Uit de comfortzone

De oude vrouw en het bankje

‘Het gaat niet zoals je gedacht had, of wel?’ zei de oude vrouw in het park, terwijl Sem naast haar neerstreek. Hij had net 15 kilometer gerend en daarmee zijn dagelijkse doelstelling gehaald.

Maar hij was nog niet klaar. Niet vandaag. Het langste gedeelte moest nog komen. Het park was in een mist gehuld. Als je hier zat, zo ontdekte hij, kon je niet naar de overkant kijken.

‘Nee, helemaal niet zoals het zou moeten gaan,’ vervolgde de vrouw. ‘Zoals je wilde.’ Hij erkende het. Maar zo liep het leven, toch? Het leven was toch eigenlijk niets meer dan een gespannen koordje over valkuilen? En hij was zojuist in een valkuil gestapt. Dat wist hij, maar dat wilde hij weer niet erkennen. Wilt iemand het überhaupt erkennen als hij in een valkuil verdwijnt, door het konijnenhol, verzwolgen door de aarde?

‘De dokter had het nog zo gezegd,’ ging de vrouw verder. ‘Hartkwaal. Aneurysma. Maar nee hoor, jij moest blijven doorgaan.’ Ze klonk bijna beschuldigend. ‘Jij moest blijven rennen, jezelf aan de routine houden. Dag in, dag uit, heb jij jezelf afgebeuld. Voor wat? Ben je nu tevreden? Tevreden wat je met jezelf hebt gedaan?’ Ze keek hem nu strak aan. Haar grijze ogen kil. Vastbesloten. ‘Je bent alles voorbij gerend. Totdat alles een streep was.’

Hij knikte. Maar durfde nog steeds niets te zeggen en keek naar de mist die dikker en dikker werd. Zo zag het er dus uit, bedacht hij zich, als je in een valkuil was gevallen, als je door het konijnenhol verdween.

‘Ik moet weer verder,’ zei hij na een tijdje, terwijl hij opstond en zijn spieren rekte.
De vrouw keek hem opnieuw aan: ‘Jij moet de mist weer in?’
Hij knikte. ‘Ja, ik moet weer rennen.’
‘Meer dan vijftien kilometer?’
‘Meer dan vijftien kilometer…’
‘Ga dan maar. Laat het los,’ zei ze, terwijl ze onbeweeglijk op het bankje bleef zitten. ‘Ik blijf hier, tot je verdwijnt.’

Hij zuchtte, schudde haar hand en zette het op het lopen. Hij zou eindig lopen, zo wist hij, en met iedere stap zou hij niet meer dan vijf meter voor zich uit kunnen zien.

‘Ik blijf hier wel zitten,’ hoorde hij de vrouw achter hem in de mist schreeuwen. ‘Ik blijf hier aan de zijkant staan.’
‘Dat is goed,’ riep hij terug, terwijl hij het vrouwtje en het bankje zag verdwijnen.
‘Dat is goed. Ik weet alleen niet waar deze weg toe leidt.’

Maar ze wapperde zijn woorden gedachteloos met haar handen weg. En toen was ze verdwenen en was hij weer alleen in de mist met zijn hartslag en zijn gedachten en het bloed dat door zijn aderen bonkte. Het bloed dat nu slechts een echo was. Hij hoorde nog een laatste fluistering, een beschuldiging, woorden die aan hem vastplakten en achtervolgden: ‘Rennen, altijd rennen, en nooit stilstaan.’

Door: Anthonie Holslag
www.anthonieholslag.com

Standaard
Uit de comfortzone

Aftasten

“Dit vind ik altijd het leukst, zo’n bloemetje of zo’n strikje. Zo schattig. Jullie doen het erom, hè?”
O ja. Wij verleiden mannen met onze beha’s.”

“Ik dacht al zoiets. Even kijken, hoor. Sluiting aan de achterkant?”
“Ja. Wel met één hand, hoor. Dat kan je toch wel?”
“Geen probleem, ik heb ruime ervaring in dit gebied. Kijk, daar heb je ‘m al. Dag dames.”
“Dag meneer.”
“Wauw. Jij zou echt perfect slagen voor de potloodtest.”
“De wat?”
“Potloodtest. Wacht.”
“Wat doe je? Ga je nou een potlood pakken?”
“Wacht even.”
“Ik hoef geen potloodtest! Kom terug.”
“Sorry hoor.”
“Ik weet wel wat beters om te doen dan die potloodtest van je.”

(…)

“Is dit lekker?”
“Hm?”
“Is dit lekker? Je moet wel zeggen wat je wil, hoor. Ik kan het niet aan je neus zien.”
“Ik weet het niet. Ja, het is lekker. Ga maar door.”
“Mooi zo.”
“Misschien kan je…”
“Hm?”
“Wat je net deed, maar dan iets sneller. En dan zo met je vingers.”
“Zo?”
“Nee… Wat je net deed.”
“Zo?”
“Hm.”
“Niet?”
“Laat maar. Ga maar gewoon door.”

(…)

“Waar zullen we het nu eens doen?”
“Begint het bed je te vervelen?”
“Nee hoor, dat niet… De keukentafel?”
“Als jij dat wil.”
“De keukentafel dan. Kom.”
“Wacht! De gordijnen.”
“Schijt aan de buren.”
“No way. Doe eerst maar de gordijnen dicht.”
“Prima.”

(…)

“Als jij je benen dan zo doet…”
“Auw. Wacht even.”
“Gaat het goed?”
“Ja. Alleen die tafel is zo hard. En je staat te ver weg.”
“Kom hier dan.”
“Auw!”
“Wat?”
“Splinter, geloof ik.”
“In je…”
“In mijn arm. Kut.”
“Laat eens zien? Oh shit, wat een grote.”
“Hij zit er niet helemaal in, ik kan hem er zo uittrekken. Wat voor antieke tafel is dit?”
“Van m’n oma geweest.”
“Vindt ze vast leuk, dit.”
“Oh, zeker. Ik vertel haar alles.”
“Niet?!”
“Natuurlijk niet. Hoe gaat het met die splinter?”
“Eruit.”

(…)

“Vuile slet.”
“Wat?”
“Je bent een vuile slet.”
“Fuck you!”
“Yeah baby.”
“Nee, fuck you. Dat kan je echt niet zomaar tegen me zeggen.”
“Kan je dat niet hebben?”
“Nee. Als je nog één keer zoiets zegt ben ik weg.”
“Oh, nou sorry hoor. Ik dacht dat je het wel leuk zou vinden.”
“Ik vind het niet leuk.”
“Oké, rustig maar. Ik ga het goedmaken, oké?”

(…)

“Dank je wel.”
“Sorry?”
“Dank je. Het was fijn.”
“Oh. Ja, jij ook bedankt.”
“Wil je nog geknuffeld worden of zo?”
“Nee, nee hoor. Ga maar slapen.”
“Welterusten.”
“Ja. Slaap lekker.”

Standaard
Uit de comfortzone

Volbracht

Als we de lift uitlopen blijven mijn ouders en ik stil. Vroeger rende ik nog wel eens de gang door omdat ik wist dat er soldaatjes waren om mee te spelen.

Nu niet. Nu blijf ik achter mijn moeder aanlopen. Zij en mijn vader zijn er al geweest en weten wat ze moeten verwachten.

De deur van het appartement staat open. We doen onze jassen uit in de gang. De deur naar de woonkamer staat ook open, waardoor ik een tante kan zien. Ze eet soep. Ik hoor haar lepel in de kom tikken. Moeder gaat vader en mij voor naar binnen. We worden stilletjes begroet door twee ooms en tantes. Ik zeg dat het goed met me gaat.

De staartklok tikt. Aan de wand, boven het bureau, hangt een quilt. Op tafel staan vier waxinelichtjes en een bord met kerststol. In een hoek, bij het raam, staat de kist met opa.

