Verhaal #55 • Afgesproken thema: Uit de comfortzone

De oude vrouw en het bankje

‘Het gaat niet zoals je gedacht had, of wel?’ zei de oude vrouw in het park, terwijl Sem naast haar neerstreek. Hij had net 15 kilometer gerend en daarmee zijn dagelijkse doelstelling gehaald.

Maar hij was nog niet klaar. Niet vandaag. Het langste gedeelte moest nog komen. Het park was in een mist gehuld. Als je hier zat, zo ontdekte hij, kon je niet naar de overkant kijken.

‘Nee, helemaal niet zoals het zou moeten gaan,’ vervolgde de vrouw. ‘Zoals je wilde.’ Hij erkende het. Maar zo liep het leven, toch? Het leven was toch eigenlijk niets meer dan een gespannen koordje over valkuilen? En hij was zojuist in een valkuil gestapt. Dat wist hij, maar dat wilde hij weer niet erkennen. Wilt iemand het überhaupt erkennen als hij in een valkuil verdwijnt, door het konijnenhol, verzwolgen door de aarde?

‘De dokter had het nog zo gezegd,’ ging de vrouw verder. ‘Hartkwaal. Aneurysma. Maar nee hoor, jij moest blijven doorgaan.’ Ze klonk bijna beschuldigend. ‘Jij moest blijven rennen, jezelf aan de routine houden. Dag in, dag uit, heb jij jezelf afgebeuld. Voor wat? Ben je nu tevreden? Tevreden wat je met jezelf hebt gedaan?’ Ze keek hem nu strak aan. Haar grijze ogen kil. Vastbesloten. ‘Je bent alles voorbij gerend. Totdat alles een streep was.’

Hij knikte. Maar durfde nog steeds niets te zeggen en keek naar de mist die dikker en dikker werd. Zo zag het er dus uit, bedacht hij zich, als je in een valkuil was gevallen, als je door het konijnenhol verdween.

‘Ik moet weer verder,’ zei hij na een tijdje, terwijl hij opstond en zijn spieren rekte.
De vrouw keek hem opnieuw aan: ‘Jij moet de mist weer in?’
Hij knikte. ‘Ja, ik moet weer rennen.’
‘Meer dan vijftien kilometer?’
‘Meer dan vijftien kilometer…’
‘Ga dan maar. Laat het los,’ zei ze, terwijl ze onbeweeglijk op het bankje bleef zitten. ‘Ik blijf hier, tot je verdwijnt.’

Hij zuchtte, schudde haar hand en zette het op het lopen. Hij zou eindig lopen, zo wist hij, en met iedere stap zou hij niet meer dan vijf meter voor zich uit kunnen zien.

‘Ik blijf hier wel zitten,’ hoorde hij de vrouw achter hem in de mist schreeuwen. ‘Ik blijf hier aan de zijkant staan.’
‘Dat is goed,’ riep hij terug, terwijl hij het vrouwtje en het bankje zag verdwijnen.
‘Dat is goed. Ik weet alleen niet waar deze weg toe leidt.’

Maar ze wapperde zijn woorden gedachteloos met haar handen weg. En toen was ze verdwenen en was hij weer alleen in de mist met zijn hartslag en zijn gedachten en het bloed dat door zijn aderen bonkte. Het bloed dat nu slechts een echo was. Hij hoorde nog een laatste fluistering, een beschuldiging, woorden die aan hem vastplakten en achtervolgden: ‘Rennen, altijd rennen, en nooit stilstaan.’

Door: Anthonie Holslag
www.anthonieholslag.com



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard