Verhaal #650 • Afgesproken thema: Jheronimus Bosch

Zwijntjesjager

Soms en nu ik erover nadenk steeds vaker, maak ik haar kwaad. Totdat ze uit haar plaat gaat, schreeuwt, te onredelijk wordt. Ik vind madam haar woede bruisend. En mag haar telkens neuken na een paar laffe troostende woorden en streken door haar pluizige haar. Tegen haar zin. Allang tegen de zin. Het toelaten van mijn lid is haar manier om sorry te zeggen.

Wanneer ik net te ver ga, gaat ze huilen. Dat wil ik niet. Het gaat niet om haar. Ik vind dat zo afstotelijk. Goor vind ik het. De rooddoorlopen ogen maken het irisgroen nog groener. Niet echt. Dat lijkt, door het contrast. Het groen lijkt groener, haar gezicht krijgt rode vlekken en haar ogen puilen uit en worden wat propperiger. Net als de neus. En de mond, die als een verdrietige clown onverstaanbare beschuldigingen uitkraamt, met lange halen en slijmdraden tussen de lippen. Bakvisbek.

Ik weet dat ze gelijk heeft, want ik doe het expres. Soms denk ik weleens aan waarom ik dat doe. Uit verveling? Pesten. Narcisme. En vergeet de liefdeloosheid niet. Ik doe het om te voelen. Voelen. Iets intens. De lust. Haar onderdanigheid, haar duizenden onterechte excuses. Levensadem. Via haar vier ik het aardse leven. En nee, ik weet het, ik zal niet aan Petrus zijn poort kloppen. Dat ik geen vleugeltjes ga krijgen is me duidelijk. Zo klaar als een klont.

Eerst was het soms en nu gebeurt het steeds vaker. Heel vaak en te vaak. Hij sart me net zolang…aaaaaah ik, ik, ik trek het niet meer. Hij duwt de knoppen in en heeft me waar en hoe hij het hebben wil. Ja, alweer, ja. Ik word dan op een gegeven moment krankzinnig en hysterisch. Oeh, en helemaal als hij me zwijntje noemt. Dat is de dolkstoot in mijn rug én mijn hart. In mijn maag vormt zich een soort van bowlingbal die ik als een uilenbal moet uitbraken. Met de kracht van Vesuvius kots ik mijn kokende zwarte as uit. De vervloekte stroom van onrecht. Ik wil het niet, ik wil het niet. Ik. Wil. Het. Niet.
Met alles wat ik in me heb vecht ik tegen de opkomende kolk. Na de uilenbal komt de huilebalk. En ik pas op de tranen, zorg dat ze niet, ik herhaal niet, komen. Hij hekelt ze. Zijn walgende ogen maken me angstig en ik ben bang voor zijn walgende ogen, hoor je me? In mijn hoofd herhaal ik zinnetjes. Hou je in en geef hem zijn zin. Hou je in en geef hem zijn zin. Ik herhaal tot het stotende ritme voorbij is.

Hij weet dat ik gelijk heb. Na afloop komt hij bij me en zegt dat hij het trigger-woord niet had mogen gebruiken. Beterschap tegen beter weten in. Hij geeft me een wit met roze spekje, omdat ik die zo lekker vind. Smakeloos. Ik kan niet alleen zijn en blijf, omdat Ik nooit zal leren vliegen.

Ronella Moser
www.ronellamoser.nl



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard