Vreemdgaan

Proost, op de toekomst

De schoen die ze uitschopte raakte bijna het scheenbeen van de ober die haar bestelling kwam opnemen, maar ze miste net en hij glimlachte. Haar dorst riep bier, maar haar mond noemde een Chardonnay die op de kaart stond aangeprezen als dé wijn uit de Auvergne.

De zon begluurde haar sproetjes en haalde ze over meer van zich te laten zien. Eindelijk de zon. Vanmorgen had ze bij de herberg waar ze had overnacht haar winterse kleding achtergelaten. Die zou ze nu ze steeds zuidelijker kwam niet meer nodig hebben.

De batterij van haar mobieltje was leeg. Ze had het ding al ruim een week niet meer opgeladen. Het contact met haar moeder was na een paar weken verwaterd. ‘Ik moet dit alleen doen mama’, had ze gefluisterd om haar kamergenoten in het hostel niet wakker te maken. Sindsdien kreeg de telefoon elke twee weken een beetje eten en daar moest hij het mee doen. Deed hij dat niet, dan was het ook goed. Rust. Totale afzondering was haar doel. Haar leven moest terug op de rit en hoewel Anette had gezegd dat ze haar leven toch niet op kon pakken als ze maandenlang ging wándelen notabene, deed Manon het toch. Nog geen twee dagen nadat ze de mailwisseling tussen Jos en die snol uit Purmerend had gelezen, wist ze dat ze dit zou gaan doen.

Een wandeltocht naar Santiago de Compostela stond al jaren op haar verlanglijst, maar ze durfde nooit weg. Bij elke stap die ze zou zetten wist Manon dat ze zich af zou vragen wat Jos op dat moment aan het doen was. Ze probeerde het wel om hem te vertrouwen, maar er knaagde altijd iets. En ze had gelijk, behalve met het idee dat ze maandenlang op reis moest voor hij vreemd zou gaan. Hij deed het gewoon onder haar neus, paalde die troela en kroop dan bij haar in bed. Ze was de laatste weken vaak misselijk geweest als ze dat voor zich zag, maar dat werd minder en dat was goed. Ze wilde er van af zijn als ze weer thuis was.
Als alles goed zou gaan zou ze voordat de zinderende hitte aanbrak haar eindbestemming bereiken.
Anette zocht in de tussentijd naar een appartementje in Amsterdam en ze vertrouwde op haar vriendin; als ze thuis kwam kon ze er misschien wel meteen in. Ze was jong en kon zoveel leuke dingen gaan doen, nieuwe mensen leren kennen, nergens aan vastzitten en gewoon helemaal opnieuw beginnen. Lekker in haar eentje. ‘Lekker rondneuken’, noemde Anette dat. En ach, misschien deed ze dat ook wel. Al was het maar om Jos een hak te zetten.

Ze zocht haar schoenen met haar voeten en wenkte de ober. Een speelse glimlach plakte op zijn gezicht toen hij quasi voorzichtig naar haar toe kwam. Ze zocht haar portemonnee in haar heuptasje en lachte zenuwachtig toen ze hem niet kon vinden. Ze trok haar backpack op schoot, duwde wat kleding aan de kant en zocht verder. Haar vingers grepen iets en ze trok haar hand uit de tas om haar vangst te bekijken. De Chardonnay tolde in haar hoofd en haar maag draaide zich om. In haar geopende hand lag een tampon. De eerste die ze zag sinds de tien weken dat ze op reis was.

Standaard
Vreemdgaan

Hij & Zij

Hij staat aan de bar. Arm zelfverzekerd in z’n zij, als een alfa-mannetje in de jungle. De muziek dreunt door het café en jut de aanwezigen op; de dansers bewegen hun lichaam ritmisch knikkend op de beat.

Zij staat aan de andere kant van het café tegen de muur, omringd door een zwermpje vriendinnen die zo druk kletsen over die ene afwezige vriendin, dat ze zich niet bewust zijn dat zij geen woord zegt. Giechelend schreeuwen ze roddels naar elkaar boven de muziek uit. Hij kijkt brutaal de ruimte rond alsof hij eigenlijk wel betere dingen te doen heeft en slechts sociaal verplicht was even tijd te maken om hier tussen de zwetende mensenmassa te vertoeven. Zij kijkt naar hem en volgt nauwlettend de minste beweging die hij maakt.

In de auto was zij plots uitgevlogen na een opmerking die hij achteloos maakte. Na haar razende monoloog, beweerde hij dat zij dingen zag die er niet zijn. Zij verweet hem daarop dat hij onverschillig was. Hij zag enkel feiten, zij enkel emoties. Een slaande autodeur en een dreigement om naar huis te stappen volgde. Hij bleef zitten in de auto, donker zwijgend. Zij beet hem toe dat hij zich “gedroeg als een kleuter die elk moment met een pruillip en zijn favoriete ondergekwijlde knuffel in een hoekje kon verdwijnen”.

“Het is goed” knikte zij steeds vaker begrijpend, als een discussie opwelde. Eigenlijk wou ze hem op zo’n moment met haar blik doordringen dat het absoluut niet goed was. Haar moeder had het haar vaak genoeg gezegd dat je mannen de indruk moest geven dat ze eigenlijk “zo vrij als een vogel” waren in de relatie. Niets – en vooral zij niet – zou hen in de weg staan. “Want als jij je man een nee geeft, was er ergens wel een gewillige vrouw die hem een ja zou geven”, zei haar moeder dan.

Hij nipt aan zijn pint, haalt zijn iPhone vlotjes uit zijn broekzak en glijdt wat doelloos met zijn vinger over het scherm. Een meisje in een kort glitterjurkje is naast hem komen staan en strekt haar lichaam languit tegen de barkruk. Haar verschijning schreeuwt als een discobal en vult de ruimte met flikkeringen. Het meisje heeft een zomerse cocktail in de hand, met teveel ijsblokjes, zo geplukt uit een lifestyle maandblad. Ze maakt haar katachtige ogen groot en kijkt naar hem op. Ze tuit haar lippen pruilerig. Wanneer hij opkijkt van zijn scherm, draait het meisje haar hoofd een beetje schuin en begint traag tegen hem te praten. ‘Ik ben mooi, kijk naar mij!’ seinen haar mascara-ogen. ‘Ik daag je uit, ik wil je’ vertelt haar lachje. Hij laat zich de aandacht welgevallen. Hij is sinds de middelbare school gewoon dat meisjes voor hem vallen. Hij kijkt neer op haar kleine, spitse gezicht. Dat is een uitnodiging: het meisje komt dichterbij. Haar zoete parfum kan hij nu niet meer negeren.

Van aan de andere kant van het café, houdt zij ondertussen haar ogen nog steeds strak op hem gericht. De jaloezie grijpt haar naar de keel en maakt haar dronken. Ze zou hem met haar boze ogen willen doorboren. Ze kan al raden hoe ze daar aan het flirten zijn met elkaar. Zij kan zo hun gedachten lezen. Hij: “Zij is alles wat ik vanavond nodig heb. Onbekend. Spannend. Geen gedoe.” Het meisje: “Hij is alles wat ik vanavond nodig heb. Onbekend. Spannend. Geen gedoe.”

Uit de boxen zwelgt een nieuw nummer aan. Vanop de dansvloer worden de woorden van de intro luid mee gescandeerd. Zij hoort niets maar ziet het van op afstand allemaal zo gebeuren.

Het meisje heeft haar glitterjurkje sierlijk van zich afgestroopt. Hij zit op bed, doet in één vlotte beweging zijn shirt uit, en kijkt haar met gespannen blik aan. Ze neemt zijn hand en ze gaan liggen op bed. Haar lichaam krult ze naar hem toe. De meisjeshanden glijden gretig over zijn rug naar beneden. Gulzig kust hij haar lippen en kneedt haar borsten. Haar vingers verdwijnen in zijn boxershort.

De climax knalt los. Een hand wordt opgestoken, een kreet gelost.

Het café gaat uit zijn dak. Zij schrikt op uit haar gedachten. Heftig knikkend bewegen de lichamen op de dwingende tonen. Ze ziet hoe hij het meisje met het glitterjurkje de rug toekeert en van de bar weggaat. Hij kijkt haar recht aan, knikt en komt door de massa naar haar toe.

Standaard
Vreemdgaan

Het Wrakkenmuseum

Arthur was alleen maar bij het museum gestopt omdat er echt niets anders te doen was op het eiland. Hij haatte Terschelling nu al. In het zuiden was er de weg langs de dijk, die eenzame grijze streep die hem langs de grijze zee voerde onder een al even grijze lucht. In het noorden waren er de duinen, meedogenloze heuvels waar de wind met vlagen tussendoor woei zodat Arthur af en toe nauwelijks vooruit kwam op zijn tandem. Dan stond hij stil, op die ene veilige seconde tussen vooruit ploeteren en willoos achteruit glijden, en moest hij uiteindelijk afstappen. De logge fiets was te zwaar voor hem alleen.

Bij de ingang van het museum stond een koperen duikhelm die hem nog het meest aan een astronautenpak deed denken: een harde huls als bescherming tegen een vreemde wereld. ‘Het Wrakkenmuseum’, was ernaast op een stuk sloophout gekalkt. Arthur rilde van de mistige motregen. Bij het bord hingen een paar foto’s van de plek die ‘museum’ genoemd werd, hoewel het eigenlijk niets meer dan een paar grote bergen troep leek voor te stellen, opgestapeld in half-vergane schepen. Blijkwaar was het woord ‘museum’ geen beschermde term zoals boter of doctor en mocht iedereen de schroothoop in zijn achtertuin zo noemen.

Het was Esther die hem naar dit godvergeten eiland had gestuurd. Hij moest zijn gedachten maar eens op een rijtje gaan zetten, opnieuw in contact komen met zichzelf en nog meer van dat soort gelul. Arthur kreeg zin om het bordje van het Wrakkenmuseum nog wat verder te slopen. De stelligheid waarmee Esther die Happinez-onzin had verkondigd maakte hem haast net zo kwaad als de herinnering aan haar ogen, die de kleur van afgekoeld badwater hadden gehad op die avond dat ze zijn whatsappberichten had gelezen.

‘Hoeveel kost het?’ vroeg Arthur aan de man die op een plastic stoel bij de ingang van het museum zat. Hij had nog maar een paar slierten haar die nat op zijn hoofd lagen, en in zijn mondhoek zat een gouden tand die net als de museumstukken lange tijd op de zeebodem leek te hebben gelegen.
‘Tot één meter is het gratis’, zei de man. ‘Boven de twee meter ook.’
Het duurde even voordat Arthur snapte wat hij bedoelde. ‘En hoeveel is het voor mensen met een normale lengte?’
‘Wat is normaal, hè? Tussen de één en anderhalve meter kost het één euro vijftig. Tussen de anderhalf en twee meter kost het drie euro.’
Arthur besloot er niet op in te gaan, niet wetend of het een grap van de man was of dat ze hier werkelijk hun toegangsprijzen op deze manier berekenden. ‘Heeft u terug van vijftig?’

Terwijl hij het wisselgeld in zijn portemonnee stopte, slenterde Arthur verder. Gatver, wat haatte hij Terschelling. Hij haatte de verhuurder van zijn huisje die alleen een tandem voor hem had gehad zodat zijn benen nu gesloopt waren, hij haatte de wrakstukken om zich heen waarin hij plotseling zijn eigen leven weerspiegeld zag en hij haatte zijn hoofd waar het al net zo’n puinhoop was als hier. Waarom was Marina zo jong? Waarom werd Esther zo oud? Hij haatte de klassieke eikel die hij was.
Arthur liep langzaam terug naar de ingang van het museum om de duikhelm nog een keer te bekijken, die duidelijk het hoogtepunt van de tentoonstelling was. Hij tikte op het koper. Hoe veilig zou het zijn geweest om daarmee het water in te gaan? Plotseling voelde hij hoe het moest zijn om in dat ding naar de zeebodem af te dalen, slechts van die duizenden liters water gescheiden door een dun laagje metaal, en hij voelde het zo sterk dat het leek alsof het een herinnering was en geen fantasie. Hij keek om zich heen; de oude man zat niet meer bij de ingang. Zonder precies te weten waarom liet Arthur zich op zijn knieën vallen en stak zijn hoofd in de helm, wat waarschijnlijk makkelijker was gegaan als hij korter dan zijn één meter achtentachtig was geweest. In de helm rook het metalig en het koper voelde koud tegen zijn hoofd. Het vieze glazen ruitje aan de voorkant legde een waas over de wereld, waardoor hij zich bijna van alles afgeschermd waande. Toen haalde hij zijn telefoon uit zijn zak, hield hem in zijn gestrekte arm en lachte voor het eerst in dagen.

Arthur besloot de foto zowel naar Esther als Marina te sturen. ‘Kom maar op, ik zit veilig’ schreef hij eronder en hij drukte tweemaal op ‘verzend’. Toen pas vroeg hij zich af of dat wel een goede beslissing was, maar het was al te laat. De foto vloog naar zijn twee geliefden toe. Binnen een seconde zat Arthur in Esthers warme broekzak en tegelijkertijd in die van Marina, alsof hij zichzelf eindelijk in tweeën had kunnen splitsen, vrolijk lachend achter het ruitje van die belachelijke koperen helm.

Standaard
Vreemdgaan

Het besluitvormingsnetwerk

Op het kleed dat uit je rugzak was gekomen lagen we zo dicht mogelijk naast elkaar in het stadspark op wat misschien wel de warmste dag sinds tijden was. Je droeg mijn zonnebril, zo’n goedkope van de Etos met zeer beperkte UV bescherming, net zo optimistisch als snel gekocht bij de eerste zonnestralen aan het begin van het jaar. Als ik je goed wou bekijken moest ik een beetje knijpen met mijn ogen, maar dat was geen probleem.

Een tijdje zeiden we niks. We luisterden naar het geroezemoes van kinderen die iets verderop ondersteboven hingen in het klimrek en we grinnikten om de hond die bij ons bezig was met z’n snuffelstage. We voelden de warmte en we hoopten dat erg geen einde aan zou komen.
Ik moet dit vaker doen, dacht ik. Ik moet dit vaker met jou doen. Mijn agenda maak ik leeg, mijn ontslag dien ik in, mijn leven is dit nu.

‘Het besluitvormingsnetwerk in onze hersenen stelt geen prioriteiten,’ las ik later die dag voor uit Psychologie Magazine en je keek op van je lievelingsboek dat je ook deze zomer weer herlas omdat het je weliswaar niet meer kon verrassen, maar nog wel altijd verwarmen zoals geen ander boek ooit zou kunnen. Ik ging verder: ‘Het buigt zich even serieus over vraagstukken als welke sokken we willen aandoen als hoe we een probleem op ons werk gaan oplossen.’
Een glimlach en je zei: ‘Dus daarom draag je bijna nooit sokken.’
‘Precies. Choose your battles, baby.’

Die avond liepen we door mijn binnenstad naar het centraal station om jouw trein van 23.55 uur te halen. Het kleed naast je lievelingsboek in je rugzak en mijn linkerhand in jouw rechter. Ik was er inmiddels van overtuigd dat één mooie dag een zomer maakte, maar durfde die gedachte nog niet te delen.
Wel besloot ik uit de ruim 500 verhalen in mijn hoofd die ene te vertellen over One van U2 en hoe raar het eigenlijk is dat het liedje op veel bruiloften wordt gedraaid terwijl de tekst juist gaat over een niet te vermijden breuk tussen twee geliefden, hoe hun twee-eenheid uiteenvalt omdat de een, zo claimt deze, zich door de ander heeft laten duwen in vreemde liefdeshanden. Naast de friettent citeerde ik het verwijt uit het eerste couplet om mijn zaak rond te maken: “Will it make it easier on you now you got someone to blame?”
Je was onder de indruk, zeker toen ik er als een beschonken poëet aan toevoegde dat het loslaten reeds is begonnen als je elkaar niet meer wilt vasthouden.
Je applaudisseerde expres te hard en zei dat het inderdaad raar kan lopen. Daarna vroeg je hoe het dan met With Or Without You zat en ik kon je niet vertellen of dat nou geschreven was als een liefdesliedje of als een break-up song, maar toch zong ik zachtjes, ter hoogte van de Prinsengracht, het refrein voor je.

Die nacht lag ik wakker en probeerde ik alsnog een antwoord te verzinnen zodat ik morgenvroeg meteen een berichtje kon sturen, maar ik kreeg het met geen mogelijkheid kloppend in mijn hoofd.
Die ochtend was je me voor en stuurde ik terug dat ik inderdaad heerlijk had geslapen.

Maar het kan raar lopen en het besluitvormingsnetwerk kent geen genade wanneer het op de proef wordt gesteld. Dat komt niet uit Psychologie Magazine, dat heb ik er zelf van gemaakt. Net zoals ik nu goed begrijp dat die verwarring in With Or Without You meer dan perfect de interne strijd tussen hart en hoofd omschrijft.
En dat is dus wel een probleem.

Standaard
Vreemdgaan

Maar wel lekker

Ik zit op mijn knieën op het bed in de hotelkamer, met mijn gezicht van de deur afgewend, precies zoals Edward het gezegd heeft. Ik denk aan Sjaak en gniffel bij de gedachte dat hij nu keurig op kantoor zit en denkt dat ik braaf het huishouden doe. Woensdag is immers mijn poetsdag. Hij zal straks niet zien dat ik niet gestoft en gestofzuigd heb. Zulke dingen ziet hij nooit.

Mijn profiel was kort en bondig. Ik schreef dat ik graag anoniem wil blijven, maar dat ik wel toe ben aan een spannender seksleven. Onderdanig in de slaapkamer, dat leek me wel wat. Op de vraag of ik getrouwd was typte ik: ‘Ja, natuurlijk ben ik dat. Waarschijnlijk zijn we dat allemaal op deze datingsite.’ Ik voelde me best een beetje brutaal, maar daarmee werd al snel korte metten gemaakt door Edward, die ook graag anoniem wilde blijven en ook een spannender seksleven wilde. ‘Mijn vrouw is de liefste vrouw ooit, maar ze houdt niet van kinky seks en ik wil haar zo graag een keer overmeesteren. Ik ben klaar met altijd maar die vanilleseks.’ We begonnen elkaar mailtjes te sturen, hij gaf me opdrachtjes, ik voerde ze uit en stuurde foto’s als bewijsmateriaal. Tot hij zei dat het tijd was. Tijd om eens een keer écht af te spreken. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik dat bericht las, ik had er al die tijd niet om mogen vragen en nu vond hij dat ik het verdiend had. Eindelijk.

Ik snuffel stiekem onder mijn oksels en constateer tevreden dat de snelle douche van daarnet een goed idee was. Tijdens de rit hier naartoe had ik het toch behoorlijk warm gekregen, en hoewel ik zin had in smerig geile seks, hoefde dat nog niet te betekenen dat ik smerig moest ruiken van onder mijn oksels.
Er wordt kort op de deur geklopt en meteen gaat hij open. Edward komt binnen en ik hoor dat hij naar de badkamer gaat. Verdomme. Ik sta in brand, waarom komt hij niet meteen naar het bed om me snoeihard alle hoeken van de kamer te laten zien? Maar ik wacht af, ik ben de onderdanige vandaag, ik heb niets te willen. Ik hoor hem douchen en het lijkt uren te duren. Voor de zoveelste keer prent ik mezelf in dat ik hem vandaag geen Edward mag noemen. Meester is zijn naam nu.