“Zullen we samen even kijken?”
Ik knik. Mijn moeder en ik schuifelen erheen. In het deksel zit een glazen plaat, waardoor we opa’s gezicht kunnen zien. Het is net alsof er een wassen beeld in de kist ligt. Ik slik. Ergens, zie je nog wel dat het opa is, maar het lijkt vooral op het lege omhulsel van een man. Een man die ooit een enorme hamer hanteerde om minstens zo enorme houten pinnen in de grond te knallen voor zijn tenthuisje op Vlieland. Een man die altijd een grapje klaarhad en zich niet schaamde voor zijn flatulentie. Een man die net geen 92 is geworden, maar wel een huwelijksjubileum van 64 jaar heeft kunnen vieren. Een man die aan het einde nog geen 50 kilo woog. Een man die rustig stierf, in zijn eigen bed, zonder pijn.

Ik begraaf mijn hoofd in de schouder van mijn moeder. Mijn vader legt zijn hand op m’n schouder.

Tien minuten later sta ik nog steeds te kijken naar de man die z’n eigen alcohol stookte en zijn yoghurt- en vlapakken uitkneep in de bankdrukker. De tranen biggelen over mijn wangen. Ik weet dat hij zijn rust heeft verdiend. Dat vond hij zelf ook. Zijn laatst overgebleven hobby, het repareren van boekkaften, zette hij twee dagen voordat hij stierf als lege lijmpotjes op het aanrecht. De laatste krant vouwde hij ’s avonds netjes op en stak ‘m weg tussen de zitting van z’n stoel. Hij ging naar bed, want het was genoeg geweest.

Standaard
Uit de comfortzone

Stopwoordjes

Langzaam loopt Henk naar het gekreun dat komt van een stoel in de donkerste hoek van de kelder. Als hij vlak voor haar staat, gaat hij met zijn hand door het kortgeknipte haar.

Voor blondjes had hij altijd al een zwak gehad. Ze kreunt en probeert wat te zeggen, maar de prop in haar mond stompt alle woorden af.

‘Och meisje, toch,’ zegt Henk als hij met z’n vrije hand over haar borsten gaat. ‘Als de touwen iets te strak zitten moet je het zeggen, lekkertje.’
Een kreun is het antwoord.
‘Jij bent de mooiste die ik ooit heb gehad, weet je dat wel, Nathalie?’ Met uitgekiende pasjes paradeert Henk om zijn prooi heen. ‘Natuurlijk, Annemiek was ook niet lelijk, maar ze stribbelde zo tegen. Alles was een probleem, daar was ik gauw klaar mee.’
Als hij weer voor hij staat, lacht hij en gaat hij met de buitenkant van zijn hand over haar wangen.
‘Maar jij… Jij bent een de mooiste die ik ooit heb gehad. Mijn meisje. Een prinsesje. Mijn straaltje zonneschijn op een donkere dag.’ Hij lacht. ‘Kijk nou wat je doet, lekkertje. Ik word er zelfs poëtisch van.’
Ze kreunt en probeert haar benen los te schoppen, maar de touwen zitten te strak.
‘Meisje toch, spaar je krachten. Je weet dondersgoed dat je ze later nog nodig hebt.’ Hij geeft een kus op haar voorhoofd en loopt dan weer langzaam naar de kelderdeur.
‘Blijf vooral zitten, lekkertje ’ zegt hij, ‘ik ben zo terug. Even de camera halen.’
Met een harde klap valt de deur in het slot. Een doodse stilte vult de kelder. In de hoek, naast de dozen met god weet hoeveel jaargangen Playboy, trippelt een spin. Het is koud, het kacheltje in de hoek staat uit. Het besef van tijd is verzwolgen in dit zwarte gat.

