Scrabble

Help!

Van de zielig losliggende T maakte ik een nieuw woord: TENT. Evelien lachte, ze was natuurlijk weer eens aan de winnende hand en omdat ik met deze vier letters geen enkel speciaal vlakje wist te bedekken, kwam ik niet veel dichterbij. Na het noteren van mijn schamele punten zei ze op dat typische toontje van haar: ‘Och jongen toch. Heb je misschien hulp nodig? Het gaat niet zo goed, hè?’

Inderdaad, dacht ik, het gaat helemaal niet goed. Wij spelen nu een stom spelletje terwijl de hele wereld in brand staat. Een wereld waarin de onbegrijpelijke haat jegens hulpzoekende medemensen niet alleen een podium krijgt, maar ook steeds meer medestanders. Een wereld waarvan ik dacht ik dat die alleen nog maar in mijn geschiedenisboek bestond, omschreven met zinnen in de verleden tijd. Die wereld is nu steeds vaker het achtuurjournaal en het maakt me best angstig, lieve Evelien. Ik kan er wakker van liggen en misschien moet je dat weten.

Maar ik zei hardop: ‘Altijd alles willen winnen is voor losers.’
Evelien lachte en legde FIETS aan. ‘Dat zeggen alle losers.’
‘Klopt,’ antwoordde ik, ‘geluk zoeken wij in heel andere dingen.’
‘Zoals?’
‘De liefde. Een eigen huis. Op vakantie gaan. Terugkomen van vakantie. De geur van een net gemaaid grasveld. Stomme spelletjes spelen aan de eettafel met iemand waar je van houdt, zelfs als ze onuitstaanbaar wordt omdat ze weer eens aan de winnende hand is. Perenijsjes.’
‘Dat klinkt wel heel simpel en zweverig,’ zei Evelien. ‘Waren we maar zo snel tevreden. Het is veel moeilijker dan dat.’
‘Het is als een Beatles-liedje,’ antwoordde ik, wetende dat ze nu iets dacht in de trant van “vlucht-ie weer in z’n muziek”.
Toch ging ik verder.
‘De beste en meest geliefde liedjes van The Beatles klinken heel simpel. Maar, en dat zal iedere muzikant je vertellen, het schrijven van dat soort simpel klinkende liedjes is juist vaak het aller moeilijkste dat er is.’
‘Hm,’ zei Evelien en met de letters E en N maakte ik van mijn TENT het meervoud en scoorde ik dubbele punten.
Ze noteerde de nieuwe stand en mompelde: ‘Ik háát The Beatles.’
Ik pakte twee nieuwe letters en keek naar rechts om even weer bevestigd te krijgen dat al hun platen desondanks wel op een mooi plekje in ons fijne huis mochten staan.

Standaard
Scrabble

Scrabble zonder Koosje

Koosje had hem verlaten. En de fiets van Evert was vorige week ook nog gestolen, dus nu moest hij lopend naar de supermarkt om boodschappen te doen. Vanavond kwamen zijn drie beste vrienden eten en spelletjes spelen om hem wat op te beuren. Ze zouden er voor hem zijn, nu het even niet zo goed ging.

Het gebeurde terwijl hij in bed lag te slapen. Het kwam heel onverwachts, niks wees erop dat zijn fiets die nacht meegenomen zou worden. Het lag ook niet aan Evert. Hij had de fiets immers goed op slot gezet, zoals hij dat altijd deed. Hij had zelf de band geplakt en de ketting gesmeerd als hij dat nodig achtte. Ook in het verkeer ging hij er goed mee om. Hij ging nooit keihard de stoep op of af, remde nooit overdreven hard en reed principieel niet door rood. Hij wachtte zelfs voor ieder zebrapad. Vind maar eens jongen die dat doet, dacht hij.

Onderweg naar de supermarkt zag Evert zijn voormalig fiets ineens overal. Hij meende hem te herkennen onder andere mannen die voorbijkwamen. Hij zag hem geparkeerd staan in het fietsenrek, maar toen hij erheen liep, was het hem niet.
In de winkel kocht hij speciaalbier, borrelnootjes en een doosje bittergarnituur van 36 stuks. Toen hij buiten kwam, stonden drie jongens tegen geparkeerde fietsen aan die waarschijnlijk niet van hen waren. Ze discussieerden hevig wie welke naar buiten komende vrouw mocht neuken, waarna twee van hen lummelden met de pet van de derde.
‘Respectloos,’ dacht Evert, ‘Die fietsen zijn gewoon van eerlijke mensen.’
Hij ging maar eens op huis aan, de jongens wachtten.

Tijdens de wandeling naar huis dacht hij aan de komende avond. Hoe die zou verlopen. Hij vroeg zich af of er iemand zou afzeggen op het laatste moment, wie er flink te laat ging komen en dacht dat hij waarschijnlijk lange tijd alleen met Akash zou zijn, die hij het minst goed kende en die al een stuk verder in het leven was. Had hij weer.

Toen dacht hij aan Koosje. Als Evert haar voorstelde om een potje Scrabble te spelen, wist zij meteen hoe laat het was. Het viel in dezelfde categorie als het aanbod om haar rug te masseren.
Ze hadden hun eigen regels: je mocht alleen werkwoorden leggen die je bij de ander kon uitvoeren en alleen zelfstandige woorden die je bij de ander kon in- of aanbrengen. Voorzetsels duidden bepaalde posities aan. Alles had een zekere lading. De laatste maanden van hun relatie had zij echter weinig zin in potjes Scrabble gehad.

Evert keek op zijn telefoon: hij had nog twee uur. Ook opende hij een bericht van Akash. Hij was niet in staat te komen. Zijn scooter was vandaag kapot gegaan. Evert begreep: het kan altijd erger.

Standaard
Scrabble

Duizend keer woordwaarde

Ik streel zijn knokkels, tik er tegenaan. Geen reactie. Zijn ogen zijn gesloten, zijn ademhaling is veel te regelmatig, zijn hersenfuncties verschrompeld tot een kersenpit. Ik weet voor welke keuze ik sta, maar kan me er geen voorstelling van maken. Ergens wacht iemand op een nieuw hart, nieuwe longen, een nieuwe lever. Tobias kan levens redden en dat is mooi. Ik voel me een egoïst.

De artsen zijn hoopvol; Tobias heeft een stel gezonde organen, verwachten ze.
Ik ben alle hoop verloren. Tobias en ik, we zouden samen 90 worden. Hoe kom ik de komende 60 jaar door? Zijn stem, zijn aanrakingen, zijn humor, zijn liefde. Ons fijne burgerlijke leventje, samen koken als we thuis kwamen van ons werk, en tijdens de koffie vaak een spelletje. Scrabble was onze favoriet, nadat we Regenwormen beu waren. Als we in bed lagen, speelden we ook, maar dan via Wordfeud. Toch was het bordspel leuker; dan konden we IHVJ leggen. Ik Hou Van Jou. Wordfeud stond dat woord niet toe.

Ik rook hem als ik op mijn werk was, ik voelde zijn handen over mijn haar strelen als ik voor hem kookte terwijl hij nog niet thuis was, ik hoorde zijn stem als hij een weekend weg was. De briefjes die hij elke ochtend achterliet bewaarde ik stuk voor stuk in een kistje in de kast. Elk briefje sloot hij af met IHVJ. Elke maandag nam hij een cadeautje voor me mee. De eerste keren was ik verrast, daarna begon ik me er op te verheugen en werd het spannend wat hij weer verzonnen had. Hij kwam nooit twee keer met hetzelfde aan.

Ik merk dat mijn gedachten zich in verleden tijd vormen en begin te huilen. Tranen rollen over mijn wangen en ik proef ze op mijn lippen. Ik bevochtig de zijne omdat ik zie dat ze droog zijn en niet wil dat hij er last van heeft. Mijn ring blinkt in het tl-licht. Over zes weken zou er een andere naast geschoven worden. Ik denk na over de mogelijkheid hem hier tot die tijd aan de apparaten te laten liggen, hem op acht juni zijn beste pak aan te trekken en er in mijn witte jurk naast te gaan zitten. Maar ik weet dat ik dat Tobias niet mag aandoen. Mezelf ook niet. De mensen van wie het leven gered kan worden, kunnen me niet verdommen.

Ik hou van je. Drieëntwintig punten als je het als één woord zou mogen leggen. Nog meer als je de blokjes op de juiste vakjes legt. Duizend keer zoveel waard als hij het nog één keer tegen me zou kunnen zeggen.

Standaard
Scrabble

Kom op

Het linkerwiel van mijn rolkoffer blokkeerde. Rosa liep al ver voor me uit, fantastisch blond haar dat danste in de wind. Ze keek achterom en lachte.
“Steef, vamos!”
“Ja, ja.” Ik stak een duim omhoog. “Komt helemaal goed. Vamos.”

Ergens in juni belde ze me.
“Het is echt te lang geleden dat we samen weg zijn geweest.”
“Samen weg?” Ik kon me niet herinneren dat we ooit samen weg waren geweest.
“Ja, samen op vakantie. Ik heb een aanbieding gevonden, retourtje Varadero voor € 850. Doen?”
“Ik weet niet. Achthonderdvijftig euro?”
“I know, niet normaal toch?”
“Dat is best veel geld.”
“Maar het is een retourtje Cuba. Dat is echt weinig.”
Ik denk dat ze hoorde dat ik zuchtte.
“Je kan ook thuis blijven zitten en scrabbelen. Kom op, doe niet zo flauw. Echt een goede deal, hoor.”
Dus we gingen. Vierentwintig uur onderweg, wat die goede deal bleek een tussenstop in Moskou te hebben, en geen vervoer van het vliegveld naar het resort.

We liepen het hotel in, zij fris en ongekreukt als een stewardess en ik… Ik had geen idee hoe ik eruit zag, maar waarschijnlijk bezweet en bereisd. In de lobby zaten twee gasten die door hun zonnebril heen haar lange benen bewonderden.
“Bienvenudo, como estan?” zegt het meisje achter de balie.
“Hola, estamos bien, gracias. Tenemos una reserva en nombre de Rosa Kolk.”
Ik stootte haar aan. “Sinds wanneer spreek jij Spaans?”
“Ah joh,” ze gooide haar haren over haar schouder. “Je pikt hier en daar wat op.”
“Natuurlijk.”
We kregen de sleutel en Rosa drentelde naar de lift alsof ze hier elk jaar kwam. En ik schuifelde achter haar aan met mijn blokkerende rolkoffer.
“Vanavond moeten we echt uit,” zei ze in de lift.
“Ik weet niet hoor. Ik ben vet moe van de vlucht.”
Ze lachte. “Wil je dan liever de hele dag scrabbelen? Kom op. Slapen kan als je dood bent.”
Dus we gingen.

Ze bestelde cocktails in hoge glazen en goot me vol met redbull, tot ik stond te springen op de dansvloer. Later was ze ineens met drie gespierde types en klaagde ze over hoe saai het was.
“Zij kunnen ons ergens anders naartoe nemen,” zei ze met een onbegrijpelijke knipoog. “Que bonito.”
Ik volgde en liet me belagen door een van de jongens. We liepen een heel stuk het strand op tot we ergens waren waar het naar vuur en vuilnis rook. Rosa hing aan een gespierde arm en giechelde. Ik voelde me dronken.
De jongens haalde zakjes tevoorschijn uit hun broeken die zo strak zaten dat ik me erover verbaasde dat er überhaupt wat in de zakken paste. Er was wit poeder dat we van een autosleutel naar binnen snoven. Een van de jongens zette muziek aan op zijn telefoon. Mijn dronken hoofd werd nog duizeliger, in mijn oren ruiste en bromde het. Later werd iedereen serieuzer en kwam er nog iemand, iemand met een strandtas waar we onder geen voorwaarde in mochten kijken. Rosa maakte afspraken die ik maar half begreep en ik stond op een afstandje toe te kijken, bewegend op de muziek. Af en toe knikte ze me geruststellend toe.

De volgende ochtend vond ik bij het aankleden een wit pak onderin mijn koffer. Rosa was nergens te bekennen. Ik stopte het wat dieper onder mijn kleren en ging op zoek. Ze lag in het zwembad, fris en opgewekt.
“Ik ben lekker vroeg opgestaan,” zei ze. “Leek me wel verstandig, we hebben maar een weekje. Zullen we naar het strand?”
“Ik weet niet of ik daar zin in heb.”
“Ja, en we kunnen ook gaan scrabbelen. Kom op. We zijn in Cuba. Dan kunnen we er maar beter van genieten.”
Dus we gingen.

Standaard
Scrabble

Hou je backgammon

In een kringloopwinkel kocht ik een luxe backgammon-set voor 4,50. De doos was gebonden in en gevoerd met leer en voorzien van prachtige schijfjes en dobbelbekertjes. Winkelwaarde: dik dertig euro. Dat is zesenzestig gulden!

We hoefden het spel alleen nog maar te leren.

Via pesten, stressen, schaken, Scrabble, Triominos en Yahtzee waren we hier aanbeland. Pesten werd snel saai. In stressen was mijn vrouw te goed, in schaken ik. Scrabble werd snel saai en triominos was, oh ironie, te eendimensionaal. Yathzee was het enige spel dat ons lang kon en kan boeien, omdat we er allebei even goed in zijn. Het is natuurlijk vooral een kansspel, maar er zit wel degelijk strategie in verstopt. Hoe vaak laat je full house schieten voordat je ‘m tandenknarsend toch maar pakt? Wanneer accepteer je dat je grote straat dit rondje niet vanzelf gaat gooien en dat je die 2, 4 en 5 als begin van je straat moet gaan zien? En wat doe je als je drie enen gooit?

Toch waren we toe aan wat nieuws. Je moet weten: Den Helder is niet de bruisende marinestad die het ooit was. Zaterdags is het centrum net zo leeg als door de week. De enige middenstand die goed boert is de almaar groter groeiende club kringloopwinkels die door de stad verspreid zijn. Er is zelfs een kringlooproute, met een speciaal foldertje en een kaartje.

Echte pareltjes vind je er overigens nauwelijks. Al het servies wordt opgekocht door oude dametjes die mijn vrouw altijd net voor zijn, kleding gaat vooral naar allochtone vrouwen, speelgoed naar kleuters van alleenstaande moeders en tv’s, radio’s en computers belanden bij de vele werkloze mannen van middelbare leeftijd die zich eindeloos in de rondte knutselen.

Het is geen rijke stad.

Puur op de doos kocht ik dus backgammon. Veel van gehoord, nooit gespeeld. Toen ik in de handleiding las dat het al in de tijd van Abraham werd gespeeld en dat Plato het ooit noemde was ik verkocht.

Na een maand onafgebroken stilte is het prettig om je vrouw weer te horen vloeken. Je plaatst een steen van haar op de bar en hoppatee, de verstikkende stilte is weer doorbroken. Dubbel gooien en je dam in z’n geheel verplaatsen en bam! weg die muur van ergernis die met maanden aardappels, groente en een stukje vlees is opgebouwd. Een uurtje na de eerste stappen op het bord kletsten we boven een afbakpizza als verliefde veertienjarigen over de oneindige strategische mogelijkheden.

Saai werd het leven daarna nooit meer. Lachend liepen we door onze prachtige stad, kibbelend over kleine onenigheden en genietend van het hebben van kleine onenigheden. We hadden zelfs weer regelmatig seks, elkaar ophitsend met nieuw bedachte zetten.

Soms dacht ik nog wel eens terug aan de maaltijden van vroeger. Chagrijnig werkte ik dan mijn saucijs in drie happen naar binnen, terwijl mijn dodelijk saaie wederhelft haar aardappels in keurige vierkantjes sneed. De schuine delen van gingen in de koelkast. Op vrijdag mocht ik de restanten van vier maaltijden opbakken en met mayonaise bedekken.

Dat was het enige dat ik mistte.

Standaard