Verhaal #496 • Afgesproken thema: Gnuiven

Kleine jongens worden niet altijd groot

Ik wil een bad nemen en in bed lezen. Ik wil naar huis, me zo snel mogelijk uitkleden, de hete kraan aanzetten en de badkamer warm laten stomen, en dan van onder water naar Mad Men kijken. Als ik klaar ben, kijk ik in bed verder tot ik in slaap val. Maar ook wil ik met haar mee naar huis en in haar bed liggen, naakt, bovenop haar.

Ze staat tegenover me, leunt tegen de bar, haar naam weet ik niet. Dave zit naast me op een kruk, net als ik. Ze lacht om wat ik zeg en als zij praat, dan knik ik en als het lijkt alsof ik beter mijn hoofd kan schudden, dan schud ik die. Verschil maakt het niet, ze is zonder enige aanleiding onomwonden geïnteresseerd. Ze raakt om de haverklap mijn hand aan en bij elke tik van het topje van haar vinger, wil ik haar meer. Haar huid is zacht en ik heb een stijve, maar die zit ver weg.

Ze bestelt drie bier: voor mij, voor haar en voor Dave, die maar niet weggaat. Omdat ik hem dat heb gevraagd. Het is een afspraak die we al op de middelbare school maakten, toen we in de pauze besloten dat ik zijn wingman werd, en hij die van mij, maar dan één met een heel andere missie.

‘Laat me nooit – nooit – met iemand mee naar huis gaan,’ zei ik.

Daar ging hij niet zomaar mee akkoord. Eerst draaide ik eromheen, toen biechtte ik op, maar hij voelt de ernst van zijn plicht pas sinds ik het hem heb laten zien. ‘Die kun je maar beter op een donkere plek wegstoppen,’ zei hij. Hij bedoelde het als grap, maar het was waar en het deed pijn. Soms verslapt hij in zijn taak, zoals nu, juist op de moeilijkste momenten: bij de heetste meisjes. Zijn ogen schitteren: ‘Godverdomme, haal ‘m eens een keer tevoorschijn!’

Nee.

Eigenlijk hou ik helemaal niet van in bad gaan. Ik word er geconfronteerd met alles waar ik nu voor wegloop. Mijn lul reikt bij lange na niet tot het oppervlak, ook al probeert de opwaartse kracht van het water ’m er wel naartoe te drijven en ik vals speel door mijn lijf omhoog te duwen. Zelfs bij een goede stijve piept de top pas boven het water uit als ik tegelijkertijd het bad leeg laat lopen (ik wil niet in mijn eigen zaad zwemmen).

Ze legt haar hand op mijn bovenbeen, de andere hand op het andere been en haar gezicht komt dicht bij het mijne. Ze ruikt naar drank, zweet en iets zoets – geil. Ze zegt iets over tequila. Ik kijk eerst naar Dave, die zijn ballen blauw knijpt terwijl hij moeite doet niet vermaakt te lijken, terwijl ik liever heb dat hij moeite doet me te helpen, en dan naar de bar, waar net twee shotjes tequila worden klaargemaakt. Ik pak de eerste, giet ‘m naar binnen, fuck Dave, en doe hetzelfde met de tweede, fuck haar.

‘Hé, kermis, vanavond laatste avond, gaan we? Nu.’

Ik heb het tegen Dave, maar het meisje haalt haar schouders op en gaat mee. De kermis, waar alle scooterboys met gewatteerde jassen staan te loeren naar meisjes met korte spijkerrokjes. De plek waar vanuit elk hoekje een verborgen platte mannenstem door een microfoon naar iedere voorbijganger roept, boven de muziek en zijn collega’s uit probeert te komen. De plek waar onzekere jongens eens stoer gevonden worden, vooral door elkaar, en door net zo onzekere meisjes. Wij hebben hier niets te zoeken, of zij in elk geval niet, en daardoor weet ik steeds minder wat ik hier doe. Ik roep dat ik wil schieten – dat is net zoiets als een kale man met een veel te dure auto.

Dave vraagt haar naam, ze heet Lotte. Lotte wil eerst. Ze schiet niet één keer raak, maar dat maakt niet uit, want die billen in dat jurkje.

‘Botsauto’s.’ Ik wijs die kant op. Ze heeft geen zin, maar ze volgt. De botsauto’s, de kutste attractie op elke kermis. Hier hangt de kutjeugd, hier starten de vechtpartijen.

‘Ik moedig jullie van de zijlijn aan,’ zegt Dave. Alhoewel hij geen moeite doet voor mijn zaak, zou hij me nooit laten vallen door naar huis te gaan. Hij staat achter drie snotjochies die tot zijn navel komen en steekt een duim op. Lotte en ik wachten tien minuten in de rij, waarbij ze eerst een beetje om zich heen wijst en lacht om jongens in botsauto’s, maar vlak voordat we aan de beurt zijn klemmen haar vingers zich al rond de rand van m’n broek. Ik verstijf en verslap en verhard. Dave heeft vast medelijden, maar staat nu vooral te kijken alsof hij kilo’s knetterkauwgom in zijn mond heeft gepropt.

De botsauto ram ik zo hard mogelijk tegen alles aan: auto’s en benen en mensen en eten en muren. We schieten naar voren, opzij, Lotte stoot haar hoofd tegen de hoofdsteun. Ze heeft een ongehoord vaste hand die vastberaden richting de knoop van mijn broek en daarna mijn rits gaat. Ik ram tegen de pilaar midden op de baan en het dak schudt ervan. Lotte glijdt met haar hand mijn boxer in en daar voelt ze wat in het rond. Ze omklemt ‘m voor enkele seconden. Mijn hoofd wil janken, maar híj ziet het licht en als het kon zou hij haar toejuichen. Maar ze laat los, gluurt naar binnen, en een zacht gegniffel breekt aan dat langzaam van een gesmoorde lach overgaat in luid geschater.

De auto valt stil, de ronde is voorbij. Ik knoop de broek dicht. De tranen rollen over haar wangen als ze de auto uitklimt en via de popcornkraam verdwijnt tussen de scooterboys en gekleurde flikkerlichten.

Het is een tragedie, maar de last die van mijn schouders valt is groter. Dave en ik lopen naar de hotdogs. Terwijl de worsten draaien in de hittecabine doen we alsof er nooit een Lotte is geweest.



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard