Had je bij moeten zijn

Reden voor een feestje

Toen ik het moment uitstelde waarop ik moest erkennen dat er geen toiletpapier meer was, keek ik naar de muur. Daar hing een fotokalender die ik ooit van mijn moeder had gekregen. De hoekjes krulden omhoog en op sommige dagen stond alleen een inktvlek. Mijn moeder was het soort vrouw dat in elke gelegenheid een reden voor een feestje zag. Verjaardagen waren het ergst. Het gerimpelde gezicht op de kalender verraadde dat ik een uitnodiging kon verwachten. Ik voelde aan het papier. Het was dikker dan vier laagjes.

Door Rosalinde Markus

De uitnodiging kwam twee dagen later, in een geparfumeerde envelop met een gedroogde bloem aan de binnenkant. De bloem was geel en had minuscule blaadjes die zo fragiel leken, dat het me verbaasde dat ze het verzendproces hadden overleefd. Ik vroeg me af of ze voor elke kaart een andere bloem had gekozen. Ook dat was typisch mijn moeder: iets gebruiken dat geen mens kende, zodat ze er zeker van was dat niemand haar kon overtreffen. Al was het maar omdat ze de naam van de bloem niet kenden en daarom zoiets sufs als een margrietje zouden gebruiken.

‘Ze geeft een feestje,’ zei Zoë. Met haar slanke vingers pakte ze de kaart. Ze hield niet van feestjes en was daarom precies wat ik zocht. ‘Wat leuk,’ zei ze. Haar stem trilde een beetje. ‘Bereikt hij een speciale leeftijd?’ ‘Nee,’ zei ik. ‘Hij wordt vierentachtig.’

Het feest begon om half tien. Ik had voorzichtig gevraagd of dat niet wat vroeg was, maar daar wilde mijn moeder niets van weten. ‘Zo’n man vindt het alleen maar leuk om ook eens aandacht te krijgen.’ Ik haatte het wanneer ze hem ‘zo’n man’ noemde. Alsof hij anders was dan andere bejaarden. Later besefte ik dat hij dat waarschijnlijk ook was. Hij was vierentachtig en leefde nog.

We gingen met hem mee naar de kerk, waardoor die voor de verandering vol zat, aten een koekje bij de koffie en reden daarna in een stoet naar het buurthuis. Mijn moeder had de grootste zaal afgehuurd en al zijn vrienden, buren en het meisje van de thuiszorg uitgenodigd. Ze praatte met iedereen en vertelde hoe leuk ‘zo’n man’ deze dag vond. Opa zelf zat aan een tafel, omringd door mensen waarvan hij de gezichten vaag herkende. ‘Hier, appeltaart.’ Mijn moeder zette een schoteltje op tafel. ‘Niet op je pak morsen, hoor.’ Zodra ze zich omdraaide, schoof hij het gebakje van zich af.

Ik tikte Zoë aan. ‘Vind je het leuk?’ Ze beet op haar lip. Iets wat ik ongelofelijk sexy vond als het niet in een ruimte vol bejaarden gebeurde. ‘Best wel,’ loog ze. ‘Je opa vroeg of ik je zusje was.’ Ik keek naar opa die nog op dezelfde plek zat met hetzelfde gebakje voor zijn neus. ‘Ach,’ zei ik. Een beter woord om de situatie te omschrijven had ik niet. Ik raakte de blaadjes aan van een gele bloem die in een vaas op tafel stond. ‘Weet jij welke bloem dit is?’ Het was de gele. Ze keek er even naar. ‘Nee,’ zei ze. ‘Ik heb hem nog nooit gezien.’

Standaard
Had je bij moeten zijn

Zijn waar iedereen is

In buslijn 35 naar mijn werk zat ik naast een man zonder deodorant en ik dacht aan het hoofdpijndossier dat op m’n bureau lag te wachten. Ik had een donkerbruin vermoeden dat dit de dag ging worden dat ik me onsterfelijk zou maken door ‘m eindelijk af te handelen. Maar eerst zat ik nog opgesloten in deze strondvaart door Amsterdam.

Ter hoogte van halte Mosplein bedacht ik me dat mijn Twittervolgers deze rit naast Stank Sinatra wel zouden waarderen. Ja, misschien moest ik maar gaan live tweeten. Altijd goed voor een paar retweets en favourites.

Ik zat rond de 95 karakters in mijn eerste tweet toen de vieze president van de Rotte Eieren fanclub een niet te missen boer liet.
Ik schrok en bedacht me al snel dat een serie grappige berichten op een in Nederland toch wel matig gelezen sociaal netwerk niet mijn wapen van keuze moest zijn bij het bevechten van het monster van Stankenstein in lijn 35.

Video. Ik moest gaan filmen. Voor Youtube, voor Vine, voor Dumpert. Views als een malle, viral gaan, een item op RTL Nieuws, na de zomer in het blokje met grappige fragmenten van De Wereld Draait Door, shinen in een lijstje op Buzzfeed en besproken worden door Jimmy Fallon in zijn altijd suffe monoloog aan het begin van de show.
Klein probleempje.
Het is lastig om de persoon naast je in de bus onopvallend een paar minuten te filmen. En nu oogt deze Martin WC Bril niet zo snugger, een klap heb je al wel snel te pakken. Zeker in lijn 35.

Een snel fotootje dan. Voor Instagram. Leuk filtertje erover, geinig tekstje erbij en aftoppen met een ironische hashtag. En dan maar wachten op die likes, en die gaan zeker komen want uit onderzoeken blijkt dat alle jongeren tegenwoordig op dat sociale netwerk zitten dus daar moet je dan ook zijn met je viraalgevoelige content. Voor de zekerheid dan ook maar meteen even doorpassen naar Snapchat, Pinterest en Tumblr, waar het tegenwoordig óók allemaal schijnt te gebeuren en je moet nu eenmaal zijn waar het gebeurt.

Afijn, net toen ik al mijn moed had verzameld om via een onhandige armbeweging mr. Stank Visser van de Schijtende Rechter in al zijn gore glorie op de gevoelige plaat vast te leggen, kwam hij uit zijn stoel. Bij gebrek aan ov chipkaart checkte hij uit met een knetterende ruft.

Op kantoor plaatste ik een Facebookbericht over mijn avonturen met Sil de Strondjutter.
Aan het einde van de dag, bij het dichtslaan van het toch niet afgehandelde hoofdpijndossier, stond de teller op twee likes.

Standaard
Had je bij moeten zijn

Kijken mag, aankomen niet

Glimlachend wreef hij over zijn strakke buik die de zakenlunch met champagne had doorstaan. Het mocht; in de sportschool had hij twintig kilo extra getild dus hij kon wel even uitspatten. De secretaresse van Van Gennep had lustig naar zijn lichaam gekeken en haar borsten op de vergadertafel gelegd. Toen hij haar zag flirten, zichzelf zag aanbieden zelfs, keek hij weg. Kijken mochten ze, ergens aankomen niet.

Het contract afsluiten was zo gepiept. Na wat grappen met de hoge heren en het zetten van de handtekening kon hij zijn aandacht op de vrouwtjes richten. Heus, ze waren best geil hoor. In zijn herinnering voelde hij zijn stijve nog steeds tegen zijn broek klemmen, hoewel het ding nu door een overvloed aan bubbels was gedegradeerd tot slappe hap. Maar de erectie was er wel degelijk geweest, toen dat blondje van Crobion & Co. op haar onderlip beet terwijl hij een stuk sashimi van zijn stokjes naar binnen likte.
De krabbel stond, zijn directeur zou trots zijn en over twee jaar zou hij zelf directeur zijn. En wat voor een, beter dan deze. Zijn zakelijk inzicht was veel groter, zijn kennis van het product was buitengewoon en hij kon goed met mensen om gaan. Vooral met de vrouwen van andere topmanagers die hij op feestjes ontmoette. Als hij hen inpakte, deden ze een goed woordje voor hem. Behalve die hooggehakte troela van Vermeet, die had het spelletje niet helemaal begrepen en was beledigd dat hij niet op haar uitnodiging voor een etentje –precies in het weekend dat haar man weg was – in ging. Kijken mocht. Aankomen niet.

Jeanette vond het niet altijd leuk dat hij naast zijn werkweken van gemiddeld zeventig uur ook nog veel diners en feestjes had. Soms ging ze mee, maar meestal niet en nu al helemaal niet. Ze schaamde zich tussen al dat slanke moois dat er rondliep.
Verder had ze niets te klagen vond hij. Geld als water, emmers vrije tijd en een man waar je u tegen zei. Als Rico Junior geboren was, kon ze fijn een nieuwe garderobe aanschaffen en met hun zoon pronken in het park.
Jeanette, de enige vrouw ter wereld voor wie ‘kijken mag, aankomen niet’ niet gold. De laatste maanden was het minder, door misselijkheid en pijntjes, maar als het eenmaal zover was lustte ze er nog altijd pap van. Ja, vanavond zou hij haar weer een beurt geven. De vrouwtjes van de zakenlunch hadden zijn lust aangewakkerd en als hij thuis was, zou de champagne wel uitgewerkt zijn. Een blik op zijn mobiel bezorgde een kriebel in zijn onderbuik. Zes gemiste oproepen van Jeanette. Zie je wel? Ze had zin.

In no time was zijn bureau opgeruimd; het gros zou zijn secretaresse doen. Het contract borg hij op in zijn bureaula en zo snel hij kon stapte hij op zijn motor naar huis. Jeanette lag op bed en hij grinnikte. Kijk, ze lag al klaar… Heerlijk moordwijf. Hij liep de kamer in, kleedde zich uit en ging voor de vorm nog even naast haar liggen. Pas toen hij met een soepele beweging de dekens weg sloeg zag hij dat ze nog kleren aan had en hoorde hij haar snikken. ‘Vandaag was de echo Rico… Waar was je, ik heb je zeker zes keer gebeld. Nou ja, hoe dan ook, het wordt een meisje. En blijf alsjeblieft met je poten van me af.’

Standaard
Had je bij moeten zijn

Mensen met aandoeningen

Het is donderdagavond en ik zit in een bijeenkomst voor mensen met aandoeningen. Zo is er Willem, die regelmatig spontaan doch dwangmatig begint te masturberen wanneer de tune van Twee Voor Twaalf klinkt.

Een minimaal probleem, hoor ik u denken en ik moet toegeven, het is een gedachte die ik begrijp, ware het niet dat een aantal komiekelingen uit Willems directe omgeving op de hoogte is van het probleem en hem daar dan ook regelmatig gretig aan herinnert.

Ook aanwezig is Jozef, die net verteld heeft dat hij het niet kan helpen zich op feestjes voor te doen als succesvol Vlaams schrijver. Hij gaat dan bij Nederlandse vrouwen staan en zegt met een accent: ‘Gij ziet er zot uit, zot van mij zeker?’ Dan lacht hij en vervolgt: ‘Ik maak vast geen succes bij u, u merkt ik ben Vlaams en ik heet ook nog eens Jozef, toch niet de meest potente naam uit de geschiedenis.’ Daar kan hij dan meerdere kanten mee op. Vaak wordt de onvruchtbare vader van Jezus Christus, een nazi-voorman (en hierbij kan hij eenvoudig een bruggetje slaan naar een Vlaams cabaretier, uiteraard een kameraad) of een zogeheten cultheld van Feyenoord op ludieke wijze aangehaald. Ondanks de afwijkende schrijfwijze van de voornaam van laatstgenoemde, wat door Jozef gezien wordt als test voor de vrouw in kwestie. Want als ze dat weet, weet hij dat het goed zit. En zo niet, heeft hij vast wel iets anders om op door te gaan. Beffen, of zo, want dat kunnen alle schrijvers zo goed.
Dit alles om het feit dat hij weet dat Vlaamse schrijvers humoristen zijn en nog beter, omdat hij weet dat Nederlandse vrouwen vatbaar zijn voor Vlaamse humoristen die schrijven en zeggen goed te kunnen beffen. Het probleem? Hij kan niet stoppen. Hij heeft nu vier vrouwen en evenveel pseudoniemen maar geen enkel woord op papier, laat staan enig financieel gewin van zijn verzonnen professie en dat begint toch op te vallen.

Maar vooral is er Julia. Ondanks haar ontzettende aandoening, want je moet in mij je meerdere erkennen als je weet van haar probleem, dat vooral van invloed is op haar mentale toestand maar zich ook zeker niet inhoudt om haar voorkomen te voorzien van ernstige onvolmaaktheden. Voor mij is dat geen probleem, ik zit hier ook niet voor niets. Ik heb dan ook zojuist besloten na weken van anonieme aanwezigheid mijn naam bekend te maken en mijn probleem te vertellen. Dankzij haar durf ik.
Ik sta op, en zeg: ‘Ik ben Matthijs en ik had erbij moeten zijn. Ik ben er nooit bij. En natuurlijk, ik heb weleens geprobeerd om mee te gaan naar dingen, maar dan gebeurde er niks waar je bij had moeten zijn. Een week later kan ik niet, en ja hoor, je raadt het al, dan gebeurt er weer wat. Ik ben altijd degene die erbij had moeten zijn en het maakt me gek.’
De rest van de mensen met een aandoening heet mij persoonlijk welkom. Dan is het pauze.

Ik sta bij de koffie en koekjes en pak een biscuitje. Julia staat naast me. Ze zegt: ‘Weet je nog vorige week, toen er spritsen waren?’
‘Ik was er vorige week niet, Julia.’
Ze lacht.
‘Heb je zin om straks wat te gaan drinken?’
Ik zeg ja, ga mee en als ik een paar uur later naar huis loop, is er weer helemaal niks gebeurd.

Standaard
Had je bij moeten zijn

Twee woorden maar

Het appje van Regina kwam hard aan. Ondanks zijn verschroeiende haat voor musicals. Hij kon ze, zelfs de gedachte al, niet uitstaan, dus hij had van tevoren tegen zichzelf gezegd dat het wel oké was om deze uitvoering van ‘Help – De Musical’ te missen.

Zelfs al speelde z’n dochter mee. Dat zou geen verschil moeten maken, wat hem betreft, en dat had hij ook tegen Jannieke gezegd. Zo’n mijlpaal was het verlaten van groep 8 nou ook weer niet. Er kwamen nog vijf schooljaren achteraan, al had hij liever gehad dat het er zes zouden worden, en daarna mocht ze nog gaan studeren. Op zijn kosten, let wel! Ze zou zijn afwezigheid dus best begrijpen en dat moest zijn vrouw ook maar accepteren. Daar was hij tenminste vanuit gegaan.

Twee woorden haalden hem uit z’n flow. ‘Jammer pap’. Net nog een paar opties geplaatst vlák voordat de beurs sloot en dan zat hij nu opeens voor zich uit te staren als zijn vader op zondagmiddag. Het was nergens voor nodig. Maar toch.

Hij had het opeens koud. Hij stond op, liep naar het grote raam in zijn kantoor en keek uit over de Zuidas. Het waaide flink. Z’n collega’s die op weg waren naar de trein hadden soms moeite om overeind te blijven. Hij dacht aan z’n studententijd, het missen van de laatste trein en dan maar bij een meisje moeten slapen. Hij dacht aan dat meisje.

Z’n telefoon trilde op het glazen bureau. Hij sprong er naartoe en tilde de iPhone op vlak voordat het tweede berichtje binnenkwam. ‘Ze miste je, Roelof’ stond er, en ‘Klootzak’. Typisch Jannieke. Gatver. Ze kon zijn keuze weer eens niet slikken. Hij smeet z’n telefoon weg, hard maar doelgericht op de zwartleren bank tegenover z’n bureau.

Hij typte ‘Het spijt me Reg, ik ben echt heel druk op kantoor. De volgende keer ben ik er gewoon. X paps’. Vanaf de bank zag z’n kantoor er altijd heel anders uit. Vreemd en groots. Het wekte iets van nederigheid in hem op. Hij voelde zich weer die jonge stagiair. Overdag beulen bij Ernst & Young en ’s avonds naar de voorstelling van Melissa. Ze kon prachtig zingen. Hij keek naar die zelfverzekerde vrouw op dat podium en adoreerde haar.

Het was donker geworden. De verlichting van z’n kantoor maakte het hem moeilijk om naar buiten te kijken. In het raam weerspiegelde zijn eigen postuur. Ook dat herinnerde hem aan zichzelf, lang geleden. De chef had ‘m gevraagd langer te blijven om te helpen met het binnenhalen van een groot account. Hij had als enige stagiair die uitnodiging aangenomen. Als hij dit goed zou doen zou er misschien wel een baan in zitten. Daarom belde hij dat meisje. Hij zei dat-ie de première van dit stuk moest missen, maar dat dit de enige keer zou zijn en dat hij het zou goedmaken. Ze zei dat ze het begreep. Maar ook Melissa gebruikte twee woorden die hem volledig uit z’n flow hadden gehaald.

‘Jammer, Roelof’.

Standaard