Tampons

Anders

Soms vind ik namen pas mooi als ik weet bij wie ze horen. Nova was mooi. Ze vertelde wel eens dat ze vroeger de windmolens telde op de weg naar het strand. Dat ze keer op keer hoopte dat een van de wieken haar zou optillen en mee zou nemen omhoog, tot ver boven het duin. Tot ze vloog en de zee bijna kon aanraken.

Soms krijgen dingen pas betekenis door de mensen die ze vertellen.

Haar haar was net zo zwart als haar trui, waardoor ik niet goed kon zien hoe lang het was. Ik vervloekte mezelf omdat ik niet meer wist hoelang het was. Haar handen had ze om haar theeglas gevouwen en ik wilde mijn handen er bovenop leggen. Ik deed het niet.

‘Wat wil je?’ vroeg ik in plaats daarvan.
‘Wat denk je?’ vroeg zij.

Ik dacht aan die keer dat we de smerigste pannenkoeken aten langs de snelweg. We zaten al twee uur in de auto en hadden honger, maar het betreden van dat miezerige restaurant was al genoeg om ons voor te bereiden op iets onsmakelijks. Grijze tafeltjes met zwarte, gammele klapstoelen stonden her en der verspreid, op sommige tafels nog een leeg glas. Een man met sliertig, grijs haar en een gewatteerde bodywarmer over zijn kleren heen kwam langzaam op ons af. De bodywarmer had me verbaasd. Het was juni.
‘Wat wil je?’ vroeg ik haar na een blik op de vingervette, geplastificeerde menukaart.

Je houdt altijd alles voor jezelf, had ze gezegd. Alsof je alles in je op zuigt en dat constant met je meedraagt. Tot het teveel wordt en je het niet meer aankunt.

Haar glas was leeg en mijn bierglas ook. Ik keek naar buiten. Van achter het raam van het café leek het zomer; hoe een beeld kan bedriegen. Wat dachten mensen als ze ons zagen zitten? Ik schraapte mijn keel om iets te zeggen, maar wist eigenlijk niet wat.

‘Ik ben wel blij dat je het me verteld hebt,’ zei ik toen.
‘Je was er toch wel achter gekomen.’

‘Het hoefde allemaal niet zo.’
‘Hoe?’ vroeg ze.
‘Het had ook anders kunnen lopen. We hebben veel kapotgemaakt.’
‘Te veel.’
‘Denk je niet dat…’
‘Nee.’
‘Maar…’
‘Hoe vaak hebben we dit gesprek al gehad? Jij verandert niet. En ik ook niet.’

Ik schudde zachtjes met mijn hoofd, alsof ik het met haar eens was. Vanbinnen schudde mijn hoofd niet mee. Wacht! wilde ik roepen. We konden veranderen.

‘En wat ga je nu doen, verder?’ Het leek ineens een loze vraag.
Ze legde haar handen heel even op haar buik, waar, alleen als je het wist, al een lichte bolling te zien was.

Standaard
Tampons

Een bloedend schoolgebouw

KUT’ schreef ze in dikke rode letters op de wc-deur. Carly hield haar tampon tussen duim en wijsvinger zodat het ding een soort pen werd, en haar eigen bloed de inkt. Hij was goed volgezogen want ze had hem sinds gisteravond ingehad.

Ze deed een stapje naar achteren; het woord was donkerrood en slijmerig, net als datgene waar het naar verwees. Toen schreef ze de rest van de tekst op die ze in gedachten had.

Het woord ‘kut’ zat aan Carly vastgekleefd als een korst aan een wond. Wanneer ze door de gangen van school liep hoorde ze mensen het woord fluisteren, giechelend en net hard genoeg. En hoewel de docenten de woorden natuurlijk nooit hardop zeiden, wist Carly dat ook zij dachten: ‘Ik heb jouw kut gezien.’

Carly haalde een rol duct tape uit haar tas en scheurde er een stuk vanaf. De gebruikte tampon plakte ze aan zijn touwtje tegen de deur, zodat hij bungelde naast de woorden die ze geschreven had. Vervolgens pakte ze de fles nepbloed die ze had meegenomen. Ze had liever echt bloed gehad, varkensbloed bijvoorbeeld, maar dit kon ze gewoon bij de feestwinkel krijgen. Een van de tampons die ze bij zich had in een enorme doos, doopte ze in de fles. Toen hij rood was legde ze het ding voorzichtig op de wc-bril.

Haar moeder had gezegd dat Carly niet naar school hoefde totdat de foto’s van haar kut van het internet waren gehaald. Ze belde met de rector en stuurde boze e-mails rond, maar wanneer de foto van de ene site was verdwenen dook hij op een andere weer op. Na twee weken zei haar moeder: ‘Dit krijgen we nooit meer uitgewist, Carly.’ Dus toen moest ze weer naar school.

Carly doopte een tweede tampon in het nepbloed en gooide hem op de grond. Met haar vingers maakte ze nog wat rode vegen op de muur en verplaatste naar het volgende hokje. Ook daar verspreidde ze een aantal bebloede tampons op de bril en op de vloer, sprenkelde wat rode vloeistof rond en werkte op die manier alle wc’s af. Ze keek op haar horloge en zag dat ze goed op schema lag; de eerste docenten zouden pas over een paar uur komen. Toen stopte ze alle spullen weer in haar tas en liep naar de wc’s op de volgende verdieping.

Carly wist niet wiens schuld het nu eigenlijk was. Toen de telefoon onder de deur van haar wc-hokje door werd gestoken had ze wel mensen gehoord, maar die kwamen haar niet bekend voor. ‘Nee! Je kijkt recht bij haar naar binnen!’ riep een stem na de klik van een camera, gevolgd door het geluid van rennende voetstappen en een hoge schaterlach. Iedereen was schuldig, iedereen die de foto gedeeld had, erom had gelachen, of er alleen maar vol afgrijzen naar had gekeken.

Langzaam werkte Carly alle wc’s in het hele schoolgebouw af. Daarna keerde ze terug naar het eerste wc-hokje, de plek waar het allemaal begonnen was, en waar nu in dikke letters stond: “De wraak van mijn kut”. Dit was de eerste nacht die Carly ooit op school had doorgebracht, nu eens door het trappenhuis dwalend, dan weer lezend op de koude tegelvloer van het vrouwentoilet, en het zou ongetwijfeld haar laatste zijn. Bijna vier jaar had ze zich hier thuis gevoeld. Ze sloeg de deur van het wc-hokje hard achter zich dicht zodat de opgehangen tampon heen en weer slingerde aan zijn touwtje.

Standaard
Tampons

Het kan altijd erger

Yuri de Jonge, schrijver van beroep, zag zijn mooie vrouw op hem afkomen.
‘Lukt het een beetje?’

Ze kneep in zijn schouders, maar hij reageerde niet. Toen ging ze in kleermakerszit op de bank zitten.
‘Schrijf anders een boek over mij,’ zei ze.
‘Het gaat hier om de inhoud, niet om de vorm.’
Hij voelde hoe ze naar hem keek terwijl ze opstond en wegliep. Hij keek haar na en besloot dat ze ongelofelijk ongesteld moest zijn; gisteravond had ze hem weer de daad geweigerd.

Zijn debuutroman ging over autobiografische seks en de dingen die daartoe leiden in een jong mannenleven. En over de trieste reden dat hij zo’n buitensporig leven leidde, maar dat was voor hem en zijn publiek bijzaak. Wie wilde er nou niet lezen over de Nieuwe Adonis van Amsterdam? Het boek was vooral voor vrouwen bedoeld, maar ook mannen kochten het. Mannen met de ambitie om ooit deel uit te maken van een Bende van Ellende of, zoals in het boek van Yuri, het Leger van het Leidseplein.

Zijn redactrice had hem in hun laatste vergadering aangeraden vooral meer van hetzelfde te schrijven, met een schepje erbovenop. Maar er gebeurt de laatste tijd zo weinig, had hij gezegd.
‘Dan zorg je maar dat er iets gebeurt, Yuri. Of je verzint wat. Je bent schrijver hè, vergeet dat niet,’ zei ze met een glimlach.
Dat was natuurlijk onzin, dat wist zij ook wel. Maar hij bracht geld in het laatje, deze knappe jongeman. Na het vruchteloze gesprek had hij haar zoals gewoonlijk nog even vurig gebeft. Als de beste uiteraard, zoals alleen schrijvers dat kunnen.

Telkens dacht hij aan haar woorden als hij weer aan Manuscript2.docx zat te werken. Hij was een schrijver en ja, hij moest gewoon weer eens iets meemaken.
Hij staarde naar de muur en dacht aan de schrijversschool, waar hij van zijn schrijfjuf had geleerd dat het altijd erger kon. Ze had hem verteld het op een briefje te schrijven en op te hangen in zijn schrijfkamer, daar waar hij het altijd kon zien.
Yuri staarde naar het briefje en knikte om de aankomst van de boodschap te bevestigen. Het kon ook altijd erger, dat was zo. Hij knikte nogmaals en stond op. Hij riep haar terwijl hij de lege keuken inkeek. Hij riep haar weer, en snelde door het huis. Hij trok de badkamerdeur open, maar ook daar was ze niet.
‘Justine! Waar zit je?’
Voor hij de slaapkamerdeur openrukte, had hij zijn broek al losgemaakt. En of ze eens wat mee zouden maken. Maar ze lag niet in bed. Ze stond zich ook niet aan te kleden of op te maken. En ze stond haar haar niet te borstelen en ze lakte ook haar tegennagels niet. Ze deed niks van dit alles. Yuri bleef maar staren naar het touwtje dat tussen haar levenloze benen bungelde.

Hij pakte papier en een pen uit de la van zijn bureau en schreef: ik ben een schrijver. Met een klein reepje plakband hing hij het aan de muur. Toen ging hij ervoor zitten.

Standaard
Tampons

Als een rode vlek

Jij lijkt mij zo’n meisje dat ’s ochtends zonder enige vorm van schaamte haar make-up doet in de trein,’ zei Marco op dikke Freds verjaardagsfeest tegen Laura, die hij nooit eerder had gezien maar best beter wou leren kennen. Hij had het niet eens zo vervelend bedoeld, het was enkel een weloverwogen constatering na selectieve observatie om daarna op te volgen met zowel een nuttige als leuke levensles.

Haar ‘nee, jij bent lekker, lul’ gooide echter in een vroegtijdig stadium zand in de motor en deed hem constateren dat dit type wel heel snel op haar teentjes was getrapt. Enigszins teleurgesteld zag hij haar weer opgenomen worden in de roedel vriendinnen bij de flatscreen televisie.

Niet veel later zat Marco dan maar met dikke Fred op de driezitsbank en probeerde hij uit te leggen dat we allemaal te druk zijn met zaken die er helemaal niet toe doen, maar die we wel voor onszelf belangrijk maken zodat het lijkt alsof we ons leven perfect in de hand hebben. Het was een gedachte waar hij al langer mee rondliep, maar nog nooit aan iemand had toevertrouwd. Deze dramatisch begonnen avond leende zich echter prima voor filosofische overpeinzingen. Daarbij had hij binnen 30 minuten een fles rode wijn soldaat gemaakt en dat maakte van iedere simpele ziel een Socrates in de dop.

Maar het was lastig filosofisch doen met dikke Fred die immer bier boven wijn verkoos. Daarbij was dikke Fred het type mens dat liever at dan dacht. Hij ondernam zo weinig mogelijk in het leven en zo was het helemaal geen rare ontwikkeling dat hij op z’n eigen verjaardagsfeest de hele avond te vinden was op de versleten bank die ten behoeve van enkele op muziek bewegende collega’s was verschoven naar een donkere hoek van de kamer.

Marco ontkurkte een zelf meegenomen Merlot, schonk zijn glas vol en zette de fles aan de mond.
‘Ik dacht vanochtend dat het een mooie dag zou zijn voor grote beslissingen,’ zei hij daarna tegen dikke Fred maar nog meer tegen zichzelf. ‘Maar weet je, grote beslissingen zijn eigenlijk maar kleine beslissingen als je denkt aan het heelal en de sterren en de maan en de astronauten. Het is allemaal zo relatief, geen houden aan. We zijn niks, nog geen korrel in de zandbak des levens. Nog geen korrel en dat moet ons als mensheid nederig stemmen. Maar goed, als dat de zin van ons bestaan is, waarom dan nog ons best doen om zandkastelen te bouwen? Waarom wachten op de schep die ons verlichting zal brengen?’
Marco nam een forse slok en wist dat hij onzin praatte, maar hij had teveel gedronken om zich er echt zorgen over te maken en net te weinig om zichzelf tegen te spreken.
‘Star Trek vind ik ruk,’ zei dikke Fred en met een flauwe boog gooide hij zijn lege bierblikje meters naast de vuilnisbak. ‘Science fiction me reet. Hebt er niks aan, gelul in de ruimte. Zo’n vliegende auto komt er nooit. Rugzakken met straalmotoren ook niet. En weet je waarom? De regering houdt alles tegen want wij moeten dom blijven.’ Vervolgens liet hij een scheet, waarschijnlijk om op die typische dikke Fred manier z’n punt te maken.

De terugkeer van Laura het make-up-in-de-trein-meisje kon je verrassend noemen, al zou je ook kunnen stellen dat het leven alleen maar uit verrassingen bestaat en als je al iets mag verwachten dan is het wel dat er altijd nieuwe verrassingen komen.
‘Ik hoorde je van een afstandje praten,’ zei ze tegen Marco, ‘en eigenlijk vind ik het heel interessant wat je net vertelde over de nederig makende oneindigheid van het heelal. Ik filosofeer daar ook weleens over.’
Hij bekeek haar van beneden naar boven, van boven naar beneden en van beneden naar boven, glimlachte als een charmante dronkaard met plotseling hernieuwd toekomstperspectief en nodigde haar uit plaats te nemen naast hem op de driezits.
Marco wou net vertellen dat ze hem deed denken aan een tragisch overleden buurmeisje en welke levensles ze daar uit kon trekken toen hij zijn glas wijn liet vallen. Op het tapijt verspreidde een rode vlek zich als een rode vlek.
Ze was geschrokken, maar liet nog eens horen dat ze het type was dat snel kon relativeren: ‘Gelukkig niet op onze kleren, wat jij?’
Marco staarde naar de plas wijn voor zijn schoenen en zei: ‘Weet je, in de jaren tachtig, lang voor jouw tijd, waren er bepaalde typen tampons met extra absorptiekracht die bacteriën bleken te bevatten. Je kon er zelfs dood aan gaan als je ‘m te lang achtereen droeg. Niet alleen is dat een mooie metafoor voor deze avond, maar misschien nog wel meer voor ons nikszeggende bestaan op deze godvergeten aardkloot, dát denk ik.’
Laura zuchtte en dikke Fred liet een scheet. Bij de flatscreen werd te hard gelachen om een mislukte selfie.

Standaard
Tampons

Geen gekke dingen

De geur drong direct tot in Geerts poriën door toen hij de Etos binnenstapte. Het zoetkruidige aroma van snoep, parfums en schoonheidsmiddelen prikkelde zijn neus. Hij stopte, snoof en dwong z’n hersens dat gevoel uit alle macht vast te houden.

De caissière keek even op, zag de vette, dunne haren op het kalende hoofd en dook gauw weer in het foldertje dat voor haar lag. Geert dwong zijn voeten verder. Eerst liep hij naar de deodorant, waar hij verwachtte dat de meeste mannen heen gingen. Hij was zich pijnlijk bewust van zijn mannelijke, onverzorgde voorkomen in deze drogisterij. Hij keek wat rond tussen de verschillende bussen. Allemaal probeerden ze hun fallische vorm te ondersteunen met boodschappen van doortastende mannelijkheid. Hij pakte eentje van Axe, twijfelde even, zette hem weer terug, greep vervolgens eentje van Fa, bedacht zich dat hij geen mandje had, zette de Fa weer terug maar raakte daarbij de andere Fa’s, die omvielen. Ze stuiterden tegen en over elkaar met het geluid van acht klokkenluidende Domtorens. Geert schopte ze bij elkaar onder de priemende ogen van de caissière en zette ze weer terug. Gauw liep hij weg, maar bedacht dat het nu wel heel raar zou zijn als hij geen deodorant zou kopen, dus pakte hij een mandje en legde er, heel voorzichtig, een bus Fa in.
Er kwam nog een klant binnen. Een Turkse vrouw met een hoofddoek en een klein jongetje in een kinderwagen liep naar de shampoos. Typisch, dacht Geert, want met zo’n hoofddoek op je kop zullen je haren er niet al te lekker bij hangen, maar direct daarna schaamde Geert zich dat hij dat had gedacht, omdat het racistisch was en omdat hij zelf ook geen al te mooie haren had.
Voorzichtig schuifelde Geert naar het schepsnoep. Hij maakte een fijne combinatie van zoute drop en Engelse drop voor zichzelf, met wat pepermuntballen als vulling. Geert liet zijn zak sluiten met een machine en keek naar het pad waar hij naar op weg was. De Turkse stond er. Geert vervloekte haar in stilte. Ze heeft al een kind, waarom moet ze dan wéér ongesteld worden? Kon het haar dan niks schelen wat de mensen om haar heen nodig hadden? Geert liep naar de parfums en spoot wat hippe geuren op een plukje proefstrookjes.

‘Kan ik u misschien helpen?’
Geert schrok op. De caissière had besloten wat activiteit te tonen.
‘Nee hoor, dank u. Ik kijk gewoon even. Verder geen gekke dingen.’
‘Geen probleem. Laat maar weten als u me nodig hebt.’
Ze had hem door, voelde Geert. Rustig blijven, geen gekke dingen doen.
‘Ik ben gewoon aan het kijken, geen gekke dingen.’
Ze keek hem peilend aan.
‘Geen probleem’ zei ze nog eens en Geert voelde het bloed naar z’n wangen stromen.
De Turkse vrouw stond bij de kassa en wilde geholpen worden. De caissière kende haar taak en draaide zich om. Vlug liep Geert naar de afdeling intieme verzorging. Hij keek naar lange rijen maandverband, inlegkruisjes, tampons, crèmes, toiletdoekjes, wegwerpzakjes en intiemzepen. Maar vooral tampons. Tampons met inbrenghuls. Mini-, medi- en maxitampons voor lichte, gewone en zware dagen. Beginnertampons, wat dat ook moge betekenen. Tampons met groef, tampons met geur en tampons met geleidegootjes. Tampons van Kotex, O.B. en Etos. Geert snoof zachtjes, maar hij schrok er zelf van. Hij keek op, maar zag de twee vrouwen rustig met elkaar keuvelen. Geert wist dat het schijn was, dat de caissière direct zou kijken als hij wegkeek. Waarschijnlijk was de Turkse ook een werknemer van Etos, ingehuurd om hem in de gaten te houden. Niet dat Geert nu nog terug kon. Anders stond hij als man voor niks in het tamponpad, en dat zou helemaal gek lijken, terwijl hij net had uitgelegd dat hij geen gekke dingen van plan was.

Zachtjes draaide Geert z’n ogen weer naar de vrouwenproducten voor hem. Voorzichtig greep hij een pakje O.B. Original en bestudeerde het aandachtig. Er stond op dat het voor alle dagen was en dat de groeven het vocht naar de kern van het tampon leidde. Geert gluurde over het pakje heen en zag de Turkse vertrekken. Geerts adem maakte het plastic vochtig. Hij zette het pakje terug en pakte een O.B. Flexia, dat hij direct in z’n mandje legde. Direct stapte Geert richting de kassa. Nu de keuzestress was verdwenen zat er een lichte vering in z’n tred.
‘Goedemiddag’, plaatste hij joviaal zijn mandje op de toonbank.
‘Alles kunnen vinden?’ sloeg ze terug.
‘Het is gelukt’, dwong hij haar zich met haar eigen zaken te bemoeien.
Ze scande de tampons als eerste.
‘Is uw vrouw ziek?’ gooide ze de knuppel in het hoenderhok.
‘Ik was toch in de buurt, geen gekke dingen.’

Geert rekende contant af met een tientje. In een zakje kreeg Geert de producten in z’n hand gedrukt en de overgebleven 1 euro vijfendertig los in de andere. Ze groetten elkaar. Hij liep weg en zij keek hem na. Buiten keek hij omhoog, naar een half bewolkte lucht. Hij glimlachte. Hij was haar te slim afgeweest. Ze had niet doorgevraagd, gelukkig.

Ze zou niet begrepen hebben dat realdolls óók echte vrouwen zijn.

Standaard