‘Daar ben ik weer!’ Triomfantelijk staat Henk in de deuropening. Naakt, met in z’n hand de videocamera. Het rode lichtje brandt.
Al filmend loopt hij naar Nathalie toe. ‘Ik hoop dat je geen cameravrees hebt, lekkertje’ zegt hij met een oog dicht geknepen. Haar ogen spuwen vuur.
Opgewonden draait Henk om haar heen, al haar vrouwelijke vormen nauwkeurig vastleggend op film. Zij kreunt, hij kreunt.
‘Oke, ik ga nu je mond weer vrijmaken, want die hebben we natuurlijk wel nodig zo meteen. Beloof je dat je niet zal schreeuwen?’ Hij staat nu heel dicht naast haar. ‘Dit gaat even pijn doen,’ en met een ferme ruk verwijdert hij het tape van haar gezicht.

‘Elfstedentocht!’ roept Nathalie hard als de prop uit haar mond is gevallen.
‘Godverdomme, Henk! Elfstedentocht! ELF-STE-DEN-TOCHT!’
Verschrikt kijkt Henk zijn vrouw aan. Dan zakt hij op z’n knieën en frommelt hij aan de touwen om haar enkels.
‘Sorry,’ mompelt hij, ‘ik had echt geen idee dat ik deze keer te ver ging.’

Standaard
Uit de comfortzone

Lekker voor je

‘Ga je met me mee naar huis?’
Ze hadden wel even gekletst, maar ondanks zijn stropdas was er van een echte vibe geen sprake.
‘Ik logeer niet op de eerste avond.’

Ze wist wat voor narigheid ervan kon komen, als ze gelijk de eerste nacht bij iemand zou logeren. En dan vooral bij iemand die ze nog net niet goed genoeg kende. Dan kon ze wel eens voor vervelende verassingen komen te staan. Zoals die ene keer toen haar verovering in haar mond wilde rochelen en maar niet op kon houden over haar ‘geile buikje’.

Inmiddels legde hij haar hand op de bobbel in zijn broek. Het viel niemand op. De karaokebar was afgeladen vol en ‘Billie Jean’ stond op dus iedereen was fanatiek aan het moonwalken. Ze keek hem met grote ogen aan. ‘Lekker voor je.’ Dat had hij die avond al vaker op onverklaarbare momenten gezegd.

Life starts at the end of your comfortzone, ze las het laatst op een sticker op een lantaarnpaal. Ze had er zelfs een instagrammetje van gemaakt want ze vond dat er wel iets in zat, in deze spreuk. Met haar hand op de bobbel in zijn broek moest ze er opeens weer aan denken. Hij was van gemiddeld formaat, die bobbel. Niet overdreven groot en net niet te klein.
‘Mag ik bij je achterop?’
Er verscheen een grijns om zijn mond, het einde van zijn comfortzone was nergens te bekennen. Ze bleven nog even zo staan: hij, zijn bobbel en haar hand.

Na vijftien minuten op zijn bagagedrager en platte achterband had zij het einde van haar comfortzone al lang en breed bereikt. Hij kletste erop los, over zijn werk, voetbal, feestjes en vrienden. Smalltalk. Zij probeerde de pijn in haar kontbotten weg te denken en niet stil te staan bij het feit hoe rood haar billen zouden zijn als hij straks haar broek van haar heupen zou trekken. Ze vertelde dat ze dit normaal écht niet deed, met zomaar iemand mee naar huis gaan. Hij verzekerde haar ervan dat ze in goede handen was. ‘Ik bijt niet.’
Een slechter antwoord had hij niet kunnen geven.

De twee trappen op naar zijn huis mocht ze op zijn rug, dat beviel haar wel. Zijn sterke armen brachten haar comfortzone weer heel voorzichtig in zicht. In zijn huis hing een bedompte lucht, alsof er een knaagdier leefde. In zijn keuken was het een waterballet, afwasmachine stuk. Een wijntje had hij niet in huis.

Ze gooide haar top in de plas water, een bh droeg ze vandaag niet. Hij leunde ongemakkelijk tegen het aanrecht, zijn comfortzone was hij kwijt.
‘Wat kijk je nou?’ Ze kwam steeds dichterbij en hij wist niet waar hij zijn handen moest laten.
‘Niks.’
‘Lekker voor je.’
Het einde van haar comfortzone was nergens te bekennen.

Standaard