Verhaal #84 • Afgesproken thema: Naakt

Slapen

Voorzichtig open ik de deur van de slaapkamer. Ik kijk door de kier. Ze ligt vast nog te slapen. Ik kan het niet goed zien, doe de deur verder open en zet een stap naar binnen.

“Vendredi?”, zeg ik
Ik probeer aan de dekens te zien of ze ademt. Ik zeg nog een keer haar naam, luider. Ze reageert niet. Ik loop naar het bed, buig voorover.
“Vendredi?”
Ik leg mijn hand op haar schouder en schud. Ze komt in beweging. Ze bromt iets. Ik zie een deel van haar benen.
“Ik maak alvast eten klaar,” zeg ik.
Ze draait zich van me weg, pakt de dekens stevig vast. Vanuit de kamer klinkt de muziek die ik op heb gezet, Our Endless Numbered Days van Iron & Wine.

She says “wake up, it’s no use pretending”
I’ll keep stealing, breathing her
Birds are leaving over autumn’s ending
One of us will die inside these arms
Eyes wide open, naked as we came
One will spread our ashes ‘round the yard

Ik loop de slaapkamer uit, naar de keuken. Uit een kast haal ik borden, uit een lade bestek, ik leg alles op tafel. Ik pak brood en beleg, zet een raam op een kier om frisse lucht binnen te laten.

We zitten nog buiten terwijl de zon bijna onder is. In het oosten begin het alvast te schemeren. Op het lage houten tafeltje staan twee lege wijnglazen. Ik leg mijn hoofd op de rand van de stoel en doe mijn ogen dicht.
“Morgen ga ik even naar de stad,” zegt Vendredi.
“Hm?”
“Om boodschappen.”
“Hm.”
Ons huis is klein en ligt afgelegen. We zijn ook maar met z’n tweeën.

Ik word wakker, kreun, draai me om maar besluit dat ik net toch beter lag. Langzaam doe ik mijn ogen open. Ik lig alleen in bed, haal diep adem. Wanneer mijn lichaam zin begint te krijgen, stap ik uit bed. Ik loop naar de woonkamer. Hetzelfde album als gisteren speelt.

She says “If I leave before you, darling
Don’t you waste me in the ground”
I lay smiling like our sleeping children
One of us will die inside these arms
Eyes wide open, naked as we came
One will spread our ashes round the yard

Er is niemand. Ik krab in mijn nek, kijk uit het raam, haal mijn hand door mijn haar en besluit een wandeling te gaan maken.

Een hertenlichaam ligt tegen een boom aan. Ik loop ernaartoe en hurk erbij neer. De ogenleden zijn nog open, maar het dier ziet niets meer. Ik kijk om me heen, dan weer naar het beest. Vraag me af wat er is gebeurd. Waar het aan lag. Of het anders dan zomaar kwam.
Het wordt donkerder, ik heb niet op het weer gelet; wolken komen bij elkaar. Het begint ineens hard te regenen, voor ik het weet ren ik door de modder terug naar huis.

Het is laat. Ik haal mijn arm onder Vendredi’s nek vandaan. Haar borstkas gaat op en neer, denk ik, ik voel de tekens voorzichtig bewegen. Ik probeer geluidloos uit bed te stappen.
Mijn keel is droog.

Op tast vind ik de deur van de slaapkamer. Ik doe hem achter me weer dicht, knip licht aan, loop naar de keuken.

‘Laat’, dat is wanneer een kraan lawaai maakt. Wanneer je bang bent dat zodra het water de wasbak raakt, iemand niet meer slaapt.

Door: Roelof ten Napel




Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard