Verhaal #598 • Afgesproken thema: Zwarte Piet

Ons vaderland

Waarom voetbal je niet gewoon? Voetbal is makkelijk,” zegt Khaled.
“Ik houd van gevaarlijke dingen en gevaarlijke sporten. Daarom doe ik aan klimmen,” antwoord ik.
“Als je zo van gevaarlijke dingen houdt, moet je eens naar Syrië gaan,” kaatst Khaled grijnzend terug.

Hij laat me zijn arm zien. Ik staar naar een ontsierend litteken over de hele lengte van zijn onderarm. Zijn vel ziet eruit alsof het gehecht is met een breinaald.
“Wat is er met jou gebeurd?,” vraag ik.
Hij haalt zijn schouders op.
“Bom,” zegt hij droog, voordat hij een ontploffend geluid nabootst.
Ik verwijder een denkbeeldig pluisje van mijn broek en schuif wat heen en weer op de plastic stoel. Rechts van me hangt Khaled onderuitgezakt op een leren bank. Links naast me leunt Achmed met zijn schouders tegen de betonnen muur.
“Wil je onze sportruimte anders zien?,” vraagt Achmed.
“Daar zijn ook touwen waarin je kunt klimmen,” grapt Khaled.
“Oké, is goed,” antwoord ik hen.
Ik denk aan wat de hoofdvrijwilliger me een uur geleden nog op het hart drukte: “nooit alleen met ze naar boven. Ik doe het weleens hoor, maar ik ben een oude vrouw. Jij bent een jonge meid, dat risico moet je maar niet nemen.”
“Waar is die sporthal eigenlijk?,” vraag ik Achmed, terwijl we met zijn drieën door de tl-verlichte Oostvleugel lopen.
“Op de tweede verdieping,” antwoordt hij. Hij gebaart naar een trap en ik loop voor hen uit omhoog.
“Boven rechts de hoek om,” hoor ik vlak achter me.
We wandelen langs een lange rij met cellen. Soms wel een deur, soms niet. Er zit een man van middelbare leeftijd op het toilet in zijn kamer. Hij kijkt me aan. Het lukt me niet om de andere kant op te kijken.
“Hier nog een trap omhoog,” zegt Achmed, als we aan het eind van de gang aankomen.
Boven kom ik tot stilstand voor een zware, metalen deur.
“Hier?,” vraag ik.
Achmed schiet me voorbij, opent de deur en laat mij en Khaled voorgaan.
We stuiten op vijf mannen en twee vrijwilligers die om en om lachend achter een volleybal aanrennen.
“Doe anders mee,” oppert een donkere man met zwarte krullen al hij ons opmerkt.
Ik schud van nee en observeer het schouwspel vanaf de zijlijn.
“Wil je ook ons theater zien anders?,” vraagt Achmed me na een tijdje.
Nog voordat ik kan antwoorden houdt hij de deur al voor me open. We lopen opnieuw langs een lange rij kamers. Enkele vertrekken zijn leeg. Er staan legergroene klapbedjes rechtop tegen de wand.
“Volgende week komt er nog eens tachtig man,” legt Khaled uit als ik naar binnenkijk.
“Dan moeten we een kamer gaan delen,” vult Achmed aan.
“Hier omhoog,” zegt Khaled. Hij knikt in de richting van weer een andere trap.
Ik staar naar de verdieping beneden door de vierkante gaatjes tussen mijn voeten: “je kunt maar beter niet alleen met ze naar boven gaan. Als vrijwilliger blijf je op de begane grond,” echoot het in mijn hoofd.
Halverwege de trap haalt Achmed me in en gaat me voor door een nog grotere, metalen deur. Even later staan we in een rechthoekige ruimte. Boven ons ondersteunen ebbenhouten balken het plafond. Langs de zijkant hoge, met tralies bedekte ramen. Het heeft wel wat weg van een kerk.
“Daar hielden we afgelopen maandag nog een jamsessie,” vertelt Achmed. Hij wijst naar het podium aan het eind van ruimte. Zijn woorden weerkaatsen tussen de muren.
“Dat doen we iedere maandag om drie uur,” galmt Khaled hem na. “Kom je anders eens meedoen?”
“Perfecte akoestiek,” antwoord ik.
“Daar rechts, achterin dat kleine kamertje, staan alle instrumenten. Wil je kijken? De deur is open,” zegt Achmed. Hij staart naar een deur naast het podium.
Ik wiebel wat heen en weer, maar wil niet onbeleefd zijn, dus knik toestemmend. Achmed gaat voor. Khaled loopt op een halve meter afstand achter ons aan.
“Kom,” wuift Achmed, vlak voordat hij in de kamer verdwijnt.
Ik leun met mijn schouder tegen de deurpost. Khaled wurmt zich langs me heen, opent een metalen kast en pakt er een rond uitziend instrument uit.
“Ken je dit? Dit is een snare drum,” zegt hij terwijl hij een roffelend geluid maakt met zijn vingertoppen.
“En kijk we hebben ook versterkers, die zijn voor deze,” voegt Achmed toe. Hij houdt een elektrische gitaar in de lucht.
“In deze tas zit een percussie, maar er is nog niemand die het kan bespelen. “Speel jij misschien percussie?,” vraagt Khaled. Hij duwt de tas in mijn armen.
“En weet je wat dit is? Een tamboerijn.” De belletjes rinkelen als Achmed het instrument ritmisch tegen zijn been tikt.
“Kijk, hier is een klarinet.” Khaled strijkt voorzichtig met zijn vingers over het hout van de beker en zet het instrument aan zijn mond. Bij het klinken van de eerste noot springen mijn armharen al overeind. Khaled vult de kamer met een troostende en ook deerniswekkende melodie.
“Dit lied is voor jou en gaat over ons vaderland,” vertrouwt Achmed me toe voordat hij in het Arabisch begint te zingen.

Door: Danja Raven
Voor alle vluchttelingen van de Havenstraat



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard