Almere

Monster

Het kan niet anders dan een grap zijn. Ieder persoon met ogen, ik inclusief, denkt het. De anderen al vanaf het moment dat hij binnen kwam.

Door Nikki van Manen

Ze keken van hem naar mij en smiespelden: ‘Kijk dat fijne exemplaar daar nou zitten met dat gedrocht. Kijk die lieve kuiltjes in zijn wangen, zijn misselijkmakend mooie ogen, zijn perfect gestreken overhemd. Om nog te zwijgen over zijn glanzende haar en ontwapenende glimlach. Wat moet hij met háár?’

Midden op straat sprak hij me aan en vroeg me mee uit. Op dat moment vooral vleiend, de dagen erna voornamelijk voeding voor een steeds verder uitdijende onzekerheid die tot vanavond aan me is blijven vreten. Hij was toch veel te knap voor mij? Toen ik expres tien minuten te laat bij het restaurant arriveerde was hij er niet. Het monster van onzekerheid verklaarde de overwinning behaald.

Maar hij verscheen! Ik voelde de jaloerse blikken prikken op mijn lichaam en straalde omdat ík op date was met zo’n man. Het bewees dat gewone meisjes, met buikvet en uitgezakt haar, ook een prins aan de haak konden slaan. En dat ik zo’n meisje was dat je niet aan je voorbij kan laten gaan, die je spontaan op straat aan spreekt. Hij lachte wel wat overdreven lief en vond zo ongeveer ieder grapje leuk. Hij zei zelfs dat hij zo blij was me te hebben ontmoet. Dat was wat dubieus, dus een kleine test leek op zijn plaats. Ik vertelde hem dat ik eigenlijk 125 kilometer verderop woonde. In Almere. Tot dat moment had ik nog kunnen hopen dat hij serieus was. Dat hij was gevallen voor mijn lichtblauwe ogen en mijn zachtaardige persoonlijkheid. Dat er misschien zelfs een zoen in zou zitten.

Hij antwoordde dat we de volgende keer dan wel in Almere af konden spreken.

Daar was het dan, de bevestiging dat dit hele tafereel een slechte grap was. Een weddenschap met zijn vrienden. Een pity party. Hij meende het niet, niet echt, het was te absurd. Ik kon hem niet geloven. Ik wilde niet het meisje worden dat dagenlang krampachtig naar haar telefoon kijkt, hopende dat hij eindelijk belt. Dus vertelde ik hem mijn meest beschamende verhalen, peuterde uitgebreid in mijn neus en strekte me meerdere keren uit, zodat hij goed zicht had op die gigantische vochtvlekken onder mijn armen. Want als hij van me begon te walgen, niet meer alles aan me leuk zou vinden, dan zou hij me misschien eerder afwijzen. En dan zou het misschien minder pijn doen.

Alleen dat afwijzen gebeurt maar niet. Ik vraag me af of ik hem moet vertellen dat ik hem door heb. Dat hij het spelletje kan stoppen. Dat ik echt wel begrijp dat hij, pracht en praal als hij is, niet echt interesse heeft in een meisje zoals ik.

Ineens voel ik iets op mijn hand. Het is zijn hand.

‘Ik vind het echt heel leuk dat je helemaal uit Almere hierheen bent gekomen, weet je dat?’

Ik kijk in zijn prachtige donkergroene ogen. Hij meent het. Verdomme, hij meent het.

Standaard
Almere

Meer dan dit alles

Tom legt een stuk hout in de vuurkorf en we zien allemaal hoe de vlammen het gretig omarmen. De warmte is direct voelbaar, een trui is nog niet nodig.

Op de tafel in de hoek de restanten van een avondje barbecueën in de riante tuin van Tom en Elsa, behorende bij de nog riantere villa die sinds vier weken na die mooie promotie van Tom in hun bezit is gekomen en al sinds 1924 onder de rook van Wassenaar ligt. Ik staar in de vlammen en wil niet denken aan geld en carrièremogelijkheden.

We zaten nog maar net in de tuin en Tom was van wal gestoken met een verhaal over nieuwe geldstromen en expansiemogelijkheden in het Midden-Oosten. Al snel waren mijn gedachten afgedreven, probeerde ik te doorgronden waarom Tom en ik nog vrienden zijn. In het studentenhuis waren we twee handen op één met bier en pizza gevulde buik. Voetbal was een gezamenlijke interesse, net als slechte films en goede gitaarbands. Ik koester de zomernachten op het dak van het studentenhuis. Daar keken we over de grote stad en zeiden we dat alles in het leven mogelijk was.

‘Ik kan wel een goed woordje voor je doen,’ zei Tom een paar satéprikkers geleden. ‘Als ze horen dat je via mij komt, zit je gebeiteld. En als je gewoon je werkt doet, geen stennis gaat schoppen, kom je vanzelf hoger. Kijk maar naar mij. Alles is mogelijk, jongen.’
Ik had Tom bedankt voor het aan mij denken en ik had hem bedankt voor het aanbod. Maar werken bij een bank, nee, dat is niks voor mij, ik heb al moeite genoeg met het in de gaten houden van mijn eigen financiën, je weet dat ik helemaal niet handig ben met cijfers, maar nogmaals, bedankt voor het aanbod, misschien over een paar jaar als mijn romans helemaal niet meer verkopen.

‘Dit is het leven,’ zegt Tom. ‘Eigenlijk heeft een mens niet meer nodig dan dit alles.’
‘Een heerlijke avond,’ vult Elsa hem aan.
Ik kijk naar rechts en zie Marianne knikken. Ik ken die knik, het is niet een je-hebt-helemaal-gelijk-knik, maar een knik uit beleefdheid. Het is een knik die stiekem zegt: haal me hier weg, ik wil naar huis, terug naar ons eigen tuintje, vol in de rook van Almere en bovenal zo ver mogelijk weg van hier.
Ik hou van die knik.

Zo straks, bij het omdraaien van de worsten, noemde Tom mij een dromer. Hij zei het ook vaak op het dak. Het is nooit een compliment geweest, begrijp ik in deze riante tuin. Het is een verwijt. Ik ben een slappeling, eentje die alle mogelijkheden niet heeft omgezet in een ronkende bankrekening. Hij heeft medelijden, hoe vaak ik ‘m ook probeer uit te leggen dat mijn IBAN Nummer niet mijn geluksnummer is.

‘Ik had meteen tegen de makelaar gezegd dat een grote tuin een pre voor ons is,’ zegt Tom. ‘Een beetje bewegingsruimte is belangrijk, ja toch? En als Elsa weer loopt te zeuren om mijn Gold Card is het fijn om een plek te hebben waar ik me kan verstoppen.’
Elsa en Tom lachen. Elsa zegt dat Tom een grappenmaker is.
Marianne knikt.

Standaard
Almere

Medische mishandeling

Mevrouw Driessen? U mag verder komen.’ Het witte jasje van de assistente spant om haar borsten. Jeugdige borsten, groot genoeg om op te vallen, maar niet te groot om in de weg te zitten.

Ik trek mijn trui uit en bevrijd mijn borsten uit mijn beha. In dit licht vallen de striaestrepen extra op. Vijftigplustieten. Oud en verlept, toe aan pensioen.

Het gigantische apparaat maakt me onzeker. De assistente legt me uit waar ik moet gaan staan en verstelt het apparaat. Ik til mijn borsten op, leg ze op de plastic plaat en val bijna achterover. Het meisje glimlacht. ‘Nee mevrouw Driessen, één borst tegelijk. Doet u wel eens zelfonderzoek?’ Ik voel me een beetje onnozel als ik mijn hoofd schud.
Ze pakt mijn rechterborst en legt hem op de plaat, ze trekt eraan en ik klem mijn kaken op elkaar. Een onduidelijk ‘grmpf’ verlaat mijn keel. Haar voet pompt op een pedaal, waardoor de plastic bak die boven mijn borst hangt naar beneden komt. Hij raakt mijn borst, zij trekt haar hand langzaam weg en raakt mijn oksel. Beschaamd constateer ik dat ze nu een vochtige hand heeft van mijn zweet. Haar voet pompt nog eens. En nog eens. Het plastic klemt om mijn borst en drukt hem plat. Platter dan plat. Ik wil schreeuwen dat ze op moet houden, maar ze stopt al en verdwijnt. Het apparaat zoemt, schiet wat foto’s en ontspant. Als een waar fotomodel bevrijdt mijn borst zich uit haar pose.

Na het fotograferen van mijn linkerborst laat de assistente het apparaat kantelen. ‘Nee, niet terugtrekken’, beveelt ze als ze weer aan mijn borsten begint te trekken. Haar nagels boren in mijn vlees, kerven kleine streepjes in mijn dertig jaar oude litteken. Ik onderdruk de neiging haar tegen haar enkels te schoppen. Het apparaat komt weer pompend naar beneden en drukt mijn borst weer plat, maar nu in verticale zin. ‘Schouders laten zakken’, raadt ze me aan. Ik probeer het en verbijt de pijn. Mijn litteken voelt aan alsof hij elk moment open kan splijten en 750 gram uitgerangeerd borstweefsel uit kan braken. De tranen springen in mijn ogen als ze nog één pompende beweging maakt met haar voet. Ik zit vastgeklonken aan het apparaat, kan geen kant op. Zij wel, zij verdwijnt weer achter haar veilige schotje waar de röntgenstraling haar niet kan schaden.

Als rechts mag rusten wordt links weer mishandeld. Haar nagels, mijn littekens, de enorme mond van het ijzersterke apparaat. Ik zit weer vast. Vast aan een medisch apparaat waar borstfoto’s mee worden gemaakt. iemand me nu een duw zou geven, zou mijn borst eraf scheuren. Ach, wat zou het. Kunnen ze dat pensioen overslaan en direct in de afvalbak.

‘Goed mevrouw Driessen, het is klaar. U kunt zich weer aankleden.’ Mijn borsten nestelen zich veilig in mijn beha en ik bouw met mijn trui nog een extra muurtje om ze heen. ‘Over twee weken ontvangt u per post de uitslag. Als we iets vreemds constateren nemen we eerder contact met u op. Zo niet, dan zien we u over twee jaar weer terug.’ Ik voel haar nagels nog in mijn borsten en snauw: ‘Om de dooie dood niet. Ik ga nog liever in Almere wonen.’

Standaard
Almere

Twee forse, ovalen kipfilets en een reepje stof

Ze is zwanger. Haar bollende buik duwt tegen een zwart jurkje met witte stipjes. Een roze slinger met roze ballonnen hangt achter haar in de smetteloze woonkamer vol pasteltinten. Voor haar staat een volledig haarloze politieman.

Een tiental vrouwen kijkt tegen zijn rug aan en gilt en klapt. Uit de meegebrachte gettoblaster klinkt opzwepende, zwoele muziek die geen dance maar ook geen pop is en al helemaal geen Franse chanson.

Z’n pet gaat af en belandt op het hoofd van oma, die ‘m blozend met beide handen vastpakt en op haar schoot legt. De agent kijkt even opzij, naar het televisiescherm waarop foto’s van de zwangere en haar vriend met een diashow verschijnen. Dan trekt hij z’n jas uit en toont een zeer gespierd en gebruind bovenlichaam, maar waardoor ook opeens z’n hoge leeftijd duidelijk wordt. Er flubbert wat los vel onder z’n kin en er verschijnen plooien in z’n rug als hij zich beweegt. Hij lijkt een jaar op vijftig. Op z’n schouderbladen zitten twee enorme tribaltattoos, die mooi contrasteren met het strakke parket op de vloer. Oma buigt zich naar haar buurvrouw en fluistert dat-ie wel heel knap is. De buurvrouw knikt voorzichtig terwijl haar ogen zich uit alle macht op iets anders proberen te focussen. Het theeservies van de daarnet gehouden babyshower staat nog op een kastje. Een schattig roze lint is om datzelfde kastje heen geplakt.

De zwangere kijkt nu tegen de voorkant van een zwartleren string aan, de rest van de groep vrouwen beziet twee forse, ovalen kipfilets die om een reepje stof heen en weer trillen. Gladgeschoren benen, net zo bruin als de rest van zijn lichaam, eindigen in twee hoge, zwarte laarzen die met de punten strak langs de zwangere naast haar stoelpoten staan. Haar jurkje kruipt omhoog en in haar panty ziet ze er klein en geïntimideerd uit. Ze lijkt weg te vallen in de Ikea-stoel. De muziek versnelt, net als de ademhaling van oma die furieus aan de politiepet zit te frunniken. De meeste vrouwen zijn inmiddels stilgevallen, waardoor de agent z’n handen boven z’n hoofd heft en op de maat begint te klappen. De vrouwen volgen aarzelend en blozend zijn voorbeeld. Uit een tas pakt hij een blinddoek, een enorme plastic penis en een spuitbus slagroom. Aan de zandkleurige muur kijken diverse familieportretten toe hoe hij de zwangere blinddoekt en de slagroom begint te schudden.

Even later schuurt de agent met zijn bestringde billen tegen de buik van oma. Ze glundert en pakt ze stevig vast, kirrend om de hoeveelheid spieren die ze aanraakt. Hij draait zich om en rijdt met zijn geslacht ook nog even tegen haar op. Ze trekt grote ogen, grijpt weer naar z’n billen en laat het haar welgevallen.

Als het stof is neergedaald en de zwangere verbluft op haar stoel zit uit te puffen, praat oma honderduit over die lekkere jonge knul en dat-ie haar zo mooi aankeek en wat was-ie gespierd en bruin en stoer en spannend. Iemand zet een cd van Enya op.

Standaard
Almere

Ik moet jullie wat vertellen

Gerben worstelde al geruime tijd met zichzelf, maar was nu vastberaden om zijn ouders te vertellen waarom. Dagenlang had hij op zijn zolderkamertje gezeten en naar de tekens aan de wand gekeken. Naar de vlaggen die het plafond ontsierden en de posters aan de muur. Hij rommelde wat in de kast en vond de restanten van zijn kindertijd, zoals de mobiel met de welbekende symbolen die altijd boven zijn wieg had gehangen en de verontrustende tekeningen die hij had moeten maken.

Na lang aarzelen had hij het zijn vrienden wel verteld, die tot zijn verbazing erg positief reageerden. Het maakte hen niets uit, voor dat stelletje progressieven veranderde er niks. Voor Gerben was dit een enorme opluchting.
Zijn zus, die al een aantal jaar niet meer thuis woonde, wist het ook allang. Haar had hij het als eerst in vertrouwen verteld, maar dat was niet nodig geweest. Het lag er voor haar al jaren dik bovenop, vanaf het moment dat hij een ander soort strijkplaatjes koos voor op de gescheurde knieën van zijn spijkerbroek dan de jongetjes in zijn klas. Toch zei ze nee, toen hij haar om hulp vroeg het aan zijn ouders te vertellen. Ze kende haar vader immers ook en zat er niet op te wachten om onterfd te worden. Hij mocht wel altijd bij haar in Almere komen logeren, dat wel.

‘Mam, pap. Ik moet jullie iets vertellen. Kunnen jullie even gaan zitten?’
Zijn moeder keek even op van het strijken van het Hugo Boss-overhemd van haar man, die zelf gewoon doorging met het neerzetten van speelgoedsoldaatjes op een landkaart van Europa.
‘Asjeblieft, ga even zitten. Ik moet jullie iets vertellen.’
Toen ze weer niet reageerden, trok hij het verlengsnoer uit het stopcontact waardoor zowel het strijkijzer als de verlichting boven zijn vaders landkaart niet meer functioneerde.

‘Mam, pap: ik ben geen neonazi.’
De mededeling kwam als blitzkrieg bij heldere hemel.
Zijn moeder liet het strijkijzer vallen en sloeg haar handen voor haar mond.
‘Oh, mijn Gerben, oh mijn Gerben,’ stamelde ze.
Zijn vader was kort en fel.
‘Mijn huis uit. Nu.’

Huilend liep hij met een volle weekendtas naar het busstation van het dorp. Een bus, twee treinen, nog een bus en een klein stukje lopen en hij zou bij zijn zus aankomen.
Tijdens de rit door de regio dacht Gerben aan Arie Boomsma. Was er maar een televisieprogramma waarin echte taboes worden doorbroken, dacht hij. Want hoe kon hij zijn vrienden ooit vertellen dat hij nu in Almere woonde?

Standaard