Oud & Nieuw

Lege champagneglazen

Hij probeerde te herinneren wat de kleur was van het drankje dat in de champagneglazen had gezeten.

Hij zag het residu tegen het glas plakken, maar het had voor hem nu een onbestemde kleur. Paars? Oranje? Het was geen gewone champagne geweest.
Hij kon zich van de avond weinig herinneren. De confetti, die nu nog op de tafel lag, de papieren hoedjes, dat ze in de serre hadden gestaan toen het vuurwerk boven de stad oplichtte. “Wat prachtig,” had de vriendin van zijn vrouw gezegd, en ze had gekird op een manier die hem opwond. “Ik kan me voorstellen waarom jullie dit huis hebben gekocht.” Hij had zijn vrouw geknuffeld. Hij was op dat moment gelukkig geweest.
Geen stiltes of twijfels die ’s nachts meester van hem werden. Geen plafond dat leeg terugstaarde. Dus wat was er daarna gebeurd?
Plotseling had hij een beeld voor zich. Sjors, die met een nieuwe fles in de deuropening stond. Ze hadden gelachen. Gejoeld. Geklapt. De glazen bijgeschonken en waren gaan dansen op muziek die hij had opgezet. Ze hadden de lichten uitgedaan, zodat ze konden blijven kijken naar de laatste vuurpijlen die de hemel in rood en groen oplichtte en waardoor de kamer op een vuurzee leek. Zijn vrouw had gelachen en hem gezoend.
Het voelde allemaal natuurlijk. Vloeiend. De muziek bonsde. Ze wisselden van partners. De eerste stap in een nieuw begin. Een begin dat ze door-en-door hadden besproken.
Hij weet niet goed wanneer het misging. Ergens na de zesde of zevende glas, toen hij uit de W.C. kwam en Sjors en zijn vrouw in dat groene en gele licht zag dansen. Zijn heupen schurend tegen haar schede aan.
Sjors’s vrouw stond aan de zijkant. Ze hield het champagneglas lachend tegen haar mond.
“Wat moet dat?” had hij gezegd en de vrouw van Sjors probeerde hem op de dansvloer te trekken, maar hij had plotseling een golf van woede in hem gevoeld. Onbestemd. Onbestuurbaar. Lava spuwde. Een roodgroene zee. Het huis. De druk. De stiltes. De voornemens dat in het nieuwe jaar alles nieuw moest zijn. En wat was het? Droogneuken tegen een been.
Het leek op dat moment allemaal belachelijk. Hij had Sjors omgedraaid en hem op zijn bek geslagen en zijn vrouw had daar slechts met een “O” op haar gezicht in dat groene, rode licht gestaan.
“Wat mot dat?,” had Sjors gezegd, die zijn glas had laten vallen.
“Dit was toch de afspraak?”
Maar hij geloofde het niet en had opnieuw geslagen en had de oude schoolvriend van zijn vrouw, en zijn echtgenote, de deur uitgejaagd.
“Je bent een klootzak,” is het enige dat ze tegen hem had gezegd.
Nu wist hij het weer, nu hij hier zo zat. Onder z’n linkervoet lag een geplet feesthoedje.
De champagne, de tweede fles was roze geweest.

 

Geschreven door Anthonie Holslag
Auteur van onder meer de bundel ‘Zwarte muren’ (2012) en de novelle ‘De kerstboom’ (2013)

Standaard
Oud & Nieuw

Samenspel

‘Nou?’ vroeg ze met het kaartje in haar ene hand en een al weer bijna leeg wijnglas in haar andere. ‘Kom op, Martijn. Ik wil nú een antwoord. Welke levensles is je dit jaar het meest bijgebleven?’

Oké, oké,’ antwoordde hij. ‘Ik denk dan toch aan wat ik…’
‘Hé!,’ onderbrak ze hem. ‘Hoelang spelen we dit spel al? Bij elk antwoord moet je opstaan, oliebol.’
Hij ging staan. Natuurlijk ging hij staan. Hij wist dat het moest. Ze hadden de regels zelf bedacht, een paar oud & nieuws geleden alweer. Bij hem thuis, in Amsterdam. Gisteren had hij snel nog wat nieuwe vragen op de kaartjes geschreven. Zij had hetzelfde gedaan.
‘Oké,’ zei hij. ‘Wat ik dus wou zeggen: Ik denk dan toch aan wat ik las in Het Parool, ergens in maart of zo. Zo’n jong voetballertje van Ajax werd geïnterviewd en hij had een paar dagen daarvoor mogen spelen tegen Real Madrid. Ze vroegen hem of hij het niet eng vond om te voetballen tegen grote, bekende spelers. En dat gastje antwoordde toen: “Bang zijn we allemaal. Als je dat eenmaal weet, valt alles mee.” Vond ik een mooie levensles.’
‘Goed antwoord,’ zei ze en ze dronk haar wijnglas leeg. ‘Je mag weer gaan zitten.’
‘En volgens mij klopt het ook wel,’ zei hij.
Hij pakte een oliebol van de schaal en nam meteen een eerste hap. Er zat eigenlijk teveel poedersuiker op.
‘Ja?’ vroeg ze.
‘Zeker. Helemaal als ik het toepas op dingen uit mijn verleden. Hoe vaak ik niet ergens bang voor ben geweest, en dat het uiteindelijk toch allemaal mee viel.’
‘Zoals?’
Hij nam nog een hap van zijn oliebol. Buiten klonk een klap. De kerstboom trilde. Vuurwerk of een afrekening: je wist het nooit in deze buurt.
‘Nou,’ zei hij toen, ‘met jou bijvoorbeeld.’
‘Met mij?’
‘Ja, bij onze eerste date. Ik was doodsbang. Zo bang dat ik het haast allemaal had afgeblazen. Scheelde eigenlijk best weinig.’
‘Oh?’
‘Yup.’
‘Maar waarom dan?’ vroeg ze en ze kroop dichter naar hem toe op de bank. ‘Je vond me toch leuk?’
Hij lachte. ‘Dacht het wel, ja.’
‘Maar…?’
‘Tja, ik twijfelde een beetje. Over hoe het allemaal zou gaan en zo. ‘
Ze legde haar hand op zijn arm. ‘Ik toch ook.’
‘Ja, en grappig genoeg vermoedde ik zoiets of zo. En dat stelde me dus gerust op de een of andere manier.’
‘Gelukkig.’
Een harde knal deed hun opschrikken uit het terugkeren naar de onzekere begindagen van hun gezamenlijke verleden.
‘Goed,’ zei hij. ‘Nu ben ik.’
Hij pakte een kaartje van de stapel keek haar even aan met de blik van een geoefende quizmaster.
‘Ah, dit is een mooie,’ zei hij al lezend. ‘Oké, Evelien: waar ben jij dit jaar het meeste dankbaar voor?’
Ze zette haar wijnglas neer, ging staan en deed haar rokje goed.
‘Wat een vreselijk gemakkelijke vraag,’ zei ze lachend.
Hij legde het kaartje neer en ging ook staan. Er viel wat poedersuiker van zijn trui.
‘Ja? Hoe makkelijk?’
Ze pakte zijn handen en gaf hem een zoen.
‘Heel makkelijk. Voor mijn nieuwe rokje natuurlijk.’

Standaard
Oud & Nieuw

Horres en Van Dam in: Vuile Spelletjes

“Van Dam, wat doe jij vanavond?”

Mwah, beetje gamen met m’n zoontje denk ik. Hij heb zo’n nieuwerwetse Playstation 4.”
“Ah, ok. Goed zo. Goed zo.”
De kelder waar Horres en Van Dam zich in bevonden was ruim, twee keer zo groot als de gemiddelde studentenkamer, maar toch zat op elke muur bloed. Het lijk hing achterover op een bureaustoel. De resten van zijn hoofd lichtten op in de witte flikkering van het CRT-scherm.
“Een oudje dit hè. Zie je niet veel meer.”
Van Dam bukte bij de computerkast en schoof wat stukjes hersen aan de kant.
“Klopt. Pentium 2, als ik het zo zie.”
“Zonde om daar een hele kamer voor te gebruiken, als je het mij vraagt.”
“Hier kan je nog geen Fifa op draaien, Horres.”
“Fifa 2000 zou toch wel kunnen?”
“Op zich…”
“Nou, Van Dam, nu ben ik toch wel benieuwd.”
Horres liep naar het bureau toe en wilde de muis pakken.
“He, shit, rigor mortis.”
Met moeite trok Horres de vingers van de man één voor één van de muis af, liet de arm vallen en pakte de muis zelf vast. Gauw sloot hij het openstaande word-document waar hij nog net ‘Vaarwel’ op kon lezen en bekeek het bureaublad.
“Man, dit is wat zeg. Van Dam, zie je dit? Windows ’98 man! Ongelooflijk. Hij werkt nog!”
“Laat kijken, laat kijken!”
Van Dam duwde de bureaustoel met het lijk opzij en ging voor het beeldscherm staan. Uit de halve schedel van de man vielen stukjes hersens op de grond.
“Klassiekertje chef. Mag ik ‘m meenemen?”
“Lijkt me een kwestie van bewijsmateriaal verzamelen. Pak maar in. Maar wel voorzichtig.”
“Oh, moet je kijken,” zei Van Dam, die de muis van Horres had overgenomen, “Internet Explorer 5!”
“Nee toch!”
Horres en Van Dam keken gebiologeerd naar de enorme monitor.
“Even naar Google hoor.”
Van Dam schoof een oogbal aan de kant, poetste met z’n jas wat bloed van de letters en typte het adres in. Horres schoof gedachteloos het lijk uit de stoel en ging zelf zitten, waarna hij de stoel weer naar het bureau schoof. Een wieltje bleef hangen achter de linkervoet van de overleden man, die Horres geïrriteerd aan de kant duwde.
“Och man, dit duurt een eeuwigheid. Valt me nog mee dat-ie geen inbelverbinding had.”
“Wie? Oh, hij.”
Horres keek naar beneden en zag het briefje, dat met een mes op de borst van de man gespietst was. Er stond iets op over het leven en kinderen, maar Horres registreerde het allemaal niet. Hij hoorde alleen wat Van Dam naast hem zei.
“Fifa 2000! Hij heb ‘m!”

Lees de eerdere avonturen van Horres en Van Dam: Het Regent, Met Voorbedachten Rade en Het Witte Goud.

Standaard
Oud & Nieuw

Uitkijken

“Volgend jaar doen we echt minder cadeautjes,” zegt mijn moeder voor de vijfde keer in vier dagen en ik vind het allemaal best.

We zeggen elk jaar dat we er niet om geven, maar uiteindelijk staat iedereen met nieuwe sjaals en sokken in hun handen. Of boeken, maar die zijn niet voor mij. En altijd een chocoladeletter, een jaarlijks terugkerend grapje van mijn vader.

De op de grond gevallen naalden van de kerstboom nemen gestaag toe. Ik merk het, omdat ik er steeds vaker in ga staan. Met mijn voet tast ik het gebied af. Het voelt alsof het dennennaaldenfront gestaag de verdedigingslinie van het vloerkleed nadert. Ik doe alsof de rand van het kleed een stenen stadswal is waarop strijders met pijl en boog klaarstaan om toe te slaan, zoals in de boeken die mijn vader mij voorleest.

Ik vraag me af of er al meer naalden op de grond liggen dan er aan de boom zitten.
Het is een echte kerstboom, met echte kaarsen erin. Niemand heeft dat nog, behalve mijn ouders. Iedereen zegt dat ook altijd, als ze de echte kerstboom met de echte kaarsjes erin zien. Zouden jullie dat wel doen, zeggen ze dan, met die jongen en zo. Ze snappen niet dat ik wel uit kan kijken. De stakkers. Ze kijken op me neer. Kijken, kijken, kijken. Er is geen woord waar ik zo lang over heb nagedacht. Anderen praten van soorten kijken waar ik geen enkel benul van heb. Opkijken, afkijken, omkijken en aankijken. Ik kan er niks mee.

Het is onduidelijk hoe lang ze het nog zullen volhouden om een kerstboom op deze manier op te tuigen. Kerstboomkaarsjes worden niet echt ruim meer ingeslagen door winkeliers. Voor ons is het altijd eerder een gedoe om nog kaarsen te kunnen kopen, in plaats van kalkoen of eend.

Mijn zusje telt haar gekregen zegeningen. Een deegroller van Jamie Oliver, een boek van Bridget Jones en een hippig bloesje, om aan te doen naar een feest met Oud en Nieuw. Naar een feest gaan zit er voor mij niet in. Het is niet dat ik het niet kan, maar ik wil het niet meer. Buiten het vanzelfsprekende gedoe dat er voor mij bij komt kijken is het te pijnlijk. Ik kan het geluid niet aan. De knallen, het gillende geluid van opstijgende vuurpijlen. Het incident is acht jaar geleden, de herinneringen zijn niet vers. Het is alsof ze bevroren zijn en elk jaar weer uit de vriezer gehaald worden. Buiten worden ze door het vuurwerk telkens weer ontdooid.

Standaard
Oud & Nieuw

Feest

De schoenen aan Mariekes voeten knelden, de berg kussentjes op de bank duwde ongemakkelijk in haar onderrug

De van bierkratten en sloophout gemaakte salontafel stond te dichtbij en was te laag om haar benen over elkaar te kunnen slaan, maar ze durfde hem niet te verschuiven, bang dat de hele constructie in elkaar zou storten en iedereen op het feest haar zou aanstaren.
Ze twijfelde over de champagne die ze dronk, of het niet raar was om de door haarzelf meegebrachte fles aan te breken. Over de bodylotion die ze had opgesmeerd en die in de winkel nog luxe had geleken, maar haar nu door de combinatie van vanille en munt ineens zo erg aan tandpasta deed denken dat ze in de badkamer tot twee keer toe haar handen en bovenarmen had afgeboend. Over Charlotte, die ‘Hee, wat leuk dat jij er óók bent!’ riep toen ze binnenkwam, maar uit wiens ogen oprechte verbazing sprak.
Ja, Marieke was er ook.
Ze had langzaam kunnen verdwijnen in de anonimiteit van een onbeantwoorde facebookuitnodiging, zoals ze normaal deed, maar deze keer had ze besloten dapper te zijn en te gaan. Ze verheugde er zich de weken ervoor zelfs een beetje op om naar Utrecht te gaan en haar oude vriendin te zien, om verhalen te vertellen over haar avonturen in de hoofdstad en om opmerkingen te krijgen over hoe goed ze eruit zag. Ze was tenslotte twee en een halve kilo afgevallen sinds ze het voornemen om zich bij een teamsport aan te melden had opgegeven –bang om niet goed genoeg te zijn en haar toekomstige teamgenoten teleur te stellen- en zich in plaats daarvan drie keer per week samen met honderden naamloze joggers zwijgend rond het Vondelpark worstelde.
Maar niemand had iets gezegd over haar nieuwe uiterlijk, of gevraagd naar haar avonturen in Amsterdam. Charlotte had haar na drie luchtkussen, die een spoor van subtiel maar onmiskenbaar duur parfum achterlieten, gevraagd hoe het ging en haar daarna zonder naar het antwoord te luisteren de dranktafel gewezen. Haar kapsel zat opgestoken op een manier die Marieke zelfs met hulp van haar moeder niet zou lukken en haar eigen, thuis gezette krullen waren tijdens de treinreis hierheen al uitzakt tot een slappe berg pluis. Iemand had haar ooit, in de brugklas al verteld dat ze geen haar had voor een krultang –het was te dun, het pakte niet. Daar was niets aan veranderd.
Ze bouwde een kaartenhuis van de stapel bierviltjes op de salontafel, ongetwijfeld meegejat uit een of ander hip, Utrechts studentencafé waar ze nog nooit van gehoord had. Anderhalf jaar geleden, toen ook Charlotte nog nooit van dat soort café’s gehoord had en ze op het punt stonden allebei naar een andere stad te verhuizen, spraken ze af elkaar elke week te zien, ze hadden toch OV. Nu gaf Charlotte feesten met mensen en muziek die Marieke niet kende en had zij de keus gehad tussen de trein naar Utrecht pakken, bij haar ouders de Oudejaarsconference kijken of onder haar eigen kerstboom stukjes oliebol voeren aan haar toch al uit zijn voegen gegroeide kat.
“Het is bijna tijd!” gilde iemand. Een jongen liep struikelend langs haar heen om de televisie aan te zetten en stootte Marieke’s kaartenhuis om. Horloges werden gelijkgezet, telefoons tevoorschijn gehaald, het aftellen begon. Marieke hief haar glas naar Charlotte, maar die was onzichtbaar achter de groep die zich rond de dranktafel verzamelde en bier, wijn en champagne inschonk, om maar iets te hebben om mee te toosten als het eenmaal zo ver zou zijn. Toen om middernacht vuurwerk knalde, iedereen elkaar zoende, omhelsde en gilde van blijdschap dat ze het weer een jaar overleefd hadden, dronk Marieke champagne en morste op haar jurk.

Standaard
Oud & Nieuw

Autopech

Hij glom prachtig. De zwarte lak leek op een glad bergmeertje, waarin de omgeving zo strak weerspiegelt dat je nauwelijks ziet wat nou boven of beneden is.

Sjaak liep er een paar keer bewonderend omheen. Hij had er jaren voor moeten sparen, en als assurantiespecialist bij een klein verzekeringskantoortje in Meppel gaat dat niet zo hard. Maar nu was het dan toch eindelijk gelukt. De allernieuwste BMW 760Li. Paardenkrachten tot in de hemel en koppel waar een astronaut nog voor terugdeinst. Ja, dit was me wel een wagentje hoor. De eerste ritten waren dan ook geweldig. De motor was onhoorbaar, ook bij 5000 toeren. Het wegdek voelde zo glad als glas, ook al reed je in België. Je medeweggebruikers zag je nauwelijks, zelfs in de drukte van het centrum van Zwolle.
De koper voor z’n oude Nissan Almera, waar Sjaak al die tijd in gereden heeft, was een lange, blonde student. Z’n stage zat in Almere, had hij verteld, en dan was het wel lekker als je vanuit Amsterdam daar gewoon heen kan rijden zonder OV-vertraging en dergelijk. En dan was het wel grappig om in een Almera naar Almere te rijden, zo had de student medegedeeld. Het deed Sjaak zeer, dat z’n trouwe Nissan verworden was tot een woordgrap van een flapdrol. Maar het was natuurlijk altijd beter dan een of andere Pool, die er dan vast schapen mee zou gaan vervoeren.
Sjaak had alle trucjes van de auto uitgelegd aan de blonde jongen. Dat je bij het starten even een tikje gas mee moest geven, dat het dashboard ophield met trillen vanaf 110 kilometer per uur en dat de Nissan op goede dagen, met wind mee, toch prima 105 kon halen.
De BMW reed heerlijk, dat vond Sjaak ook echt wel, absoluut. Maar de glimlach die hij had als hij in z’n oude Nissan op de rechterbaan van de A32 reed, die was van zijn gezicht verdwenen in de BMW. Hij miste het trillen van het dashboard, dat, als je 94 kilometer per uur reed, precies meetrilde op het ritme van Brian Adams’ Baby When You’re Gone, Sjaaks favoriete nummer. Hij miste het gejank onder de motorkap als je tot 3000 toeren doortrok. Hij miste de versnellingspook die zo lekker los zat, waardoor je hem in het ritme van Baby When You’re Gone heen en weer kon tikken.
Drie dagen nadat hij z’n BMW had gekocht, was de Nissan verkocht. Anderhalve week later stond Sjaak teleurgesteld naar z’n reflectie in een motorkap te staren. Twee dagen daarna stond hij, het was een dinsdagavond, op de stoep bij de blonde student. Dat gesprek ging zo:
‘Die auto? Nee, die heb ik niet meer.’
‘Wat, hoezo?’
‘Heb ‘m doorverkocht.’
‘Maar je had ‘m net!’
‘Tja, als een Pool je anderhalf keer de waarde gaat bieden, zeg je natuurlijk geen nee.’
Hier zuchtte Sjaak vrij diep.
‘Rare snuiter hoor, trouwens, die Pool. Hij had twee schapen meegenomen.’
‘Schapen?’
‘Ja, schapen. Hij zette ze zo op de achterbank voordat hij wegreed. Heel vreemd.’

Standaard
Oud & Nieuw

Duo / solo

Eigenlijk had ze er maar eentje voor het nieuwe jaar. In dikke zwarte letters stond hij op het memobord in haar kleine maar gezellige keuken: Doen waar ik gelukkig van word.

Wat dat dan precies moest zijn, dat wist ze nog niet. Ze had nog elf uur om het uit te zoeken. Nog elf uur voordat ze zou proosten op het nieuwe jaar. In haar eentje. Dat leek haar wel eens een keertje goed. Geen feestjes waar iedereen zou vragen hoe het nou ging. Alleen, op de bank, met als gezelschap een enorme berg oliebollen.
Ze begon het jaar niet in haar eentje, ze begon dit jaar als een duo. Het had wel wat, een duo vormen. Aan de grote tafel in de woonkamer lazen ze op zaterdagochtend samen de krant. Hij begon in de wetenschap katern, zij in opinie. Moet je ons nou eens zien zitten, schoot er soms door haar hoofd. Ze waren een goed duo. Totdat hij het daar niet meer mee eens was en verder wilde als solo. In zijn eentje de krant wilde lezen. Zo gaan die dingen, zei ze standaard als iemand vroeg of ze er nog erg mee zat. Of alles kan kapot, ook een populaire.
Haar keuken mocht dan klein van formaat zijn. De rest van haar huis was aan de ruime kant, vooral als je geen duo vormde. Verhuizen, zou dat dan iets zijn waar ze gelukkig van zou worden? Want opnieuw een duo vormen, met iemand anders, dat was voor haar geen optie. Het hoefde van haar niet meer. Ze was acht jaar een duo geweest en de overgang van duo naar solo was niet iets wat ze nog een keer mee wilde maken. Dan maar alleen.
Nog drie uur tot het einde van het jaar en inmiddels had ze een lijstje met dingen waar ze wel eens gelukkig van zou kunnen worden. Een reisje maken bijvoorbeeld, of haar inrichting drastisch omgooien. Maar zou dat iets veranderen aan de leegte die hij had achtergelaten? Ze wist het niet.
00:00.
Ze had er elf uur de tijd voor gehad, ze had haar hersens flink laten kraken maar ze had het antwoord. Ze wist wat ze nodig had voor het komende jaar. Een puppy.

Standaard