Verhaal #100 • Afgesproken thema: Zwangerschap

Koester

Ze zat uit het raam te staren. Te dagdromen. Laat alles maar varen, laat alles maar van je afglijden want uiteindelijk het komt wel goed. Toch?

Ze moest denken aan het moment dat haar ouders gingen scheiden toen ze een jaar of twaalf was. Vreselijk had ze het gevonden. Haar vader had toen gezegd: ‘Het zal wel loslopen.’ Loslopen, het klonk zo gek.

Telefoon.
‘Hey’, nam ze op.
‘Met mij. Ik ga zo een terrasje pakken, ga mee.’
Eigenlijk had ze geen zin.
‘Toe?’
Ze liet zich overhalen. ‘Same time, same place dan maar?’
‘Goed zo. Ik zie je zo.’

De lente was net aan het doorbreken. Een helderlichte zon over de grachten in de stad, vrolijk lachende mensen op straat. Ze keek ze bijna met jaloezie aan. Kutleven. En net als je denkt dat je dag niet erger kan zie je een vrouw met een kinderwagen voorbij komen. Het stak, nog altijd.
‘Een groot glas rosé’, zei ze toen de serveerster hun bestelling kwam opnemen. Haar vriendin keek haar vragend aan. ‘Wat nou?’, reageerde ze iets te fel. ‘Doe nou niet alsof ik me nu nog moet beperken tot een Spa Blauw.’
‘Rustig maar. Ik wist niet dat je er nog mee zat. Het is tenslotte al…’
‘Zes maanden geleden, I know. En ik zit er niet mee. Ik probeer gewoon…’
Ze maakte haar zin niet af. Daar liep de vrouw met de kinderwagen, alweer.
‘Sorry. Maar af en toe…’
‘Life’s a bitch, bedoel je die?’
‘Die bedoel ik. Proost.’

‘Maak iedere herinnering beter, koester ieder beeld.’ Het was een mantra dat ze een keer had gekregen van een welzijnswerkster door wie ze was geholpen. Het probleem was: de weinige herinneringen die ze nog aan ‘hem’ had (of was het een ‘haar’?) vervaagden meer en meer. En ondertussen ging ze alleen maar meer twijfelen. Die verkrachting, dat was gek genoeg het ergste niet. Het was niet bepaald iets waar ze aan terug wilde denken, maar de therapie had spoedig z’n werk gedaan en ze was opgeknapt. Maar gewoon die verdomde rouw. Het verteerde haar.

Een dampende kom verdriet. En ze had steeds meer het idee dat ze die kom binnenkort in één teug naar binnen zou werken.

Een paar dagen later. Ze ging zitten. Een vroege zondagochtend, de sneeuw was zelfs weer terug van weggeweest. Heel koud was het niet. Eigenlijk voelde ze zich idioot. Hier was ze toch te nuchter voor. Toch?
‘Ben je daar?’, vroeg ze tegen beter weten in.
‘Ik wilde je nog iets vertellen.’
Haar onderlip trilde.
‘Het spijt me zo ontzettend.’
En nu? Even niets. ‘Ik hou van je lieffie. En ik zal het beter doen in de toekomst, beloofd. Maar het was gewoon…. niet het juiste moment.’
Geritsel in de bladeren door een vogel. Wind in de verte. Even bleef ze nog in haar moment. Heel, heel even nog.

Door: Maarten van Krimpen



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard