Verhaal #585 • Afgesproken thema: Kop-staartbotsing

Sneeuwkettingen

Wil jij het ook eens proberen?” vroeg hij, en haalde zijn rechterhand van het stuur.
“Weet je dat heel zeker?” aarzelde ze, terwijl ze naar het kabbelende beekje ver onder hen in het donkere dal keek. “Je weet dat ik het eng vind om met zulk weer te rijden, laat staan in de bergen,” en keek weer terug naar de kaart. “Hier links trouwens.”

Door Yan Siegers

“Het is niets anders dan je op de Nederlandse wegen gewend bent, we zitten alleen wat hoger dan gewoonlijk,” zei hij zonder zijn ogen van de besneeuwde weg af te halen, en legde zijn hand op haar been. De natte sneeuw die op de voorruit terecht kwam, werd weggezwiept door de ruitenwissers. “En de sneeuwkettingen die ik om de banden heb gelegd zijn hier in de winter niet voor niets verplicht,” beargumenteerde hij om zijn punt nog wat kracht bij te zetten.

Het was even stil in de auto. Ze gaf aan hem toe. “Nou oké dan. Maar zodra de auto gaat glijden, stap jij weer achter het stuur!” zei ze terwijl ze haar wijsvinger in de lucht zwaaide.

“Beloofd.” Hij grinnikte, maar zei verder niets. “Nu nog even een parkeerplek vinden. Wil je even op de kaart kijken of je iets kunt vinden?” Ondertussen draaide in zijn achteruitkijkspiegel een auto de weg op, en kwam achter hen te rijden.

Ze keek aandachtig op de kaart en wees de weg waarop ze reden aan. Intussen kwamen ze aan bij een haarspeldbocht. Beheerst draaide hij aan het stuur en de auto begon mee te draaien, verder de berg op, waarna hij langzaam het stuur terugdraaide. Toch voelden ze dat de auto niet mee terug bewoog. De achterkant van de auto gleed richting de berm met vangrail, met daarachter een zwarte diepte. Beiden voelden ze de adrenaline die opeens in hun bloedbaan in hun lichaam werd rondgepompt. Langzaam maar zeker kwam de auto tot stilstand. Hij gaf weer gas. De achterbanden begonnen weer te slippen, maar ze kwamen toch weer vooruit.

“Dat bedoel ik dus!” riep ze iets te luidruchtig in de kleine cabine en liet de kaart op haar schoot vallen.

“Ja, dat heb je soms met die scherpe bochten hè? Maar net zoals in die slipcursus had ik het helemaal onder controle. Er was niets aan de hand,” kalmeerde hij haar. “Kijk nou maar of je een parkeerplaats kan vinden.”

Ze maakte een afkeurend geluid en legde haar armen over elkaar heen. “Ik kon er geen vinden.”

“Er zal toch wel een parkeerplaats of uitkijkpunt te vinden zijn?” Hij fronste. “Geef die kaart eens hier,” beval hij haar.

“Let jij nou maar op de weg!” En gelijk had ze. Er naderde nog een haarspeldbocht, maar deze keer zonder vangrail. Pas toen het bij hem doordrong wat ze precies zei, zette hij zich af in de stoel en trapte op de rem. Maar het was al te laat. De auto raakte in een slip en gleed richting de afgrond. De voorwielen gleden over de rand en met een bonk verloren de wielen contact met de berg. De auto gleed verder door totdat ze vlak voor het midden tot stilstand kwamen. Nu balanceerde de auto op de rand terwijl de twee recht een duister dal keken.

“Wat doen we nu!?” schreeuwde ze, waardoor de auto voorzichtig heen en weer begon te wiegen. Haar hart bonkte in haar borstkas.

“Stil. Blijven. Zitten.” Hij probeerde na te denken. Vanuit het niets griste hij haar handtas bij haar voeten weg en gooide die op de achterbank. Daarna graaide hij naar de beugel onder zijn stoel. Er volgde een klik en de stoel schoof achteruit. “Kom op, jij ook!” riep hij, waarna er nog een klik volgde.

Ondertussen verscheen er achter hen een paar felle koplampen. De bestuurder zag de rode achterlichten van de wiebelende auto en duwde het rempedaal bliksemsnel in, maar dat leek ook nu weer niets te helpen. Toen de twee auto’s contact met elkaar maakten, leek de tijd langzamer te gaan. Een achterbumper verboog. Een koplamp sneuvelde. En nog een. Een motorkap knikte en bewoog schurend omhoog, waarna het geluid van knisperend hardglas volgde. Langzaam werd het stel vooruit geduwd, waardoor de auto begon te kantelen. Dat gebeurde tot op een zeker punt, totdat de auto het dal in kieperde. Het geluid van de klap was door het weerkaatsen van het geluid tegen de bergwanden nog in de wijde omtrek te horen.



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard