Verhaal #525 • Afgesproken thema: Ezels

Ezels

Ik kon het niet geloven. Zo moeilijk was mijn opdracht toch niet geweest? En ik had genoeg geld en middelen achtergelaten.

Door Johan Klein Haneveld

Alleen de rente had moeten volstaan om een eeuw lang het onderzoek te financieren. Het team had er zelfs riante arbeidsvoorwaarden bij gekregen. Vijf weken vakantie, een dertiende maand en vervroegd pensioen. En geen publicatieplicht. Dat was voor een wetenschapper toch de hemel op aarde? En ze hadden het mij verzekerd toen ik afscheid nam. Dat ze mijn kapitaal zinvol zouden investeren, dat een doorbraak in de nanotech in het verschiet lag en dat mijn vraag binnen afzienbare tijd hoopten te beantwoorden.

Ik hoefde me geen zorgen te maken.

Hun ogen, blauw, bruin, groen, hadden allemaal die vaste zekerheid uitgestraald en met een gerust hart had ik de deur achter me dichtgetrokken. Het was nu aan hen, ik hoefde niets meer te doen. Voor mij restte niets anders dan in de sarcofaag te gaan liggen, de arts het deksel te laten sluiten en me vervolgens in het koude gas te laten onderdompelen. Dat mijn hart zo luid bonkte dat mijn ribben leken te breken, had ik aan de spanning toegeschreven, en niet aan twijfel of mijn plan wel zou slagen.

Hetzelfde gold voor de nachtmerries die door mijn herinnering spookten, toen ik zojuist weer bij bewustzijn kwam. Ze gingen al in rook op terwijl ik mijn benen over de rand van het metalen bed slingerde. Mijn ziekenhuisgewaad had aan mijn lichaam gekleefd en het was opvallend donker in de zaal. Er hing condens aan de muren en op de vloer stonden donkere plekken. De apparatuur was stil, de schermen bleven zwart. Ik had met mijn handen langs mijn buik gevoeld. De bult ter hoogte van mijn middenrif was er nog steeds. Dat was de eerste aanwijzing dat er toch iets was misgegaan. Ik weigerde echter te geloven wat mijn zintuigen leken te communiceren en voetje voor voetje schuifelde ik naar de uitgang.

De sensor naast de deurpost werkte niet langer. Ik wrikte de twee luiken uit elkaar. Ze protesteerden piepend. Ik voelde zand onder mijn blote voeten. De nachtmerries waren plots niet meer zo onwerkelijk. Met mijn hand tegen de muur steunend liep ik door de gang. Aan het eind zag ik licht. Ik klom de trap op. Er klonken geen geluiden, er waren geen experimenten aan de gang. Voor mijn voeten schoot iets kleins en donkers bij me weg. Een rat? Misschien. De beweging had iets mechanisch gehad. De laatste deur.

Ik stond buiten. De gebouwen om me heen waren half ingestort. Uit de lege ramen groeiden struiken en iele boompjes. Klimplanten woekerden op het asfalt, en gras sproot op uit de hoopjes zand op beschutte plekken. Ik zag gladde zwarte pilaren naar de hemel reiken.

Tegen de muur aan lag een vergeelde krant. Er vielen stukken van af toen ik hem probeerde op te tillen. De kop op de voorpagina was nog net leesbaar: ‘… jarden doden door mislukt experiment’. Een datum vond ik niet. De ezels!



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard