Oud & Nieuw

De eerste klap

‘En dit is een reuze kneiterknaller, rechtstreeks geïmporteerd uit China. Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.’

Het is 29 december en ik sta in Karels Knalparadijs. Omdat ik nog nooit eerder vuurwerk heb gekocht, vraag ik advies aan Sjaak, sinds afgelopen Oud & Nieuw de enige zoon van Karel. De oude baas is er zelf niet. Die heeft, zoals Sjaak het noemt, een klein meningsverschilletje met justitie.
Het is voor het eerst dat ik het paradijs van binnen zie. Ik ben niet zo vuurwerkerig, heb het altijd zonde van mijn geld gevonden. Dat vind ik eigenlijk nog steeds, maar ja, Anna.
‘Ik wil best Oud en Nieuw met je vieren, maar dan moet je wel vuurwerk hebben,’ zei ze vorige week en ik wil heel graag met haar het nieuwe jaar vanaf de eerste seconde in. Die magische avond moet het begin worden van de rest van ons leven. Het moet in een keer raak zijn.
Vuurwerk dus.
Sjaak laat me een paar potten met knallers uit China zien. Ik knik. Het zijn inderdaad potten.
Hij wijst naar een stapeltje vuurpijlen. ‘Die zijn voor de sier, maar ik verkoop ze wel, hoor.’ Hij lacht hard en port me stevig in de zij. ‘Vuurwerkgrapje, moet kunnen!’
Ik knik en zeg dat ik ‘m snap. Het is siervuurwerk.
‘Maar let wel op,’ zegt Sjaak dan ineens streng, ‘vuurwerk is natuurlijk niet om te lachen! Altijd van je afstrijken en neem van mij aan, een lont kan nooit lang genoeg zijn.’
Het zal wel een blauwe plek worden in mijn zij.
‘Wacht even,’ zegt Sjaak, ‘ik ben zo terug.’ Hij strompelt naar achteren en ik hoor hem kreunen. Het is natuurlijk ook niet niks, de hele dag zo’n kunstbeen mee slepen.
In de stilte van het paradijs struin ik langs een paar tafeltjes met uitgestald vuurwerk. Ik lees de etiketten, maar het is allemaal Chinees voor me. Er is zo veel keus dat het me benauwd. Overal waar ik kijk, ligt wel iets met lont. Anna, met haar jarenlange vuurwerk ervaring, had natuurlijk gewoon mee moeten gaan. Ik had het haar niet durven vragen. Alles wat met vuur te maken heeft is mannenwerk.
Gestommel en gevloek: Sjaak komt mijn kant weer op. Onder zijn onder arm een groot pakket. Ik loop langzaam naar hem toe en we botsen bijna tegen elkaar op. Het is natuurlijk ook lastig diepte zien, met maar één goed oog.
‘Kijk,’ zegt Sjaak, ‘dit is een beginnerspakket. Zit van alles in. Een paar Turbokneiters, een boeketje Knotsmonauten, een handjevol Plofkippenscheetjes en meer van die ongein. Precies iets voor meneer.’
Ik pak de doos over van Sjaak en kijk een paar seconden op het etiket. Niet meteen toehappen
–-deze doos gaat hoe dan ook mee naar huis–, altijd even doen alsof je er verstand van hebt. Proberen die prijs te drukken.
Ik wijs op een plaatje achter op de doos en vraag of die dingen er ook in zitten. Sjaak buigt z’n hoofd dicht naar het pakket, tuurt even en knikt dan. ‘Ja, een setje Diedadonderstralen zit er uiteraard standaard bij.’
Ik knik alsof ik niet anders had verwacht. Sjaak is even stil als ik ‘m vraag wat het moet kosten. Met z’n goede hand gaat hij door zijn laatste restje haar. Dan kijkt-ie me aan en noemt een prijs van 30 euro. Ik hoor mezelf ‘doe daar dan maar drie van’ zeggen. Sjaak lacht en zegt dat het een uitstekende keuze is. Dat klinkt goed, zo uit de mond van een kenner. Anna zal trots op me zijn.
90 euro, Sjaak vindt het een mooi prijsje om het jaar mee uit te gaan. Handig slaat hij de kassa aan met zijn haak. Aan bonnetjes doet hij niet en aan inpakken al helemaal niet. Een papieren zakje kan er net af. Op de zijkant staat de bedrijfsslogan, slordig geschreven met zwarte viltstift: Karels Knalparadijs: de eerste klap is een daalder waard.

Standaard