Verhaal #95 • Afgesproken thema: De laatste dag

Morgen is het lente

Allemaal zijn ze alleen. Ze zitten heel stil, hun ogen gesloten en de kin een beetje omhoog. Een straaltje zon valt op hun witte wintergezicht.

Mensen zouden vaker zo ongegeneerd moeten genieten’, zeg jij. ‘Gewoon, alleen maar op zichzelf gericht.’
Een oude vrouw zit op een bankje bij de vijver. Ze heeft haar gezicht naar het licht gekeerd en ademt diep, alsof ze de lente in al haar poriën naar binnen wil zuigen.
‘Die heeft de hele winter tussen vier muren gezeten’, zeg ik. Op een dag als deze krijgt zelfs eenzaamheid groene knoppen.

Het was jouw idee om een wandeling te maken. Langzaam naast elkaar slenteren, jouw want in de mijne. Vanaf morgen gaat de temperatuur omhoog en afspraken voor fietstochten, terrasjes en zwembaden zijn al gemaakt. Maar vandaag zit de winter nog als een dikke sjaal om onze nekken geknoopt.
‘Zie je dat meisje?’ Ze zit in haar eentje op een bankje, haar rugtas naast zich. ‘Die spijbelt van school.’ Ontsnapt aan vierkantswortels en werkwoordsvervoegingen om even alleen met de laatste winterdag te zijn.

Ik ruik dat het warm gaat worden. Elk jaar vergeet ik dat de lente een geur heeft, net zoals ik vergeet hoe het voelt om onder alleen een laken te slapen of hoe blond mijn haar wordt in de zon. De hele winter lang heb ik deze geur niet geroken en de hele zomer lang zal hij me niet opvallen. Maar vandaag maakt hij me licht.
‘Denk je dat hij hier veel geld verdient?’ Een donkere man speelt accordeon op een bankje, zijn ogen zijn dicht.
‘Vast niet. Hij kan maar één deuntje.’ Op het station zou hij tien keer zoveel verdienen, ondanks dat ene deuntje. Maar hier zit hij op een bankje in het park.

Even verderop is er een man in een te veel te ruime winterjas. Er staat een plastic tas naast hem waar een slaapzak uitsteekt: hij heeft vast op dit bankje geslapen vannacht. Toch ontwar ik onder zijn verwilderde baard een kleine glimlach.
‘Zielig, als een uitstapje naar het park het hoogtepunt van je dag is’, zeg jij.
‘Het is het hoogtepunt van míjn dag.’
‘Dit? Ik zal je zo wel eens laten zien wat een hoogtepunt is.’ Je slaat me op mijn billen en ik slaak lachend een gilletje.

De lucht hangt vol met beloftes. Het is een voelbare trilling, de gedaanteverandering die het park te wachten staat. De honderden jonge stemmen die de stilte zullen doorbreken, de kurken en aardbeienkroontjes die overal zullen worden achtergelaten, het uitspreiden van kleedjes op het nu nog berijpte gras.
‘Laten we naar huis gaan’, zeg je. Je kust me en je adem voelt warm op mijn koude wangen. We lopen terug langs de mensen die zich wentelen in het laatste stukje winter. Morgen is het lente.

Door: Mirjam Brouwer
(de Verhalenfabriek)




Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard