Verhaal #639 • Afgesproken thema: Spelletjescafé

Verliezen is voor losers

Omdat het trillen niet ophield, nam hij toch maar op en zo ontdekte Wouter tijdens De Wereld Draait Door dat bij het onbekende nummer een heel bekende stem hoorde.
Die zei: “Kom nu naar de Zilveren Vingerhoed. Kleine Adelaar in nood. Ik herhaal: Kleine Adelaar in nood.’
‘Nieuw nummer, Gert-Jan?’ vroeg Wouter en hij zette Matthijs van Nieuwkerk op stil.
‘Ja, pre-paid ingeruild voor een abo’tje. Kreeg er een iPhone bij. Niet de nieuwste, maar de 5s is ook dikke prima.’
‘Goed bezig.’
‘Dacht ik. Afijn, Kleine Adelaar is dus in nood. Daag.’
En hij hing op.

Wouter legde de telefoon op tafel en gaf Van Nieuwkerk weer geluid. Het item over een of andere nieuwe roman naderde zijn einde. Niet dat hij dat erg vond, ze nodigden toch altijd de verkeerde schrijvers uit. Van die gevoelige gasten, met hun verhaaltjes over het verlangen naar een doel in het leven of over het janken in de tram om een verloren liefde. Fictie z’n reet, het was allemaal emotioneel geleuter op de vierkante meter. Ze zouden eens een fantasyschrijver moeten uitnodigen, die gebruiken tenminste hun verbeeldingskracht voor de volle tweehonderd procent.
‘Tot zover, tot morgen!’ riep het bekende hoofd en dat was voor Wouter het teken om de televisie uit te zetten.
Daarbij was het ook tijd.
Tijd voor belangrijke zaken.

‘Grote Adelaar!’ riep Kleine Adelaar en hij sloeg Grote Adelaar op z’n schouder. ‘Ga zitten, man. Biertje? Stomme vraag. Margot, biertje voor Grote Adelaar hiero! Now we’re gonna kick some ass! Adelaars are go!’

Een blik op de tafel en Grote Adelaar had meteen spijt van zijn komst. Drakendoders Ter Paard & Ridderhelden Met Schild was niet alleen het kutste bordspel sinds de Idols-uitbreiding van Trivant, maar ook nog eens het meest infantiele. Dungeons and Dragons voor kleuters, dat werk. Of zoals de Eerste Ridder Posse van Grote Adelaar het altijd noemde: Draakje Erger Je Niet.
Maar hoe vervelend dit alles ook was, een broer in nood is een broer is nood. Dus trok Grote Adelaar z’n cape strak en schoof hij aan naast Kleine Adelaar.

‘Goed,’ zei Grote Adelaar, ‘praat me bij, Kleine Adelaar. Hoe staan we er voor? Ik zie dat je twee vuur-des-verderf-kaarten hebt, maar geen aanvullend fosforspuug. Daarbij zit je ook bijzonder laag in je schubben, als ik me niet vergis. Kun je dat bevestigen, Kleine Adelaar?’
‘Dat kan ik zeker bevestigen, Grote Adelaar. Wel heb ik de Vaas Der Ontluikende Wijsheid in bezit en is het slechts een kwestie van tijd dat ik ook De Heuptas Van Schijnvrede aan mijn oorlogsinventaris kan toevoegen.’
‘En ja hoor, daar is je fatale fout!’ riep Grote Adelaar. ‘Wat zeg ik nou altijd? Je moet nooit zomaar van dingen uitgaan! Heb ik je dan niks geleerd?! Klakkeloos aannemen is genadeloos doodgaan! Regel één! Moet ik het soms voor je spellen?! Fucking regel nummer fucking één!’

Kleine Adelaar slikte. Natuurlijk had Grote Adelaar weer eens gelijk. Een grotere fout kon je niet maken dan het negeren van regel één uit Het Grote Handboek Der Glorieuze Adelaren Op Het Speelveld Des Levens. Maar hij moest door, niet huilen, vooral ook niet regel twee overtreden.

Grote Adelaar haalde z’n rechterarm van onder de cape en legde hem op Kleine Adelaars schouder. ‘Kom op, Kleine Adelaar,’ zei hij zacht, ‘je moet wel bij de les blijven. Zo leer je nooit zelf vliegen. Dat weet je toch?’ Het was deze combinatie van aan de ene kant het irrationeel schreeuwen en de aan de andere kant het liefdevol onder z’n vleugels nemen van jonge bordspeltalenten die hem de bijnaam De Louis van Gaal van de Fantasy Strategy Board Gaming wereld had opgeleverd.
‘Ik weet het,’ zei Kleine Adelaar. ‘Het zal niet weer gebeuren.’
‘Daar is het nu wel te laat voor,’ antwoordde Grote Adelaar en hij nam een laatste, grote slok van z’n biertje om daarna het lege glas met een harde klap op de tafel te neer te zetten. De dreun deed de Drakenstal Der Giganten wankelen, maar omvallen deed het niet.
Vervolgens stond Grote Adelaar op, trok z’n cape recht en stak beide handen in de lucht.

Iedereen in de Zilveren Vingerhoed keek inmiddels naar de Drakendoders Ter Paard & Ridderhelden Met Schild spelers. Zelfs het groepje dat een zelfbedachte mash-up van Rummikub, Risk en Monopoly speelde (Rummiriskopoly™) loerde met enige angst naar die Grote Adelaar met rood aangelopen hoofd.
‘Wat doe je,’ fluisterde Kleine Adelaar. ‘Iedereen kijkt naar ons.’
Maar Grote Adelaar lachte. Hij lachte zoals elke Grote Adelaar zou doen in deze situatie: luid en ongecontroleerd.
Daarna riep hij ‘AARDBEVING DER AARBEVINGEN VAN ONDERWERELD TOT BOVENWERELD EN TOT IN DEN EEUWIGHEID’ en schopte hij met een vloeiende beweging het bordspel een meter de lucht in. Precies conform regel 5 uit Het Grote Handboek Der Glorieuze Adelaren Op Het Speelveld Des Levens: Verliezen is voor losers en moet te allen tijde worden voorkomen.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard