Verhaal #77 • Afgesproken thema: Reis

De druppel

Het ruikt naar zweet en kaas. Mark verontschuldigt zich lachend.
Heb dit busje anderhalve week met drie Belgen en twee honden gedeeld. Blijft nog wel een tijdje hangen, ben ik bang.”

“Waar is de rest dan?”
“Die zijn hun eigen weg gegaan. Waar moet je heen?”
Ik hou het kartonnen bordje omhoog dat Laurens en ik gisteravond gemaakt hebben, bij het licht van onze zaklampen. Halverwege het inkleuren van de W was de laatste pen leeg en nu is er van veraf alleen ‘Galw’ te lezen. We lieten het zo.
“Galway. Ga je die kant op?”
“Ik moet naar Athlone, kan je daar de volgende lift pakken. Stap in.”
Naast de grote hoop vuile was en tassen achterin is meer dan genoeg ruimte voor mijn backpack en de klamme tent. Vanochtend werden Laurens en ik wakker in de mist. De dauw kreeg niet de tijd om op te drogen, maar werd al voordat we klaar waren met het poetsen van onze tanden vergezeld door een miezerige regen.
Laurens zweeg bij het inpakken van de tent. De druppels gleden van het zeil en ik dacht aan de avond dat we de vlucht boekten, lamsshoarma aten en tot diep in de nacht in reisgidsen bladerden.
Mark rommelt zonder te kijken aan de radio. “Waar kom je vandaan?”
“Waterford, daarvoor Dublin en Belfast. Ik kwam aan in Belfast.”
“Ah, Belfast. Daar eindig ik. Hou je hiervan?”
Ik herken Oasis. “Prima hoor.”
De radio gaat harder.
De mist was vanochtend zo dik dat ik niet verder kon kijken dan de velden aan de overkant van de weg. Er stonden koeien, bijeengepakt onder een boom. De beesten, Laurens en ik zaten in hetzelfde, verkleumde schuitje: zij wachtten tot de boer hen weer de stal in liet, wij wachtten op de verlossende automobilist. Het enige verschil was dat wij ons verplaatsen, maar zelfs dat merkte ik aan het nauwelijks veranderende landschap niet.
Bij elke passerende auto ging Laurens’s duim omhoog, maar steeds vaker liet hij zijn hand al halverwege de beweging zakken.
“Ze willen niet.”
“Er is altijd wel iemand. Geduld.”
“Het is kloteweer.”
“Dit is Ierland, Lau.”
“Klote-Ierland.”
Een Audi reed voorbij, gevolgd door een rij bulderende tractors. De laatste bestuurder in de rij zwaaide naar ons, maar zonder te stoppen. Op zo’n trekker is geen plek voor twee zwaar bepakte lifters. Laurens liet zijn schouders hangen.
“Ik trek dit niet meer.”
“Wil je even zitten, dat ik alleen op de auto’s let?”
“Nee, dit.” Hij maakte een allesomvattend gebaar. Deze reis, dit weer, dit land, dit gezelschap. “Ik heb er al dagen geen trek meer in.”
Een automobilist toeterde naar ons.
“Wat wil je dan?”
Hij trok de regenhoes steviger om zijn backpack. Ondanks de capuchon aan zijn poncho hingen de druppels aan zijn wenkbrauwen, in zijn wimpers, aan zijn neus.
“Ik wil naar huis.”
Mark vraagt naar voorgaande reisgenoten en ik vertel, na aarzelen, over Laurens. Dat we met zijn tweeën Ierland zouden veroveren, strijdmakkers, kameraden. Op avontuur in het land van Guinness.
“Waar is die strijdmakker van je dan?” vraagt Mark.
Ik haal mijn schouders op.
“Die is zijn eigen weg gegaan.”



Wie is Emma Verkuijl?

Emma is een echte Amsterdamse, de enige van Het Schrijversgenootschap. Emma won in 2012 Write Now Amsterdam, als enige van Het Schrijversgenootschap. Emma weet altijd iedereen te verblijden met nutteloze feitjes, als enige van Het Schrijversgenootschap. Emma is na anderhalf jaar afwezigheid weer helemaal terug bij ons als vaste schrijver en daar is heel Het Schrijversgenootschap blij mee.
Standard