Zeventien

Een nieuw begin

Het is de tweede lentedag van het jaar en hij zit achter zijn bureau alsof het nog gewoon winter is. Gordijnen dicht, fles wijn naast zijn laptop en een opgeslagen notitieboek binnen handbereik.

De hele nacht heeft hij doorgewerkt. Niet alles moest over, maar een groot deel klopte niet meer dankzij die ene zin die zij heel nonchalant, haast tussen neus en lippen door, vanmiddag had uitgesproken tijdens hun maandelijks onderhoud.
Het ging eigenlijk best goed, daar waren ze het beiden ook wel over eens. Een sterke verhaallijn, mooie zinnen en een goed neergezet hoofdpersonage. Een titel verzinnen dat kan later nog altijd. Vooral zo door gaan en dan komt het wel goed. Dit soort verhalen schrijven zich vanzelf. Daarna hadden ze lekker achterover gezeten in de rieten terrasstoeltjes. Eventjes met de ogen dicht genieten van de langverwachte zonnestralen.
Nog maar eens nalezen. Chronologisch moet het nu weer kloppen. Maar of het er beter op geworden is?
Even had hij getwijfeld, het was natuurlijk gewoon maandag, maar toch had hij een biertje besteld. Zij had zijn voorbeeld gevolgd en het jonge meisje een witte wijn laten opschrijven. Het gesprek kwam al gauw op vakantieplannen. Hij wou graag naar Brazilië, lopen over het strand van Copacabana en maar kijken naar die rare, uitsloverige Brazilianen. De Europese schrijver uithangen had ze grappend gezegd. Zorg eerst maar eens dat je deze afkrijgt, W.F. Hermans.
Na drie pagina’s stopt de printer met spugen. Vervang cassette knippert er op het display, maar hij weet dat dit nog wel even kan wachten. Truukje van de fabrikant, te snel roepen dat-ie op is. Even schudden en weer terugzetten, dan kun je nog tientallen printjes maken.
Bij het tweede biertje gingen beide families over tafel. Die van hem kende ze al, het is toch allemaal autobiografisch? Negentien jaar is ze nu getrouwd met haar Gerard. Hij doet iets met computers en zij was blij met deze parttime baan. Mooie verhalen lezen voor geld, wie wil dat nou niet? Het klinkt in ieder geval beter dan ze moeten schrijven, had hij een beetje grappend gezegd. Schrijven is vooral afzien, mensen vergissen zich daar gauw in omdat het zo makkelijk lijkt, een beetje typen in een Word document.
Zijn hoofd bonkt van al dat bier en wijn en dat bloedirritante zeurgeluid van de printer. Hoofdstuk twee is eigenlijk net zo vaag als de printjes die er nu uitrollen. Misschien nog maar eens schudden.
Ze vroeg of hij later kinderen wil. Eerst maar een vrouw, had hij geantwoord, gevolgd door een overdreven lach om de bitterheid van zijn opmerking te verbloemen. Ze had hem door. De beste schrijvers zijn ongelukkig, had ze gezegd. Net zoals niemand zit te wachten op voldane muzikanten of tevreden cabaretiers. Ben jij gelukkig? Een leugen en weer die lach.
Zij wel.
Opgewonden vertelde ze dat haar dochter volgende week zeventien wordt. Het deed haar toch meer dan verwacht. Het is niet niks voor niks de gemiddelde leeftijd van een personage in een coming of age roman.
Hij moest maar weer eens op huis aan.

Standaard
Zeventien

Tien plus zeven

“Hoe het voelt om jezelf kwijt te raken is niet iets waar de gemiddelde mens dagelijks bij stilstaat. Maar wacht maar tot het gebeurt. Dan staat alles stil en is het te laat om er nog iets aan te doen.”

Ben jij jezelf kwijt?”
“Voorheen zou ik het niet als zodanig omschreven hebben. Toen had het ik altijd nog over ‘naar mezelf opzoek zijn’. Maar eerlijk gezegd: naar jezelf opzoek zijn en jezelf kwijt zijn, zijn twee zaken die eigenlijk precies hetzelfde betekenen. Dus of ik mezelf kwijt ben? Al jaren. Al járen, dus het is al lang te laat.”
“Voor wat is het te laat?”
“Het is te laat, veel te laat, om mezelf nog terug te vinden. Het zit namelijk zo: wie ik was, bestaat niet meer. In de eindeloze zoektocht heb ik geen stukjes van mezelf bij elkaar gesprokkeld maar ben ik juist steeds meer van mezelf zoek geraakt.”
“Heb je het opgegeven?”
“Kunt u ‘het’ definiëren?”
“De zoektocht, is die gestaakt?”
“De zoektocht naar mezelf wel. Misschien loop ik er ooit een keer per toeval tegenaan, maar ik reken nergens meer op. Tegenwoordig ben ik met hele andere dingen bezig.”
“Oh?”
“Ja. Want heeft u wel eens stilgestaan bij zaken die heel gewoon lijken? Van die zaken waar bijna nooit iemand bij stilstaat. Dat zijn de dingen die mij fascineren op dit moment.”
“Verklaar je nader…”
“Ik zal u een heel simpel voorbeeld geven. Zeventien is er één meer dan zestien en één minder dan achttien. Zeventien is tien plus zeven. Niemand kan daar iets aan doen, het is gewoon zo. En zo zijn er dus heel veel zaken die zo gewoon zijn, maar aan de andere kant echt de moeite waard zijn om over na te denken. Zestien is ook zoiets. Eén meer dan vijftien maar één minder dan zeventien. Zestien is tien plus zes. Wonderlijk. ”
“Maar wat is daar dan zo ‘wonderlijk’ aan?”
“Dat niemand nadenkt over de zaken die je niet in de hand hebt. Nog zoiets: mijn hersens. Ze zijn van mij, maar ze doen wat ze zelf willen. Zonder overleg laten ze mij met mijn ogen knipperen. Zonder dat ik er zelf iets voor hoef te doen klopt mijn hart. Mijn hersens zorgen ervoor dat ik er als ik in de morgen wakker word nog ben. Of ik daar nou op zit te wachten of niet.”
“En? Zit je daar eigenlijk wel op te wachten?”
“Naar het antwoord op die vraag, ben ik nog steeds opzoek.”

Standaard
Zeventien

Gokken

Een aas, prima. De dealer schuift en draait de kaarten soepel, bijna achteloos naar Steven en de andere vier spelers toe.

Het gezicht van de dealer glimt, het is warm en broeierig. De zweetplekken onder z’n ooit smetteloos witte shirt zijn in de afgelopen twee uur uitgegroeid tot bosvijvers. En de stapel fiches van Steven is in dezelfde periode geslonken tot een druppel op een gloeiende plaat. Z’n laatste chips zijn ingezet.

Een zes. De soft seventeen. Dat haat Steven. Op de een of andere manier gaat dat bij hem altijd verkeerd. Of hij nou keurig volgens de regeltjes een kaart hit of lekker dwars past, het maakt geen zak uit. Verliezen doet hij toch wel. Z’n rechterbuurman staat ook op een lastige. Vijftien. Hij hit ‘m en bust. Steven denkt niet na. Hij hit ‘m gewoon, wat zou het, hij is toch bijna blut.

Een zeven. De veertien is ook zo’n klotegetal. Bij dertien heb je nog een prima kans om te overleven, als je nog een kaart pakt. Veertien zit al net over de 50% kans om te busten heen. Maar passen is er niet bij. Met veertien win je niks. Eigenlijk dwingt de veertien Steven om risico’s te gaan lopen die hij niet wilt lopen. En dat vind de bank dan weer geweldig. Steven kijkt naar de dealer. Die laat geen greintje emotie zien, maar Steven weet zeker hij hem in z’n hoofd al van de tafel heeft verwijderd. De verliesrillingen lopen over Stevens rug. De winnaarsadrenaline pompt. Ach, wat zou ’t ook. Het zijn toch z’n laatste centen. Kan hij er net zo goed een beetje gek mee doen.

Een aas. Kansloos. Een aas. Wedden dat de dealer die expres uitdeelt, om Stevens verlies er in te wrijven. Hij verhoogt z’n verlieskans minimaal, zes procent of zo, gewoon om Steven langer te laten bungelen. De klootzak. Want ook nu moet Steven wel vragen om een kaart. Vijftien doet niets. Vijftien is de Rottumerplaat van het blackjacken. Nu moet Steven z’n reserves wel gaan aanspreken. Hij doe het liever niet, maar het moet. Goed, hitten maar.

Een twee? Hoe bestaat het. Weer zeventien. Zit-ie alsnog op die vervloekte zeventien. Steven laat z’n hoofd zakken. Hij twijfelt. Een kaart hitten is bijna gegarandeerd stuk gaan, zeker met al die lage kaarten al op tafel. Passen betekent bijna zeker verliezen van de bank, die ook maar een zeventien nodig heeft om te winnen. Het is zo’n Amerikaanse ‘vang-22’. Steven kijkt op, naar de dealer. Die kijkt terug, strak, maar een klein glimlachje speelt om zijn mond. Ze weten allebei wat er gebeurt. Steven ziet de lach en vraagt om een kaart. De dood of de gladiolen.

Een koning.

Standaard