De douche wordt uitgedraaid en ik zet me schrap. Steek mijn kont iets hoger de lucht in, zodat hij goed zicht heeft op alles wat onder mijn rokje broeit. Ik hoor voetstappen naderen en het bed zakt iets in als hij er op klimt. Een seconde later voel ik hem bij me naar binnen stoten. Hard en vreselijk diep. Ik steun. ‘Kijk me aan’, beveelt hij me en ik draai mijn gezicht naar hem toe. De gezamenlijke schok echoot door de hotelkamer.
‘Sjaak?’, stamel ik. ‘Hoor jij niet op kantoor te zitten?’

Standaard
Vreemdgaan

Mooi geweest

Goed, ik zal je erover vertellen,’ zeg ik. Mijn goede vriend Tim zit al op het puntje van zijn stoel. Ik probeer het precies te vertellen zoals ik het heb meegemaakt.

Giuseppe, een klein Italiaans mannetje, hield zijn handen wanhopig in de lucht om aan te geven dat hij niet begreep waarom hij niet begrepen werd. Dat mannetje was de opa van Julia en hij was duidelijk olie op het vuur aan het gooien in een discussie. Ik wist niet waar die over ging, maar Julia zou voor me vertalen.

‘Hij zegt dat een man een man is en dat hij daar niks aan kan doen,’ legde ze uit.
‘Dat een man in het algemeen daar niks aan kan doen of je opa zelf?’
‘Molto comico, signore. Dat een man er niks aan kan doen dat hij man is, bedoelt hij.’
Ik hield ervan als ze wist dat ik iets begreep, maar het alsnog uitlegde.
Ze vroeg of ik nog wijn wilde en ik zei ja. Ik vroeg of ze wilde uitleggen waar de discussie over ging en ze zei ja.
De wijn was perfect, evenals het hele diner. In zo’n typisch steegje van grove stenen met begroeide muren, stond een lange tafel met een prachtig wit kleed erover. Overal smeulden geïmproviseerde barbecues, mensen hadden salades meegebracht en er was een podium gemaakt van pallets waarop die ochtend nog potten met olijven naar de markt waren vervoerd. Het hele dorp was bijeen gekomen. Waar zie je dat nog? Tim, jongen, het was prachtig.

Tim wordt ongeduldig – hij wil weten waar het naartoe gaat – maar ik geniet gewoon van het vertellen, en vervolg.

‘Het gaat over vreemdgaan,’ zei Julia.
Ik glimlachte, nam een slok.
‘Dus als ik het goed begrijp, zegt je opa dat vreemdgaan prima is. Niet?’
‘Nee, hij zegt dat een man er niks aan kan doen, omdat hij een man is. Nu zegt hij dat vrouwen het bewust doen en dat dat erger is.’
‘En wat vindt zij?’
Terwijl ik een olijf in mijn mond prikte, maakte ik een hoofdbeweging in de richting van de vrouw tegen wie opa zijn stem verhief. Ze riep steeds dezelfde zin, ik dacht eruit op te kunnen maken dat ze boos was.
‘Mijn tante vindt het een schande en herhaalt dat dan ook steeds.’
Ik keek hoe een prachtig meisje een mandje met brood op tafel zette, en hoe ze wegliep om terug te komen met een tweede. Ik vroeg of ik kon helpen en ze zei nee. Intussen keek Julia naar haar opa, die vertelde meerdere malen ‘buiten de deur te hebben gegeten’, zoals zij het letterlijk vertaalde.

‘En toen,’ vraagt Tim, ‘wat gebeurde er toen?’

We aten talloze gangen en dronken wijn totdat we met zijn drieën over waren en Julia het koud kreeg. Ze vroeg of ik niet nog bij haar nichtje wilde blijven en ik zei nee, hoor, nee.
‘Het is mooi geweest,’ zei ik.
‘Ja, mooi geweest,’ zei Julia.

Tim zit daar maar te wachten, op de bank.
Waarop precies? denk ik bij mezelf. Wat wil hij horen?
Er is van alles gebeurd, dat heb ik hem verteld, alleen kan hij er niet van maken wat hij wil.

Standaard
Vreemdgaan

Hoe is het met de wijfe

Van harte broertje!’
Stevens stem klinkt krakerig en verdraaid door de telefoon, maar nog heel acceptabel voor een verbinding met Qatar. ‘Het is hem’, gebaar ik naar mijn vrouw en de visite in de kamer. De laatste gezichten schuiven nu ook mijn kant op en het wordt muisstil.

‘Dankjewel Steven. Hoor je me?’
‘Ik hoor je Marius, ik hoor je.’
‘Zeg dat hij de groeten krijgt van Donnie’, zegt Donnie gedempt in m’n oor. Hij zweet een beetje.
‘Donnie krijgt de groeten terug,’ hoor ik vanuit Qatar, ‘maar vertel eens, hoe gaat het met je jongen? Krijgen de jaren je een beetje te pakken?’
‘Het gaat goed. Heb zopas opslag gekregen en ik mag wellicht het De Vries-account overnemen van Jaapsen als hij volgend jaar met pensioen gaat, dus er zit wel schot in de zaak daar. De kids-’
‘En de kids?’
‘De kids-’
‘Oh sorry, ga verder.’
‘De kids gaan-’
‘Ja?’
‘-ook goed, Jasper is net als de anderen ook naar de havo en Marjet speelt in de schoolband.’
Donnie kruipt weer in m’n rug en fluistert twee keer ‘gaat het goed met hem?’ in m’n oor. Ik negeer het en probeer tussen het gekraak door de stem van Steven te onderscheiden.
‘Blokfluit toch?’
‘Dwarsfluit.’
‘Natuurlijk.’
‘En met jou Steef?’
Donnie heeft een vijfde biertje gevonden en opent ‘m aan onze nieuwe Ikea-tafel. Ik kijk ‘m kwaad aan, hij kijkt woedend terug.
‘Och, gewoon, z’n gangetje. ’t Is hier warm he? We zijn er maar druk mee verder. Zo’n toren bouwt zichzelf niet. En die sjeiks willen allemaal omgekocht worden. Veel snoepreisjes. Je kent het wel.’
‘Ja.’
‘Het gaat goed met hem’ gebaar ik naar de ongeduldige groep. Donnie kan z’n woede niet meer bedwingen. Hij grist de telefoon uit m’n handen en roept keihard in de microfoon: ‘HOE IS HET MET DE WIJFE, STEEF? BEN JE LEKKER GESLUIERDE VROUWEN AAN HET NAAIEN?’
Door Donnie in z’n zij te stompen kan ik de telefoon weer terugkrijgen en hoor ik Stevens krakerige lach.
‘Sorry Steven.’
Steven grinnikt.
‘Geeft toch niks jochie, ik weet hoe Donnie is. Zeg ‘m maar dat ik niks te kort kom. Ze zijn ongeveer net zo moeilijk te regelen als zijn vrouw.’
‘Steven!’ roep ik verschrikt.
‘Wat? Het is toch zo?’
‘Ja maar dat zég je toch niet?’
‘Ik kan het ook niet helpen dat-ie zo’n lekker wijf heeft.’
Donnie ziet aan m’n blik waar het over gaat en springt weer naar voren. Hij klemt z’n enorme knuist om de iPhone 3Gs en trekt hem in een ruk uit m’n hand.
‘JE BENT EEN VUILE KLOOTZAK, STEEF! JE BENT EEN VIEZE VUILE FUCKZAK!’
Verstijft kijkt de familie naar Donnie. Met z’n grote ogen, dieprode hals en oren en forse onderlichaam lijkt hij nu meer op een kogelvis die z’n zin niet krijgt, dan de Oom Donnie die ze kennen. Het blijft stil, iedereen hoopt iets van Stevens reactie op te vangen. We horen alleen een zacht krakende stem. Dan schuift Donnie z’n ogen naar mij. De telefoon kraakt. Een seconde later vliegt hij door het keukenraam.

Standaard