XTC

Koper, nikkel, zink

Vin legde een twee-eurostuk op zijn tong en probeerde de metalige smaak eraf te zuigen, alsof het de suiker uit een waterijsje was. Je kon munten desinfecteren, in cola leggen of voorzichtig in de wasmachine laten meedraaien, maar iets van de smaak bleef er altijd aanzitten. Het lekkerst waren ze vers uit de handen van een Albert Heijn-caissière.

Door Mirjam Brouwer

Vin bewoog zijn vingers naar het toetsenbord van zijn laptop. Hij typte: ‘Te koop: HET ANTWOORD’. Hij had nooit willen werken en nooit willen stelen, maar leven wilde hij wel, en hij had eindelijk ontdekt hoe dat moest. ‘HOE WORD IK GELUKKIG?’ schreef hij in zijn nieuwe eBay-advertentie, zuigend op de munt. ‘Ervaringsdeskundige vertelt het geheim. Startprijs: één euro.’

Voor veel mensen was tijd waardevoller dan geld, maar bij Vin werkte het precies omgekeerd. Dat gegeven vormde de basis van zijn carrière. Hij had eens een halve dag voor iemand bij de Apple store in de rij gestaan om de nieuwste iPhone te bemachtigen, en hij had daarmee meer verdiend dan met een avond in de spoelkeuken. Ook bracht hij soms betaalde ochtenden met demente bejaarden door, terwijl hun kinderen haastig verder gingen met waar ze goed in waren. Vin vond het prima; hij at zandkoekjes met ze en tekende in kleurboeken, al ver voordat het hip werd. De tijdelijke tattoo op zijn arm had hem misschien wel zijn makkelijkst verdiende geld opgeleverd. Hij moest alleen regelmatig op openbare plekken komen en korte mouwen dragen, zodat het Thuisbezorgd.nl-logo goed te zien was.

Het duurde twee dagen voordat hij een bieder had die het antwoord wilde weten. Eén euro en twintig cent had die over voor het geheim achter een gelukkig leven; alleen als het via PayPal kon. Dat kon wel bij Vin want hij was een professional, maar eigenlijk vond hij dat digitaal geld te ver van de essentie verwijderd was. Munten moest hij hebben. Die lagen altijd onveranderlijk in de lades van zijn dressoir en toch veranderde hun waarde, zodat ze geen enkele dag hetzelfde waren. De Bulgaarse munteenheid was ooit zo ver gezakt dat het metaal meer waard was dan het geld zelf. In grote hopen werden de munten verkocht als schroot en omgesmolten.

Na nog twee dagen besloot Vin het bod van één euro twintig te accepteren. Er was één andere bieder geweest die hem een XTC-pil had willen geven voor zijn antwoord, maar in ruilhandel geloofde Vin niet. Het onzichtbare geld kwam binnen. Er lag weer een twee-eurostuk op zijn tong, hetzelfde of een ander, toen hij een email aan zijn koper begon te schrijven.
‘Hoe word ik gelukkig?’, typte Vin. ‘Geld is het enige wat je nodig hebt. Veel mensen weten dat niet, en daarom geven ze het zo gemakkelijk weg. Doe daar je voordeel mee.’ Zijn maag rommelde. Hij drukte op ‘verzenden’, en zachtjes, om zijn kiezen niet te breken op de twee-euromunt, begon hij kauwbewegingen te maken.

Standaard
XTC

Dit is niet de Pijp

Het laatste dat ik mij herinner, is dat ik vier flesjes water bestel en ze een voor een over mijn hoofd heen leeggiet. Daarna val ik om en gaat het licht uit, of andersom. Het licht gaat weer aan als ik wakker word in een ander bed dan mijn eigen. Een ongeruststellende constatering, ondanks dat ik het hier goed ken.

Ik kijk door het raam naar buiten. Mijn hoofd verdoofd, blanco en nog compleet zonder vragen. Ik weet nog dat ik dacht dat het zo moest voelen om herboren te worden – opnieuw beginnen, zonder herinneringen, volledig leeg.

Nu ik een poosje voor het raam heb gestaan, komen de vragen tot mij en blijft enkel het lege gevoel over. Waar is bijvoorbeeld mijn fiets? En hoe ben ik hier terecht gekomen? Al snel, maar waarschijnlijk langzamer dan een ieder ander, besef ik dat naar buiten blijven turen geen antwoorden zal opleveren.

Heb ik mijn telefoon eigenlijk nog? Ik draai me langzaam om, als een sleutel in een slot waarvan niemand mag horen dat het geopend wordt, en bekijk de slaapkamer. Bloemetjesbehang, een miljoen kussens op haar bed en ha, nog steeds die poster. Wat ruikt het hier goor, trouwens. Ik hoor iemand iets zeggen over het planten van een knotwilg, als ik mijn spijkerbroek zie liggen. Ik kokhals, maar mijn telefoon zit gelukkig nog in de broekzak.

Honderdzevendertig berichten, één filmpje.

Ik zit met opgetrokken knieën op haar bank en breng trillend een mok naar mijn mond. De thee is veel te heet om te drinken, maar toch neem ik slurpend een slokje. De televisie staat aan, een commercieel programma over tuinieren vult de kamer met licht en geluid. Enkel de te kleine joggingbroek geeft me iets van comfort.

Ik kijk ademloos naar een hedendaagse Rob of Nico, die een knotwilg plant naast de vijver van twee hulpeloze mensen met een achterlijk grote tuin.
Mensen geven op hun eigen manier invulling aan dezelfde verschijnselen, denk ik. Een boom heeft niet dezelfde betekenis voor een boswachter, een houthakker of een dichter. De een waakt over de boom terwijl de ander hem wil omhakken, en een derde wil hem enkel beschrijven. Ze lacht naar me en ik weet precies wat die betekent. Medendogen. Ik denk aan de dag dat ik met haar het bos in trok en onze voorletters, onderbroken door een hartje, met een mes in een boom kerfde.

Gisteravond hadden de dingen na drie halfjes nog precies dezelfde betekenis als altijd, maar na de vierde en vijfde niet meer.

Als ik zeg dat ik een avond ga stappen, heeft dat voor mij een andere betekenis dan voor bijvoorbeeld mijn moeder. Zij denkt dat ik een biertje of vijf drink in een kroeg en hoopt dat ik een goed gesprek met iemand mag voeren. Maar zij zal straks, als het filmpje haar bereikt, weten dat ik in een keuken kruipend in mijn eigen kots mezelf heb besmeurd met truffelmayonaise, schreeuwend dat ik de burgemeester van Truffelgeur Square was en ik naar Piccalilly Circus wilde. Dat ik daarna mezelf heb bescheten, zonder dat ik het doorhad. Dat ik toen nog een keer gekotst heb. Dat ik daarna mijn ex-vriendin heb gebeld en haar huid vol heb gescholden met ziektes die zich daar voorgoed wilden nestelden, zo agressief was ik. Dat ik de straat op ben geduwd door mijn vrienden, die geen vat op mij kregen. Dat alle taxi’s weigerden mij naar mijn huis te brengen, terwijl ik constant ‘Dit is niet de Pijp’ riep. En daar houden de beelden op.

Ik neem een slok thee, het is nu te drinken. Ik ben benieuwd welke betekenis een ieder zal geven aan het filmpje. Maar vooral welke betekenis zij geeft aan mijn aanwezigheid. Ik had de foto van de boom namelijk wel gezien, op haar kamer. Maar een foto is slechts een foto, en een filmpje slechts een filmpje.

Standaard
XTC

En zo in extase

Is goed,’ zei Cornelis,’doen we het zo. Bedankt en een prettig weekend.’ Hij legde de telefoon op de keukentafel en schonk een kop koffie voor zichzelf in. Twee suikertjes erbij en een stroopwafel want het was zaterdag.

‘Wie was dat?’ riep Agaath vanuit de woonkamer waar ze bezig was in het boek De zen van het leven.
Cornelis pakte de mok koffie en liep met de stroopwafel tussen z’n tanden naar z’n favoriete stoel. Hij plofte neer en na drie happen was de koek een ex-koek. Met een slok koffie spoelde hij weg wat aan z’n kunstgebit was blijven hangen tijdens het vernietigingsproces.
‘Nou? Ga je het me nog vertellen of hoe zit dat?’
‘Wat bedoel je?’ vroeg Cornelis. Uit de krantenbak pakte hij De Telegraaf. Zeventien doden bij een aanslag in Irak, iets over Johan Cruijff en een criminele afrekening in Amsterdam.
‘Zonet, aan de telefoon. Wie was dat? Wat heb je nu weer besteld? Ik hoorde het wel, Cornelis. Toch niet weer een duif, hè? Die schijten alles onder, dat weet jij ook.’
‘O, dat.’
‘Ja, dat ja. Nou?’
‘Niks.’
Agaath klapte De zen van het leven dicht en riep: ‘Welles! Wie Was Dat, Cor-ne-lis?!’
‘Mens, je hoeft niet alles te weten.’
‘Hè gatsie, Cornelis. Doe nou toch niet altijd zo moeilijk! Wat heb je besteld?’
‘Lees nou maar gewoon in dat zweverig boek van je en wees niet zo nieuwsgierig. Je komt er vanzelf wel achter. Er is geen enkele reden om nog meer grijze haren te krijgen.’

Dinsdagochtend werd de bestelling gebracht. Het zat in een schoenendoos. In ruil voor twee biljetten van 50 euro werd van eigenaar verwisseld. “Geniet ervan, ouwe” had de jongen gezegd en Cornelis had ‘m net zolang uitgezwaaid totdat hij om de hoek verdween.

‘Weet jij eigenlijk waar de letters XTC voor staan?’ vroeg Cornelis tijdens het avondeten. Op z’n bord alleen nog maar de slavink; de aardappels en broccoli hadden ‘m reeds goed gesmaakt.
‘Hoe kom je daar nou weer bij?’ vroeg Agaath. Bij haar bestond de buit nog uit drie aardappels, twee stukjes broccoli en driekwart slavink. Al vijfenveertig jaar lang deed ze drie keer zolang over het eten en als Cornelis daar weer eens zijn verwondering over uitsprak, antwoordde ze steevast dat ze geen noodzaak zag in alles zo snel te willen doen.
‘XTC staat dus voor ecstasy,’ zei Cornelis.
‘Dat snap ik niet, hoor.’
‘Da’s Engels. Als je de letters XTC uitspreekt, klinkt het als ecstasy.’
‘Hm,’ zei Agaath. Nog één stukje broccoli en twee aardappels.
‘Geen afkorting dus. De officiële benaming is MDMA, dat is wel een afkorting.’
‘Aha.’
‘Ecstasy is Engels voor ‘in extase’. Dat gevoel schijn je ook te krijgen als je het slikt. Vind dat zo goed verzonnen. Wat zijn er toch veel mensen vernuftig bezig met taal, vind je ook niet?’
‘Ik vind het vooral raar dat je me dit vertelt.’
‘Nou ja, ik moet toch iets zeggen? Jij zit alleen maar voor je uit te staren. Ik dacht: ik vertel even iets.’
‘En waarom is dit is nu ineens een probleem? Zo doen we het al jaren. Jij eet snel, ik eet langzaam en we zwijgen.’
‘Laat maar, Agaath. Eet je die slavink nog op?’

Zoals elke avond keken ze samen het achtuurjournaal. Achttien doden bij een aanslag in Syrië, toegenomen koopkracht en morgen kan het met een waterig zonnetje zomaar 10 graden worden in het zuiden.
‘Waar ga je heen?” vroeg Agaath toen ze zag dat Cornelis uit z’n favoriete stoel was opgestaan.
‘Gewoon, even naar zolder.’
‘Wat ga je daar doen? Heb je ineens een hobby of zo?’
‘Zeur toch niet zo!’ riep Cornelis en met een harde klap gooide hij de deur achter zich dicht.

In de uren daarna las Agaath ‘De zen van het leven’ uit en was Cornelis nog altijd bezig op zolder. Agaath had het niet meer en liep naar het trapgat. Daar riep ze: ‘Cornelis! Kom je nog eens beneden? Wat ben je in hemelsnaam aan het doen?’
Ze wachtte op antwoord maar kreeg eerst alleen maar stilte. En toen: ‘Hou je klep eens, mens! Nu kan ik weer helemaal opnieuw beginnen!’
‘Opnieuw beginnen?’ herhaalde Agaath zachtjes. ‘Waar is die man toch mee bezig?’ Ze zette koers naar boven, het moest nu maar eens klaar zijn met die ongein.
Halverwege de zoldertrap kwam Cornelis haar al tegemoet.
‘Kom, we gaan naar beneden,’ zei hij. ‘Pauw begint bijna. Wil ik niet missen.’
‘Wat heb je daar gedaan, Cornelis?’ vroeg Agaath. ‘Toch niet iets illegaals? O mijn God, ben je aan het videobellen met minderjarige meisjes zoals ze ook lieten zien in dat ene programma met die van Joosten? Kom, hoe heet dat nou?’
‘Kanniewaarzijn, bedoel je?’
‘Ja dat!’
‘Mens, doe toch niet zo raar. Laat het je morgen wel zien, als het af is.’

De volgende middag deed Cornelis na de lunch geen middagdutje in z’n favoriete stoel.
‘Ik ga even naar zolder,’ zei hij. ‘Nog even iets afmaken en dan ben ik terug.’
‘Je doet maar,’ antwoordde Agaath. ‘Ik doe wel even de oogjes dicht als je het niet erg vindt.’
‘Geniet ervan, ouwe’ mompelde Cornelis bij het openen van de kamerdeur.

Wild ging de kamerdeur open. Daar stond Cornelis, een tablet in z’n hand.
‘Agaath, het is af!’ zei hij.
‘Ik dacht al,’ zei ze, ‘wanneer komt-ie nou weer eens naar beneden. Het is al weer bijna etenstijd.’
‘Hier,’ zei Cornelis en hij gaf de tablet aan Agaath. ‘Kijk eens.’
‘Wat is dit?’
‘Klik er nou maar op,’ zei Cornelis.
‘Eerst mijn bril, ik zie niks zo. Waar ligt dat ding?’
‘Weet ik veel, het is jouw bril.’
‘Help me nou eens. De wereld draait niet alleen om jou. O wacht, daar ligt-ie.’
Agaath zette haar bril op en klikte op het filmpje. Ze zag haar Cornelis, in hun slecht belichte zolderkamer. Hij keek recht in de camera en zei: “Ha, hallo. Welkom bij de allereerste vlog van de Taal Opa. Ik heb een tweedehands cameraatje gekocht op Marktplaats en ga nu ook van die leuke filmpjes maken. Nu wil ik het even hebben over… Afkortingen die geen afkorting zijn!”
‘Och Cornelis toch,’ riep Agaath. ‘Je hebt een hobby!’

Standaard
XTC

De allerlaatste

Lieve Joris,
Ik neem vandaag de laatste. Neem jij ook de laatste, alsjeblieft. Of nee, doe dat niet; één laatste wordt een bacchanaal. Stop. Nu. Helemaal.
Mij lukt het niet. Doe jij het dan. Jij bent nog jong, je hebt een heel leven voor je, verpest het niet voor jezelf en je omgeving.”

Mijn handschrift is bijna niet te lezen door het trillen van mijn vingers. De pen glipt telkens weg, glibberig door het zweet, waardoor er vreemde uithalen op het papier verschijnen.
Hoe vaak heb ik niet gezegd dat het de laatste zou zijn? ‘Nog ééntje dan, voor ik naar huis toe ga.’ Om vervolgens vier uur later thuis te komen en dronken in mijn bed te rollen. Of erger nog, vier uur later thuis te komen en dan nog een stuk of zes laatste glazen nemen.

“Heb lief, houd van alles en iedereen om je heen, behalve van de drank en de pillen. Het brengt je niets. Het maakt je af. Het is troep, het is puur vergif. Anderen kunnen er van genieten, jij niet. Jij bent ziek en dat spijt me verschrikkelijk. Je hebt je prachtige ogen van je moeder en je mooie glimlach ook. Je ziekte heb je van mij. Ik heb alles verkeerd gedaan, ik hoop zo dat ik het nu goed doe.”

Nagels van schuld klauwen in mijn ziel. Ik herken de obsessie. Er is nooit een laatste. Ik wil er nog tien, dan stopt mijn lijf met trillen. Ik wil er nog honderd, dan voel ik niets meer. Ik wil er nog duizend, pas dan is alles oké. Maar elke eerste is er één teveel. Vanavond, de laatste is de laatste uitweg.

“Stop ermee, lieve Joris. Nee, niet wat ik doe. Dat verdien je niet. Je weet beter. Daar hebben we over gepraat toch? Ik hou van je, zoon, meer van dan wat ook. Het spijt me dat ik dat nooit genoeg heb laten zien.”

Hij zal boos zijn. Verschrikkelijk kwaad. Hij zal pijn voelen en de hoogste percentages innemen om dat te verdoven. Maar als de mist is opgetrokken zal hij nadenken en hopelijk weten dat dit een wanhoopsdaad is. Misschien is hij me dan dankbaar, als hij weet dat ik het deed om hem te helpen.

Mijn daad is een uitroepteken.

“Ik neem de allerlaatste, lieve Joris. Dan ben ik mensen minder tot last. Om half één moet hij in Den Bosch zijn, dus over een kwartier is hij hier. Ik moet gaan. Dag lieve Joris. Ik hou van je. Het spijt me zo.”

Standaard
XTC

Horres en Van Dam in: Arrestatie langs de Autoweg

Gedecideerd stak Horres zijn hand in het zakje met bruinig poeder dat ze achterin de zwaar gepimpte Volkswagen Golf hadden gevonden. Met het topje van zijn vinger drukte hij in het poeder en proefde het.
“XTC” zei hij zonder twijfel.

“Horres,” begon Van Dam, die met z’n rechterhand in z’n neusbotje drukte en z’n ogen stijfdicht kneep, “XTC zien we nauwelijks in poedervorm. Plus, aan de kleur te zien is dit duidelijk heroïne.”
Ook Van Dam proefde even. Hij knikte tevreden. “Het is toch ook van de zotte, Horres, dat wij hier een verkeerscontrole staan te doen. Wij! De beste rechercheurs van Amsterdam!”
Horres en Van Dam liepen gezamenlijk naar de bestuurdersstoel van de Golf en trokken hardhandig het opgeschoren kereltje eruit, die daardoor met z’n hoofd tegen de deur aan stootte en direct buiten bewustzijn raakte.
“Je zou toch denken dat er genoeg gewone agenten zijn om dit soort klussen uit te voeren”, zei Van Dam terwijl hij de arrestant een forse trap in zijn maag gaf.
“Ja”, beaamde Horres, die de jongen op zijn buik draaide en zijn knie met gepast geweld in de nek van de crimineel plantte.

“Ik bedoel,” ging Van Dam verder, zijn handboeien losgespend, “wij zijn denkers. Filosofen. Speurneuzen. Elke blauwe jandoedel kan drugs vinden in een auto. Je zou toch denken dat er nog genoeg onopgeloste klussen zijn voor echte oplossers.”
Van Dam deed de jongen zijn handboeien om en tilde hem vervolgens op aan de achter zijn rug geboeide armen. Horres greep zijn benen en samen liepen ze met de arrestant naar het arrestantenbusje, even verderop.

“Weet je, Horres, ik voel me gewoon niet echt gewaardeerd. Ik mis het geweldige gevoel van een opgeloste zaak. Het arresteren van dit soort klootzakjes boeit me gewoon niet genoeg.”
De twee rechercheurs lieten de jongen vallen. Van Dam opende de achterklep, waar een zestal andere arrestanten al op en over elkaar heen lag.
“Ik mis de spanning gewoon”, zei Van Dam, terwijl hij en Horres de jongen optilden en van je ene, tweeje, hopsakeeje bovenop de andere arrestanten gooiden. Ze smeten de achterklep dicht en liepen terug naar het Golfje.

“Hier ontbreekt die adrenalinekick”, klaagde Van Dam, die het zakje heroïne uit de auto viste, een lijntje op het dak van de auto uitlegde en zichzelf met een goeie snuif behielp. “Een beetje op de N232 staan grapjassen. Pfuh.”
Horres had inmiddels twee pijpjes Amstel uit de met politiestickers versierde koelbox gepakt en liep er mee naar Van Dam toe. “Ontspan een beetje,” zei hij, “drink wat.”

Gebroederlijk keken Van Dam en Horres uit over de donkere weg, waarop slechts zo nu en dan een auto voorbij raasde. Zo nu en dan nipten ze van hun bier, zo nu en dan haalde Van Dam z’n neus op. Pas toen ze een van de motoragenten weer zagen aankomen, met achter zich een auto met maar één werkend voorlicht, kwam er weer wat beweging in de twee sterren van de Amsterdamse recherche. “Ik tik ’t ruitje wel in,” zei Van Dam, “dan mag jij ‘m deze keer peppersprayen.”
“Aardig van je. Proost.”
Horres en Van Dam tikten hun flesjes tegen elkaar. Met dit verzetje konden ze wel weer even vooruit.

Standaard
XTC

Balans

Ze werden gebeld vanwege geluidsoverlast. Ze kwamen stapvoets voorrijden, de zwaailichten reflecterend tegen het dubbel glas van de blokkendozerige nieuwbouwhuisjes. Nieuwsgierige koppen die voor de ramen verschenen: gezinnen, mensen in pyjama’s die zo meteen weer naast elkaar in bed zouden kruipen en nog even tegen elkaar zouden fluisteren, voor ze lepeltje-lepeltje in slaap vielen. Amy voelde zich altijd een kille onheilsbrenger als ze met flikkerende lichten een woonwijk binnen reed. Een vlaag kou onder een warme deken.

Er was één huis dat zich niks aantrok van de zwaailichten, sterker nog, dat net zo hard terugreflecteerde. Pulserend paars en rood scheen van binnenuit naar buiten, binnen dreunde een elektronische beat alsof de muren kapot moesten.
Amy stapte uit, controleerde of alles aan haar riem zat –portofoon, dienstwapen, handboeien. Niels zette de zwaailichten uit en trok zijn mondhoeken naar beneden. In het licht van de straatlantaarns leken de lijntjes in zijn gezicht eerder groeven. Amy vroeg zich af of hij hetzelfde zou voelen als zij als hij over drie uur thuis zou komen in zijn lege huis.
“Lijkt op een huisfeest.”
Amy haalde haar schouders op. “Ik ga kijken.”
Toen ze door het lage hekje de voortuin in stapte, ging de voordeur open en spuugde een wolk van gelach, wietlucht en warmte uit. Een jongen, geschoren kop, een kralenketting op zijn blote borst en een legging met gele print, kwam mee.
“Wat gezellig dat jullie langskomen!”
Amy schudde kort haar hoofd. “De buren ons hebben gebeld vanwege geluidoverlast.”
De jongen lachte alleen maar en sprong de voortuin in. Zijn legging was bedrukt met Franse frietjes. Amy sloot haar ogen en drukte tegen haar slapen, een gebaar waardoor ze zich eerst theatraal en daarna stokoud voelde.
“Sorry. Daar dachten we natuurlijk helemaal niet aan. Ik ga de muziek zachter doen.”
De jongen lachte weer, een rij grote, witte tanden. Amy voelde het zwaar op haar schouders drukken. Hij kon niet meer dan drie jaar jonger zijn dan zij, maar hij had een onbezorgdheid over zich heen die ze in tijden al niet gevoeld had.
“Wat is er binnen aan de gang?”
“Beetje afteren. Niks geks, hoor.”
Hij ging tegen de muur zitten en klopte naast hem op het gras. En toen –deed ze het echt?– zeeg ze naast hem neer. Hij rook naar zweet en wierrook.
“Deze,” hij hield zijn ketting aan een glanzende, rode kraal omhoog, “is gemaakt door Daniëlle. Ik had haar nog nooit ontmoet voor vanavond, maar ze zag me en toen maakte ze dit. Vind je dat niet prachtig? Dat iemand je energie voelt en daar in alle goedheid dan zo’n sierraad voor maakt? Dat is liefde. Dat is openheid.”
“Openheid?”
“Ja. Ik bedoel dat ze openstaat voor het goede in de wereld. Het goede in de mens. Niet dat ze denkt: “ik ken jou niet dus ik moet je niet”. Nee. Ze zag me en besloot dat ze een beetje van haar tijd en energie in me wilde steken. In dit cadeautje voor mij, een vreemde. Mooi toch?”
Amy knikte. Het gras was nattig, de muur waar ze tegenaan zat was koud in haar rug. Die jongen had overduidelijk XTC op, of MDMA of 4-FA desnoods: de gebruikelijke gereserveerdheid die ze kreeg als ze haar uniform droeg, ontbrak. Ze kreeg zin om haar schoenen uit te doen.
De jongen met de frietjeslegging speelde nog steeds met de rode kraal. Zijn schouder leunde tegen de hare, prettig warm.
“De regel is: als je iets krijgt van het universum, geef je iets terug. Ja toch?”
“Is dat zo?”
“Zo hou je de balans in stand. Dus hierbij.” Hij leunde zich naar haar toe, sloeg zijn armen om haar heen. Amy hield zich doodstil. Ze rook de wierrook, donker en kruidig, de geur van zijn zweet, niet vies maar gewoon menselijk. Ze voelde de druk van zijn armen, de warmte van zijn borstkas. De kralenketting die in haar borst prikte. En ze ademde langzaam uit.
Toen ze het portier van de auto hoorde opengaan maakte ze zich los en stak een hand op naar Niels, als teken dat alles goed was. De jongen met de frietjeslegging glimlachte een beetje wazig naar haar.
Ze stond op. “Goed, zorgen jullie dat de muziek wat zachter gaat?”
“Maak je geen zorgen, dat komt helemaal goed.” Hij bleef glimlachen toen ze wegliep, weer in de auto stapte, Niels’ blik ontweek. Dacht ze. Toen ze weer naar het huis keek, was hij weg.
“Schat je in dat er illegale middelen gebruikt worden?”
Ze schudde haar hoofd. “Ik denk het niet.”
En daarna glimlachte ze, waarschijnlijk een beetje wazig. Als je iets krijgt van het universum, geef je iets terug. Ja toch?

Standaard