als het om kleding gaat. Zijn jas te groot, zijn rossige haar in de war. Felle kleuren all over.

Een homobar net buiten het centrum liet de twee wel binnen. Dorstig namen ze plaats aan de bar. Zijn collega, een lenige man en een ware waaghals in zijn werk, komt er vaker. Bas niet, maar hij is verslaafd en ongelukkig. Waar hij is interesseert hem niet.

Uren zitten de twee aan de bar. Tot sluitingstijd. Wanneer ze laveloos naar huis lopen bedenkt Bas zich dat hij zijn wekkerradio nog moet zetten. Morgenmiddag moet er weer gewerkt worden. “Allememaggies Adriaantje, dat wordt een zware dag”. Zwalkend lopen de twee naar hun caravan.

Door: Maarten Godschalk

Standaard
Kater

De eenmaal gekozen kant

In het midden van het bos was een bankje waar ze op gingen zitten. Erica links, Alfred rechts.

Dezelfde verdeling als in hun tweepersoonsbed. Het viel Alfred op, maar hij zei er niks over. Erica’s diepe zucht van eerder in de auto toen hij een grapje had proberen te maken over het drinkgedrag onder katers, was hij niet vergeten. Het was iets natuurlijks, vermoedde Alfred. Hebben we eenmaal besloten wie waar gaat liggen, houden we ons daar de rest van ons leven aan. Ooit had hij eens gelezen dat de man onbewust altijd tussen de deur en zijn te beschermen vrouw gaat liggen. In hun woning aan de Jan Kruisstraat 32 was dat een probleem geweest: aan de ene kant zat de deur naar de gang, aan de andere kant zaten de tuindeuren. Even had Alfred overwogen het bed helemaal in de hoek te schuiven zodat hij Erica dan voor alles kon beschermen, maar hoe goed kende hij haar nu eigenlijk al? Hij koos op goed geluk voor rechts en zo zaten ze nu ook elf jaar later op het bankje in het bos waar ze vroeger zo vaak met Hank kwamen.

Alfred had een grote kuil gegraven, Hank was nu eenmaal een absurd dikke kater. Hij had het beest erbij gekregen toen Erica eindelijk bij hem introk. Hank was toen nog een jong, dartel dingetje met soepel en prima werkende lichaamsdelen. Ruim vier jaar later was Hank getransformeerd in een dikke, luie lobbes met maar één oor, de rechter. De andere was-ie kwijtgeraakt na een volgens Alfred volstrekt ongelukkige handeling met de strijkbout die echt iedereen had kunnen overkomen.

Hoe langer Hank gehandicapt was, hoe dikker-ie werd. Erica verwende ‘m. Uit schuldgevoel, had Alfred haar weleens verweten, maar dat was het niet volgens haar. Ze hield gewoon van die steeds ronder en luier wordende kater en “kijk hem nou eens zielig kijken met z’n ene oortje, mijn hankie-pankie-poepchineesje”.

Alfred had geen hekel aan Hank, laat daar geen misverstand over bestaan. Hij stond vrij neutraal tegenover huisdieren in alle soorten en maten en deze eenorige veelvraat was geen uitzondering geweest. In het begin, het pre-strijkboutincident tijdperk, ging hij zelfs met Erica mee als ze de speelse Hank uitliet aan een koortje in het bos. Al was dat meer uit liefde voor Erica dan voor Hank, maar dat maakte het, wat Alfred betreft, geen minder goed bedoelde inspanning van zijn kant.

Toch begon Alfred zich wel na verloop van tijd steeds meer te ergeren aan die vette Vincent Van Gogh kater. Erica had ‘m namelijk in de dagen na de strijkboutcatastrofe van ’97 toegestaan om ’s nachts bij hun op bed te liggen. Niet uit schuldgevoel, maar uit troost, uit liefde. Hank voelde die troost, die liefde, schatte het op waarde en sliep daarna nooit meer in zijn eigen mand. Alleen voor het eten, het vreselijk vele eten, stond-ie op om na het schrokken der schrokken weer zijn plekje op het bed in te nemen, aan de linkerkant, tussen baasje en deur naar de gang in.

Maar nu was Hank dood. Met geen strijkbout in de buurt was zijn hart er zomaar mee gestopt. De ontroostbare Erica wou geen nieuwe kater dus Alfred had gisteravond het bed maar naar een hoek in de slaapkamer geschoven.

Standaard
Kater

Huiswaarts

Hoewel de wekker van 6.30 uur voor Derk meestal als geroepen kwam (hij haatte zijn vrouw), voelde hij dat op deze vrijdagochtend niet zo, een gegeven dat hij zeer adequaat uitdrukte met de woorden “goede genade”.

Het zou niks voor Derk zijn om de voorgaande avond de schuld te geven van de knallende koppijn in de voorste regionen van zijn schedel, laat staan er, behalve de twee eerder gesproken woorden, enige tijd en moeite aan vuil te maken. Slechts twee minuten achter op zijn strakke (en perfecte) schema trok hij om 7.09 uur de voordeur van zijn vinexwoning in de Muziekwijk van Almere dicht. Buiten regende het, maar dat kon het humeur van Derk niet bederven – per slot van rekening haatte hij zijn vrouw en was elke seconde uit haar buurt een godsgeschenk – zodat hij alsnog fluitend naar de bus liep. Dat fluiten stokte toen het besef hem trof dat zijn perfecte schema geen twee minuten vertraging tolereerde, wilde hij de betreffende bus naar het station halen. Enigszins hollend vervolgde Derk daarop zijn weg, waarbij het vrolijke fluiten al gauw vervangen werd door zachte, maar toch hoorbare tonen uit zijn neus, die veroorzaakt werden door een gevecht tussen binnenkomende en uitgaande zuurstof en zijn verstopte neusholtes (het snuiten van de neus was een taak die Derk meestal tijdens het lopen naar de bus pleegde uit te voeren).

Gejaagd vond Derk zich drie minuten later terug bij de bushalte, wat betekende dat hij een volle minuut had gewonnen, maar ook dat de bus al vertrokken had moeten zijn. Tot Derks verbazing stonden er nog twee andere forenzen te wachten, die met hun spiedende blikken verrieden dat de bus nog niet geweest was. Derk voegde zich bij hen, en verloor zichzelf al gauw in een eigenlijk ongeoorloofde terugblik naar de avond van gisteren. Toen hij even later, het zullen vier minuten zijn geweest, uit die overpeinzingen opschrok omdat hij bij het punt was aanbeland dat zijn vrouw (wat haatte hij haar toch) hem was kwamen ophalen uit de kroeg, was de bus nog steeds niet gearriveerd. Dat verwarde hem zeer, het beginpunt van de buslijn bevond zich namelijk nog geen twee haltes terug en je zou dus denken dat zo’n bus in die afstand moeilijk een vertraging op kon lopen. Dit bracht Derk er vervolgens toe om zich om te draaien naar een van zijn medeforenzen, en de stelling te poneren die ongetwijfeld ook op diens lippen zou branden:
“Wat een vertraging, hè?”
Achteraf bezien was het meer een vraag dan een stelling, maar dat was niet de grootste fout die Derk hier maakte. De forens die hij aansprak was een vrouw van bejaarde leeftijd die, als gevolg van het overlijden van haar man, erg verlegen stond om een goede gesprekspartner. Zij sprak ongeveer als volgt:
“Och, nou, dat geeft mij niet hoor, het zonnetje schijnt en het regent niet, dus dat lijkt me allemaal toch heerlijk? Wat u? Gaat u wat leuks doen vandaag? Ik ga met Annie een dagje naar Amsterdam. Echt zo’n zin in! Het schijnt zaterdags nog gezelliger te zijn dan doordeweeks.”
Na het aanhoren van deze zinnen en het zwijgend bekijken van zijn telefoon, waarop de dag van vandaag inderdaad als zaterdag werd bestempeld, smeet Derk zichzelf zonder nog langer na te denken voor een net langsrazende taxibus.

Standaard